RECHTBANK HAARLEM Sector kanton Locatie Haarlem zaak/rolnr.: 451885 /CV EXPL 010-711 datum uitspraak: 31 augustus 2011 VONNIS VAN DE KANTONRECHTER inzake [eiser] te [woonplaats] eiser hierna te noemen: [eiser] gemachtigde: mr. Ch.W.A. van Dam tegen de stichting Samenwerkende Dierenhulp Organisatie te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer gedaagde hierna te noemen: SSDO gemachtigde: mr. H. Hoenson De verdere procedure Ter uitvoering van het tussenvonnis van 28 juli 2010 zijn op 22 oktober 2010 en 8 juni 2011 getuigenverhoren gehouden, waarvan processen-verbaal zijn opgemaakt. Partijen hebben over en weer nog geconcludeerd na enquête, beiden hebben producties in het geding gebracht. Vonnis is bepaald op vandaag. De verdere beoordeling van het geschil
- [eiser] heeft bij conclusie na enquête nog kopieën van foto's in het geding gebracht. Omdat deze producties te laat in de procedure zijn gebracht, zal de kantonrechter deze niet bij de beoordeling betrekken.
- De kantonrechter blijft bij de inhoud van het vonnis van 28 juli 2010, waarbij [eiser] is toegelaten te bewijzen dat zijn hond Ubro tijdens zijn verblijf in het dierenpension ziek is geworden doordat hij daar tennisballen heeft opgegeten. Om dat bewijs te leveren heeft [eiser] als getuigen voorgebracht [eiser] (partijgetuige) en diens levenspartner mevrouw [XXX]. SSDO heeft in contra-enquête als getuige laten horen mevrouw [YYY], assistent-beheerder bij SSDO.
- De kantonrechter is van oordeel dat niet is bewezen dat Ubro tijdens zijn verblijf in het dierenpension van SSDO ziek is geworden doordat hij daar tennisballen heeft opgegeten. [eiser] en [XXX] verklaren als getuige weliswaar dat Ubro gezond was, toen hij eind augustus 2009 werd ondergebracht bij SSDO en dat Ubro ziek was toen zij hem op 7 september 2009 meekregen, maar daaruit kan niet worden afgeleid dat Ubro tijdens zijn verblijf bij SSDO tennisballen heeft ingeslikt. Ook in de schriftelijke verklaringen van de drie dierenartsen, W.P.F. Zwart, B. Sjollema en A.N.R.M. van Dortmont zijn geen aanknopingspunten te vinden voor het standpunt van [eiser]. Deze dierenartsen kunnen immers niet aangeven hoelang de tennisballen al in de maag van Ubro moeten hebben gezeten voordat hij klachten kreeg en spreken elkaar bovendien tegen op dit punt. Gelet op het feit dat onweersproken is dat Ubro heel ziek was toen hij op 7 september 2009 uit het pension werd opgehaald, komt het de kantonrechter niet logisch voor dat Ubro, als door SSDO gesteld, een of meer tennisballen na diens verblijf in het pension heeft ingeslikt. De mogelijkheid blijft echter bestaan dat Ubro de tennisballen al vóór zijn verblijf in het dierenpension heeft ingeslikt. Nu niet is komen vast te staan dat Ubro de tennisballen tijdens het verblijf in het dierenpension heeft opgegeten, is [eiser] niet geslaagd in zijn bewijsopdracht. Dit betekent dat alle vorderingen van [eiser] worden afgewezen en dat [eiser] als de in het ongelijk gestelde partij wordt veroordeeld de proceskosten van SSDO te voldoen. De beslissing De kantonrechter: - wijst de vorderingen af; - veroordeelt [eiser] in de kosten van deze procedure aan de zijde van SSDO, die tot vandaag worden begroot op € 800,-- aan salaris van de gemachtigde en verklaart dit vonnis in zoverre uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. C.A. van Dijk en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.