← Nederland

ECLI:NL:RBHAA:2011:BT1690

RECHTBANK HAARLEM Sector bestuursrecht zaaknummer: AWB 11 - 4585 WWB proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 september 2011 in de zaak van: [verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker, gemachtigde: mr. W.G. Fischer, advocaat te Haarlem, tegen: het college van burgemeester en wethouders van Velsen, verweerder. Tegenwoordig: mr. A.C. Terwiel-Kuneman, voorzieningenrechter, en mr. J.H. Bosveld, griffier. Zitting: 1 september 2011 Verschenen: Verzoeker in persoon, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder vertegenwoordigd door mr. J.A. Wentzel. Het geschil betreft het besluit van verweerder van 12 juli 2011, waarin eiser op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) een maatregel is opgelegd van verlaging van zijn bijstand met 100% gedurende 8 maanden. Bij mondelinge uitspraak van 1 september 2011 heeft de voorzieningenrechter - het verzoek toegewezen; - het besluit van 12 juli 2011 geschorst voor zover daarin de bijstand wordt verlaagd met 100% tot vier weken na het besluit op bezwaar; - verweerder opgedragen om ten behoeve van verzoeker binnen één week € 1.000,-- (in verband met de huurachterstand) te betalen op één van de derdenrekeningen van deurwaarder Snijder; - verweerder opgedragen om ten behoeve van verzoeker met ingang van september € 320,-- per maand voor vaste lasten te betalen op één van de derdenrekeningen van deurwaarder Snijder; - verweerder veroordeeld in de door verzoeker gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 874,-- , te betalen aan hem; - verweerder gelast het door verzoeker betaalde griffierecht ten bedrage van € 41,-- aan hem te vergoeden. De voorzieningenrechter heeft daartoe het volgende overwogen. Verzoeker is door verweerder (opnieuw) aangemeld voor een Meerkansbaan bij de Meergroep. Hij is bij brief van 17 juni 2011 door de Meergroep uitgenodigd voor een intakegesprek op 23 juni

  1. Hij is niet verschenen. Bij brief van 27 juni 2011 heeft de Meergroep verzoeker nogmaals uitgenodigd, voor 1 juli
  2. Verweerder heeft deze uitnodiging (ook) aangetekend aan verzoeker gezonden. Hij is niet verschenen. In zijn reactie op het voornemen een sanctie op te leggen heeft verzoeker gesteld dat hij de uitnodiging voor de 23e niet heeft ontvangen en de aangetekende brief pas op 1 juli 2011 heeft opgehaald, waardoor hij niet meer op de afspraak kon komen. Verweerder heeft vervolgens de maatregel opgelegd. In bezwaar is aangevoerd dat de balans tussen niet nakomen verplichtingen / eigen verantwoordelijkheid en mogelijkheid van bestuur voor corrigeren van ongewenst gedrag ernstig verstoord is. In het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen heeft verzoeker(s gemachtigde) erop gewezen dat de achtergrond van het opleggen van maatregelen is dat het de bijstandgerechtigde zou stimuleren te gaan werken. In dit geval blijkt het dus niet het beoogde doel te hebben. Vanwege opeenstapeling van sancties dreigt nu dakloosheid. Maar het doel, verzoeker te bewegen in te gaan op het aangeboden werk, lijkt verder weg dan ook. Ter zitting heeft gemachtigde van verzoeker het verzoek gespecificeerd en verzocht verweerder op te dragen € 1.000,-- (een deel van huurachterstand) en € 320,-- per maand voor de vaste lasten aan de deurwaarder te betalen. Daarmee zou de huisuitzetting kunnen worden voorkomen, aldus gemachtigde. De voorzieningenrechter stelt vast dat verweerder gelet op de herhaalde weigeringen van verzoeker aangeboden werk te aanvaarden een maatregel kon opleggen, die wat betreft hoogte en duur in overeenstemming is met het daarvoor geldende beleid van verweerder. Een oordeel over deze maatregel acht de voorzieningenrechter thans nog niet aan de orde. Gelet echter op het spoedeisend karakter van het verzoek, gezien de dreigende huisuitzetting op 2 september 2011, de omstandigheid dat binnen de gemeente Velsen geen gelijksoortige gevallen bekend zijn en de redelijkheid van het verzoek, heeft de voorzieningenrechter aanleiding gezien het verzoek toe te wijzen. Bovendien bestaat aanleiding om verweerder te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht stelt de voorzieningenrechter deze proceskosten vast op € 874,-- (een punt voor het verzoekschrift, een punt voor het verschijnen ter zitting; de zwaarte van de zaak is gemiddeld. Een punt komt overeen met een bedrag van € 437,--). Omdat ten behoeve van verzoeker een toevoeging is afgegeven ingevolge de Wet op de rechtsbijstand, moeten de proceskosten worden betaald aan de griffier van de rechtbank. Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, (griffier) (voorzieningenrechter) afschrift verzonden op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.