← Nederland

ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ1221

RECHTBANK HAARLEM VESTIGING SCHIPHOL SECTOR STRAFRECHT MEERVOUDIGE STRAFKAMER Parketnummer: 15/500983-06 Uitspraakdatum: 27 oktober 2006 Tegenspraak VERKORT STRAFVONNIS (art. 138b Sv) Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 13 oktober 2006 in de zaak tegen: [verdachte], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande, wonende te [woonplaats], thans gedetineerd in de P.I. Zuid-Oost – HvB Ter Peel Evertsoord, te Evertsoord.

  1. Tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: zij op of omstreeks 14 juli 2006 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, ongeveer 6.045,2 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
  2. Voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
  3. Bewijs 3.1 Bewijsoverweging De raadsvrouw van verdachte heeft betoogd dat verdachte geen opzet heeft gehad, ook niet in voorwaardelijke zin, op de invoer van cocaïne en heeft hiertoe het volgende aangevoerd. Uit geen van de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte ervan op de hoogte was dat zij cocaïne Nederland heeft binnen gebracht. De verklaring van cliënt is geloofwaardig te achten. Zij had een duidelijk reisdoel en heeft daartoe ter onderbouwing stukken overlegd. Verdachte kende de persoon die haar de tas heeft meegegeven. De zeep was niet verdacht verpakt en rook naar zeep. Verdachte had geen reden aan het verhaal van deze persoon te twijfelen. Ze heeft geen geld voor deze dienst ontvangen. De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt in dit verband als volgt. De zeep die verdachte in ontvangst heeft genomen van de betreffende persoon in Ghana, genaamd Doctor woog zes kilo. Deze Doctor heeft verdachte verteld dat de zeep bedoeld was voor zijn oma in Amsterdam die waterpokken had. Verdachte heeft de zeep vervolgens voor hem vervoerd naar Nederland waar iemand het pakketje van haar zou overnemen. Verdachte heeft het pakketje niet aan enige controle kunnen onderwerpen aangezien uit de bevindingen van de politie blijkt dat de zeep geheel gesloten was verpakt. Door van iemand een pakket te accepteren om dat van Ghana naar Nederland te vervoeren, zonder dit pakketje, waarin enkel zeep zou zitten, aan enige controle te (kunnen) onderwerpen, terwijl het gewicht, het doel en de bestemming van de zeep ernstig reden tot twijfel geeft, heeft verdachte zich willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat zij verdovende middelen vervoerde. 3.2 Bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan zij op 14 juli 2006 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I. Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank deze verbeterd. De verdachte wordt daardoor niet geschaad in zijn verdediging. Hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
  4. Strafbaarheid van het feit Het bewezenverklaarde levert op: Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven ver-bod.
  5. Strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.
  6. Motivering van sanctie(s) en van overige beslissingen 6.1 Eis van de officier van justitie De officier van justitie heeft ter terechtzitting gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit, veroordeling van verdachte terzake tot een gevangenisstraf voor de duur van 32 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Ten aanzien van de op de beslaglijst genoemde goederen heeft de officier van justitie geëist dat deze zullen worden verbeurd verklaard. 6.2 Hoofdstraf Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de invoer van ongeveer 6.036.60 gram van een materiaal bevattende cocaïne. Dit is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. De ingevoerde hoeveelheid was van dien aard, dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in cocaïne gaan gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof. Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. Verbeurdverklaring De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
  7. 1.00 STK Vliegticket, KLM electronis
  8. 1.00 STK Claimtag, KLM, KL005037
  9. 1.00 STK Instapkaart, KLM, 0744316556979
  10. 1.00 STK Telefoontoestel, NOKIA
  11. 1.00 STK Ontvangstbewijs, e-ticket
  12. 1.00 STK Telefoontoestel, MOTOROLA
  13. Geld buitenlands, 3 x 100 dollar en 1 x 50 dollar dienen te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat het bewezenver-klaarde feit met behulp van die voorwerpen, die aan verdachte toebehoren, is begaan of voorbereid.
  14. Toepasselijke wettelijke voorschriften De volgende wetsartikelen zijn van toepassing: 33, 33a, 47, van het Wetboek van Strafrecht. 2, 10 van de Opiumwet.
  15. Beslissing De rechtbank: Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder
  16. vermeld. Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aan-genomen en spreekt verdachte daarvan vrij. Bepaalt dat het bewezenverklaarde feit het hierboven onder
  17. vermelde strafbare feit oplevert. Verklaart verdachte hiervoor strafbaar. Veroordeelt verdachte wegens dit feit tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (zegge: dertig) maanden. Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechte-nis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht. Verklaart verbeurd:
  18. 1.00 STK Vliegticket, KLM electronis
  19. 1.00 STK Claimtag, KLM, KL005037
  20. 1.00 STK Instapkaart, KLM, 0744316556979
  21. 1.00 STK Telefoontoestel, NOKIA
  22. 1.00 STK Ontvangstbewijs, e-ticket
  23. 1.00 STK Telefoontoestel, MOTOROLA
  24. Geld buitenlands, 3 x 100 dollar en 1 x 50 dollar
  25. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum Dit vonnis is gewezen door mr. Kronenberg, voorzitter, mrs. Brouwer en Mateman, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. Ket, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 oktober 2006.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.