RECHTBANK HAARLEM Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer Zaaknummers: AWB 10/6512, 10/6513 en 10/6775 Uitspraakdatum: 19 september 2011 Uitspraak in de gedingen tussen [X], wonende te [Z], eiseres, gemachtigde: mr. C.G.J. Korteland, en de inspecteur van de Belastingdienst/[P], verweerder. 1. Ontstaan en loop van de gedingen AWB 10/6512 1.1.1. Verweerder heeft op 24 maart 2010 aan eiseres over het tijdvak 1 september 2008 tot en met 31 december 2008 een naheffingsaanslag (aanslagnummer [#1]) omzetbelasting opgelegd ten bedrage van € 6.884, alsmede bij beschikking een boete van € 1.721. Bij aparte beschikking is € 275 aan heffingsrente in rekening gebracht. 1.1.2. Verweerder heeft bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar van 30 oktober 2010 de naheffingsaanslag, de boetebeschikking en de beschikking heffingsrente gehandhaafd. 1.1.3. Eiseres heeft daartegen bij brief van 7 december 2010, ontvangen door de rechtbank op 8 december 2010, beroep ingesteld. AWB 10/6513 1.2.1. Verweerder heeft op 24 maart 2010 aan eiseres over het tijdvak 1 januari 2009 tot en met 30 november 2009 een naheffingsaanslag (aanslagnummer [#2]) omzetbelasting opgelegd ten bedrage van € 18.643, alsmede bij beschikking een boete van € 4.660. Bij aparte beschikking is € 108 aan heffingsrente in rekening gebracht. 1.2.2. Verweerder heeft bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar van 30 oktober 2010 de naheffingsaanslag, de boetebeschikking en de beschikking heffingsrente gehandhaafd. 1.2.3. Eiseres heeft daartegen bij brief van 7 december 2010, ontvangen door de rechtbank op 8 december 2010, beroep ingesteld. AWB 10/6775 1.3.1. Eiseres heeft bij brief van 10 oktober 2008, ontvangen door verweerder op 14 oktober 2008, bezwaar gemaakt tegen de betaling van omzetbelasting op de aangifte over de maand augustus 2008. Het bezwaarschrift strekte tot teruggave van omzetbelasting ten bedrage van € 1.543. 1.3.2. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 5 november 2010 het bezwaarschrift afgewezen en geen teruggaaf verleend. 1.3.3. Eiseres heeft daartegen bij brief van 17 december 2010, ontvangen door de rechtbank op 20 december 2010, beroep ingesteld. Alle beroepen 1.4. Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend. 1.5. Eiseres heeft, na daartoe door de rechtbank in de gelegenheid te zijn gesteld, schriftelijk gerepliceerd. 1.6. Bij brieven van 24 maart 2011 en 6 juni 2011 heeft eiseres nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn telkens in afschrift verstrekt aan de wederpartij. 1.7. Bij brief van 12 juli 2011 heeft verweerder schriftelijk gedupliceerd. Verweerder heeft zich met een beroep op artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) verzet tegen kennisneming door eiseres van de integrale versie van het “Plan van aanpak Seksinrichtingen” van 1 augustus 2008 – 1.0 (hierna: Plan van aanpak) en de “Werkinstructie arbeidsverhoudingen/overige seksinrichtingen” van de Landelijke toezicht organisatie Belastingdienst, versie 3 oktober 2008, (hierna: Werkinstructie). 1.8. Eiseres heeft zich bij brieven van 14 en 19 juli 2011 uitgelaten over het verzoek om beperking van de kennisneming. 1.9. De geheimhoudingskamer van de rechtbank heeft bij beslissing van 25 juli 2011 bepaald dat de beperking van de kennisneming ten aanzien van een aantal, in de beslissing genoemde, passages van het Plan van aanpak en de Werkinstructie gerechtvaardigd is. 1.10. Eiseres heeft de rechtbank ex artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb, toestemming gegeven kennis te nemen van de stukken waarvoor verweerder zich op geheimhouding heeft beroepen en mede op die grondslag uitspraak te doen voor zover de beperking van de kennisnemening gerechtvaardigd wordt geacht. 1.11. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 juli 2011. Namens eiseres is verschenen haar gemachtigde voornoemd. Namens verweerder is verschenen mr. J.F.B. Wolterink. 2. Tussen partijen vaststaande feiten 2.1. Eiseres drijft een onderneming in de vorm van een eenmanszaak. Zij handelt onder de naam ‘[A]’. Volgens het uittreksel uit het handelsregister van de Kamers van Koophandel (hierna: KvK) van 24 april 2009 is de bedrijfsomschrijving van eiseres: ‘Prive-huis; dienstverlening; bordeel’. Blijkens het uittreksel van de KvK van 2 oktober 2009 is de bedrijfsomschrijving van eiseres: ‘Kamerverhuur’. 2.2. Eiseres beschikt sinds 22 juni 2004 over een vergunning van de gemeente [naam] voor de exploitatie van een seksinrichting voor het pand aan de [adres]. Volgens de exploitatievergunning (versie 7 juli 2009) exploiteert eiseres in dit pand een prostitutiebedrijf. 2.3. Het pand van eiseres is geopend op werkdagen van 11:00 uur tot 23:00 uur. Het pand heeft de volgende indeling: Begane grond: entree, hal, toiletgroep, keuken, koffiecorner, garage, ontvangstkamer, verblijfsruimte sekswerkers, werkkamer met douche, werkkamer met jacuzzi en douche, werkkamer met bad, douche en toilet, trap en opslagruimte onder trap; Eerste verdieping: hal, badkamer, werkkamer met douche en bidet, werkkamer met sofa en wastafel, werkkamer met wastafel en bidet, werkkamer met wastafel, trap; Tweede verdieping: zolderruimte. De verblijfsruimte, het toilet en het gebruik van de keuken staan ter beschikking aan alle sekswerkers. Aan de sekswerkers wordt geen vergoeding in rekening gebracht voor het ter beschikking stellen van het pand en de faciliteiten. 2.4. Een klant van “[A]” wordt ontvangen door eiseres of haar beheerder. Eiseres of de beheerder stelt de aanwezige sekswerkers aan de klant voor, waarna de klant een keuze maakt. De klant moet het bedrag voor het gebruik van de kamer met eiseres of de beheerder afrekenen. In die prijs is een drankje begrepen. De vergoeding voor de seksuele dienst moet (vooraf) worden afgerekend met de sekswerker. 2.5. Tot de stukken van het geding behoort het Plan van aanpak. In het Plan van aanpak is - voor zover van belang - het volgende vermeld: “3.2. Keuzefase 3.2.1. Aanbiedingsbrief met compliancy-verklaring Na de informatiebijeenkomsten wordt aan elke exploitant een aanbiedingsbrief met compliancy-verklaring (bijlage 2 bij dit plan van aanpak) verzonden. In de aanbiedingsbrief en de compliancy-verklaring wordt van de exploitant gevraagd om binnen twee weken aan de Belastingdienst retour te melden of hij/zij: - sekswerkers in loondienst aanneemt; - het voorwaardenpakket wil toepassen; - kiest voor geen van beide mogelijkheden. (…) Aan de hand van de retourontvangsten wordt een indeling gemaakt: compliant - loondienst; - voorwaardenpakket. non-compliant - gekozen voor geen van beide; - niet retour gezonden. (…) 3.3. De handhavingsfase 3.3.1. Non-compliant (…) Zodra de omvang van deze groep duidelijk is, zal de projectleiding in overleg met de RCO’s een planning maken welke bedrijven behandeld moeten worden. Op deze wijze wordt materiekennis en fiscale kennis gekoppeld. De volgorde van aanpak is van belang voor het handhavingscommunicatie-effect en voor de volgorde van eventuele procedures. Voor deze aanpak zal een standaard controlebehandeling worden ontwikkeld. Per bedrijf moet worden beoordeeld wat de meest effectieve wijze van behandeling is. (…) 2.6. Tot de stukken van het geding behoort voorts een brief van 23 september 2008 van de belastingdienst [P], aan eiseres. In deze brief is - voor zover van belang - vermeld: “(…) In deze brief is de mogelijkheid geboden om uw keuze als exploitant kenbaar te maken tussen: A. Het in loondienst nemen van de sekswerkers. B. Uw keuze voor het voorwaardenpakket (toepassing opting-in). C. U kiest voor geen van beide mogelijkheden. U heeft in diverse brieven aangegeven dat u nog niet uw keuze kon bepalen. Het is mijn taak om in contact te treden met de exploitanten die voor optie C hebben gekozen ten einde ze te overtuigen van het maken van een keuze tussen A en B, dan wel ze op de gevolgen te wijzen die optie C met zich brengt. Dit is uiteindelijk een boekenonderzoek. Ik heb niet de indruk willen wekken dat u moedwillig zou verzaken uw fiscale verplichtingen te voldoen. (…)” 2.7. Op 24 maart 2009 heeft verweerder een boekenonderzoek aangekondigd betreffende de aanvaardbaarheid van de aangiften omzetbelasting over het tijdvak 1 september 2008 tot en met 1 februari 2009. Op 2 oktober 2009 is het onderzoek uitgebreid tot en met 30 november 2009. De resultaten van het boekenonderzoek zijn vastgelegd in een controlerapport van 3 maart 2010. Hierin is - voor zover hier van belang - het volgende opgenomen: “ 3 Bedrijfsactiviteiten 3.1 Omschrijving bedrijfsactiviteiten [X] is van mening dat de activiteit van [A] is aan te merken als een kamerverhuurbedrijf. Naar haar mening wordt een kamer verhuurd aan de klant. De klant kan in de gehuurde kamer gebruik maken van de diensten van derden, in dit geval prostituees. De kamers worden per uur verhuurd. Volgens de exploitatievergunning is het verboden om het gedeelte van het gebouw dat is bestemd als het prostitutiebedrijf als woonruimte in gebruik te nemen dan wel daarin te overnachten. Met betrekking tot de prostituees binnen [A] is volgens mevrouw [X] medio september 2008 het volgende gewijzigd. Tot medio september 2008 waren de prostituees zelfstandige ondernemers. Met ingang van september 2008 hebben de dames hun ondernemerschap opgeheven en hebben zij zich als lid aangemeld bij de [B] U.A. (hierna te noemen: [B]). De geïnterviewde prostituees omschreven de ondernemingsactiviteiten van [A] als het verhuren van kamers. (…) 3.3 Omschrijving van het bedrijf (…) Op de wasmachine na, mogen de dames gebruik maken van alle andere faciliteiten. Zo mogen zij gebruik maken van de keuken waar zij eventueel hun eigen maaltijd kunnen bereiden. Of hun meegebrachte etenswaren kunnen opwarmen in de magnetron. In de keuken is een koelkast aanwezig alwaar de dames hun eten en / of drinken kunnen bewaren. Aan de prostituees wordt voor het ter beschikking stellen van het pand en / of de faciliteiten, geen enkele vergoeding in rekening gebracht, aldus belastingplichtige. Voorts verstrekt belastingplichtige gratis frisdrank, koffie en / of thee aan de prostituees. 3.3.1 Werkruimten / kamers Er wordt alleen verhuurd in een tijdeenheid van een hele uur. Volgens mevrouw [X] worden de kamers verhuurd aan de klant. Er wordt een schriftelijke overeenkomsten opgemaakt tussen de klant en [A]. De te huren kamer is afhankelijk van de wensen van de klant. (…) 3.5 Prijzen 3.5.1 Prijzen kamer [X] verklaarde dat zij de prijzen van de kamerhuur vaststelt. Met uitzondering van kamer 5, bedraagt de kamerhuur € 35 per uur. De kamerhuur voor kamer 5 bedraagt € 60 per uur. In de huurprijs van de kamer is een (alcoholisch) drankje inbegrepen. 3.5.2 Prijzen prostituees [X] verklaarde dat zij geen bemoeienis heeft met de prijzen die de prostituees vragen voor hun diensten aan de klant. Elke prostituee bepaalt haar eigen prijs (…) 3.7 Werving prostituees [X] verklaarde dat met ingang van september 2008 [A] zelf geen prostituees meer werft. Dit wordt gedaan door [B]. Alle prostituees die binnen [A] actief zijn, moeten lid zijn van [B]. Het is ook [B] die de identiteit controleert en ook controleert of de prostituees meerderjarig zijn. Indien een prostituee geen lid is van [B] mag zij niet binnen [A] werkzaam zijn. Nieuwkomers die zich aanmelden bij [A] worden doorverwezen naar [B] Uit het boekenonderzoek is naar voren gekomen dat belastingplichtige na september 2008 zelf ook prostituees werft dan wel heeft geworven en wel op de volgende wijze: - door middel van advertenties in het landelijk dagblad [C] onder [D], hoofdrubriek Erotiek, subrubriek Personeel diverse clubs. Het gaat om advertenties in [C] van 2 februari 2009 en 3 februari 2009. Kopieën van die advertenties zijn in het belastingdossier aanwezig. - Op de vorige website www.[A].nl. Op de homepage van de vorige website komt een rubriek Solliciteren voor waarop doorgeklikt kan worden. Indien hierop wordt doorgeklikt komt onder ander de volgende tekst voor: Wil je bij ons werken? Onze lieve gastvrouwen ontvangen je graag als zelfstandig werkende vrouw. Iedereen is van harte welkom en kom eens langs! (...) Welke tijden hebben jouw voorkeur? Tot ziens. 3.8 Werving klanten Het werven van klanten geschiedt uitsluitend door mevrouw [X] en niet door de prostituees. Zie hiervoor hoofdstuk 3.6 en de bijbehorende subhoofdstukken van het rapport. De kosten van de advertenties worden vanaf september 2008 ook niet (deels) verhaald op de prostituees die binnen [A] werkzaam zijn. De prostituees zijn op geen enkele wijze betrokken bij het werven van klanten. 3.9 Aanwezigheid van prostituees binnen het bedrijf Indien een klant gebruik wil maken van de diensten van een prostituee geschiedt dit volgens mevrouw [X] als volgt: - De klant belt aan. - De deur wordt geopend door mevrouw [X] of de beheerder. - De klant neemt plaats in kamer 10. - Eén voor één stellen de dames zich afzonderlijk voor. - De klant maakt zijn keuze bekend. - mevrouw [X] vraagt de klant of hij een voorkeur heeft voor een bepaalde kamer, - Is die kamer niet beschikbaar dan vertelt mevrouw [X] welke kamer vrij is, - De klant rekent de kamerhuur met mevrouw [X] af. - Daarna trekt de klant zich met de dame van zijn keuze terug op de kamer. - De klant rekent vooraf het overeengekomen bedrag met de dame af De prostituees wachten binnen het bedrijf op hun klanten. 3.9.1 Aanwezigheid prostituees: absoluut of relatief van belang De werkzaamheden van de prostituees vormen een wezenlijk onderdeel van de totale bedrijfsvoering. Zonder de aanwezigheid van prostituees kan het bedrijf niet bestaan. Dit wordt ook bevestigd door [E] die in het gesprek op 2 oktober 2009 het volgende verklaarde (ik citeer:) “Zonder kamers zijn er geen dames en zonder dames is er geen [A]”. De prostituees zijn derhalve onlosmakelijk verbonden met de bedrijfsvoering van belastingplichtige. Hun aanwezigheid is absoluut van belang voor het voortbestaan van [A]. 2.8.1. In het onderhavige tijdvak beschikte eiseres over een website. Tot de stukken van het geding behoren kopieën van de website van 2 april 2009. Op de website is - voor zover van belang - het volgende vermeld: “Welkom bij privé-huis [A]. Relaxen op hoog niveau, een gezellige sfeer, vele mogelijkheden en volop tevredenheid tegen zeer betaalbare prijzen, zijn voordelen die onze lieve dames u kunnen bieden, welk een ieder zal waarderen. * voordelige prijzen * voldoende meisjes * schoon en hygiënisch * 6 relax-kamers (2 met bad /jacuzzi) * voldoende parkeergelegenheid * gratis drankje en video op de kamer * trio, soft SM en andere wensen bespreekbaar (…) Wat wil je? Onze lieve meisjes willen, uiteraard in overleg, aan al jouw wensen voldoen.” 2.8.2. Tot de stukken van het geding behoort voorts een kopie van de website van 10 november 2009. Op de website is - voor zover van belang - volgende vermeld: “[A] [adres/telefoonnummer] Altijd minimaal 5 meisjes aanwezig! Maandag t/m vrijdag 11.00 uur - 23.00 uur Lage prijzen 7 luxe kamers eventueel met bad Verder staat op de website een foto van het bedrijfspand met als onderschrift: discrete ingang via achterzijde (…)” 3. Geschil en standpunten van partijen 3.1. Tussen partijen is in geschil of verweerder heeft gehandeld in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. In geschil is voorts de omvang en duiding van de door eiseres verrichte prestatie. Meer in het bijzonder is in geschil of eiseres ook omzetbelasting verschuldigd is ten aanzien van de door de sekswerkers gerealiseerde omzet. Tevens zijn de boetes in geschil. 3.2. Eiseres stelt dat verweerder heeft gehandeld in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Verweerder heeft zich schuldig gemaakt aan machtsmisbruik door zijn controlebevoegdheden in te zetten als drukmiddel teneinde eiseres te bewegen een niet wettelijk voorgeschreven vaststellingsovereenkomst te sluiten. Bovendien zijn de controlemiddelen willekeurig ingezet en treedt de belastingdienst niet onpartijdig op binnen een groep van vergelijkbare gevallen. Eiseres stelt dat haar prestatie moet worden gekwalificeerd als (van omzetbelasting vrijgestelde) verhuur van kamers. Zij is derhalve geen omzetbelasting verschuldigd over de vergoeding die wordt betaald aan de sekswerkers. Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van de beroepen, vernietiging van de uitspraken op bezwaar en vernietiging van de naheffingsaanslagen en de boetebeschikkingen. 3.3. Verweerder voert aan dat de controle bij eiseres onderdeel uitmaakt van een landelijk gecoördineerde actie waaraan voorafgaand een risicoanalyse heeft plaatsgevonden aan de hand van de reactie op de onder 2.6 genoemde brieven. Het is gerechtvaardigd dat de belastingdienst zich in eerste instantie richt op bedrijven die er een andere fiscale zienswijze op na houden dan de belastingdienst. Verweerder heeft voorts aangevoerd dat de ter beschikkingstelling van de kamers en de diensten die worden verricht door de sekswerkers moeten worden aangemerkt als één samengestelde dienst die moet worden geduid als het geven van gelegenheid tot seksuele verpozing. Deze activiteit is niet vrijgesteld van omzetbelasting. Eiseres is dan ook omzetbelasting verschuldigd over de bedragen die door de klanten aan eiseres zijn betaald alsmede over de aan de sekswerkers betaalde bedragen. De boetes zijn terecht opgelegd. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van de beroepen. 4. Beoordeling van het geschil Schending van de beginselen van behoorlijk bestuur 4.1. Eiseres klaagt over de controleaanpak van verweerder. Die aanpak, die landelijk is gecoördineerd, kwam hierop neer dat na een informatieve ronde door verweerder aan de sekswerkersbranche, de betreffende ondernemers een drietal opties (a, b en
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.