RECHTBANK HAARLEM Sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer Zaaknummers: AWB 10/4353 en 10/4826 Uitspraakdatum: 5 oktober 2011 Uitspraak in de gedingen tussen [X1] BV, [X2] NV, c.s. met betrekking tot het onderdeel [X3] BV,gevestigd te [Z], gemachtigde: G. Kleinhesselink, en de inspecteur van de Belastingdienst/[P], verweerder. 1. Ontstaan en loop van de gedingen 1.1.1. Eiseres heeft in het derde kwartaal 2009 omzetbelasting in rekening gebracht aan het Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen (UWV) tot een bedrag van € 26.729. Deze belasting is door haar op aangifte voldaan (AWB 10/4353). 1.1.2. Eiseres heeft in het tijdvak december 2009 omzetbelasting in rekening gebracht aan het UWV tot een bedrag van € 15.857. Deze belasting is door haar op aangifte voldaan (AWB 10/4826). 1.2. Eiseres heeft tegen de voldoening van de onder 1.1.1 en 1.1.2 genoemde bedragen aan omzetbelasting bezwaar gemaakt. 1.3. Verweerder heeft bij uitspraken van 12 juli 2010 respectievelijk 31 juli 2010 de bezwaren afgewezen. 1.4. Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. 1.5. Verweerder heeft op de zaken betrekking hebbende stukken overgelegd en verweerschriften ingediend. 1.6. Het onderzoek ter zitting heeft voor beide zaken plaatsgevonden op 16 september 2011. Eiseres is daar vertegenwoordigd door haar gemachtigde en [A] en [B], beiden werkzaam bij eiseres. Namens verweerder zijn verschenen mr. T.W. Amsing, tot bijstand vergezeld van R.N. Pisa. De gemachtigde van eiseres heeft voorafgaand aan de zitting de rechtbank en verweerder een pleitnota doen toekomen. 2. Tussen partijen vaststaande feiten 2.1. Eiseres, een fiscale eenheid in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB), is een landelijke, gecertificeerde Arbodienst met locaties door heel Nederland. 2.2. [X3] BV, een vennootschap die met ingang van 5 mei 2009 deel uitmaakt van eiseres, heeft voor de onderhavige tijdvakken - na een daartoe gevoerde Europese aanbestedingsprocedure - een overeenkomst gesloten met het UWV. 2.3. Het UWV, dat op 1 januari 2009 met het Centrum voor werk en inkomen (CWI) is gefuseerd, is een Nederlandse overheidsinstelling die onder meer verantwoordelijk is voor het uitvoeren van de Wet sociale werkvoorziening (WSW). Op grond van de WSW kunnen mensen die door een lichamelijke of psychische beperking een arbeidshandicap hebben, toch (blijven) deelnemen aan het arbeidsproces. Die deelname is mogelijk doordat het UWV voor hen actief op zoek gaat naar passend/aangepast werk. 2.4. Om daarvoor in aanmerking te komen dient een betrokkene bij het UWV een zogenoemde indicatie aan te vragen. Om voor een indicatie in aanmerking dient de aanvrager: • jonger te zijn dan 65 jaar; • beperkt te zijn als gevolg van een lichamelijke, psychische of verstandelijke beperking; • in staat te zijn tot werken in een (aangepaste) werkomgeving; • gemotiveerd te zijn om (regelmatig) te werken. 2.5. Het besluit van het UWV om al dan niet een indicatie te verstrekken is een voor bezwaar en beroep vatbare beslissing. 2.6. Personen met een WSW-indicatie kunnen zowel in een sociale werkvoorziening tewerkgesteld worden als bij een reguliere werkgever. Na het afgeven van een indicatie is de aanvrager verplicht een aangeboden werkplek te accepteren. Bij weigering kan de WSW-indicatie worden ingetrokken en verliest de aanvrager het persoonsgebonden budget ( PGB) dat hem/haar is toegekend. Het PGB bestaat uit een: • subsidie voor de werkgever; en/of • vergoeding voor het begeleidingsorganisatie/re-integratiebureau; en/of • vergoeding voor aanpassingen op het werk. 2.7. Om te beoordelen of een aanvrager voor een indicatie in aanmerking komt maakt het UWV gebruik van de diensten van [X3] BV, die daartoe de beschikking heeft over bij haar in loondienst zijnde artsen. 2.8. Tot de stukken van het geding behoort een ‘Raamovereenkomst Wet sociale werkvoorziening indicatie arbeidsmedisch- en psychologisch advies’. Daarin is, voor zover hier van belang, vermeld: “De ondergetekenden, De Centrale organisatie werk en inkomen, gevestigd te Amsterdam, (…) en Naam opdrachtnemer, (…) hierna te noemen opdrachtnemer, Overwegende dat: • CWI met ingang van 1 januari 2005 mede als taak heeft het verzorgen van de indicatiestelling in het kader van de WSW; • CWI in het kader van deze taak medische-, psychotechnische- en arbeidsdeskundige expertise nodig heeft; • CWI deze medische deskundigheid wil inkopen en hiervoor op [datum] 2008 een Europese aanbesteding heeft uitgeschreven; • naar aanleiding van de aankondiging van deze aanbesteding op de aanbestedingskalender zijn er [aantal] offertes zijn ontvangen; • Opdrachtnemer op basis van het Aanbestedingsdocument, inclusief Programma van Eisen en de offerteaanvraag, die als bijlage 1 deel uitmaken van deze Overeenkomst een offerte heeft uitgebracht, onder meer bevattende prijzen en tarieven voor het ter beschikking stellen van medische deskundigheid; • Opdrachtnemer zich uitgebreid heeft geïnformeerd over de WSW en Organisatie en de werkwijze van CWI; • de offerte van Opdrachtnemer als de economisch voordeligste aanbieding werd beoordeeld; • partijen de daaruit voortvloeiende rechtsverhouding schriftelijk wensen vast te leggen in een overeenkomst. Verklaren het hierna volgende te zijn overeengekomen: (…) Artikel 1 Begripsomschrijvingen (…) 3. Opdracht: een door CWI op basis en onder de voorwaarden van deze overeenkomst verstrekte opdracht tot het ter beschikking stellen van artsen, psychologen en arbeidsdeskundigen om te adviseren in het kader van de (her)indicatie WSW of te participeren aan een multidisciplinair overleg (…) Artikel 2 Onderwerp van de overeenkomst 1. CWI geeft hierbij opdracht aan Opdrachtnemer, welke opdracht Opdrachtnemer hierbij aanvaardt, om in het kader van de Indicatiestelling WSW de volgende diensten te leveren: a. het, op basis van een specifieke vraagstelling van CWI, uitvoeren van dossieronderzoek van de door CWI aangeleverde dossierstukken b. het, op basis van een specifieke vraagstelling van CWI, verrichten van nader enkelvoudig (monodisciplinair) onderzoek van de Klant door een arts, psycholoog of arbeidsdeskundige. Het betreft hier een van de volgende onderzoeken: • afnemen anamnese en/of uitvoeren van lichamelijk onderzoek en eventueel vaststellen psychische beperkingen door een arts • onderzoek door een psycholoog naar verstandelijke beperkingen • onderzoek door psycholoog naar psychische beperkingen • een gecombineerd onderzoek naar psychische en verstandelijke beperkingen • een arbeidsdeskundig onderzoek c. het beschikbaar stellen van een arts en/of psycholoog en/of arbeidsdeskundige ten behoeve van een door CWI geïnitieerd multidisciplinair overleg. Artikel 4 Uitvoeren van onderzoeken, bijdragen aan multidisciplinair overleg (…) 2. Bij het uitvoeren van de Opdracht zal Opdrachtnemer zich houden aan en beperken tot de vraagstelling van CWI. (…)” 2.9. De werkzaamheden die eiseres voor het UWV verricht staan onder toezicht van de inspectie werk en inkomen, onderdeel van het ministerie van SZW (IWI). 2.10. [X3] BV brengt aan het UWV verslag uit van het door haar artsen verrichte onderzoek. Op grond daarvan neemt het UWV een indicatiebesluit. 2.11. Ter zake van de dienstverlening door de artsen van [X3] BV aan het UWV is gefactureerd met (19%) omzetbelasting. 3. Geschil en standpunten van partijen 3.1. In geschil is of de diensten die [X3] BV aan het UWV heeft verricht, kunnen delen in de vrijstelling van artikel 11, eerste lid, onderdeel g, Wet OB. 3.2. Eiseres meent primair dat haar handelingen moeten worden aangemerkt als (para)- medische handelingen die worden verricht met het oog op de bescherming van de gezondheid van de aanvrager van het indicatiebesluit. De onderzoekshandelingen van eiseres moeten voorkomen dat de betrokkene werkzaamheden gaat verrichten die (verdere) schade toebrengen aan zijn/haar gezondheid. De handelingen van eiseres kunnen, gelet op het doel daarvan, delen in de vrijstelling genoemd in artikel 11, eerste lid, onderdeel g, Wet OB. Er is dan ook abusievelijk met vermelding van omzetbelasting gefactureerd. Nu de afnemer, het UWV, als overheidorgaan/niet-ondernemer geen recht op aftrek geniet en de prijzen zijn overeengekomen “inclusief btw”, heeft de Staat geen belastingverlies geleden noch is sprake van ongerechtvaardigde verrijking van eiseres. Onder die omstandigheden is de belasting niet verschuldigd op grond van artikel 37 Wet OB (tekst 2009). Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van de beroepen, vernietiging van de uitspraken op bezwaar en teruggave van de onder 1.1.1 en 1.1.2 genoemde bedragen. 3.3. Verweerder stelt dat het doel van de onderhavige handelingen niet is gelegen in gezondheidskundige preventie maar in het door UWV gevraagde advies over de psychische en/of lichamelijke belastbaarheid van een aanvrager in het kader van zijn wettelijke plicht om tot een indicatiestelling te komen. De keuring is primair gericht op het ondersteunen van het door het UWV te nemen indicatiebesluit. De handelingen kunnen daarom niet delen in de medische vrijstelling. Subsidiair stelt verweerder dat de gefactureerde omzetbelasting verschuldigd is op grond van artikel 37 Wet OB. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van de beroepen. 4. Beoordeling van het geschil Het gemeenschapsrecht 4.1. Artikel 132, eerste lid, sub b en c, BTW-richtlijn luidt: De lidstaten verlenen vrijstelling voor de volgende handelingen: (...)
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.