RECHTBANK HAARLEM Sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer Zaaknummer: AWB 09/1656 IB/PVV V00 Uitspraakdatum: 1 maart 2011 Uitspraak in het geding tussen [X], te [Z], eiser, gemachtigde: mr. [A], advocaat te [Z], en de inspecteur van de Belastingdienst/[P], verweerder. Ontstaan en loop van het geding 1.1. Verweerder heeft met dagtekening 12 november 2008 aan eiser voor het jaar 2005 een aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd, berekend naar een ambtshalve vastgesteld belastbaar inkomen uit werk en woning van € 30.000. Bij gelijktijdig genomen beschikkingen is € 375 heffingsrente in rekening gebracht en is een verzuimboete opgelegd van € 22. 1.2. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar de aanslag en de boete gehandhaafd. 1.3. Eiser heeft daartegen beroep ingesteld. Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend. 1.4. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 januari 2011. Aldaar is verschenen zijn gemachtigde, vergezeld van de echtgenote van eiser, mevrouw [Y]. Namens verweerder is verschenen [B]. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt. Tussen partijen vaststaande feiten 2.1. Eiser en zijn echtgenote exploiteren sinds 1 mei 2005 in firmaverband de Turkse bakkerij met winkel [C]. Zij delen ieder voor 50 percent in de winst van de vennootschap. Tot die datum waren eiser en een zekere [D] vennoten. 2.2. In de winkel worden Turkse deegwaren, baklava en gebak uit de eigen bakkerij verkocht, alsmede frisdranken en andere producten. Tot 1 januari 2005 was de winkel gevestigd aan de [a-straat] te [Z]. Vanaf 1 januari 2005 is de winkel gevestigd aan de [b-straat], eveneens te [Z]. 2.3. Verweerder heeft in 2006 een boekenonderzoek ingesteld bij de onderneming naar, onder meer, de aanvaardbaarheid van de aangiften omzetbelasting. In het controlerapport is vastgesteld dat de administratie van de onderneming niet kan dienen als basis voor de omzetbepaling. Aan de hand van een theoretische omzetberekening is over het tijdvak 1 januari 2005 tot en met 31 december 2005 een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd. In het naar aanleiding van de controle opgemaakte rapport is voorts, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen: "4.2 Brutowinst 4.2.1 Omzet en de inkoopprijs van goederen (…) 2005 In het kader van de omzetbelasting is de omzet bekeken van de controlejaren. Daarbij viel mij op dat de brutomarge in 2005 wel sterk afwijkt van de jaren 2003 en 2004. Een nadere beschouwing van de inkoop leerde mij dat de inkoop van bepaalde producten in 2005, in relatie tot diezelfde producten in de andere jaren, duidelijk afwijkingen vertoonden. Zo benaderde de inkoop van “pistache pitten” de helft van de totale inkoop. Van de totale inkoop producten ad. € 115.012 was namelijk een bedrag van € 51.241 alleen aan deze pitten uitgegeven. (…) Het brutowinstpercentage 2005 komt uit op 8.6% van de inkoopwaarde. Dit is gelijk aan 8% van de netto omzet. In de jaren 2003 en 2004 was dit 240% en 180% van de inkoopwaarde. De branche-informatie betreffende bakkers, bijvoorbeeld “Cijfers en Trends” van de Rabobank, geeft een percentage van om en nabij de 215% van de inkoopwaarde. Ik ga er van uit dat bij deze bakker het percentage iets lager kan zijn door de wisselingen van eigenaar. Gezien de behaalde marge van de voorgaande jaren, kan het percentage echter niet zo laag zijn als uit de cijfers blijkt. Een percentage van 200% van de inkoopwaarde is daarom aannemelijk. Om een redelijk brutowinstpercentage vast te stellen kan de omzet hoger gesteld worden, maar in dit geval roept de inkoop echter ook vragen op. Van de inkoop ad. € 115.012 is namelijk € 51.241 aan pistachepitten besteed. De adviseur schrijft in zijn brief over een wanverhouding tussen in- en verkoop, en de aanwezigheid van creditfacturen. Hiervan is echter niets gebleken. Ik ga er daarom van uit dat er sprake is geweest van doorverkoop van pistachepitten. Dit is gesteld op grond van de verhoudingen van de ingekochte basisproducten binnen het jaar, en de verhouding van deze producten tot de totale inkoop in de voorgaande jaren. Uitgaande van een winstpercentage van 180% van de inkoopwaarde op de normale handel en van 30% op de doorverkoop kan de netto-omzet als volgt worden berekend: stel: inkoop volgens de boekhouding is juist ad. € 115.012 stel: doorverkoop pistachepitten € 45.000 x 130% = € 58.500 inkoop bakkerij producten € 70.012 x 280% = € 196.033 De berekende omzet wordt € 254.533 (…) Voor de omzetbelasting aangegeven omzet is € 40.248 en € 82.346 ofwel € 122.594 correctie jaar 2005 Meer omzet € 131.939 (…)" 2.4. Eiser is uitgenodigd tot het doen van aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 2005. Verweerder heeft op 26 maart 2007 een aanmaning verzonden, waarbij eiser is aangemaand voor 17 april 2007 aangifte te doen. 2.5. De aangifte is op 12 november 2008 door verweerder ontvangen. Eiser heeft voor 2005 een belastbaar inkomen uit werk en woning aangegeven van nihil en een verlies van € 9.791. De aangifte is aangemerkt als bezwaarschrift en een brief van eiser van 21 december 2008 als aanvulling daarop. De behandeling van het bezwaar is opgeschort in verband met het beroep naar aanleiding van de aan V.O.F. [E] (hierna: de v.o.f.) opgelegde naheffingsaanslag in de omzetbelasting. 2.7. De rechtbank heeft op 9 januari 2009 uitspraak gedaan in de zaak van de v.o.f. (procedurenummer AWB 09/2609) ter zake van de aan haar opgelegde naheffingsaanslag omzetbelasting. De rechtbank heeft de theoretische omzet bepaald op € 240.531, waarbij is uitgegaan van een brutowinstpercentage op de verkoop van pistachenoten van 130 percent en de overige bakkerijproducten van 160 percent. Eiser heeft tegen deze uitspraak hoger beroep aangetekend. Geschil en standpunten van partijen 3.1. In geschil is (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.