RECHTBANK HAARLEM Sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer Zaaknummers: AWB 09/3619 en AWB 09/3620 Uitspraakdatum: 5 oktober 2010 Uitspraak in de gedingen tussen [X] N.V., gevestigd te [Z], eiseres, gemachtigde: drs. R. Oorthuizen en de inspecteur van de Belastingdienst/[P], verweerder. 1. Ontstaan en loop van het geding 1.1.1. Eiseres heeft op haar aangifte voor het eerste kwartaal van 2006 € 3.052 omzetbelasting voldaan. 1.1.2. Eiseres heeft op haar aangifte voor het derde kwartaal van 2008 € 24.835 omzetbelasting voldaan. 1.2. Verweerder heeft bij uitspraken op bezwaar van 24 juli 2009 geen teruggaaf verleend. 1.3. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de onder 1.2 bedoelde uitspraken. Verweerder heeft op de zaken betrekking hebbende stukken overgelegd en verweerschriften ingediend. 1.4. Eiseres heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn in afschrift verstrekt aan verweerder. 1.5. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 september 2010. Namens eiseres is verschenen de gemachtigde. Namens verweerder zijn verschenen mr. F.J. Dijkhuizen en R.J. Oosterhof. De gemachtigde van eiseres heeft een pleitnota voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan de rechtbank en aan verweerder. 2. Tussen partijen vaststaande feiten 2.1. Eiseres is tussenhandelaar in tandprothesen en kwalificeert in 2006 niet als tandarts of tandtechnicus. In 2008 kwalificeert eiseres wel als tandtechnicus. 2.2. Eiseres levert tandprothesen aan tandartsen/afnemers die zijn gevestigd in Nederland, andere lidstaten van de Europese Unie en derde landen. 2.3. De tandarts/afnemer maakt zelf de benodigde afdruk bij de patiënt. De afdruk wordt vervolgens naar eiseres gestuurd of door eiseres opgehaald en via Schiphol naar een tandtechnisch laboratorium in het Verre Oosten of Oost-Europa verzonden. 2.4. Het tandtechnisch laboratorium vervaardigt aan de hand van de afdruk de tandprothese en verzendt deze naar Schiphol. Eiseres haalt de tandprothese op Schiphol af en voert deze, indien vereist, in. Ter zake van de invoer c.q. de verwerving voldoet eiseres omzetbelasting. De bij invoer verschuldigde omzetbelasting is voldaan met toepassing van de vergunning genoemd in artikel 23 van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: Wet OB). 2.5. Vervolgens verzendt eiseres de tandprothese naar de tandarts/afnemer. 2.6. Naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad van 3 april 2009, nr. 43.446 heeft verweerder eiseres voor het eerste kwartaal 2006 ambtshalve een teruggaaf verleend van € 4.923, zijnde de verlegde omzetbelasting die eiseres wegens de invoer van tandprothesen op aangiften heeft voldaan. 3. Geschil en standpunten van partijen 3.1.1. Voor het eerste kwartaal 2006 is in geschil of eiseres recht heeft op aftrek van voorbelasting in verband met de binnenlandse (vrijgestelde) levering van tandprothesen. 3.1.2. Voor het derde kwartaal 2008 is in geschil of eiseres omzetbelasting is verschuldigd wegens de invoer en intracommunautaire verwerving van tandprothesen. 3.2. Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van de beroepen, vernietiging van de uitspraken op bezwaar en verlening van een teruggaaf van € 6.342 voor het eerste kwartaal 2006 en een teruggaaf van € 24.835 voor het derde kwartaal 2008. 3.3. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van de beroepen. 3.4. Voor de standpunten van partijen verwijst de rechtbank naar de gedingstukken en het aangehechte proces-verbaal. 4. Beoordeling van het geschil Eerste kwartaal 2006 ( AWB 09/3619) Wettelijk kader 4.1.1. Ingevolge artikel 1, onderdeel b, van de Wet OB wordt onder de naam ‘omzetbelasting’ onder meer een belasting geheven ter zake van intracommunautaire verwervingen van goederen onder bezwarende titel in Nederland door een als zodanig handelend ondernemer en door rechtspersonen, andere dan ondernemers. 4.1.2. Ingevolge artikel 11, eerste lid, onderdeel g, sub 1º, van de Wet OB zijn van belasting vrijgesteld de diensten (…) en door tandtechnici; de leveringen van tandprothesen; (…). 4.1.3. Ingevolge artikel 13 A, eerste lid, aanhef en sub e, van de Zesde richtlijn verlenen de lidstaten, onverminderd andere communautaire bepalingen, vrijstelling voor de onderstaande handelingen, onder de voorwaarden die zij vaststellen om een juiste en eenvoudige toepassing van de desbetreffende vrijstellingen te verzekeren en alle fraude, ontwijking en misbruik te voorkomen: e. de door tandtechnici in het kader van hun beroep verrichte diensten, alsmede het verschaffen van tandprothesen door tandartsen en tandtechnici; 4.1.4. Ingevolge artikel 17, tweede lid, van de Zesde richtlijn mag de belastingplichtige voor zover de goederen en diensten worden gebruikt voor belaste handelingen, van de door hem verschuldigde belasting aftrekken: (…). Beoordeling 4.2. Eiseres doet voor de (binnenlandse) levering van de tandprothesen een beroep op de vrijstelling van artikel 11, eerste lid, onderdeel g, van de Wet OB en voor de aftrek een beroep op artikel 17, tweede lid, van de Zesde richtlijn. Nu de Zesde richtlijn de desbetreffende vrijstelling beperkt tot de levering van tandprothesen door tandartsen en tandtechnici en eiseres niet als zodanig kwalificeert, stelt eiseres zich op het standpunt dat zij op grond van de Zesde richtlijn recht heeft op aftrek van de in verband met de leveringen aan haar in rekening gebrachte omzetbelasting. Verweerder stelt zich op het standpunt dat een belastingplichtige die gebruik maakt van een vrijstelling in de Wet OB die niet in overeenstemming is met de Zesde richtlijn, geen recht heeft op aftrek van voorbelasting. 4.3.1. Punt 44 van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 19 januari 1982, nr. 8/81 (Becker), luidt als volgt: “Daaromtrent valt op te merken dat volgens het stelsel van de richtlijn degenen die aanspraak kunnen maken op vrijstelling, juist doordat zij van deze mogelijkheid gebruik maken, enerzijds noodzakelijkerwijze afstand doen van het recht op aftrek van voorbelasting, en anderzijds, omdat zij van de belasting zijn vrijgesteld, deze ook niet kunnen afwentelen op degenen te wier behoeve zij hun diensten verrichten. Rechten van derden kunnen mitsdien in beginsel niet worden aangetast.” 4.3.2. Punt 41 van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 14 december 2006, nr. C-401/05 ([X]), luidt als volgt: “Bijgevolg kan een onderneming als VDP, die een nationale regeling als die in het hoofdgeding betwist op grond dat zij onverenigbaar is met de Zesde richtlijn, zich rechtstreeks op de bepalingen van deze laatste baseren teneinde te bewerkstellingen dat de betrokken leveringen van tandprothesen aan btw worden onderworpen, en bijgevolg de voorbelasting ter zake van die leveringen aftrekken.” 4.4. De rechtbank leidt uit de onder 4.3 geciteerde passages af dat aan de toepassing van artikel 11, eerste lid, onderdeel g, van de Wet OB onlosmakelijk is verbonden de uitsluiting van een recht op aftrek van voorbelasting op grond van artikel 15, tweede lid, van de Wet OB. Eiseres kan dus niet enerzijds een beroep doen op de bewoordingen van artikel 11, eerste lid, onderdeel g, van de Wet OB om te verlangen dat zij ter zake van haar leveringen geen omzetbelasting is verschuldigd en anderzijds een beroep op de Zesde richtlijn doen om de aftrek van voorbelasting te verlangen. Verweerder heeft terecht geweigerd aftrek of teruggaaf te verlenen van de in het eerste kwartaal van 2006 aan eiseres ter zake van de vrijgestelde leveringen in rekening gebrachte omzetbelasting. Derde kwartaal 2008 ( AWB 09/3620) Wettelijk kader 4.5.1. Ingevolge artikel 1, onderdeel b, van de Wet OB wordt onder de naam ‘omzetbelasting’ onder meer een belasting geheven ter zake van intracommunautaire verwervingen van goederen onder bezwarende titel in Nederland door een als zodanig handelend ondernemer en door rechtspersonen, andere dan ondernemers. 4.5.2. Ingevolge artikel 11, eerste lid, onderdeel g, sub 1º, van de Wet OB zijn van belasting vrijgesteld de leveringen van tandprothesen door tandartsen en tandtechnici. 4.5.3. Op grond van artikel 17e, aanhef en onderdeel a, van de Wet OB, wordt bij ministeriële regeling, ‘onder daarbij te stellen voorwaarden en beperkingen’, vrijstelling van belasting verleend voor intracommunautaire verwervingen van goederen waarvoor de levering in Nederland in elk geval is vrijgesteld. 4.5.4. Artikel 17e van de Wet OB is gebaseerd op artikel 140 van Richtlijn 2006/112/EG (hierna: Btw-richtlijn). Deze richtlijnbepaling luidt als volgt: ‘De lidstaten verlenen vrijstelling voor de volgende handelingen:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.