RECHTBANK HAARLEM Sector Strafrecht Locatie Schiphol Meervoudige strafkamer Parketnummer: 15/800889-10 Uitspraakdatum: 27 oktober 2010 Tegenspraak Strafvonnis Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 13 oktober 2010 in de zaak tegen: [verdachte], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland, thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Zwaag Hoorn, locatie Zwaag. 1. Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd: feit 1: hij op of omstreeks 20 juli 2010 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, op een luchtvaartterrein als omschreven in artikel 1 van de Luchtvaartwet, een vuurwapen van categorie III, te weten een (omgebouwd) knal/gaspistool van het merk BBM, model 315 Auto, kaliber 6,35 mm, voorhanden heeft gehad. feit 2: hij op of omstreeks 20 juli 2010 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, op een luchtvaartterrein als omschreven in artikel 1 van de Luchtvaartwet, munitie van categorie II, te weten vijf kogelpatronen (HP 6,35 mm), voorhanden heeft gehad. feit 3: hij op of omstreeks 20 juli 2010, te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, een voorwerp, te weten een geldbedrag van EURO 10.725, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten bovengenoemd geldbedrag, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat bovenomschreven voorwerp – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was uit enig misdrijf. 2. Voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 3. Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten en gevorderd dat verdachte ter zake daarvan zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat het in beslag genomen geldbedrag verbeurd wordt verklaard en dat het/de in beslag genomen wapen en munitie aan het verkeer wordt onttrokken. 4. Bewijs 4.1. Redengevende feiten en omstandigheden Op 20 juli 2010 werd een passagier, de latere verdachte, aan een veiligheidscontrole onderworpen op de luchthaven Schiphol. De passagier was voornemens te reizen naar Curaçao met vlucht KL785. Een van de medewerkers van het beveiligingsbedrijf zag een manspersoon met donkere ogen en huidskleur, ongeveer 1,70 meter lang. Deze man had donkere kleding aan en een zwarte jas. Een andere beveiligingsmedewerker vroeg de man zijn handbagage en zwarte jas ter controle op de band te leggen van de zogenoemde x-ray machine. Op het beeldscherm van de x-ray machine zag de medewerker in de zwarte jas van de passagier een op een vuurwapen gelijkend voorwerp zitten. Het wapen is vervolgens veilig gesteld. In het wapen werd een patroonhouder met daarin vijf kogelpatronen aangetroffen. Het wapen bleek een omgebouwd knal/gaspistool van het merk BBM, model 315 Auto, kaliber 6,35 mm, te zijn. Het betreft een vuurwapen van categorie III van de Wet wapens en munitie. De munitie, de vijf kogelpatronen, bleek van het kaliber 6,35 mm te zijn en had als opschrift op de huls: HP 6,35 mm. Het betreft munitie van categorie II van de Wet wapens en munitie. Tijdens de fouillering werd bij verdachte een grote hoeveelheid geld in de rechter achterzak van zijn spijkerbroek aangetroffen. Het gaat om een bedrag van in totaal € 10.725,00, welk bedrag als volgt is samengesteld: 1 biljet van € 200,=, 164 biljetten van € 50,=, 108 biljetten van € 20,=, 16 biljetten van € 10,= en 1 biljet van € 5,=. Bij zijn verhoor voor de inverzekeringstelling verklaarde verdachte dat hij het pistool zelf in zijn jaszak had gestopt en dat hij het pistool de zondag daarvoor op het kwakoefestival in Amsterdam Zuidoost op straat had gevonden. Hij zou op 20 juli 2010 terugvliegen naar Curaçao maar hij was vergeten dat hij het pistool in zijn jaszak had gedaan. Verdachte heeft tijdens de behandeling ter terechtzitting verklaard dat hij dit inderdaad ten overstaan van de hulpofficier van justitie heeft verklaard en dat de inhoud van het door deze opgemaakte proces-verbaal van verhoor voor inverzekeringstelling juist is. De rechtbank ziet – anders dan de raadsvrouw – reeds gelet hierop geen reden om niet acht te mogen slaan op deze verklaring van verdachte. Zowel bij de rechter-commissaris als bij de Koninklijke Marechaussee heeft verdachte zich verder op zijn zwijgrecht beroepen. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij zijn jas tijdens zijn verblijf in Nederland aan een familielid had uitgeleend en nadat hij deze had terug gekregen aan de kapstok had gehangen. Toen hij naar het vliegveld vertrok, heeft hij de jas van de kapstok gepakt en bovenop zijn koffer gelegd. Verdachte bevestigde, zoals gezegd, dat hij eerder heeft gezegd het wapen op het kwakoefestival gevonden te hebben. Hij was echter toen in shock vanwege de verdenking jegens hem en bovendien had hij het vermoeden dat een familielid er iets mee te maken had. De naam van het familielid aan wie hij zijn jas had uitgeleend, wil verdachte niet noemen en hij beroept zich daarbij op zijn verschoningsrecht. Verdachte verklaart voorts dat hij zoveel geld bij zich had omdat hij voornemens was een auto te kopen in Nederland. Die betreffende auto was echter al verkocht. Verdachte zegt veel in auto’s te handelen, zowel in Nederland als in België en Duitsland. Hij koopt dan de auto’s hier, verscheept deze via Rotterdam naar Curaçao, alwaar hij ze aflevert aan de uiteindelijke kopers. Verdachte weet niet hoeveel inkomen hij met de autohandel verdient. Hij geeft deze verdiensten niet in Nederland en ook niet in Curaçao bij de belastingdienst op. Op de zitting heeft verdachte nog verklaard dat hij in verband met het overlijden van zijn opa een erfenis heeft ontvangen, waardoor hij in staat was grond te verkopen aan een supermarkt, en dat hij 350.000 euro aan inkomsten heeft gehad. De rechtbank hecht geen geloof aan de – wisselende – verklaringen van verdachte. Dit oordeel berust op de volgende overwegingen. Voor wat betreft het vuurwapen is niet relevant hoe hij daaraan gekomen is, hij had het op Schiphol voorhanden. Verdachte had het wapen in zijn jas die hij bij zich droeg. Mede gelet op het gewicht van een echt vuurwapen kan het redelijkerwijs niet anders dan dat verdachte wist dat zich in zijn jas een met munitie geladen wapen bevond. De verklaringen van verdachte over de herkomst van het bij hem aangetroffen geld zijn evenmin geloofwaardig. Zijn naar het oordeel van de rechtbank vage beweringen bevatten geen concrete, min of meer verifieerbare feiten en omstandigheden omtrent die herkomst. Voor zover verdachte beweert zich met autohandel te hebben bezig gehouden en/of een erfenis te hebben ontvangen heeft hij, hoewel dat op zijn weg lag, geen enkel relevant bewijsstuk van zijn beweringen kunnen produceren. Hieraan kan worden toegevoegd dat verdachte, hoewel hij zegt veel in auto’s te handelen, geen enkele naam kan noemen van handelspartners of transporteurs in Nederland of elders in Europa. Een en ander houdt in dat verdachte geen redelijke verklaring kan geven voor de grote hoeveelheid cash geld die hij bij zich had. De rechtbank komt op grond van bovengeschetste feiten en omstandigheden, in onderling(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.