← Nederland

ECLI:NL:RBHAA:2011:BQ4741

RECHTBANK HAARLEM Sector kanton Locatie Haarlem zaak/rolnr.: 506848 BZ 11-1962 datum uitspraak: 27 april 2011 BESCHIKKING VAN DE KANTONRECHTER Naar aanleiding van het verzoek van [verzoeker] wonende te [woonplaats] aan de [adres] hierna: verzoeker belast met het gezag over de minderjarige [de minderjarige] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] wonende te [woonplaats] aan de [adres] hierna: de minderjarige De procedure Op 8 april 2011 is een verzoekschrift van verzoeker ontvangen. Op 14 april 2011 heeft verzoeker een wijziging van het verzoekschrift aan de rechtbank gestuurd. Het verzoek Het verzoek strekt tot het afgeven van geen machtiging aan verzoeker tot het gebruik van het vermogen van de minderjarige ter voorziening in het levensonderhoud van verzoeker en de minderjarige. Ter toelichting heeft verzoeker, samengevat, het volgende gesteld. De minderjarige heeft na het overlijden van zijn grootmoeder, de moeder van verzoeker, als erfgenaam een bedrag van € 20.000,00 ontvangen. Dit bedrag is op een spaarrekening van de minderjarige gezet. Het saldo van deze spaarrekening bedraagt thans € 21.492,

  1. Verzoeker is diabetespatiënt en lijdt aan een progressieve zenuwziekte. Verzoeker kan ten gevolge van zijn slechte gezondheid niet werken. Hij heeft de afgelopen jaren geleefd van zijn deel van de erfenis van zijn moeder en van de overwaarde van de verkoop van zijn huis. Hij beschikt thans niet meer over gelden om in het levensonderhoud van zichzelf en de minderjarige te voorzien. Verzoeker heeft daarom bij de gemeente Beverwijk (hierna: de gemeente) een uitkering aangevraagd op grond van de Wet Werk en Bijstand (WWB). Op 27 oktober 2010 heeft de gemeente de aanvraag van verzoeker afgewezen, waarbij zij heeft overwogen dat het vermogen van verzoeker en de minderjarige tezamen, te weten € 28.854,13, gelegen is boven de voor verzoeker geldende vermogensgrens van € 10.960,
  2. Het geld op de spaarrekening van de minderjarige is bedoeld om in de toekomst een eventuele studie van de minderjarige te betalen. Verzoeker kan slechts met een machtiging van de kantonrechter over het vermogen van zijn zoon beschikken. Indien de kantonrechter besluit geen machtiging af te geven, kan verzoeker niet over het vermogen van de minderjarige beschikken. De gemeente dient dit vermogen dan bij de vaststelling van het vermogen van verzoeker buiten beschouwing te laten. Beoordeling De kantonrechter is van oordeel dat het niet in het belang van de minderjarige is verzoeker te machtigen tot het gebruik van het vermogen van de minderjarige. Zij zal derhalve het verzoek toewijzen. Beslissing De kantonrechter: - verleent geen machtiging aan verzoeker tot het gebruik van het vermogen van de minderjarige, ter voorziening in het levensonderhoud van verzoeker en de minderjarige, met dien verstande dat het vermogen van de minderjarige niet gebruikt mag worden ter voorziening in het levensonderhoud van verzoeker en de minderjarige. Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk, kantonrechter en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.