vonnis RECHTBANK HAARLEM Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 143755 / KG ZA 08-102 Vonnis in kort geding van 6 maart 2008 (bij vervroeging) in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VNU MEDIA B.V., gevestigd te Haarlem, eiseres, procureur mr. M. Middeldorp, advocaat mrs. J.S. Hofhuis en A.G.D. van der Wolk te Amsterdam, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid EVENTEX B.V., gevestigd te Zwolle, gedaagde, advocaat mr. M.D. Kalmijn te Leeuwarden. Partijen zullen hierna VNU en Eventex genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de mondelinge behandeling op 26 februari 2008 - de pleitnota van VNU - de pleitnota’s van Eventex. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De feiten 2.1. VNU is uitgever van tijdschriften en exploiteert websites. Tot de producten van VNU behoort onder meer Emerce, een platform voor digitale marketing, media en e-business dat op internet en als tijdschrift verschijnt. De website www.emerce.nl wordt maandelijks door 220.000 personen bezocht. Het tijdschrift heeft een oplage van 10.000. Onder de noemer van Emerce worden ook beurzen en andere evenementen georganiseerd. 2.2. Eventex is een onderneming die zich bezig houdt met het ontwikkelen van concepten voor vakbeurzen en het produceren/organiseren daarvan. 2.3. Eind 2006 heeft VNU Eventex in de arm genomen om gezamenlijk een beurs voor online marketing te organiseren. Partijen kwamen overeen dat de beurs de naam zou krijgen “Digital Marketing Event”, afgekort als DME. 2.4. Op 13 december 2006 heeft Eventex de domeinnaam www.digitalmarketingevent.nl geregistreerd bij de SIDN en op 23 februari 2007 heeft zij het woordmerk DME en het daarbij behorende beeldmerk gedeponeerd in het Benelux Merkenregister. 2.5. Partijen hebben gezamenlijk in juni 2007 de beurs DME 2007 georganiseerd die een groot succes was. Daarna zijn partijen gaan werken aan de voorbereiding van DME 2008. 2.6. Om de samenwerking schriftelijk vast te leggen heeft VNU op 9 februari 2007 een concept voor een samenwerkingsovereenkomst aan Eventex toegestuurd. Daarna hebben beide partijen voorstellen tot wijziging van dit concept gedaan. Over de definitieve tekst van de samenwerkingsovereenkomst werd geen volledige overeenstemming bereikt. 2.7. Op 28 januari 2008 heeft een laatste bespreking plaatsgevonden. Daarna heeft de raadsman van Eventex VNU bij brief van 30 januari 2008 laten weten dat indien partijen de resterende punten van geschil niet binnen acht dagen na die datum zouden hebben opgelost, Eventex zich ter zake vrij zou achten. Partijen zijn niet tot een oplossing van de geschilpunten gekomen. 2.8. Bij brief van 15 februari 2008 heeft VNU Eventex verzocht schriftelijk te bevestigen dat zij zich niet langer met VNU Media BV en/of Emerce zal associëren, dat zij geen gebruik meer zal maken van concepten, merken, domeinnamen en overige intellectuele eigendomsrechten die geheel of gedeeltelijk eigendom zijn van VNU en meer in het bijzonder dat zij geen gebruik meer zal maken van het woordmerk DME en het daarbij behorende beeldmerk, de domeinnaam www.digitalmarketingevent.nl en het concept aangaande het Digital Marketing Event. Eventex heeft daarop niet gereageerd. 2.9. In de nieuwsbrief op de website www.digitalmarketingevent.nl wordt Eventex als initiator en enige organisator van de beurs Digital Marketing Event 2008 gepresenteerd. Ook op de websites van het ANP en van de RAI wordt Eventex als enige organisator van DME 2008 vermeld. 3. Het geschil 3.1. VNU vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: a. Eventex per direct op straffe van verbeurte van een dwangsom zal verbieden zonder toestemming van VNU gebruik te maken van de concepten, merken, domeinnamen, website en (andere) intellectuele eigendomsrechten samenhangende met Digital Marketing Event, of zich op enigerlei (andere) wijze te presenteren al solo-organisator van dit evenement, b. Eventex zal veroordelen per direct met VNU in onderhandeling te treden over de precieze vorm van verdere samenwerking tussen Eventex en VNU in het kader van Digital Marketing Event, althans over de overdracht van alle rechten op dat evenement aan één der partijen, c. Eventex zal veroordelen het ertoe te leiden dat VNU als mede-eigenaar van de in dit geding aan de orde zijnde merken wordt ingeschreven in het register van het Benelux Bureau voor de Intellectuele Eigendom, één en ander met veroordeling van Eventex in de kosten van het geding, de kosten van het beslag daaronder begrepen, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na de datum van het vonnis. 3.2. Eventex voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4. De beoordeling 4.1. Eventex heeft in de eerste plaats een bevoegdheidsverweer gevoerd. Zij heeft betwist dat partijen, zoals VNU stelt, overeenstemming hebben bereikt over de exclusieve bevoegdheid van de rechtbank Haarlem om kennis te nemen van geschillen die uit of met betrekking tot de samenwerkingsovereenkomst mochten ontstaan. 4.2. Zoals ter zitting al aan partijen is kenbaar gemaakt wordt dit verweer verworpen. Aan Eventex kan worden toegegeven dat partijen het uiteindelijk niet eens zijn geworden over alle details van de samenwerkingsovereenkomst. Op de voet van artikel 108 lid 4 Rv. moet een forumkeuzebeding echter los worden gezien van de al dan niet tot stand gekomen overeenkomst en afzonderlijk worden beoordeeld. Vast staat dat tussen partijen conceptovereenkomsten zijn uitgewisseld. Die stukken zijn naar het oordeel van de voorzieningenrechter te beschouwen als geschriften als bedoeld in artikel 108 lid 3 Rv. Ook staat vast dat de in die concepten opgenomen forumkeuze nimmer een punt van discussie tussen partijen is geweest. Daarom moet Eventex naar het oordeel van de voorzieningenrechter geacht worden het forumkeuzebeding stilzwijgend te hebben aanvaard. 4.3. VNU legt aan haar vorderingen het volgende ten grondslag. In de onderhandelingen over de samenwerkingsovereenkomst hebben partijen op vrijwel alle punten overeenstemming bereikt. De hoofdlijnen van de samenwerking zijn altijd duidelijk geweest, aldus VNU. Vanaf het begin heeft partijen voor ogen gestaan dat zij gezamenlijk als organisatoren naar buiten zouden treden, dat partijen elk voor 50 % eigenaar zouden zijn van het concept en de daarbij behorende intellectuele eigendomsrechten en dat na beëindiging van de samenwerking geen van partijen meer gebruik zou maken van de concepten, merken, domeinnamen en overige intellectuele eigendomsrechten. Deze onderwerpen hebben, volgens VNU, tussen partijen nooit ter discussie gestaan en hebben deel uitgemaakt van alle conceptversies van de samenwerkingsovereenkomst. VNU stelt zich daarom op het standpunt dat het ervoor gehouden moet worden dat tussen partijen in ieder geval ten aanzien van die punten een overeenkomst tot stand is gekomen en contractuele gebondenheid is ontstaan. Doordat Eventex zich thans presenteert als enig organisator van DME 2008 en de aan DME verbonden intellectuele eigendomsrechten blijft gebruiken, handelt zij in strijd met de hiervoor bedoelde afspraken. Subsidiair stelt VNU dat tussen partijen een voorovereenkomst bestaat, die moet worden geconstrueerd aan de hand van de bedoelingen van partijen die blijken uit hetgeen wel geregeld is en waarbij eventuele leemten zoveel mogelijk moeten worden aangevuld overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid. 4.4. Eventex betwist dat partijen in de onderhandelingen over de samenwerkingsovereenkomst op hoofdlijnen overeenstemming hebben bereikt. Volgens Eventex waren er eind januari 2008 drie essentiële onderwerpen waarover partijen het niet eens waren, te weten de overdraagbaarheid, de duur en beëindiging van de overeenkomst en het non-concurrentiebeding. Eventex heeft voorts aangevoerd dat het concept voor DME door haar is bedacht en geheel door haar is uitgewerkt. De naam Digital Marketing Event is volgens Eventex bedacht door haar directeur. Daarom heeft Eventex ook de daarbij behorende domeinnaam en de woord- en beeldmerken geregistreerd. Dat tussen partijen de afspraak zou bestaan dat de intellectuele eigendomsrechten met betrekking tot DME gezamenlijk eigendom zouden zijn wordt eveneens door Eventex betwist. Eventex stelt zich daarom op het standpunt dat, nu partijen niet tot overeenstemming over de samenwerking zijn gekomen, het haar vrij staat om het door haar ontwikkelde concept en de daarbij behorende intellectuele eigendomsrechten zelfstandig verder te exploiteren. 4.5. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Vast staat dat partijen vanaf het najaar van 2006 hebben samengewerkt, hetgeen heeft geresulteerd in de DME beurs medio 2007 en dat vanaf februari 2007 een uitwisseling van conceptovereenkomsten heeft plaatsgevonden. 4.6. Vaste gegevens in die conceptovereenkomsten zijn steeds de 50/50 verdeling van kosten en opbrengsten (artikel 4) en 50/50 eigendom van de intellectuele eigendomsrechten (artikel 6). 4.7. Discussie is ontstaan over de uitkoop na beëindiging van de overeenkomst. Het eerste, door VNU opgestelde concept vermeldde daarover in artikel 7.5: “Nadat een einde aan de Overeenkomst is gekomen om welke reden dan ook, (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.