vonnis RECHTBANK HAARLEM Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 139528 / HA ZA 07-1228 Vonnis in incident van 9 juli 2008 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres], Statutair gevestigd te Heerhugowaard, kantoorhoudende te Medemblik, eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident, procureur mr. E.E. Verkade, tegen de rechtspersoon naar Engels recht SPS LIMITED, gevestigd te St. Peter Port, Guernsey, gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident, procureur mr. M. Velsink. Partijen zullen hierna [eiseres] en SPS genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de akte houdende overlegging producties van de zijde van [eiseres] - de incidentele conclusie tot onbevoegdheid - de incidentele conclusie van antwoord - de akte uitlating producties in het incident van de zijde van SPS. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2. De vordering in de hoofdzaak 2.1. [eiseres] vordert – samengevat – SPS te veroordelen tot betaling van een bedrag van EUR 40.718,62 (te vermeerderen met na de dagvaarding verschenen rente en proceskosten), waarvan de hoofdsom EUR 28.752,30 bedraagt. [eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat zij op grond van een overeenkomst met SPS materialen heeft geleverd en werkzaamheden heeft verricht, onder meer ten behoeve van de bouw van het zeiljacht ‘de Jan de Vries’ bij de scheepswerf Claasen Jachtbouw B.V. te Zaandam, en dat SPS een aantal van de facturen met betrekking tot deze leveringen en werkzaamheden onbetaald laat. 2.2. SPS betwist dat tussen partijen een rechtstreekse contractuele relatie bestaat. 3. De beoordeling in het incident 3.1. SPS vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart. SPS legt aan haar vordering ten grondslag dat artikel 767 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) in dit geval geen bevoegdheid schept, omdat [eiseres] SPS kan dagvaarden voor de Engelse rechter, de rechter van de woonplaats van SPS, en vervolgens op een eventueel verkregen titel in Nederland een exequatur kan vragen. SPS voert verder aan dat tussen partijen geen rechtstreekse contractuele relatie heeft bestaan en dat geen sprake is van een forumkeuze, zodat op grond daarvan evenmin de Nederlandse rechter bevoegd is. Voor zover al sprake zou zijn van een rechtstreekse relatie, betwist SPS dat de Metaalunievoorwaarden, waaruit de forumkeuze zou volgen, rechtsgeldig van toepassing zijn verklaard. Verder stelt SPS dat de Metaalunievoorwaarden niet vóór of bij het sluiten van de overeenkomst aan haar ter hand zijn gesteld en beroept zij zich op vernietiging van de bepaling betreffende de forumkeuze. 3.2. [eiseres] heeft daartegen - samengevat - aangevoerd dat zowel op grond van artikel 767 Rv als ook op grond van de forumkeuze ingevolge de tussen partijen toepasselijke Metaalunievoorwaarden de Nederlandse rechter bevoegd is. 3.3. De rechtbank overweegt als volgt. Anders dan SPS betoogt, is de EEX-Verordening (44/2001) (hierna: EEX-Vo) in het onderhavige geval niet van toepassing. De EEX-Vo geldt immers niet voor Guernsey, waar SPS is gevestigd. Nu bovendien in de relatie Nederland – Guernsey geen verdrag geldt met betrekking tot internationale bevoegdheid dient de bevoegdheid van de Nederlandse rechter te worden bepaald aan de hand van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. 3.4. Artikel 6 aanhef en sub a Rv bepaalt dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft in zaken betreffende verbintenissen uit overeenkomst indien de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt in Nederland is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd. Artikel 6a Rv geeft, tenzij partijen anders zijn overeengekomen, een gefixeerde plaats van uitvoering voor elke uit de desbetreffende overeenkomst voortvloeiende verbintenis voor
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.