RECHTBANK HAARLEM Sector Strafrecht Locatie Haarlem Meervoudige strafkamer Parketnummer: 15/666429-08 Uitspraakdatum: 13 oktober 2009 Verstek Strafvonnis Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 29 september 2009 in de zaak tegen: [verdachte], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], wonende te [adres]. 1. Tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: PRIMAIR: hij op of omstreeks 03 juni 2008 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, opzettelijk - (een) als echt(
- e)en onvervalst(
- e)bankbiljet(ten) heeft uitgegeven, twee bankbiljet(ten) van tweehonderd euro (EUR 200,-), dat/die verdachte zelf heeft nagemaakt en/of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing verdachte, toen hij dat/die bankbiljet(ten) ontving, bekend was en/of - drie bankbiljet(ten) van tweehonderd euro (EUR 200,-), dat die verdachte zelf heeft nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing verdachte, toen hij die dat/die ontving bekend was, met het oogmerk om dat/die als echt en onvervalst uit te geven of te doen uitgeven, in voorraad heeft gehad; SUBSIDIAIR: hij op of omstreeks 03 juni 2008 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk twee vals(
- e)of vervalst(
- e)bankbiljet(ten) van tweehonderd euro (EUR 200,-) heeft uitgegeven. 2. Voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 3. Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder primair tenlastegelegde feit en gevorderd dat verdachte ter zake zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden en dat de onder verdachte inbeslaggenomen en niet teruggegeven valse bankbiljetten worden onttrokken aan het verkeer. 4. Bewijs 4.1. Redengevende feiten en omstandigheden Verdachte heeft op 3 juni 2008 op de luchthaven Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, een ticket gekocht bij de kassa van de KLM Passenger Services. Verdachte heeft onder meer betaald met een bankbiljet van € 200,-, dat door het daarvoor bestemde controleapparaat als niet juist werd herkend. Vervolgens is het voornoemde bankbiljet op enkele echtheidskenmerken gecontroleerd en werd vastgesteld dat op voornoemd bankbiljet niet voelbaar was de op euro bankbiljetten gebruikte plaatdruk techniek, waarbij normaliter het reliëf in de gebruikte drukinkt wel voelbaar is, dat de in euro bankbiljetten aangebrachte veiligheidsdraad niet oplichtte na aanstraling met ultraviolet licht, terwijl dit bij juiste euro bankbiljetten wel het geval is, dat het serienummer van het biljet niet op het biljet was gedrukt in de op euro bankbiljetten gebruikte boekdruk druktechniek, en dat er geen duidelijke randen zichtbaar waren rondom de gedrukte letter en cijfercombinatie, terwijl deze randen normaliter wel zichtbaar zijn. Desgevraagd verklaarde verdachte aan de ter plaatse aangekomen wachtmeester der Koninklijke Marechaussee dat hij zojuist had betaald met voornoemd bankbiljet. Hierop is verdachte aangehouden. Verdachte is onderworpen aan een insluitingsfouillering. Hierbij werden onder andere vier bankbiljetten van € 200,- aangetroffen. Gezien werd dat ook deze bankbiljetten de eerder genoemde echtheidskenmerken misten. De vijf bankbiljetten zijn vervolgens door het Expertisecentrum Identiteitsfraude en Documenten technisch onderzocht bij welk onderzoek gebleken is dat alle vijf onderzochte bankbiljetten vals waren en dat geen van de bankbiljetten was voorzien van een watermerk, van een bedrukking in optisch variabele inkt en van een bedrukking in plaatdruk techniek. Verdachte heeft verklaard dat hij vier bankbiljetten van 200 euro van een vriend heeft gekregen van wie hij de identiteit niet bekend wil maken en dat hij het andere biljet van 200 euro heeft verkregen bij het wisselen van kleine bedragen bij een cafe bij een parkeerplaats in Amsterdam, waarvan hij de namen niet wil noemen. 4.2. Bewijsoverweging In aanmerking genomen dat bankbiljetten van 200 euro in het betalingsverkeer niet courant zijn en dat de schade die verdachte door de inbeslagneming van de vijf valse bankbiljetten van 200 euro zou hebben geleden 1000 euro zou bedragen, wanneer hij bij de ontvangst van die valse bankbiljetten niet zou hebben geweten dat die bankbiljetten vals waren, is de rechtbank van oordeel dat de verklaring van verdachte dat hij de 5 (valse) bankbiljetten uit twee verschillende bronnen heeft verkregen en dat hij bij de ontvangst van die bankbiljetten niet wist dat die bankbiljetten vals waren, ongeloofwaardig is, nu hij geen informatie heeft willen verschaffen die zou kunnen leiden tot identificatie van die bronnen. 4.3. Bewezenverklaring Gezien het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder primair ten laste gelegde heeft begaan, in dier voege dat hij op 03 juni 2008 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk - als echt en onvervalst bankbiljet heeft uitgegeven, een bankbiljet van tweehonderd euro, waarvan de valsheid verdachte, toen hij dat bankbiljet ontving, bekend was en - drie bankbiljetten van tweehonderd euro, waarvan de valsheid verdachte, toen hij die ontving bekend was, met het oogmerk om die als echt en onvervalst uit te geven of te doen uitgeven, in voorraad heeft gehad. Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging. Hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. 5. Strafbaarheid van het feit Het bewezenverklaarde levert op: Opzettelijk als echt en onvervalst bankbiljet uitgeven een bankbiljet, waarvan de valsheid hem, toen hij dit ontving, bekend was en opzettelijk als echte en onvervalste bankbiljetten, bankbiljetten, waarvan de valsheid hem, toen hij deze ontving, bekend was, in voorraad hebben met het oogmerk om ze als echt en onvervalst uit te geven of te doen uitgeven. 6. Strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar. 7. Motivering van sanctie Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft een vals bankbiljet van € 200,- uitgegeven, als ware dit echt en onvervalst. Hierdoor is het in het betalingsverkeer noodzakelijke vertrouwen in de nationale valuta geschonden. Tevens heeft verdachte valse bankbiljetten van € 200,- in voorraad gehad, met het oogmerk deze uit te (doen) geven als echt en onvervalst. Het in bezit hebben en uitgeven van valse bankbiljetten schaadt het vertrouwen dat in de samenleving in geld - met name bankbiljetten - moet kunnen worden gesteld. De officier van justitie heeft de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden gevorderd. Deze eis is in overeenstemming met de straf die ten aanzien van dit soort misdrijven in vergelijkbare gevallen pleegt te worden opgelegd. Noch in de omstandigheden van de onderhavige zaak, noch in de persoonlijke omstandigheden van verdachte vindt de rechtbank aanleiding om daarvan af te wijken. 8. Overige beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen Onttrekking aan het verkeer De rechtbank is van oordeel dat de in beslaggenomen voorwerpen, te weten vijf valse bankbiljetten van € 200,-, dienen te worden onttrokken aan het verkeer. Met vier van deze valse bankbiljetten die aan verdachte toebehoren, zijn de bewezen verklaarde feiten begaan. Met betrekking tot het andere biljet is een strafbaar feit begaan. Het ongecontroleerde bezit van voormelde in beslaggenomen voorwerpen is in strijd met de wet. 9. Toepasselijke wettelijke voorschriften De volgende wetsartikelen zijn van toepassing: 36b, 36c, 57, 209 van het Wetboek van Strafrecht. 10. Beslissing De rechtbank: Verklaart bewezen dat verdachte de onder primair tenlastegelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.3. vermeld. Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder primair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij. Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten oplevert. Verklaart verdachte hiervoor strafbaar. Veroordeelt verdachte wegens deze feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van TWEE
(2)MAANDEN. Onttrekt aan het verkeer: - 5 valse bankbiljetten van 200 euro. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum Dit vonnis is gewezen door mr. E.P.W. van de Ven, voorzitter, mr. R.E.A. Toeter en mr. F.G. Hijink, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier W. van den Bergh, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 oktober 2009.