RECHTBANK HAARLEM SECTOR STRAFRECHT MEERVOUDIGE STRAFKAMER Parketnummer: [nummer] Uitspraakdatum: 27 maart 2007 Tegenspraak STRAFVONNIS Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 15 februari, 8 en 13 maart 2007 in de zaak tegen: [verdachte] geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], thans gedetineerd in P.I. Midden Holland, HvB Haarlem.
(100)betalingen en/of stortingen via moneytransfers en/of (twee) geldwissels, zaaksdossier 35, laatste bijlage)] en · 62.300 US-dollar (zijnde -ongeveer- 44.351 euro) [betalingen in dollars van slachtoffer [slachtoffer], zaaksdossier 7] en · 32.467,65 euro [betalingen in euros van slachtoffer [slachtoffer], zaaksdossier 7] en · 7.500 euro [betalingen van slachtoffer [slachtoffer], zaaksdossier 12] en een auto (merk: Mercedes) verworven en voorhanden gehad, terwijl hij wist dat bovenomschreven geldbedragen en voornoemde auto- onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit oplichting en/of valsheid in geschrift. Voor zover in de bewezen verklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging. Hetgeen aan verdachte onder 1, 2, 3 subsidiair, 5, 6 en 7 meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
- Strafbaarheid van de feiten Het bewezenverklaarde levert op: feit 1, 2 (telkens): medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd feit 3 subsidiair: medeplegen van een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet (oud), voorbereiden of bevorderen door zich of een ander gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen feit 5: in bezit zijn van een reisdocument waarvan hij weet dat het vervalst is feit 6: opzettelijk gebruik maken van een niet op zijn naam staand reisdocument, meermalen gepleegd feit 7: medeplegen van gewoontewitwassen
- Strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.
- Motivering van de sanctie en van overige beslissingen Eis van de officier van justitie De officier van justitie heeft feit 1, 2, 3 primair, 4, 5, 6 en 7 bewezen geacht en gevorderd dat de rechtbank een gevangenisstraf zal opleggen voor de duur van 4 jaar, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Ten aanzien van het beslag heeft de officier van justitie gevorderd om de voorwerpen genummerd 1, 2, 5, 6, 11 t/m 15, 18 en 19 verbeurd te verklaren, de voorwerpen 7 t/m 10 en 17 terug te geven aan de uitgevende instantie en de voorwerpen 3, 4 en 16 terug te geven aan verdachte. Voorts heeft hij aangekondigd dat hij de ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal gaan vorderen. Hoofdstraf Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Bij de keuze tot oplegging van een vrijheidbenemende straf en de vaststelling van de duur daarvan heeft de rechtbank in het bijzonder mee laten wegen dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan oplichting van [slachtoffer] en [slachtoffer], waarbij verdachte en diens medeverdachten gedurende een lange periode contacten onderhielden met het slachtoffer. Met het slachtoffer was persoonlijk contact gelegd en hem werd een percentage van een niet bestaand miljoenenbedrag in het vooruitzicht gesteld, waarbij verdachte en diens medeverdachten uiterst geraffineerd en gewetenloos te werk gingen door de slachtoffers allerhande leugens voor te schotelen, maar ook door deze nagemaakte documenten van betrouwbare instellingen, zoals banken, toe te zenden. Voorts deden verdachten en zijn medeverdachten -daarbij gebruik makend van valse namen - zich voor als werknemer bij een betrouwbare instelling als een ambassade of een bestaande bankinstelling. Ook werden de slachtoffers ter onderbouwing van het verhaal officieel ogende overlijdensakten, erfenistoekenningen en dergelijke toegezonden met daarbij rekeningen voor allerhande kosten verband houdende met de overdracht van het geld. Verdachte was in het bezit van een usb-stick met soortgelijke documenten al dan niet in invulvorm. De niet uit Nederland afkomstige slachtoffers werden naar Nederland, veelal naar een speciaal daartoe ingericht nepkantoor of naar een hotel gelokt om het geld in ontvangst te nemen. De slachtoffers werden door een vaste chauffeur naar het kantoor of hotel gebracht. Hier kregen zij meestal koffers met geld te zien waarbij hen werd verteld dat dit geld was voorzien van stempels om diefstal te voorkomen. Ter plekke werd met behulp van de wash-wash truc een aantal biljetten ontdaan van de stempels. De slachtoffers kregen vervolgens een aantal van deze gewassen biljetten mee om deze te kunnen testen op hun echtheid. Daarna kregen zij te horen dat de reinigingsvloeistof op was en dat voor de reiniging van de overige biljetten een aanzienlijk geldbedrag betaald diende te worden. Verdachte onderhield telefonisch en schriftelijk contact met de slachtoffers en ontmoette deze in hotels, hetzij in een kantoor, waar hij werd bijgestaan door medeverdachten die zich voordeden als zijn assistenten dan wel tolk. Hoewel niet onaannemelijk is dat de slachtoffers van verdachte en diens medeverdachten mogelijk werden gedreven door hebzucht, waardoor zij ten prooi zijn gevallen aan deze vorm van oplichting, doet dat niets af aan de strafwaardigheid en de verwerpelijkheid van het bewezen verklaarde. Onder meer uit de verklaringen van de verdachten zelf volgt dat personen die zich hiermee bezighouden juist appelleren aan de hebzucht van hun slachtoffers en daarbij zelf floreren. Samen met anderen heeft verdachte voorts gedurende een lange periode een gewoonte gemaakt van het witwassen van van misdrijf afkomstig geld. Witwassen vormt een aantasting van het financieel-economisch bestel, omdat daarmee gelden worden onttrokken aan het zicht van de fiscus en justitie en het als gevolg daarvan corrumperend werkt op het reguliere handels- en betalingsverkeer. Ook heeft verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het voorbereiden van een cocaïnetransport naar Engeland. Verdachte heeft daarvoor zijn uit oplichting verkregen gelden geïnvesteerd en contacten met medeverdachten onderhouden over het te investeren bedrag, de te vervoeren hoeveelheid en zijn aandeel in de winst. Cocaïne is slecht voor de volksgezondheid en werk ontwrichtend op de samenleving. Nederland staat internationaal bekend als land waar van uit organisaties die zich bezighouden met wereldwijde handel in cocaïne, werkzaam zijn. Door te investeren in een cocaïnetransport heeft verdachte het internationale netwerk van handel in verdovende middelen in stand gehouden. Tenslotte heeft verdachte een vervalst paspoort in zijn bezit gehad en gebruik gemaakt van niet op zijn naam gestelde paspoorten. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat deze paspoorten op zijn verzoek zijn opgemaakt en allemaal vervalst dan wel vals zijn en dat hij heeft deze gebruikt bij het witwassen van documenten. Niet alleen heeft verdachte daarmee het vertrouwen dat in documenten als de onderhavige moet kunnen worden gesteld geschaad, ook heeft hij daarmee het plegen van strafbare feiten vergemakkelijkt. Door gebruik te maken van deze documenten heeft hij bovendien getracht zijn eigen identiteit voor de autoriteiten waaronder de justitiële te verhullen, waardoor onder meer zijn illegale verblijfsstatus in Nederland kon voortduren. Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank komt tot een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist, omdat niet alle aan verdachte verweten feiten bewezen zijn verklaard. Verbeurdverklaring De rechtbank is van oordeel dat het onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven geld dient te worden verbeurdverklaard. Aangenomen moet worden dat het bij verdachte aangetroffen en hem toebehorende geldbedrag, met name gelet op de hoogte daarvan, geheel of grotendeels door middel van het onder 3 subsidiair bewezen verklaarde feit is verkregen. De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten onder meer telefoons, dienen te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de bewezen verklaarde feiten met behulp van deze telefoons, die aan verdachte toebehoren, zijn begaan of voorbereid. Onttrekking aan het verkeer De rechtbank is van oordeel dat de in beslag genomen voorwerpen, te weten de vervalste paspoorten, dienen te worden onttrokken aan het verkeer. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het onder 7 bewezen verklaarde feit met behulp van die paspoorten is begaan of voorbereid. Het ongecontroleerde bezit van valse of vervalste paspoorten is in strijd met de wet.
- Toepasselijke wettelijke voorschriften De volgende wetsartikelen zijn van toepassing: 33, 33a, 36b, 36c, 47, 57, 231, 326, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht; 2, 10 (oud) en 10a van de Opiumwet.
- Beslissing De rechtbank: Spreekt verdachte vrij van de aan hem onder 3 primair en 4 ten laste gelegde feiten. Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1, 2, 3 subsidiair, 5, 6 en 7 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder
- vermeld. Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij. Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder
- vermelde strafbare feiten opleveren. Verklaart verdachte hiervoor strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van DERTIG MAANDEN. Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht. Verklaart verbeurd: - 1.00 STK Telefoontoestel SAGEM - 1.00 STK Kaart VISA; 4916710165547604 onv [naam] - Geld Nederlands; 1140 euro totaal - Geld buitenlands; 150 eng pond - 1.00 STK Telefoontoestel; MOTOROLA 06-49086943 - 1.00 STK Telefoontoestel; MOTOROLA 0619704956 - 1.00 STK Telefoontoestel; SONY ERICSON 06-49304901 - 1.00 STK Telefoontoestel; SAMSUNG 06-49304877 - 1.00 STK Laptop computer; TOSHIBA - 1.00 STK Kaart; BANK SAVINGS identity nigeria, onv [naam] - 1.00 STK Kaart; BANK SAVINGS identity nigeria onv [naam] Verklaart onttrokken aan het verkeer: - 1.00 STK Paspoort; a0294660 onv [naam] - 1.00 STK Paspoort; a1489597 onv [naam] - 1.00 STK Paspoort; a2780878 onv [naam] - 1.00 STK Paspoort; a3991488 onv [naam] Gelast de teruggave aan uitgevende instantie van: - 1.00 STK Rijbewijs; NIGERIAANS onv [naam] Gelast de teruggave aan verdachte van: - 1.00 STK Kaart; CATSALUT general de treballadors onv e.h.okonkwo - 1.00 STK Kaart; UNION a2780878 onv [naam] - 1.00 STK Rijbewijs; NIGERIAANS onv [naam] - 1.00 STK Videoband; the naming ceremony of [naam] born 26
- Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum Dit vonnis is gewezen door mr. Goedhuis-Visser, voorzitter, mrs. Van Dijk en Scholte, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. De Vries, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 maart 2007.