RECHTBANK HAARLEM Sector kanton Locatie Haarlem zaak/rolnr.: 469943 / VV EXPL 10-143 datum uitspraak: 5 juli 2010 VONNIS VAN DE KANTONRECHTER IN KORT GEDING inzake [eiser] te [woonplaats] eiser hierna te noemen [eiser] gemachtigde mr. K. Beishuizen tegen [gedaagde] te [woonplaats] gedaagde hierna te noemen [gedaagde] gemachtigde mr. S. Faber De procedure [eiser] heeft [gedaagde] op 16 juni 2010 gedagvaard. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 28 juni
- De gemachtigde van [gedaagde] heeft pleitnotities overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht. De feiten
- [eiser] huurt sinds 4 oktober 2002 van Stichting Pré Wonen de woning[adres] te [woonplaats].
- Begin 2004 zijn partijen een relatie met elkaar begonnen, waarbij [gedaagde] bij [eiser] is ingetrokken.
- Bij brief van 24 maart 2010 heeft Pré Wonen aan [eiser] doen weten dat zij het verzoek van [eiser] om [gedaagde] het medehuurderschap te verlenen afwijst, omdat zij onvoldoende aangetoond acht dat sprake is van een duurzame gemeenschappelijke huishouding.
- Nadat partijen hun relatie hadden verbroken, is [gedaagde] in de woning blijven wonen.
- [eiser] heeft zijn intrek genomen bij het Leger des Heils. De vordering [eiser] vordert bij wijze van voorlopige voorziening (samengevat) veroordeling van [gedaagde] tot ontruiming van de woning. [eiser] stelt dat [gedaagde] thans zonder recht of titel in de woning verblijft. [eiser] durft niet terug naar de woning omdat hij door [gedaagde] en haar huidige vriend wordt bedreigd. [eiser] heeft een spoedeisend belang bij zijn vordering, omdat voortzetting van de huidige situatie - [eiser] verblijft in de slaaphoek van het Leger des Heils - onhoudbaar is. Het verweer [gedaagde] betwist de vordering en voert daartoe onder meer het volgende aan. [eiser] heeft [gedaagde] in 2004 uit Marokko naar Nederland gehaald. Hij heeft [gedaagde] echter meer als hulp in de huishouding en persoonlijk verzorgster behandeld dan als gelijkwaardig partner. Hoewel partijen niet met elkaar waren getrouwd of een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan, was in wezen sprake van een samenwoning gelijk aan een huwelijk. Aanvankelijk was het de bedoeling van partijen dat [eiser] zou gaan verhuizen, zodat [gedaagde] in de woning aan de [adres] zou kunnen blijven wonen. [eiser] heeft een morele verplichting tegenover [gedaagde], die thans zes maanden zwanger is van een gehuwde man, geen familie of vrienden in Nederland heeft en nergens anders heen kan. De redelijkheid en de billijkheid verzetten zich tegen de ontruiming van de woning door [gedaagde]. Daar komt bij dat [eiser] geen spoedeisend belang heeft bij zijn vordering, nu hij een onderkomen heeft gevonden bij het Leger des Heils. De beoordeling Voldoende aannemelijk is dat [eiser], gelet op de situatie waarin hij thans verkeert, een spoedeisend belang heeft bij terugkeer naar zijn woning. Hij kan dan ook in zijn vordering worden ontvangen. De gevorderde voorlopige voorziening komt slechts voor toewijzing in aanmerking als in dit geding aan de hand van de feiten en omstandigheden de verwachting gewettigd is dat in een tussen partijen nog te voeren bodemprocedure een vordering van [eiser] tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woonruimte zal worden toegewezen. Vast staat dat [gedaagde] thans zonder recht of titel in de woning aan de [adres] verblijft. Het moreel appel dat [gedaagde] op [eiser] doet, kan geen rechtsgrond opleveren voor het verblijf van [gedaagde] in die woning. Ook de omstandigheid dat [gedaagde] zich thans in een moeilijke situatie bevindt kan, wat daar ook van zij, er niet toe leiden dat de ontruiming van de woning naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Voldoende aannemelijk is dat [eiser] in een bodemprocedure zal slagen in een vordering tot ontruiming van de woning. Dit brengt mee dat de vordering om [gedaagde] bij wijze van voorlopige voorziening tot ontruiming van de woning te veroordelen, zal worden toegewezen. De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] omdat deze in het ongelijk wordt gesteld. De beslissing De kantonrechter: - veroordeelt [gedaagde] bij wijze van voorlopige voorziening om de woning aan de [adres] te [woonplaats] met de haren en het hare te ontruimen en ontruimd te houden; - machtigt [eiser] om op kosten van [gedaagde], zo nodig met behulp van de sterke arm, de woonruimte door een deurwaarder te laten ontruimen indien [gedaagde] dat zelf niet tijdig doet; - veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [eiser] tot en met vandaag worden begroot op de volgende bedragen: dagvaarding € 87,93 vastrecht € 111,00 salaris gemachtigde € 400,00, te voldoen aan de griffier door overmaking op rekeningnummer RBS 56.99.90.629 ten name van MvJ arrondissement Haarlem onder vermelding van "proceskostenveroordeling" en het zaak- en rolnummer; - verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; - wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Dubois, bijgestaan door drs. A.J. Verkruisen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.