RECHTBANK HAARLEM Sector kanton Locatie Haarlem zaak/rolnr.: 356137 / CV EXPL 07-7649 datum uitspraak: 25 maart 2009 VONNIS VAN DE KANTONRECHTER inzake de besloten vennootschap People Buy More Green B.V. met in gang van 26 augustus 2008 in staat van faillissement verklaard, met benoeming van mr. R. Mulder als curator te Haarlem eisende partij in conventie verwerende partij in reconventie hierna te noemen PBMG gemachtigde mr. R.B.M. van Poorten tegen [gedaagde] te [woonplaats] gedaagde partij in conventie eisende partij in reconventie hierna te noemen [gedaagde] gemachtigde mr. M. Velsink De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 30 januari 2008, met de in dat vonnis genoemde gedingstukken; - de akte na tussenvonnis van [gedaagde] en de akte uitlating na tussenvonnis van PBMG, beiden van 13 februari 2008; - het proces-verbaal getuigenverhoor van 23 mei 2008; - de akte uitlating getuigen PBMG van 4 juni 2008; - het proces-verbaal getuigenverhoor van 25 augustus 2008; - het faillissement van PBMG met ingang van 26 augustus 2008, met aanstelling van mr. R. Mulder als curator; - het bericht van de curator van 19 november 2008 dat het geding in conventie niet door hem wordt overgenomen; - de akte [gedaagde] uitlating faillissement van 31 december 2008, tevens verzoek ontslag van instantie in conventie; - het betekeningsexploot van [gedaagde] van 11 februari 2009 oproeping curator in reconventie. Ten slotte is vonnis bepaald op heden. De verdere beoordeling In conventie Uit de processtukken blijkt dat PBMG met ingang van 26 augustus 2008 in staat van faillissement is gesteld, met aanstelling van mr. R. Mulder als curator (hierna: de curator). De curator heeft op 19 november 2008 te kennen gegeven het geding in conventie niet over te nemen na daartoe door [gedaagde] te zijn opgeroepen in de zin van artikel 27 lid 1 Faillissementswet (Fw). Vervolgens heeft [gedaagde] verzocht om ontslag van instantie in conventie. De kantonrechter overweegt dat het verzoek om ontslag van instantie in conventie van [gedaagde] in beginsel op grond van artikel 27 lid 2 Fw toewijsbaar is. Dit is alleen anders, indien er feiten of omstandigheden zijn gesteld of gebleken op grond waarvan geoordeeld zou moeten worden dat toewijzing van het verzoek in strijd is met de eisen van een goede procesorde. Daarvan is onder meer sprake indien de vorderingen in conventie en reconventie zodanig verweven zijn dat de band tussen beide vorderingen niet zonder noodzaak dient te worden verbroken. In het onderhavige geval zijn de vordering in conventie en die in reconventie ten nauwste met elkaar verweven; het verweer van [gedaagde] tegen de conventionele vordering dat aan hem geen geldlening is verstrekt, vormt in wezen de keerzijde van de stelling van [gedaagde] in de reconventionele vordering dat hij nog recht heeft op loonbetaling over de maanden maart, april en mei
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.