← Nederland

ECLI:NL:RBHAA:2011:BQ1688

RECHTBANK HAARLEM Sector bestuursrecht zaaknummer: AWB 11 - 1406 uitspraak van de voorzieningenrechter van 13 april 2011 in de zaak van: [naam verzoekster] e.a., wonende te [woonplaats], verzoekers, tegen: het college van burgemeester en wethouders van Velsen, verweerder, derde belanghebbende: Stichting openbaar primair onderwijs IJmond, gevestigd te Velserbroek.

  1. Procesverloop Bij besluit van 2 februari 2011, heeft verweerder ontheffing en bouwvergunning verleend voor het veranderen en vergroten van de Jan Campertschool gelegen aan de Driehuizerkerkweg te Driehuis. Tegen dit besluit hebben verzoekers bij brief van 11 maart 2011 bezwaar gemaakt. Bij brief van 11 maart 2011 is tevens verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek is behandeld ter zitting van 28 maart 2011, alwaar zijn verschenen [naam verzoekster] alsmede [naam], namens de Dorpsraad Driehuis, [naam]. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door W. Dooijes en M. Pieters, beiden werkzaam bij de gemeente Velsen. Namens de stichting openbaar primair onderwijs IJmond zijn verschenen [naam directeur], directeur van de Jan Campertschool en [naam].
  2. Overwegingen 2.1 Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Daarbij gaat het om een afweging van belangen van de verzoekende partij bij een onverwijlde voorziening tegen het belang dat is gemoeid met onmiddellijke uitvoering van het besluit. Voorzover deze toetsing een beoordeling van de hoofdzaak meebrengt, is dat oordeel voorlopig van aard. 2.2 Het bouwplan ziet op de uitbreiding van de Jan Campertschool te Driehuis met één klaslokaal. Als gevolg hiervan ontstaat behoefte aan extra parkeerplaatsen, te weten 0,7 voor het onderwijzend personeel en drie in verband met het halen en brengen van kinderen. De parkeerplaats voor het personeel zal op eigen terrein worden gerealiseerd. 2.3 In artikel 2.5.30, eerste lid, van de Bouwverordening 2007 van de Gemeente Velsen is bepaald dat indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, er ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's in voldoende mate ruimte moet zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Ingevolge het vierde lid van dit artikel, voor zover van belang, kan verweerder ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid, voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien. 2.4 Ingevolge het door verweerder terzake gevoerde beleid, neergelegd in de 'Parkeernormen Gemeente Velsen 2009' volgt op de aanvraag om een bouwvergunning een negatief verkeersadvies indien de benodigde parkeerplaatsen niet op eigen terrein kunnen worden gerealiseerd, er geen ontheffing kan worden gegeven om in de openbare ruimte te parkeren en er geen mogelijkheid is tot uitbreiding van de openbare parkeerruimte. Indien het college van burgemeester en wethouders het vanuit maatschappelijk oogpunt wenselijk achten dat de ontwikkeling desondanks toch doorgang vindt kan de ontwikkeling doorgang vinden, mits de aanvrager het gebruik van de openbare ruimte compenseert. Deze compensatie kan financieel zijn, maar kan ook worden gezocht in andere maatregelen die de aanvrager kan nemen. 2.5 Verweerder heeft ontheffing verleend voor drie parkeerplaatsen. Hieromtrent is in het besluit van 2 februari 2010 overwogen dat uit parkeeronderzoek is gebleken dat tijdens de piekmomenten de extra parkeerdruk niet in de directe omgeving kan worden opgevangen. Door stimulering van het gebruik van de fiets en de aanleg van extra stallingplaatsen voor fietsen door de school kan naar de mening van verweerder deze extra parkeerdruk evenwel worden gecompenseerd. Verzoekers, voor het merendeel omwonenden van de school, keren zich tegen deze ontheffing onder verwijzing naar de reeds bestaande parkeeroverlast. 2.6 De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder in dit geval een niet onredelijke toepassing aan het gevoerde beleid heeft gegeven door te overwegen dat compensatie voor de benodigde parkeerplaatsen kan worden gevonden in stimulering van het gebruik van de fiets en de aanleg van extra stallingplaatsen voor fietsen door de school. Daarbij is in aanmerking genomen dat de voor de leerkracht benodigde parkeerplaats op eigen terrein zal worden gerealiseerd. Voorts acht de voorzieningenrechter niet zonder belang dat, naar uit de stukken naar voren komt, de uitbreiding van de school met een extra lokaal is gebaseerd op het huidige leerlingenaantal en dat een groot deel van de leerlingen waarvoor het lokaal (mede) bestemd is ook nu reeds de school bezoekt. De uitbreiding van het leerlingenaantal die aldus wordt gefaciliteerd is derhalve relatief beperkt. 2.7 Gelet op het voorgaande bestaat geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek daartoe wordt dan ook afgewezen. 2.8 Voor een proceskostenveroordeling zijn geen termen aanwezig.
  3. Beslissing De voorzieningenrechter: wijst het verzoek voor een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Ludwig, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van M.J.E. de Jong, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 april
  4. afschrift verzonden op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open zaaknummer: AWB 11 - 1406 3 uitspraak

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.