RECHTBANK HAARLEM Sector Strafrecht Locatie Haarlem Meervoudige strafkamer Parketnummer: 15/700493-08 Uitspraakdatum: 31 oktober 2008 Tegenspraak Strafvonnis Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 17 oktober 2008 in de zaak tegen: [verdachte], geboren op [geboortedatum] te Bucuresti (Roemenië), zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande, thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Midden Holland, Huis van Bewaring Haarlem te Haarlem. 1. Tenlastelegging Aan verdacht is - na wijziging ter terechtzitting van de tenlastelegging - tenlastegelegd dat: 1. hij in of omstreeks de periode van 9 juni 2008 tot en met 3 juli 2008 te Zandvoort tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door hem verdachte en/of een of meer van zijn mededaders voorgenomen misdrijf om opzettelijk en wederrechtelijk in een of meer geautomatiseerde werken, te weten een of meer pinautomaten, of in een deel daarvan, binnen te dringen en/of om vervolgens gegevens, die waren opgeslagen, werden verwerkt of werden overgedragen door middel van dat/die geautomatiseerd(
(2x)en 30 juni 2008; - medewerker [medewerker] verklaard heeft dat er drie mannen bij CalandFit kwamen; - deze mannen verklaarden Roemenen te zijn; - er één persoon was die voornamelijk het woord voerde en dat dit – naar later bleek – [medeverdachte] betrof; - [medeverdachte] bij inschrijving als [adres] te [plaats] heeft opgegeven met als telefoonnummer [nummer]. • het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van onderzoek telecommunicatie mobiele nummer [nummer verdachte] (dossierpagina 403), waarin – zakelijk weergegeven – onder meer is gerelateerd dat: - [verdachte] op 4 juli 2008 verklaarde dat hij in het bezit was van een mobiele telefoon, voorzien van het nummer [nummer verdachte] en op 10 juli 2008 dat hij hiervan de enige gebruiker is; - uit onderzoek van de historische verkeersgegevens is gebleken dat in de periode 11 juni 2008 tot en met 4 juli 2008 steunzenders werden aangestraald in Nederland met het mobiele nummer [nummer verdachte]; Feit 3: • het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte door [aangever], namens Hema (dossierpagina 07), waarin – zakelijk weergegeven – als verklaring van aangever is gerelateerd dat: - er op 17 juni 2008 uit de winkel van de Hema te Amersfoort een pinautomaat is weggenomen; - hij op camerabeelden van die dag zag dat om 11.08 uur de pinautomaat door een tweetal mannen is weggenomen. • het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal (dossierpagina 11), waarin – zakelijk weergegeven – onder meer is gerelateerd dat: - op 14 augustus 2008 door verbalisanten [verbalisanten 5 en 6] de camerabeelden van de HEMA Amersfoort hebben bekeken; - verbalisanten zagen dat omstreeks 11.00 uur twee mannen de Hema in kwamen lopen; - verbalisanten zagen dat de mannen omstreeks 11.07 uur bij de rechter kassa gingen staan waar geen medewerkster van de HEMA achter stond; - verbalisanten zagen dat op de kassa een pinautomaat stond; - verbalisanten zagen dat de tweede man zijn schoudertas vanaf zijn rug naar zijn buik draaide; - verbalisanten zagen dat omstreeks 11.08 uur de mannen weg liepen van de kassa in de richting van de uitgang; - verbalisanten zagen dat het pinapparaat was verdwenen. • het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van de verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] (dossierpagina 15), waarin – zakelijk weergegeven – onder meer is gerelateerd dat: - op 28 augustus 2008 op de politiesite RI-online een artikel werd geplaatst waarin de identiteit werd verzocht werd van twee mannen welke op 17 juni 2008 een pinautomaat in de winkel HEMA in Amersfoort hadden gestolen; - verbalisanten op 5 september 2008 op RI-online keken; - zij zagen dat op de eerste foto een blanke man stond met donker haar die zij herkenden als de bij hen ambtshalve bekende [verdachte]. • het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (dossierpagina 19), waarin – zakelijk weergegeven – onder meer is gerelateerd dat: - uit de verkregen historische verkeersgegevens van het telefoonnummer welke [verdachte] had opgegeven als zijnde zijn nummer, blijkt dat dit telefoonnummer op 16 juni 2008, 23.11 uur, alsmede op 17 juni 2008, 17.51 uur een steunzender aanstraalt op het Korte Water 1-123 te Amsterdam. 3.4 Bewijsoverwegingen Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 1: Bij de beoordeling van hetgeen aan verdachte onder 1 is tenlastegelegd, gaat de rechtbank ervan uit dat niet kan worden vastgesteld of het pinapparaat, waarin de skimapparatuur is aangebracht het originele pinapparaat is of een door verdachte en zijn mededaders geplaatst vervangend apparaat. Voor de beoordeling van de vraag of bewezen kan worden hetgeen aan verdachte – voor zover thans nog aan de orde – is ten laste gelegd is dat niet van belang op grond van het navolgende. Ook wanneer de oorspronkelijk aanwezige pinautomaat tijdelijk door verdachte en zijn mededaders is vervangen door een andere van skimapparatuur voorziene pinautomaat, gaat het daarbij om een geautomatiseerd werk, waarin gegevens zijn opgeslagen van in dit geval Center Parcs en niet van verdachte en zijn mededaders, waarbij opmerking verdient dat zonneklaar is dat verdachte en zijn mededaders over een dergelijke automaat niet rechtmatig kunnen en mogen beschikken. In dat geautomatiseerd werk zijn gegevens van het betalingsverkeer ten behoeve van Center Parcs opgenomen, waarin het verdachte en zijn mededaders niet was toegestaan wederrechtelijk binnen te dringen, zoals zij hebben gedaan door daarin skimapparatuur aan te brengen. Het voor zichzelf overnemen, aftappen en opnemen was derhalve verdachte en zijn mededaders niet toegestaan. De raadsman heeft voorts nog betoogd dat informatie ontbreekt, waaruit daadwerkelijk gegevens van pinpassen en pincodes op de skimapparatuur zijn opgeslagen en dat het de vraag is of het met de geplaatste apparatuur wel mogelijk is geweest om gegevens te kopiëren. Wellicht gaat het – zo heeft de raadsman betoogd – om een experiment en wordt er een absoluut ondeugdelijk middel gehanteerd. Vooropgesteld moet worden dat niet gesteld of gebleken is dat verdachte en zijn mededaders bezig waren met een experiment. Reeds de heimelijke wijze waarop verdachte en zijn mededaders te werk zijn gegaan, staat er aan in de weg hun optreden als een experiment te beschouwen. Daarnaast kan niet worden gezegd dat hetgeen verdachte en zijn mededaders hebben ondernomen om tot de – kennelijk - door hen beoogde wederrechtelijke verkrijging van betalingsgegevens van klanten van Center Parcs te komen, - gelet op de in het dossier gerelateerde bevindingen - moet leiden tot de slotsom dat er hier sprake was van een absoluut ondeugdelijke poging. Strafbare feiten als het onder feit 1 ten laste gelegde vergen een gedegen voorbereiding en maken in hun uitvoering samenwerking van meerdere personen met verschillende taken noodzakelijk, waarbij te denken valt aan het wegnemen van het oorspronkelijk aanwezige pinapparaat, het plaatsen van een vervangend apparaat met daarin tevoren door de verdachten aangebrachte skimapparatuur, het aanbrengen van valse stickers op het vervangend apparaat, de controle of de uitvoering van het door de verdachten voorgenomen misdrijf niet is ontdekt en tenslotte het weghalen van de pinautomaat met skimapparatuur en het terugplaatsen van het oorspronkelijk aanwezige apparaat. Om die reden moet worden geconcludeerd dat wanneer kan worden vastgesteld dat een of meer verdachten een van de hiervoor beschreven taken vervullen bij de uitvoering van het misdrijf zij als mededaders kunnen worden aangemerkt. Daaraan doet, in aanmerking genomen dat het gaat om een tevoren door de verdachten gemaakt plan, niet af dat de door verdachten te verrichten handelingen niet meer kunnen leiden tot voltooiing van het misdrijf. In dit verband kan de vergelijking worden gemaakt met de invoer van verdovende middelen, waarbij betrokken zijn de leverancier van de verdovende middelen in het bronland, de koerier en degene die zich voor de daadwerkelijke invoer van de verdovende middelen bereid heeft verklaard die verdovende middelen op de luchthaven van aankomst van de koerier over te nemen. Ook wanneer de koerier met de verdovende middelen op de luchthaven wordt aangehouden en de afhaler er daarom niet in slaagt om de verdovende middelen in ontvangst te nemen, is de afhaler mededader. De raadsman van verdachte heeft betwist dat uit de observaties zou blijken dat verdachte bijzondere interesse zou hebben voor het pinapparaat en dat de observaties kunnen hebben plaatsgevonden zoals ze zijn gerelateerd. De rechtbank stelt allereerst vast dat de observaties zijn neergelegd in een op ambtseed/ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal. Daarin geven de verbalisanten een gedetailleerde beschrijving van de gedragingen van verdachten, zoals de manier waarop zij naar det katheder en het daar aanwezige pinapparaat kijken en vanaf welke afstand waarop zij dat doen, dit eveneens in relatie tot het op het katheder aanwezige informatiebord. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding te twijfelen aan de neergelegde observaties, dat verdachte en zijn medeverdachte gerichte belangstelling voor het pinapparaat hebben getoond. Daar komt nog bij dat verdachte en zijn medeverdachte voortdurend wisselende en onderling tegenstrijdige verklaringen hebben afgelegd over hun aanwezigheid in Nederland en bij restaurant Il Giardiono van Center Parcs Zandvoort. Zo heeft in verdachte in zijn eerste verklaring (d.d. 4 juli 2008, dossierpagina 209) verklaard dat hij als toerist in Nederland was, en dat de laatste keer in Nederland zo´n twee maanden geleden was, dat hij medeverdachte [medeverdachte] kort voor hun aanhouding in Nederland heeft ontmoet op het Centraal Station van Amsterdam en ze naar Zandvoort zijn gegaan om een kamer te zoeken en dat hij bij Center Parcs is uitgestapt om te kijken of er nog iets anders was waar ze konden eten. Op 10 juli 2008 heeft hij verklaard tegenover de politie (dossierpagina 212) dat hij samen met medeverdachte [medeverdachte] vanuit Duitsland naar Nederland is gekomen. Ook heeft verdachte verklaard dat [medeverdachte] naar binnen is gegaan om te kijken of er plek was om te eten. Verdachte is zelf nadien ook naar binnen gegaan om te kijken of er plaats was. Hij heeft ter zitting verklaard niet naar het toilet te zijn geweest. en dat hij [medeverdachte] heeft ontmoet in Nederland op het [adres] te Amsterdam. Medeverdachte [medeverdachte] heeft allereerst bij de politie op 4 juli 2008 (dossierpagina 128) verklaard dat hij verdachte in Duitsland heeft ontmoet en dat zij samen naar Nederland zijn gereisd. Op 3 juli 2008 zijn zij samen naar Center Parcs in Zandvoort gegaan. Hij, medeverdachte [medeverdachte], is naar binnen gegaan; hij is eerst naar de speelhal gegaan, toen naar het toilet en heeft bij de pizzeria op de kaart gekeken, toen hij niet werd geholpen is hij weer naar buiten gegaan, waarna verdachte [verdachte] naar binnen zou gaan alleen om naar het toilet te gaan. Daarnaast heeft verdachte steeds ontkend het adres dat in het navigatiesysteem van de Volkswagen Passat was ingevoerd, [adres] te Amsterdam, te kennen. Ter zitting heeft verdachte aangegeven dit adres wel te kennen en aldaar medeverdachte te hebben ontmoet op 3 juli
- Gelet op het vorenstaande en in aanmerking genomen hetgeen onder de bewijsmiddelen omtrent [echte naam medeverdachte], zijnde de echte naam van de medeverdachte [medeverdachte], is gerelateerd, is de rechtbank van oordeel dat bewezen kan worden geacht dat verdachte en zijn medeverdachte bij Center Parcs Zandvoort aanwezig waren om tijdens de openingstijden van Il Giardino te controleren of de manipulatie van de pin-terminal ontdekt was. Bij dat oordeel betrekt de rechtbank ook hetgeen onder feit 3 door de rechtbank is bewezen verklaard, te weten de diefstal in vereniging van een pinautomaat. Bewijsoverweging ten aanzien van feit 3: De raadsman heeft ter terechtzitting het volgende ten verwere aangevoerd. De fotoherkenning door de verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] dient te worden uitgesloten van het bewijs. De raadsman wijst op het rapport van professor Wagenaar die stelt dat de herkenning van videostill’s of foto’s door verbalisanten gedaan in een soortgelijke casus, niet deugdelijk is geschied. De verdachten waren immers bekend, waardoor verwachting en onderlinge beïnvloeding de waarneming van op zichzelf tamelijk vage beelden op een niet meer te controleren wijze hebben gestuurd. Daarnaast heeft de fotoherkenning plaatsgevonden door een tweetal verbalisanten. Dit kan leiden tot overleg en onderlinge beïnvloeding. Voorts heeft de raadsman betoogd dat [verbalisant 3] en [verbalisant 4] niet als experts kunnen worden aangemerkt. Derhalve is de beoordeling van de foto’s – hoe goed de bedoelingen van verbalisanten ook zijn – amateuristisch en subjectief. De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt. De raadsman gaat ervan uit dat de herkenning van de op de foto’s afgebeelde personen gebeurt op de wijze als door Wagenaar beschreven. De rechtbank laat in het midden of de door Wagenaar voorgestelde werkwijze, waarbij bijna een laboratoriumachtige situatie wordt gecreëerd, de beste methode van herkenning is; in ieder geval is het naar haar oordeel niet de enig bruikbare methode. Anders dan Wagenaar en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat bij de beoordeling van de beelden ook acht mag worden geslagen op de context waarin de personen worden afgebeeld. De foto’s dienen op zichzelf, maar ook in samenhang met elkaar én de overige bewijsmiddelen bezien te worden. De bevindingen van verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] hebben zij neergelegd in een ambtsedig proces-verbaal van bevindingen. Verdachte wordt blijkens het gerelateerde in dit proces-verbaal op enkele foto’s herkend door beide verbalisanten. Bij de beoordeling van de waarde die aan de fotoherkenning moet worden toegekend betrekt de rechtbank ook nog dat verbalisant [verbalisant 4] de videoband van Centerparcs Zandvoort van 3 juli 2008, waarop – naar vaststaat - verdachte eveneens te zien was, heeft bekeken (proces verbaal van bevindingen, dossierpagina 53). Ten slotte betrekt de rechtbank bij haar overwegingen dat verdachte een aantoonbaar onjuiste verklaring heeft gelegd. In zijn verhoor bij de politie heeft verdachte immers verklaard dat hij in de periode van 16 tot en met 18 juni 2008 niet in Nederland verbleef. Ter zitting heeft hij verklaard op 17 juni 2008 in Roemenië te zijn verbleven. Uit de verkregen historische verkeersgegevens van het telefoonnummer welke verdachte had opgegeven als zijnde zijn nummer, blijkt echter dat zijn telefoon in die periode, ook op 17 juni 2008, steunzenders in Nederland heeft aangestraald. Verdachte heeft hier desgevraagd geen verklaring voor kunnen of willen geven. Zoals bij ieder proces-verbaal is het aan de rechter om vast te stellen in hoeverre een proces-verbaal bijdraagt aan de bewezenverklaring. De rechtbank heeft het voornoemd proces-verbaal van bevindingen in samenhang met de daarbij gevoegde foto’s op zijn merites beoordeeld en is tot het oordeel gekomen dat de inhoud daarvan bruikbaar is voor het bewijs. De rechtbank ziet daarom geen reden het proces-verbaal uit te sluiten van het bewijs.
- Strafbaarheid van de feiten Het bewezenverklaarde levert op:
- medeplegen van poging tot computervredebreuk,terwijl de dader na opzettelijk en wederrechtelijk te zijn binnengedrongen in een geautomatiseerd werk vervolgens gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt of overgedragen door middel van het geautomatiseerd werk, waarin hij zich wederrechtelijk bevindt, voor zichzelf of een ander overneemt, aftapt of opneemt;
- diefstal door twee of meer verenigde personen.
- Strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.
- Motivering van sanctie(s) en van overige beslissingen De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle tenlastegelegde feiten en gevorderd dat verdachte daarvoor zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan een gedeelte groot 4 maanden voorwaardelijk, zulks met een proeftijd van 2 jaar. Met betrekking tot het beslag heeft de officier van justitie gevorderd het geld aan verdachte terug te geven, het kentekenbewijs terug te geven aan de rechthebbende en de beide stickers te onttrekken aan het verkeer. Hoofdstraf Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het op professionele wijze skimmen van betaalpassen teneinde daarmee valse betaalpassen te vervaardigen en te gebruiken en het wegnemen van een pinapparaat kennelijk met hetzelfde doel. Het vertrouwen dat door de consument en de acceptant in het betaalnetwerk en in de pinpas moet kunnen worden gesteld is van groot economisch en maatschappelijk belang. Door het onder 1 bewezen verklaarde feit, zou, wanneer het misdrijf was voltooid, een ernstige inbreuk zijngemaakt op het vertrouwen van de consument in het betalingsverkeer. Wanneer dit vertrouwen niet meer aanwezig is, bestaat het risico van een ernstige ontwrichting van het maatschappelijk en economisch verkeer. Daarnaast kan de handelwijze van verdachte en zijn mededaders allereerst leiden tot grote schade voor de eigenaren van de geskimde betaalpassen, maar vervolgens ook tot grote directe en indirecte financiële schade voor Nederlandse banken en Equens Nederland B.V.. Datzelfde geldt voor het onder 3 bewezen verklaarde. Bij het bepalen van de strafmaat is in aanmerking genomen dat verdachte deze feiten puur uit winstbejag heeft gepleegd en vermoedelijk met dit doel ook naar Nederland is gekomen. Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. Ook bij vrijspraak van het onder 2 tenlastegelegde rechtvaardigt de ernst van de wel bewezen verklaarde feiten echter, gelet op het vorenstaande, een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf zoals door de officier van justitie is geëist. Daarnaast acht de rechtbank, evenals de officier van justitie, een voorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden, welke voorwaardelijke vrijheidsstraf er voornamelijk toe strekt verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten en met name soortgelijke te begaan. Onttrekking aan het verkeer De rechtbank is van oordeel dat de in beslaggenomen voorwerpen, te weten een tweetal oranje stickers, dienen te worden onttrokken aan het verkeer. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het bewezen verklaarde feit 1 met betrekking tot die voorwerpen is begaan en/of is voorbereid. Het ongecontroleerde bezit van voormelde, inbeslaggenomen is in strijd met het algemeen belang.
- Toepasselijke wettelijke voorschriften De volgende wetsartikelen zijn van toepassing: Wetboek van Strafrecht: 14a, 14b, 14c, 36c, 47, 57, 138a, 310 en
- Beslissing De rechtbank: Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte onder 2 is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij. Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1 en 3 tenlastegelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.2 vermeld. Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 en 3 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij. Bepaalt dat de bewezenverklaarde feiten de hierboven onder
- vermelde strafbare feiten opleveren. Verklaart verdachte hiervoor strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (TWAALF) MAANDEN. Beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 4 (VIER) MAANDEN niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op de grond dat verdachte voor het einde van een op twee jaren gestelde proeftijd zich aan een strafbaar feit schuldig maakt. Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Onttrekt aan het verkeer: - 1.00 STK Sticker, Kl: oranje, rood streepje; - 1.00 STK Sticker, Kl: oranje, grijs streepje. Gelast de teruggave aan de rechthebbende van: - 1.00 STK Kentekenbewijs, Volkswagen Passat , [kenteken]. Gelast de teruggave aan verdachte van: - Geld Euro, 8 x 50; - Geld Euro, 74,
- Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum Dit vonnis is gewezen door mr. E.P.W van de Ven, voorzitter, mrs. R.E.A. Toeter en A. Eichperger, rechters, in tegenwoordigheid van de griffiers mrs. D. Gruijters en M. Valk, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 31 oktober 2008.