RECHTBANK HAARLEM Sector bestuursrecht zaaknummer: AWB 08 - 4782 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 februari 2009 in de zaak van: [eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres, tegen: het college van burgemeester en wethouders van Heemstede, verweerder. 1. Procesverloop Bij besluit van 8 oktober 2007 heeft verweerder geweigerd vrijstelling krachtens artikel 19, derde lid, Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) en bouwvergunning te verlenen voor het plaatsen van een fietsoverkapping/speelhuis op het perceel, plaatselijk bekend [adres]. Tegen dit besluit heeft eiseres bij brief van 20 november 2007 bezwaar gemaakt. Bij besluit van 29 april 2008 heeft verweerder het bezwaar deels gegrond en deels ongegrond verklaard, het besluit van 8 oktober 2007 herroepen en de aanvraag wederom geweigerd. Daarbij heeft verweerder verwezen naar het advies van 28 maart 2008, van de commissie voor bezwaarschriften. Tegen dit besluit heeft eiseres bij brief van 20 juni 2008 beroep ingesteld. Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden en een verweerschrift ingediend. Eiseres heeft bij brief van 9 november 2008 nadere stukken toegezonden. Het beroep is behandeld ter zitting van 27 november 2008, alwaar eiseres werd vertegenwoordigd door haar echtgenoot [echtgenoot]. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. drs. M.R. Staller, werkzaam bij de gemeente Heemstede. 2. Overwegingen 2.1 Door de afdeling Bouw- en Woningtoezicht van de gemeente Heemstede is medio 2006 geconstateerd dat in de voortuin van eiseres’ woning aan de [adres] een fietsoverkapping/speelhuis (verder: fietsoverkapping) is geplaatst, zonder bouwvergunning. In overleg met verweerder heeft eiseres alsnog voor de fietsoverkapping een bouwvergunning aangevraagd. 2.2 De rechtbank volgt niet de stelling van eiseres dat geen bouwvergunning is vereist omdat sprake is van een bouwwerk van beperkte omvang als bedoeld in artikel 3, aanhef, eerste lid, sub b van het Besluit bouwvergunningsvrije en licht-bouwvergunningplichtinge bouwwerken (hierna: Bblb) en omdat tevens sprake is van een speeltoestel als bedoeld in artikel 3, tweede lid, aanhef en onder a, Bblb. Naar haar oordeel wordt immers niet voldaan aan de in artikel 3, aanhef , eerste lid, sub b gegeven kenmerken, zodat ingevolge artikel 5 Bblb een lichte bouwvergunning is vereist. Voorts kan een fietsoverkapping/speelhuis niet aangemerkt worden als een speeltoestel, als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen. Verweerder heeft derhalve eiseres terecht in de gelegenheid gesteld een bouwvergunning voor de fietsoverkapping aan te vragen. 2.3 Verweerder heeft de bouwvergunning vervolgens geweigerd omdat het bouwplan in strijd is met het geldende bestemmingsplan. Ingevolge de planvoorschriften behorende bij het bestemmingsplan zijn in de voortuin van het perceel van eiseres geen dergelijke bouwwerken toegestaan. Verweerder heeft in het primaire besluit noch in het bestreden besluit uiteengezet wat met ‘dergelijke bouwwerken’ wordt bedoeld. Eerst ter zitting heeft verweerder uiteengezet dat hij zich op het standpunt stelt dat de fietsoverkapping een gebouw is en meer specifiek een bijgebouw. Het bouwplan is naar de mening van verweerder daarom in strijd met het bestemmingsplan. Vervolgens heeft verweerder tevens geweigerd vrijstelling te verlenen op grond van artikel 19, derde lid Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO). 2.4 Ingevolge artikel 44, eerste lid, onder c, van de Woningwet, dient een bouwvergunning te worden geweigerd, indien het bouwen in strijd is met een bestemmingsplan of met de eisen die krachtens zodanig plan zijn gesteld. 2.5 Ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan ‘Schilderswijk’ rust op het in geding zijnde perceel de bestemming ‘Tuin’. Ingevolge artikel 11, tweede lid van de planvoorschriften zijn op voor ‘tuin’ bestemde gronden toelaatbaar (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.