RECHTBANK HAARLEM Sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer Zaaknummer: AWB 10/525 Uitspraakdatum: 25 februari 2011 Uitspraak in het geding tussen X, wonende te Z, eiser, gemachtigde: mr. A en de inspecteur van de Belastingdienst/P, verweerder. 1. Ontstaan en loop van het geding 1.1.1. Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2003 een navorderingsaanslag (aanslagnummer ….H.37) inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 60.069. Tevens is een vergrijpboete opgelegd van € 7.524 en is € 3.123 heffingsrente in rekening gebracht. 1.1.2. Verweerder heeft op 16 december 2008 de bij de navorderingsaanslag over 2003 opgelegde boete ambtshalve verminderd met € 552 tot € 6.972. 1.2.1. Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2004 een navorderingsaanslag (aanslagnummer …H.47) IB/PVV opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 306.535. Tevens is een vergrijpboete opgelegd van € 74.078 en is € 27.769 heffingsrente in rekening gebracht. 1.2.2. Verweerder heeft op 16 december 2008 de bij de navorderingsaanslag over 2004 opgelegde boete ambtshalve verminderd met € 607 tot € 73.471. 1.3. Verweerder heeft bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar van 17 december 2009 de onder 1.1.1 en 1.2.1 bedoelde navorderingsaanslagen, boetes (na ambtshalve verminderingen) en beschikkingen heffingsrente gehandhaafd. 1.4. Eiser heeft daartegen beroep ingesteld. Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend. 1.5. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 december 2010. Eiser is, zonder bericht, niet verschenen. De rechtbank heeft ter zitting onderzocht of eiser behoorlijk is uitgenodigd voor de zitting, zodat het onderzoek kan worden voltooid. De griffier heeft eiser bij aangetekende brief, verzonden op 3 november 2010 en gericht aan het in het beroepschrift vermelde adres, onder vermelding van plaats en tijdstip, uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Eiser is, zonder bericht, niet verschenen. De brief is niet retour gekomen. Nu uit informatie van de website van TNT Post is gebleken dat de brief op 4 november 2010 is uitgereikt, is eiser behoorlijk uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Namens verweerder zijn verschenen B en C. 2. Tussen partijen vaststaande feiten 2.1. Eiser heeft na het verlaten van de middelbare school voornamelijk op Schiphol gewerkt, in het bijzonder als bagageafhandelaar voor diverse bedrijven. 2.2. Bij verweerder zijn de volgende (bruto)inkomensgegevens van eiser bekend: 2003: € 28.509 2004: € 10.825 Over de jaren 2003-2004 zijn bij verweerder geen gegevens bekend over eventuele vermogensbestanddelen van eiser, anders dan dat hij in deze jaren in het bezit is geweest van de volgende auto’s: Volkswagen Golf V5, van 21 maart 2003 tot en met 20 februari 2004 Volvo V40, van 27 februari 2004 tot en met 24 april 2006. 2.3. Op 22 juni 2004 zijn bij een huiszoeking bij eiser onder andere aangetroffen een bedrag van € 294.250 in contanten, alsmede een aantal exclusieve horloges en andere sieraden. 2.4. Eiser was, tot aan het opleggen van de onderhavige aanslagen, voor de inkomsten- dan wel omzetbelasting niet bekend bij verweerder en eiser heeft verweerder nooit verzocht om uitreiking van aangiftebiljetten voor (één van) deze belastingen. 2.5. Eiser heeft in een verhoor op 22 juni 2004 door de marechaussee verklaard: (…) Vr: Heeft u nog andere vormen van inkomsten? Anw: Ja ik verkoop oa horloges en telefoons en palmtopjes. Ik koop dat bij groothandels en of failliete juweliers. Ik weet niet bij welke groothandels. Dit gaat vaak via een Turkse vriend maar ook via andere personen. Ik wil de naam van die Turkse vriend niet noemen. Ik wil niet dat hij erbij betrokken wordt. Sinds een jaar of 4 handel ik in horloges en sinds 2 jaar in telefoons. Vr: Heeft u wel eens een erfenis gehad of geld gewonnen met loterijen of gokken? Anw: Ik heb een erfenis van mijn oma. Dit was een stuk land op Sint Kitts. Mijn moeder heeft dit stuk grond verkocht. Ik weet niet voor hoeveel maar het deel wat ik heb gekregen was 150000 dollar. Het is 3 of 4 jaar geleden dat ik het geld heb gekregen. Mijn moeder heeft ook papieren van de verkoop van dit stuk grond. De grond was eigenlijk van mijn overgrootmoeder. Mijn oma heeft dit toen geerft. Nadat zij overleden is, ik denk ongeveer 8 jaar geleden, is dit overgegaan naar mijn moeder. Maar mijn oma had het voor mij en voor mijn zus nagelaten. Mijn zus heeft geen geld van mijn moeder gekregen. Zij heeft er nooit om gevraagd. En ik had het nodig voor mijn handel in oa horloges, (…) Vr: Heeft u de afgelopen jaren uit andere zaken geld betrokken? Anw: Ik ben regelmatig naar Miami geweest om DVD’s in te kopen en dan hier weer te verkopen. Ik heb dit ongeveer 6 keer gedaan. Dit ging dan om ongeveer 30 a 40 DVD’s per keer. Ik kocht ze in voor tussen de 10 a 15 dollar en ik verkocht ze hier voor rond de 35 euro. Ik ben in maart voor het laatst in Miami geweest. En voor het eerst 4 jaar geleden wat de DVD’s betreft.’ Vr: Over welke spaargelden kunt u beschikken? Anw: Nee ik spaar nooit op de bank. Wat ik thuis heb is mijn geld. Vr: Hoeveel is dat dan? Anw: Dat had ik gisteren opgehaald want ik moest een paar weken wachten op mijn geld. Het is in totaal 285.000,- euro. Ik had mijn spaargeld ingezet om een grote partij geldtelmachines te kopen. Deze partij heb ik doorverkocht en uiteindelijk is mijn verdiende geld daarmee op 285000,- Ik heb 140.000 geinvesteerd en ik heb er 190.000 aan overgehouden. Ik had al zo’n 100.000 euro thuis. Vr: Waarom bewaart u zulke enorme geldbedragen thuis en niet op een bank? Anw: Het is iets standaarts van mij. Volgens mij mag je ook niet meer dan een bepaald bedrag sparen. Ik zou mijn geld op de bank willen storten maar als je grote bedragen bezit moet je vermogensbelasting betalen. Daarom hou ik ook geen boekhouding bij. Vr: Heeft u uberhaupt wel eens handel gedreven waar facturen van zijn? Anw: Nee, het gaat altijd zonder factuur Vr: Waarom? Anw: Ik ben geen officiele winkel of dealer. Vr: Hoeveel geldmachines waren het? Anw: Een hele container vol. Ik ben er niet persoonlijk bij betrokken geweest maar ik heb het samen met een maat van mij gedaan. Ik denk dat het zo’n 300 telmachines waren. Het kunnen er heel wat meer zijn want ik heb ze maar een keer gezien. Ik heb gewoon gezegd wat ik er voor terug wilde hebben aan geld en toen heb ik de hele partij voor dat bedrag weer verkocht. Ik heb er een zelf gehouden. Ik heb in totaal 140.000 voor de telmachines betaald en er 190.000 voor gevangen. (…)” 2.6. Eiser is op 2 mei 2006 door het Gerechtshof te Amsterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaren voor overtreding van de Opiumwet en de Wet wapens en munitie. In het arrest van het Gerechtshof is onder meer opgenomen: “(…) Bewezengeachte Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat -ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde- hij op 22 juni 2003 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, een onbekend gebleven hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I; -ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde- hij op 22 juni 2004 te Amsterdam een wapen van categorie III, te weten een revolver van het merk Colt, type Detective special, kaliber .38, en bijbehorende munitie van categorie III, te weten zes .38 special patronen, voorhanden heeft gehad. (…)” 2.7. Naar aanleiding van een strafrechtelijk financieel onderzoek (hierna: SFO) over de periode van 1 januari 2002 tot en met 22 juni 2004 is ten aanzien van eiser een wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld van € 371.003,49. 2.8. De rechtbank Haarlem heeft bij beslissing van 2 november 2007 het wederrechtelijk verkregen voordeel op € 5.000 bepaald. Tegen deze beslissing is door het Openbaar Ministerie hoger beroep ingesteld. In hoger beroep heeft het Gerechtshof te Amsterdam op 10 december 2010 het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 366.500. 2.9. Op 22 november 2008 heeft de advocaat-generaal van het Ressortspakket te Leeuwarden toestemming gegeven voor het gebruik van het SFO-rapport en andere stukken betreffende de strafzaak voor fiscale doeleinden. 2.10. Verweerder heeft het belastbaar inkomen van eiser over 2003 vastgesteld als volgt: Loon uit dienstbetrekking € 28.509 Correctie inkomsten uit overige werkzaamheden € 31.560 + Gecorrigeerd belastbaar inkomen uit werk en woning € 60.069 2.11. Verweerder heeft het belastbaar inkomen van eiser over 2004 vastgesteld als volgt: Loon uit dienstbetrekking € 10.285 Correctie inkomsten uit overige werkzaamheden € 296.250 + Gecorrigeerd belastbaar inkomen uit werk en woning € 306.535 3. Geschil 3.1. In geschil is of de onderhavige navorderingsaanslagen IB/PVV terecht en naar de juiste bedragen zijn opgelegd. Hierbij gaat het primair om de vraag of verweerder beschikt over een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt. Voorts zijn de opgelegde boetes in geschil. 3.2. Eiser concludeert tot gegrondverklaring van het beroep en tot vernietiging van de uitspraken op bezwaar, de belastingaanslagen en de boetebeschikkingen. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep. 4. Beoordeling van het geschil 4.1. Ingevolge artikel 16, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (tekst 2008, hierna: AWR) geldt als hoofdregel dat indien enig feit grond oplevert voor het vermoeden dat een aanslag ten onrechte achterwege is gelaten of tot een te laag bedrag is vastgesteld, de inspecteur de te weinig geheven belasting kan navorderen. De tweede volzin van dit artikellid bevat – voor zover hier van belang – een uitzondering op die hoofdregel, inhoudende dat een feit dat de inspecteur bekend was of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn, geen grond voor navordering kan opleveren, behoudens in de gevallen waarin de belastingplichtige ter zake van dit feit te kwader trouw is. 4.2. Eiser heeft zich primair op het standpunt gesteld dat verweerder al op 7 juli 2006 op de hoogte was van de mogelijkheid dat eiser wellicht ten onrechte geen aangifte had gedaan over de jaren 2003 en 2004. Op die datum namelijk heeft de marechaussee bij verweerder geïnformeerd naar de inkomens- en vermogenspositie van eiser. Verweerder heeft op 12 juli 2006 op dat verzoek gereageerd. Aldus had verweerder binnen de in artikel 11, derde lid, van de AWR genoemde termijn van drie jaar na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan een aanslag vast kunnen stellen rekening houdend met de door de marechaussee gestelde vragen. 4.3. Verweerder heeft ter zitting verklaard dat via het Openbaar Ministerie bij de Belastingdienst per jaar 700 tot 800 verzoeken om informatie worden ingediend. Een aparte afdeling van de Belastingdienst verstrekt deze informatie. Van verdere uitwisseling van informatie van de zijde van het Openbaar Ministerie is op dat moment nog geen sprake. Pas indien een strafrechtelijk onderzoek tot fiscaal relevante informatie leidt, krijgt de Belastingdienst hiervan bericht van het Openbaar Ministerie, aldus verweerder. Eiser heeft deze verklaring niet weersproken. 4.4. Het enkele opvragen van de inkomens- en vermogenspositie in het verleden door het Openbaar Ministerie bij de Belastingdienst ten aanzien van eiser, is naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding om uitsluitend op grond daarvan te oordelen dat er geen navordering rechtvaardigend nieuw feit aanwezig is, te meer daar op dat moment nog geen op fiscale doeleinden toegesneden informatie aan de Belastingdienst is verstrekt. Daarentegen zijn het rapport van het strafrechtelijk financieel onderzoek en andere stukken betreffende de strafzaak waarvoor toestemming is verleend voor het gebruik voor fiscale doeleinden wel als zodanig aan te merken. Dat rapport is ook aanleiding geweest voor verweerder om de navorderingsaanslagen op te leggen. De rechtbank verwerpt het primaire standpunt van eiser. 4.5. Aan de beantwoording van de subsidiaire vraag of eiser belaste inkomsten heeft genoten, gaat vooraf de vraag of sprake is van een bron van inkomen. Van een bron van inkomen is slechts sprake indien aan een drietal (cumulatieve) voorwaarden is voldaan: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.