← Nederland

ECLI:NL:RBHAA:2010:BO2359

RECHTBANK HAARLEM Sector Strafrecht Locatie Schiphol Meervoudige strafkamer Parketnummer: 15/800381-07 Uitspraakdatum: 4 oktober 2010 Beslissing na voorwaardelijke veroordeling

  1. Ontstaan en loop van de procedure Op 13 april 2010 is ter griffie van de rechtbank ontvangen de vordering na voorwaardelijke veroordeling van de officier van justitie van 12 april 2010, betreffende een onherroepelijk geworden vonnis van de meervoudige strafkamer van deze rechtbank van 19 juli 2007, waarbij [veroordeelde], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], wonende te [adres], is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met bevel dat een gedeelte, groot 10 maanden, van die gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde voor het einde van een op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Bij onherroepelijk geworden vonnis van de politierechter in de rechtbank ’s-Hertogenbosch d.d. 4 juni 2008 is de proeftijd, bepaald bij voornoemd vonnis van 19 juli 2007, verlengd met één jaar en is daaraan als bijzondere voorwaarde verbonden, dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen hem te geven door of namens de Reclassering Nederland, Regio [plaatsnaam], zolang deze instelling zulks noodzakelijk acht, ook indien dit een ambulante behandeling inhoudt. Op 20 september 2010 is de vordering op een openbare terechtzitting behandeld. Veroordeelde is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman mr. [naam], advocaat te Bergen op Zoom. Voorts was aanwezig de officier van justitie mr. [naam]
  2. Beoordeling De rechtbank heeft kennis genomen van de dossierstukken, waaronder in het bijzonder: - kopieën van de aan veroordeelde toegezonden mededelingen zoals bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering; - het afloopbericht van Novadic Kentron, netwerk voor verslavingszorg, d.d. 11 februari 2010; - de brief (met bijlagen) van de raadsman van veroordeelde van 12 augustus
  3. De officier van justitie heeft ter terechtzitting – in afwijking van haar schriftelijke vordering tot tenuitvoerlegging van de 10 maanden gevangenisstraf – gerekwireerd tot gedeeltelijke tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf en wel een gedeelte van 4 maanden. De officier van justitie heeft voorts gevorderd om deze gevangenisstraf om te zetten in een werkstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis. De rechtbank heeft bij het onderzoek ter terechtzitting bevonden dat zij bevoegd is over de vordering te oordelen en dat de officier van justitie daarin ontvankelijk is. Uit het afloopbericht blijkt dat veroordeelde tot 16 juni 2009 zijn afspraken met de reclassering redelijk goed is nagekomen, maar dat hij in de tweede helft van 2009 van de tien geplande gesprekken er zeven heeft verzuimd. Gezien dit afloopbericht en gelet op het onderzoek ter terechtzitting – waar veroordeelde, kort gezegd, heeft toegegeven (te) laks te zijn geweest in het nakomen van zijn afspraken – is de rechtbank van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat veroordeelde de hiervoor vermelde bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd. Dat brengt met zich dat in principe grond bestaat voor de tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf. Uit het afloopbericht van Novadic Kentron blijkt echter ook dat er gedurende het toezicht door de reclassering vele positieve resultaten zijn behaald. Veroordeelde heeft nog steeds een eigen huurwoning en hij ontvangt schuldhulpverlening van de gemeente [plaatsnaam]. Daarnaast volgt veroordeelde een psychosociale behandeling en psychotherapie bij [naam instelling] en zijn inzet en motivatie hiervoor zijn goed te noemen. Voorts blijkt uit de door de raadsman van veroordeelde overgelegde stukken, dat veroordeelde gemotiveerd en naar tevredenheid arbeid heeft verricht voor een loodgietersbedrijf, dat hij een programma bij Exodus heeft gevolgd, dit met succes heeft afgerond en nog steeds contacten onderhoudt met Exodus en dat hij zich op dit moment gemotiveerd inzet voor de vereniging Humanitas en wel voor het project Delinkwentie & Samenleving. De rechtbank is van oordeel dat gelet op de persoonlijke omstandigheden van veroordeelde alsmede het feit dat een aantal doelen van het reclasseringstoezicht wel is behaald (slechts) een gedeeltelijke tenuitvoerlegging dient te worden bevolen en dat – met toepassing van het bepaalde in artikel 14g, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht – in plaats van een last tot tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf een taakstraf dient te worden gelast. Alles afwegende acht de rechtbank na te noemen beslissing gerechtvaardigd.
  4. Beslissing De rechtbank: wijst gedeeltelijk toe de vordering van de officier van justitie; gelast de tenuitvoerlegging van een gedeelte groot honderd

(100)dagen van de eerder niet ten uitvoer gelegde gevangenisstraf van tien
(10)maanden, opgelegd bij vonnis van deze rechtbank d.d. 19 juli 2007, waarvan de proeftijd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank ’s-Hertogenbosch d.d. 4 juni 2008 is verlengd met één jaar; gelast dat in plaats van deze gevangenisstraf een taakstraf dient te worden verricht, bestaande uit een werkstraf voor de duur van tweehonderd
(200)uren, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door honderd
(100)dagen hechtenis; wijst de vordering van de officier van justitie voor het overige af. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum Deze beslissing is gegeven door mr. S. Jongeling, voorzitter, mrs. E.P.W. van de Ven en A.J. Wolfs, rechters, in tegenwoordigheid van de griffiers J.A. Huismans en S. Hoeben, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 4 oktober 2010. Mr. A.J. Wolfs is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.