RECHTBANK HAARLEM Sector Strafrecht Locatie Haarlem Meervoudige strafkamer Parketnummer: 15/996536-06 Uitspraakdatum: 27 januari 2012 Tegenspraak Strafvonnis Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 30 juni 2010, 25 november 2010, 26 november 2010, 1 december 2010, 22 december 2010, 7 februari 2011, 10 februari 2011, 17 februari 2011, 18 februari 2011, 28 februari 2011, 15 april 2011, 22 april 2011, 12 mei 2011, 13 mei 2011, 16 mei 2011, 19 mei 2011, 20 mei 2011, 27 mei 2011, 31 mei 2011, 6 juni 2011, 8 juni 2011, 10 juni 2011, 16 juni 2011, 23 juni 2011, 24 juni 2011, 27 juni 2011, 29 juni 2011, 4 juli 2011, 6 juli 2011, 8 juli 2011, 11 juli 2011, 15 juli 2011, 19 september 2011, 22 september 2011, 26 september 2011, 27 september 2011, 27 oktober 2011, 28 oktober 2011, 7 november 2011, 11 november 2011, 5 december 2011 en 13 januari 2012 in de zaak tegen: [verdachte], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], wonende te [adres]. 1. Tenlastelegging Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging en wijziging daarvan ten laste gelegd dat: 1. (PROJECT SOLARIS): Hij in of omstreeks de periode van 8 oktober 1999 tot en met 30 januari 2002 te Hoevelaken en/of Capelle aan den IJssel, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een geldbedrag van circa Euro 10.114.940,- (Fl.22.290.396), in elk geval enig groot geldbedrag, dat geheel of ten dele toebehoorde(
- n)aan Bouwfonds Vastgoedontwikkeling CV, een onderneming met ABN AMRO en/of BV Bouwfonds Vastgoedontwikkeling, een onderneming met ABN AMRO, en/of Bouwfonds Vastgoedontwikkeling BV en/of ABN AMRO Projectontwikkeling BV en/of Bouwfonds Vastgoed BV en/of ABN AMRO Bank NV, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geldbedrag verdachte en/of zijn mededader(
- s)uit hoofde zijn, verdachtes, persoonlijke dienstbetrekking als (algemeen) directeur/werknemer bij/van Bouwfonds Vastgoedontwikkeling BV (van 1 oktober 1995 tot 1 augustus 2001) en/of als (algemeen) directeur/werknemer bij/van BV Bouwfonds Vastgoedontwikkeling, een onderneming met ABN AMRO (van 16 september 1998 tot 1 januari 2001), en/of uit hoofde van de persoonlijke dienstbetrekking van [medeverdachte 3] als controller/werknemer bij/van Bouwfonds Vastgoedontwikkeling BV (van 1 oktober 1995 tot 1 augustus 2001) en/of als directeur financien en informatievoorziening/werknemer bij/van Bouwfonds Vastgoedontwikkeling BV (van 1 augustus 2001 tot 1 mei 2002) en/of als adjunct-directeur/werknemer bij/van Bouwfonds Vastgoedontwikkeling CV, een onderneming met ABN AMRO (van 1 januari 1999 tot 1 mei 2002) in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft/hebben toegeëigend; 2. (PROJECT SOLARIS): Hij in of omstreeks de periode van 8 oktober 1999 tot en met 10 december 1999 te Capelle aan den IJssel en/of Hoevelaken en/of Den Haag en/of Bergschenhoek, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een (turnkey)overeenkomst met een daaraan gehechte stichtingskostenbegroting tussen Bouwfonds Vastgoedontwikkeling CV, een onderneming met ABN AMRO, en [vennootschap 8], handelend namens de nog op te richten Capelse Maasoever BV (D-0006/D-1270), zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of laten opmaken of vervalst en/of doen vervalsen en/of laten vervalsen, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(
- s)valselijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven - in die (turnkey)overeenkomst opgenomen dat [vennootschap 8] en/of de nog op te richten Capelse Maasoever BV het project "Werken aan de Maas" (ook bekend onder de projectnaam "Solaris") tegen een vergoeding van FL.127.500.000,-, waarin alle met het project gemoeide kosten zijn begrepen, overeenkomstig aan een aan die (turnkey)overeenkomst gehechte stichtingskostenbegroting, "turnkey" zal opleveren aan Bouwfonds Vastgoedontwikkeling CV, een onderneming met ABN AMRO, althans woorden van die aard en/of strekking, en/of in die (turnkey)overeenkomst opgenomen een (bouw)claim d.d. 3 november 1999 van [vennootschap 5] (D-2409) en/of die (turnkey)overeenkomst gedateerd op 8 oktober 1999, terwijl in werkelijkheid de bij dat project berekende stichtingskosten door/voor Bouwfonds Vastgoedontwikkeling CV, een onderneming met ABN AMRO, en/of [vennootschap 8] was/waren begroot op een bedrag van tussen de Fl.95.930.547,- (D-1252/D-2958) en Fl.98.495.864,- (D-2840), al dan niet te vermeerderen met de overeengekomen vergoeding van Fl.7.500.000,- voor [vennootschap 8] en/of de nog op te richten Capelse Maasoever BV, althans de door Bouwfonds Vastgoedontwikkeling CV, een onderneming met ABN AMRO, overeengekomen en/of te betalen vergoeding minder was dan de totaal in die (turnkey)overeenkomst opgenomen vergoeding van FL.127.500.000,-, althans dat in die vergoeding van Fl.127.500.000,- een vergoeding voor en/of betaling (van circa Euro 10.281.161,-) aan Bloemenoord Groep BV en/of [verdachte] en/of Idlewild Consultants BV en/of [betrokkene 14] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer andere(
- n)was begrepen, en/of die (bouw)claim van [vennootschap 5] niet bestond/bestaat en/of die (turnkey)overeenkomst geantedateerd was/is, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken; 3. (PROJECT HOLLANDSE MEESTER): Hij in of omstreeks de periode van 17 augustus 1999 tot en met 24 november 1999 te Hoevelaken en/of Capelle aan den IJssel, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een geldbedrag van maximaal circa Euro 1.815.121,- (Fl. 4.000.000,-) en minimaal circa Euro 1.179.829.- (Fl. 2.600.000,-), in elk geval enig (groot) geldbedrag, dat geheel of ten dele toebehoorde aan Bouwfonds Vastgoedontwikkeling CV, een onderneming met ABN AMRO, en/of BV Bouwfonds Vastgoed Ontwikkeling, een onderneming met ABN AMRO, en/of Bouwfonds Vastgoedontwikkeling BV en/of ABN AMRO Projectontwikkeling BV en/of Bouwfonds Vastgoed BV en/of ABN AMRO Bank NV, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en welk geldbedrag hij, verdachte, en/of zijn mededader(
- s)uit hoofde van zijn, verdachte, persoonlijke dienstbetrekking als (algemeen) directeur/werknemer bij/van Bouwfonds Vastgoedontwikkeling BV (van 1 oktober 1995 tot 1 augustus 2001) en/of als (algemeen) directeur/werknemer bij/van BV Bouwfonds Vastgoedontwikkeling, een onderneming met ABN AMRO (van 16 september 1998 tot 1 januari 2001), in elk geval anders dan door misdrijf, onder zich had(den) wederrechtelijk zich heeft/hebben toegeëigend; 4. (PROJECT HOLLANDSE MEESTER): Hij in of omstreeks de periode van 17 augustus 1999 tot en met 29 oktober 1999 te Capelle aan den IJssel en/of Hoevelaken, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een overeenkomst met de naam "overeenkomst inzake verkoop rechten uit optieovereenkomst van de "Stationslocatie" aan het Plein van de Verenigde Naties te Zoetermeer" tussen [vennootschap 8] en Bouwfonds Vastgoedontwikkeling CV, een onderneming met ABN AMRO (D-0003/D-1331), zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of laten opmaken of vervalst en/of doen vervalsen en/of laten vervalsen, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(
- s)valselijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven - in die overeenkomst opgenomen dat Bouwfonds Vastgoedontwikkeling CV, een onderneming met ABN AMRO, de rechten uit de tussen [vennootschap 8] en de gemeente Zoetermeer gesloten overeenkomst inzake optieverlening van/op een perceel grond aan het Plein van de Verenigde Naties te Zoetermeer koopt en/of overneemt van [vennootschap 8] tegen betaling van een overeengekomen koopsom van Fl.5.000.000,- door Bouwfonds Vastgoedontwikkeling CV, een onderneming met ABN AMRO, te betalen aan [vennootschap 8], althans woorden van die aard en/of strekking, terwijl in werkelijkheid de koopsom van Fl.5.000.000,- voor de overname van de rechten tussen [vennootschap 8] en de gemeente Zoetermeer gesloten overeenkomst inzake optieverlening op het perceel grond aan het Plein van de Verenigde Naties te Zoetermeer niet (geheel) als koopsom ten goede is gekomen aan [vennootschap 8], maar voor een bedrag van circa Fl.2.600.000,- (Euro 1.179.829,-), althans een (substantieel) geldbedrag, ten goede is gekomen aan Bloemenoord Groep BV en/of [verdachte] en/of Idlewild Consultants BV en/of [betrokkene 14], althans een vergoeding betrof van circa Fl.2.600.000,- (Euro 1.179.829,-) voor Bloemenoord Groep BV en/of [verdachte] en/of Idlewild Consultants BV en/of [betrokkene 14], althans in die koopsom een vergoeding van circa Fl.2.600.000,- (Euro 1.179.829,-) ten behoeve van Bloemenoord Groep BV en/of [verdachte] en/of Idlewild Consultants en/of [betrokkene 14] was begrepen, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken; 5. (PROJECT COOLSINGEL): Hij in of omstreeks de periode van 15 januari 1999 tot en met 13 februari 2004 te Hoevelaken en/of Capelle aan den IJssel, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een geldbedrag van circa Euro 6.405.108,- (Fl.14.115.000,-), in elk geval enig groot geldbedrag, dat geheel of ten dele toebehoorde(
- n)aan Bouwfonds Vastgoedontwikkeling CV, een onderneming met ABN AMRO en/of BV Bouwfonds Vastgoedontwikkeling, een onderneming met ABN AMRO, en/of Bouwfonds Vastgoedontwikkeling BV en/of ABN AMRO Projectontwikkeling BV en/of Bouwfonds Vastgoed BV en/of ABN AMRO BAnk NV, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geldbedrag verdachte en/of zijn mededader(
- s)uit hoofde van zijn, verdachtes, persoonlijke dienstbetrekking als (algemeen) directeur/werknemer bij/van Bouwfonds Vastgoedontwikkeling BV (van 1 oktober 1995 tot 1 augustus 2001) en/of als (algemeen) directeur/werknemer bij/van BV Bouwfonds Vastgoedontwikkeling, een onderneming met ABN AMRO (van 16 september 1998 tot 1 januari 2001), en/of uit hoofde van de persoonlijke dienstbetrekking van [medeverdachte 3] als controller/werknemer bij/van Bouwfonds Vastgoedontwikkeling BV (van 1 oktober 1995 tot 1 augustus 2001) en/of als directeur financien en informatievoorziening/werknemer bij/van Bouwfonds Vastgoedontwikkeling BV (van 1 augustus 2001 tot 1 mei 2002) en/of als adjunct-directeur/werknemer bij/van Bouwfonds Vastgoedontwikkeling CV, een onderneming met ABN AMRO (van 1 januari 1999 tot 1 mei 2002), in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft/hebben toegeëigend; 6. (PROJECT COOLSINGEL): Hij in of omstreeks de periode van 15 januari 1999 tot en met 31 oktober 1999 te Capelle aan den IJssel en/of Hoevelaken, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een overeenkomst inzake de ontwikkeling van de Luxorlocatie te Rotterdam tussen [vennootschap 8] en Bouwfonds Vastgoedontwikkeling CV, een onderneming met ABN AMRO (D-0002/D-1579), zijnde een geschrift dat bestemd was of tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of laten opmaken of vervalst en/of doen vervalsen en/of laten vervalsen, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(
- s)valselijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven - in die overeenkomst opgenomen dat [vennootschap 8] de directievoering en de ontwikkeling van de Luxorlocatie te Rotterdam (ook bekend onder de projectnaam "Coolsingel") overneemt van Bouwfonds Vastgoedontwikkeling CV, een onderneming met ABN AMRO tegen betaling van een overeengekomen prijs van FL.13.850.000,- (exclusief btw) door Bouwfonds Vastgoedontwikkling CV, een onderneming met ABN AMRO, (te betalen) aan [vennootschap 8], althans woorden van die aard en/of strekking, en/of die overeenkomst gedateerd op 15 januari 1999 terwijl in werkelijkheid die vergoeding van FL.13.850.000,- voor de overname van de directievoering en de ontwikkeling van de Luxorlocatie te Rotterdam niet (geheel) ten goede is gekomen aan [vennootschap 8], maar in ieder geval voor een bedrag van circa Fl.4.062.319,- (Euro 1.843.400,-) ten goede is gekomen aan Bloemenoord Groep BV en/of [verdachte] en/of Idlewild Consultants BV en/of [betrokkene 14], althans een vergoeding betrof van circa Fl.4.062.319,- (Euro 1.843.400,-) voor Bloemenoord Groep BV en/of [verdachte] en/of Idlewild Consultants BV en/of [betrokkene 14], althans in die vergoeding van Fl.13.850.000,- een vergoeding van circa Fl.4.062.319,- (Euro 1.843.400,-) ten behoeve van Bloemenoord Groep BV en/of [verdachte] en/of Idlewild Consultants BV en/of [betrokkene 14] was begrepen en/of die overeenkomst geantedateerd was/is, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken; 7. PRIMAIR: (PROJECTEN SOLARIS, HOLLANDSE MEESTER & COOLSINGEL): Hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 14 december 2001 tot en met 8 augustus 2003, te Hoevelaken en/of Heemstede en/of Den Haag en/of Capelle aan den IJssel en/of Bemmel, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens), (van) een of meer voorwerp(en), te weten een geldbedrag van circa Euro 1.179.829,- (exclusief btw) inzake het project "Hollandse Meester", in elk geval enig geldbedrag, en/of een geldbedrag van circa Euro 7.913.161,- (exclusief btw) inzake het project "Solaris", in elk geval enig geldbedrag, en/of een geldbedrag van circa Euro 1.843.400,- (exclusief btw) inzake het project "Coolsingel", in elk geval enig geldbedrag, (telkens) de werkelijke aard en/of de herkomst heeft verborgen en/of verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(
- n)op het/de voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)was/waren en/of wie het voorhanden had/hadden (te weten hij, verdachte, en/of Bloemenoord Groep BV en/of [betrokkene 14] en/of Idlewild Consultants BV en/of Rooswyck Properties en/of Rooswyck Beheer BV en/of Rooswyck Propertery Services BV) door voor te wenden dat dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)was/waren verkregen op basis van een (valse of vervalste) overeenkomst inzake verkoop rechten uit de optieovereenkomst van de stationslocatie aan het plein van de Verenigde Naties te Zoetermeer gesloten tussen Bouwfonds Vastgoedontwikkeling CV, een onderneming met ABN AMRO, en [vennootschap 8] (D-0003/D-1331) inzake het project "Hollandse Meester" en/of een (valse of vervalste) (winstdelings)overeenkomst gesloten tussen Idlewild Consultants BV en [vennootschap 8] (D-0091) inzake het project "Hollandse Meester" en/of een (valse of vervalste) (turnkey)overeenkomst gesloten tussen Bouwfonds Vastgoedontwikkeling CV, een onderneming met ABN AMRO, en [vennootschap 8], handelend namens de nog op te richten Capelse Maasoever BV (D-0006/D-1270) inzake het project "Solaris" en/of een (valse of vervalste) (ontwikkelings)overeenkomst gesloten tussen [vennootschap 8] en Idlewild Consultants BV (D-0010) inzake het project "Solaris" en/of een (valse of vervalste) (ontwikkelings)overeenkomst gesloten tussen Bloemenoord Groep BV en Idlewild Consultants BV (D-1217) inzake het project "Solaris" en/of een (valse of vervalste) (winstdelings)overeenkomst gesloten tussen Bloemenoord Groep BV en Idlewild Consultants BV (D-0018) inzake het project "Solaris" en/of een (valse of vervalste) brief van Rooswyck Beheer BV aan Capelse Maasoever BV (D-0282) inzake het project "Solaris" en/of een (valse of vervalste) brief van Capelse Maasoever BV aan Rooswyck Beheer BV (D-1229) inzake het project "Solaris" en/of een (valse of vervalste) brief van Rooswyck Properties BV aan Capelse Maasoever BV (D-0277) inzake het project "Solaris" en/of een (valse of vervalste) brief van Capelse Maasoever BV aan Rooswyck Properties BV (D-1242) inzake het project "Solaris" en/of achttien, althans een of meer, (valse of vervalste) factu(u)r(
- en)van Rooswyck Properties en/of Rooswyck Property Services BV en/of Rooswyck Beheer BV (telkens) aan Capelse Maasoever BV ten bedrage van in totaal circa Euro 1.930.449,- (exclusief btw) (D-1249 en/of D-1249-1 en/of D-1245 en/of D-1245-1 en/of D-1245-2 en/of D-1231 en/of D-1231-1 en/of D-1231-2 en/of D-1246 en/of D-1246-1 en/of D-1246-2 en/of D-1246-3 en/of D-1247 en/of D-1247-1 en/of D-1247-2 en/of D-1248 en/of D-1248-1 en/of D-1248-2) inzake het project "Solaris"en/of een (valse of vervalste) overeenkomst inzake de ontwikkeling van de Luxorlocatie te Rotterdam gesloten tussen [vennootschap 8] en Bouwfonds Vastgoedontwikkeling CV, een onderneming met ABN AMRO, (D-0002/D-1579) inzake het project "Coolsingel" en/of een (valse of vervalste) (winstdelings)overeenkomst gesloten tussen [vennootschap 8] en Idlewild Consultants BV (D-0007/D-1031) inzake het project "Coolsingel" en/of door dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)inzake het project "Hollandse Meester" en/of in het project "Coolsingel" te (laten en/of doen) storten op een derdengeldrekening van notaris [betrokkene 6] (D-0014) en/of door een gedeelte van dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)inzake het project "Solaris", te weten een geldbedrag van circa Euro 5.982.712,- te (laten en/of doen ) storten op een derdengeldrekening van notaris [betrokkene 6] (D-0021 en/of D-1234-1 t/m D-1234-5), althans dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)voorhanden heeft gehad en/of heeft verworven, terwijl, hij, verdachte en/of zijn mededader(
- s)(telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(
- en)vermoeden dat dat/die voorwerpen)/geldbedrag(
- en)(geheel of gedeeltelijk) onmiddellijk of middellijk afkomstig was/waren uit enig misdrijf; SUBSIDIAIR: Idlewild Consultants BV en/of Rooswyck Properties en/of Rooswyck Property Services BV en/of Rooswyck Beheer BV en/of Bloemenoord Groep BV op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 14 december 2001 tot en met 8 augustus 2003, te Hoevelaken en/of Heemstede en/of Den Haag en/of Capelle aan den IJssel en/of Bemmel, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens), (van) een of meer voorwerp(en), te weten een geldbedrag van circa Euro 1.179.829,- (exclusief btw) inzake het project "Hollandse Meester", in elk geval enig geldbedrag, en/of een geldbedrag van circa Euro 7.913.161,- (exclusief btw) inzake het project "Solaris", in elk geval enig geldbedrag, en/of een geldbedrag van circa Euro 1.843.400,- (exclusief btw) inzake het project "Coolsingel", in elk geval enig geldbedrag, (telkens) de werkelijke aard en/of de herkomst heeft verborgen en/of verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(
- n)op het/de voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)was/waren en/of wie het voorhanden had/hadden (te weten hij, verdachte, en/of Bloemenoord Groep BV en/of [betrokkene 14] en/of Idlewild Consultants BV en/of Rooswyck Properties en/of Rooswyck Beheer BV en/of Rooswyck Property Services BV) door voor te wenden dat dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)was/waren verkregen op basis van een (valse of vervalste) overeenkomst inzake verkoop rechten uit de optieovereenkomst van de stationslocatie aan het plein van de Verenigde Naties te Zoetermeer gesloten tussen Bouwfonds Vastgoedontwikkeling CV, een onderneming met ABN AMRO, en [vennootschap 8] (D-0003/D-1331) inzake het project "Hollandse Meester" en/of een (valse of vervalste) (winstdelings)overeenkomst gesloten tussen Idlewild Consultants BV en [vennootschap 8] (D-0091) inzake het project "Hollandse Meester" en/of een (valse of vervalste) (turnkey)overeenkomst gesloten tussen Bouwfonds Vastgoedontwikkeling CV, een onderneming met ABN AMRO, en [vennootschap 8], handelend namens de nog op te richten Capelse Maasoever BV (D-0006/D-1270) inzake het project "Solaris" en/of een (valse of vervalste) (ontwikkelings)overeenkomst gesloten tussen [vennootschap 8] en Idlewild Consultants BV (D-0010) inzake het project "Solaris" en/of een (valse of vervalste) (ontwikkelings)overeenkomst gesloten tussen Bloemenoord Groep BV en Idlewild Consultants BV (D-1217) inzake het project "Solaris" en/of een (valse of vervalste) (winstdelings)overeenkomst gesloten tussen Bloemenoord Groep BV en Idlewild Consultants BV (D-0018) inzake het project "Solaris" en/of een (valse of vervalste) brief van Rooswyck Beheer BV aan Capelse Maasoever BV (D-0282) inzake het project "Solaris" en/of een (valse of vervalste) brief van Capelse Maasoever BV aan Rooswyck Beheer BV (D-1229) inzake het project "Solaris" en/of een (valse of vervalste) brief van Rooswyck Properties BV aan Capelse Maasoever BV (D-0277) inzake het project "Solaris" en/of een (valse of vervalste) brief van Capelse Maasoever BV aan Rooswyck Properties BV (D-1242) inzake het project "Solaris" en/of achttien, althans een of meer, (valse of vervalste) factu(u)r(
- en)van Rooswyck Properties en/of Rooswyck Property Services BV en/of Rooswyck Beheer BV (telkens) aan Capelse Maasoever BV ten bedrage van in totaal circa Euro 1.930.449,- (exclusief btw) (D-1249 en/of D-1249-1 en/of D-1245 en/of D-1245-1 en/of D-1245-2 en/of D-1231 en/of D-1231-1 en/of D-1231-2 en/of D-1246 en/of D-1246-1 en/of D-1246-2 en/of D-1246-3 en/of D-1247 en/of D-1247-1 en/of D-1247-2 en/of D-1248 en/of D-1248-1 en/of D-1248-2) inzake het project "Solaris"en/of een (valse of vervalste) overeenkomst inzake de ontwikkeling van de Luxorlocatie te Rotterdam gesloten tussen [vennootschap 8] en Bouwfonds Vastgoedontwikkeling CV, een onderneming met ABN AMRO, (D-0002/D-1579) inzake het project "Coolsingel" en/of een (valse of vervalste) (winstdelings)overeenkomst gesloten tussen [vennootschap 8] en Idlewild Consultants BV (D-0007/D-1031) inzake het project "Coolsingel" en/of door dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)inzake het project "Hollandse Meester" en/of in het project "Coolsingel" te (laten en/of doen) storten op een derdengeldrekening van notaris [betrokkene 6] (D-0014) en/of door een gedeelte van dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)inzake het project "Solaris", te weten een geldbedrag van circa Euro 5.982.712,- te (laten en/of doen ) storten op een derdengeldrekening van notaris [betrokkene 6] (D-0021 en/of D-1234-1 t/m D-1234-5), althans dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)voorhanden heeft gehad en/of heeft verworven, terwijl, die rechtsperso(o)n(
- en)Idlewild Consultants BV en/of Rooswyck Properties en/of Rooswyck Property Services BV en/of Rooswyck Beheer BV en/of Bloemenoord Groep BV en/of hun/haar mededader(
- s)(telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(
- en)vermoeden dat dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)(geheel of gedeeltelijk) onmiddellijk of middellijk afkomstig was/waren uit enig misdrijf, tot het plegen van bovenonmschreven strafbare feit hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opdracht heeft gegeven en/of aan welke vorenomschreven gedraging hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) feitelijk leiding heeft gegeven; 8. (PROJECTEN HOLLANDSE MEESTER & SOLARIS & COOLSINGEL): Hij in of omstreeks de periode van 1 januari 1998 tot en met 1 april 2008 te Capelle aan den IJssel en/of Hoevelaken en/of Den Haag en/of Bergschenhoek en/of 's-Gravenzande en/of Bilthoven en/of Amsterdam en/of Amstelveen en/of Heemstede en/of Bemmel en/of Buitenkaag, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van natuurlijke personen en/of rechtspersonen, bestaande uit hem, verdachte, en/of [betrokkene 14] en/of [medeverdachte 3] en/of [betrokkene 12] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 6] en/of [betrokkene 13] en/of [medeverdachte 7] en/of [betrokkene 6] en/of [betrokkene 11] en/of [medeverdachte 10] en/of [betrokkene 7] en/of Bloemenoord Groep BV en/of Ildewild Consultants BV en/of [vennootschap 10] (van 2 februari 1994 tot 14 augustus 2000 optredend onder de handelsnaam [vennootschap 8]) en/of [vennootschap 9] (van 14 augustus 2000 tot 5 april 2005 optredend onder de handelsnaam [vennootschap 8]) en/of Capelse Maasoever BV en/of [medeverdachte 13] en/of [vennootschap 13] en/of [vennootschap 17] (van 14 april 1999 tot 26 februari 2009 optredend onder de handelsnaam [vennootschap 7]) en/of [vennootschap 5] en/of een of meer andere(
- n)(rechts)perso(o)n(en), welke organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, namelijk onder meer: -oplichting van Bouwfonds (artikel 326 WvSr) -verduistering in dienstbetrekking bij Bouwfonds (artikel 322 WvSr) -valsheid in geschrifte (artikel 225 WvSr) -niet ambtelijke actieve en/of passieve omkoping (artikel 328ter WvSr) -witwassen (artikel 420bis/420quater WvSr) -opzetheling (artikel 416 WvSr) bestaande die deelneming onder meer uit: het (laten en/of doen) aangaan van valse of vervalste overeenkomsten en/of het (laten en/of doen) opmaken en/of samenstellen van valse of vervalste facturen en/of overeenkomsten en/of brieven en/of kostenbatenanalyses (KBA) en/of rapportages en/of bedrijfsadministraties en/of het (laten en/of doen) opnemen van valse of vervalste facturen en/of overeenkomsten en/of brieven in bedrijfsadministraties en/of het (laten en/of doen) verzenden van valse of vervalste facturen en/of overeenkomsten en/of brieven en/of het (laten en/of doen) doorbetalen en/of beheren en/of verdelen en/of ontvangen en/of verhullen van geldbedragen (al dan niet via notaris [betrokkene 6]), die verkregen zijn met vorenbedoelde misdrijven en/of het (laten en/of doen) doorgeven van gegevens aan overige leden van de organisatie, die relevant zijn voor de op te (laten en/of doen) maken valse of vervalste facturen en/of overeenkomsten en/of brieven en/of bedrijfsadministraties en/of het (laten en/of doen) doorgeven van gegevens aan overige leden van de organisatie, die relevant zijn om geldbedragen, die verkregen zijn met vorenbedoelde misdrijven, door te (kunnen) sluizen en/of het (laten en/of doen) beleggen van vergaderingen/bijeenkomsten met overige leden van de organisatie en/of het (laten en/of doen) werven en/of selecteren en/of opleiden en/of coachen van huidge leden en/of nieuwe leden van de organisatie en/of het (laten en/of doen) oprichten van bedrijven, die met geen ander doel zijn opgericht voor het (laten en/of doen) plegen van vorenbedoelde misdrijven en/of het verzwijgen tegenover Bouwfonds dat inzake de projecten "Hollandse Meester" en/of "Solaris" en/of "Coolsingel" door Bouwfonds te veel geld is betaald, althans dit niet heeft gemeld bij Bouwfonds en/of het feitelijk leiding geven aan vorenbedoelde misdrijven, terwijl hij, verdachte, binnen die organisatie een leidinggevende rol heeft vervuld; 9. (PROJECTEN SYMPHONY en 126); Hij in of omstreeks de periode van 27 juli 2004 tot en met 13 november 2007 te Eindhoven en/of Heemstede en/of Hoofddorp, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) aan iemand die, anders dan als ambtenaar werkzaam is in dienstbetrekking, te weten [medeverdachte 8] in dienst zijnde bij Philips Electronics Nederland BV en/of Philips Pension Competence Center BV en/of Philips Real Estate Investment Management BV en/of optredend als lasthebber van Stichting Philips Pensioenfonds, naar aanleiding hetgeen deze [medeverdachte 8] in dienstbetrekking(
- en)en/of bij de uitvoering van diens last(
- en)heeft gedaan en/of nagelaten dan wel zal doen of nalaten (zulks in het kader van de vastgoedprojecten 126 en Symphonie), (telkens) een of meer gifte(n), te weten een of meer contante geldbedrag(
- en)tot een totaal bedrag van circa Euro 135.000,-, in elk geval enig(
- e)geldbedrag(
- en)en/of drie, althans een of meer, horloge(
- s)(merk Cartier en/of merk Jaeger Le Coultre en/of merk International Watch Corporation met een totale waarde van circa Euro 44.000,-) en/of (telkens) een of meer belofte(n), te weten de belofte tot betaling van Euro 3.500.000,-, in elk geval enig(
- e)geldbedrag(en), heeft gedaan van die aard en/of zodanige omstandigheden dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(
- s)redelijkerwijs moest(
- en)aannemen dat die [medeverdachte 8] deze gift(
- en)en/of belofte(
- n)in strijd met de goede trouw zal verzwijgen tegenover zijn werkgever of lastgever; 10. (PROJECT 126): Hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2004 tot en met 1 februari 2006 te Eindhoven en/of Heemstede, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zichzelf en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of het aanwenden van (een) listige kunstgre(e)p(
- en)en/of door een samenweefsel van verdichtsels, Schootse Poort Onroerend Goed Beheer BV en/of Philips Real Estate Investment Management B.V. (hierna te noemen PREIM) en/of Stichting Philips Pensioenfonds en/of [betrokkene 2] heeft bewogen tot afgifte van een goed, te weten een pakket onroerend goed (bestaande uit de registergoederen A t/m Y, BB, Z en AA zoals omschreven in de de akte van levering D-0037) althans delen daarvan, hebbende hij, verdachte en/of zijn mededader(
- s)met vooromschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, - aan [betrokkene 2] en/of PREIM doen voorkomen dat er met Bouwfonds onderhandeld werd en uiteindelijk een principe akkoord was bereikt tot de aankoop door Philips van Symphony en de verkoop van Philips aan Bouwfonds van een pakket onroerend goed (de zogenaamde swap), terwijl verdachte en/of zijn mededaders wisten dat van dergelijke (swap-)onderhandelingen / een akkoord met betrekking tot de aankoop van dit pakket onroerend goed door Bouwfonds geen sprake (meer) was en/of; (D-1880) - [betrokkene 2] en/of PREIM voorgehouden en/of besloten dat de onroerend goederen in één pakket dienden te worden verkocht en/of dat er geen tender diende te worden uitgeschreven omdat dit beter voor PREIM/Stichting Philips Pensioenfonds zou zijn, terwijl verdachte en/of zijn mededaders wist(
- en)dat de verkoop op deze wijze werd gebruikt om hun eigen opbrengst/winst zeker te stellen en/of te maximaliseren en/of; - Vervolgens (op 31 maart 2005) per brief aan [betrokkene 2] en/of PREIM, voorgesteld, de [vennootschap 3], mede op verzoek van Bouwfonds, op te laten treden als intermediair en/of (gedeeltelijke) eindbelegger met betrekking tot de verkoop van genoemd pakket onroerend goed, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(
- s)op genoemd tijdstip wist(
- en)dat niet de [vennootschap 3] maar [vennootschap 2] (hierna te noemen [vennootschap 2]) van medeverdachte [betrokkene 3], in beeld was als mogelijke intermediair en/of (gedeeltelijke) eindbelegger en/of dat de [vennootschap 3] / [vennootschap 2] niet als intermediair en/of (gedeeltelijke) eindbelegger zou gaan optreden en/of dat de [vennootschap 3] niet op verzoek van Bouwfonds naar voren was geschoven en/of; (D-0815) - (in de daaropvolgende periode) (schijn)onderhandelingen gevoerd met medeverdachte [betrokkene 3], in diens hoedanigheid als directeur/vertegenwoordiger van [vennootschap 2], over de verkoopprijs van genoemd pakket onroerend goed, terwijl verdachte en/of zijn mededader(
- s)met andere(
- n)dan genoemde [betrokkene 3] en/of [vennootschap 2] over de verkoopprijs onderhandelden, althans de verkoopprijs niet in deze (schijn)onderhandelingen werd bepaald en/of; - vervolgens aan [betrokkene 2] en/of PREIM doen voorkomen dat met [vennootschap 2] als eindbelegger van het pakket onroerend goed overeenstemming was bereikt, terwijl verdachte en/of zijn mededaders wisten dat [vennootschap 2] slechts als "tussenpersoon" en/of stroman optrad en/of; (D-0816) - (op 8 november 2005) per brief aan [betrokkene 2] en/of PREIM medegedeeld dat het onderhandelingsresultaat, gezien de balanswaarde van het pakket (per 31 december 2004) en de toenmalige waarde van de drie kantoorcomplexen in verband met verslechterende marktomstandigheden, als "zéér aanvaardbaar" kan worden bestempeld, terwijl verdachte en/of zijn mededaders op dat moment wist(
- en)dat het onderhandelingsresultaat voor PREIM hoger had kunnen zijn en/of dat het pakket onroerend goed met winst zou worden doorverkocht, waarbij hij, verdachte en/of zijn mededaders een gedeelte van de winst zou(den) gaan ontvangen en/of; (D-0816 / D-1329) - aan [betrokkene 2] en/of PREIM (per brief van 8 november 2005) aangegeven dat drie kantoorcomplexen die deel uitmaken van het pakket (objecten AA, Z en BB) een waardevermindering van circa EUR 10 a 15 miljoen hadden ondergaan en daarbij ter onderbouwing hiervan een afwaarderingrapport van [getuige 3] als bijlage bijgevoegd, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(
- s)wist(
- en)dat deze afwaardering (feitelijk) onjuist was en/of aan [getuige 3] (nadat zij tot een afwaardering van circa EUR 3,1 miljoen kwam) heeft/hebben aangegeven dat zij op een afwaardering van circa EUR 18 miljoen moest uitkomen en/of; (D-1323 en D-1325) - tegenover [betrokkene 2] en/of PREIM verzwegen dat het pakket onroerend goed, althans delen daarvan, nog dezelfde dag waarop het/die geleverd zou(den) gaan worden aan [vennootschap 2] (namelijk 1-2-2006), zou(den) worden doorverkocht aan Kanaalcentrum Utrecht BV en/of (vervolgens) aan Landquest NV en/of (vervolgens) aan Fortis Verzekeringen Vastgoed Maatschappij NV en/of dat het pakket onroerend goed, althans delen daarvan, voor een (aanzienlijk) hoger bedrag dan de verkoopsom van het pakket en/of die delen aan [vennootschap 2], zou(den) worden (door)verkocht aan genoemde rechtspersonen en/of - zich voorgedaan als (een) competente en/of betrouwbare en/of loyale en/of integere medewerker(
- s)binnen PREIM en/of PPF terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s), zijn/hun competenties niet heeft/hebben aangewend ten goede van zijn/hun werkgever en/of lastgever en/of heeft/hebben verzwegen dat hij, verdachte en/of zijn mededaders een eigen (geldelijk) belang had(den) bij deze verkooptransactie, waardoor Schootse Poort Onroerend Goed Beheer BV en/of Philips Real Estate Investment Management B.V en/of Stichting Philips Pensioenfonds en/of [betrokkene 2] werd(
- en)bewogen tot afgifte van het voornoemde pakket onroerend goed; en/of Hij op of omstreeks 1 februari 2006, althans in de periode van 1 februari 2006 tot en met 13 november 2007 te Eindhoven en/of Heemstede en/of Nuenen en/of Weert en/of Haelen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk enig goed, te weten een pakket onroerend goed (bestaande uit de registergoederen A t/m Y, BB, Z en AA zoals omschreven in de akte van levering D-0037), althans delen daarvan of een deel van de opbrengsten van de verkoop van dit onroerend goed, dat geheel of ten dele toebehoorde aan Stichting Philips Pensioenfonds althans aan (een) ander(
- en)dan aan hem, verdachte en/of zijn mededader(s), welk goed of deel daarvan verdachte en/of zijn mededader(
- s)uit hoofde van de persoonlijke dienstbetrekking van [medeverdachte 8] als hoofd portefeuillemanagement dan wel als directeur dan wel als werknemer bij Philips Real Estate Investment Management B.V. en/of uit hoofde van de persoonlijke dienstbetrekking van [medeverdachte 2] als directeur bij Philips Real Estate Investment Management B.V., in elk geval anders dan door misdrijf, onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft/hebben toegeëigend; 11. (PROJECT 126); Hij in of omstreeks de periode van 27 juli 2004 tot en met 1 december 2006 te Den Bosch en/of Eindhoven en/of Heemstede en/of Hoofddorp, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) aan iemand die, anders dan als ambtenaar werkzaam is in dienstbetrekking, te weten [medeverdachte 2] in dienst zijnde bij Philips Electronics Nederland BV en/of Philips Pension Competence Center BV en/of Philips Real Estate Investment Management BV en/of optredend als lasthebber van Stichting Philips Pensioenfonds, naar aanleiding hetgeen deze [medeverdachte 2] in dienstbetrekking(
- en)en/of bij de uitvoering van diens last(
- en)heeft gedaan en/of nagelaten dan wel zal doen of nalaten (telkens) een of meer gift(en), namelijk de betaling van een totaal bedrag van Euro 12.500.000,- en/of de betaling van een totaal bedrag van Euro 422.500,-, in elk geval enig(
- e)geldbedrag(
- en)en/of (telkens) een of meer belofte(n), namelijk de betaling van 7/15 deel van de te behalen winst op project 126 door (de vennootschappen van) hem, verdachte en/of zijn mededader(s), welk deel werd begroot op een totaal bedrag van Euro 22.900.000,-, in elk geval enig(
- e)geldbedrag(en), heeft gedaan van die aard en/of onder zodanige omstandigheden dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(
- s)redelijkerwijs moest(
- en)aannemen dat die [medeverdachte 2] deze gift(
- en)en/of belofte(
- n)in strijd met de goede trouw zal verzwijgen tegenover zijn werkgever of lastgever; 12. PRIMAIR: (PROJECT EUROCENTER): Hij in of omstreeks de periode van 3 augustus 2004 tot en met 2 maart 2005 te Amsterdam en/of Heemstede en/of Hoevelaken en/of Capelle aan den IJssel en/of Bilthoven, in elk geval in Nederland, en/of te Glenn Ellyn, Illinois, in de USA, in elk geval in de Verenigde Staten van Amerika, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (van) een voorwerp, te weten een of meer geldbedragen tot een totaal bedrag van circa Euro 2.100.000,- (exclusief btw), in elk geval enig(
- e)geldbedrag(en), de werkelijke aard en/of de herkomst heeft verborgen en/of verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(
- n)op (een gedeelte van) het/de voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)was/waren en/of wie het voorhanden heeft/hebben gehad (te weten hij, verdachte, en/of [betrokkene 14]) door voor te wenden dat dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)door [vennootschap 5] was/waren verkregen op basis van een (valse of vervalste) (aannemings)overeenkomst gesloten tussen Bouwfonds Ontwikkeling BV en [vennootschap 5] (D-1069/D-2949) en/of vijf, althans een of meer, (valse of vervalste) factu(u)r(
- en)van [vennootschap 5] (telkens) gericht aan Bouwfonds Ontwikkeling BV ten bedrage van in totaal circa Euro 2.100.000,- (exclusief btw) (D-1093/D-2248 en/of D-1094/D-2249 en/of D-1095/D-2247 en/of D-1096/D-2250 en/of D-1097/D-2251), en/of door voor te wenden dat (een gedeelte van) dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)door [vennootschap 5] was/waren (door)betaald aan Rooswyck Property Services BV en/of Rooswyck Properties Services NV op basis van een (valse of vervalste) brief van aan Rooswyck Property Services BV gericht aan [vennootschap 5] (D-1627) en/of een (valse of vervalste) factuur van Rooswyck Property Services BV aan [vennootschap 5] ten bedrage van circa Euro 125.000,- (exclusief btw) (D-1071) en/of een (valse of vervalste) factuur van Rooswyck Property Services NV aan [vennootschap 5] ten bedrage van circa Euro 125.000,- (exclusief btw) (D-1070) en/of door voor te wenden dat (een gedeelte van) dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)door [vennootschap 5] was/waren (door)betaald aan [medeverdachte 13] op basis van eeen (valse of vervalste) factuur van [medeverdachte 13] aan [vennootschap 5] ten bedrage van circa Euro 75.000,- (exclusief btw) (D-1037) en/of door voor te wenden dat (een gedeelte van) dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)door [vennootschap 5] was/waren (door)betaald aan [vennootschap 25] en/of [natuurlijk persoon van vennootschap 25] op basis van twee, althans een of meer (valse of vervalste) brie(f)(ven) van PPKS Architects Internationel/Ltd en/of [natuurlijk persoon van vennootschap 25] (telkens) gericht aan [vennootschap 5] (D-3749 en/of D-3750) en/of twee, althans een of meer, (valse of vervalste) factu(u)r(
- en)van PPKS Architects International/Ltd en/of [vennootschap 25] (telkens) aan [vennootschap 5] ten bedrage van in totaal circa Euro 300.000,- (exclusief btw) (D-1256 en/of D-1255), althans dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)voorhanden heeft gehad en/of heeft verworven en/of (een gedeelte van) dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)heeft overgedragen, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(
- s)wist(en), althans redelijkerwijs moest(
- en)vermoeden dat dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)(geheel of gedeeltelijk) onmiddellijk of middellijk afkomstig was/waren uit enig misdrijf; SUBSIDIAIR: [vennootschap 5] in of omstreeks de periode van 3 augustus 2004 tot en met 2 maart 2005 te Amsterdam en/of Heemstede en/of Hoevelaken en/of Capelle aan den IJssel en/of Bilthoven, in elk geval in Nederland, en/of te Glenn Ellyn, Illinois, in de USA, in elk geval in de Verenigde Staten van Amerika, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (van) een voorwerp, te weten een of meer geldbedragen tot een totaal bedrag van circa Euro 2.100.000,- (exclusief btw), in elk geval enig(
- e)geldbedrag(en), de werkelijke aard en/of de herkomst heeft verborgen en/of verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(
- n)op (een gedeelte van) het/de voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)was/waren en/of wie het voorhanden heeft/hebben gehad (te weten hij, verdachte, en/of [betrokkene 14]) door voor te wenden dat dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)door [vennootschap 5] was/waren verkregen op basis van een (valse of vervalste) (aannemings)overeenkomst gesloten tussen Bouwfonds Ontwikkeling BV en [vennootschap 5] (D-1069/D-2949) en/of vijf, althans een of meer, (valse of vervalste) factu(u)r(
- en)van [vennootschap 5] (telkens) gericht aan Bouwfonds Ontwikkeling BV ten bedrage van in totaal circa Euro 2.100.000,- (exclusief btw) (D-1093/D-2248 en/of D-1094/D-2249 en/of D-1095/D-2247 en/of D-1096/D-2250 en/of D-1097/D-2251), en/of door voor te wenden dat (een gedeelte van) dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)door [vennootschap 5] was/waren (door)betaald aan Rooswyck Property Services BV en/of Rooswyck Properties Services NV op basis van een (valse of vervalste) brief van aan Rooswyck Property Services BV gericht aan [vennootschap 5] (D-1627) en/of een (valse of vervalste) factuur van Rooswyck Property Services BV aan [vennootschap 5] ten bedrage van circa Euro 125.000,- (exclusief btw) (D-1071) en/of een (valse of vervalste) factuur van Rooswyck Property Services NV aan [vennootschap 5] ten bedrage van circa Euro 125.000,- (exclusief btw) (D-1070) en/of door voor te wenden dat (een gedeelte van) dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)door [vennootschap 5] was/waren (door)betaald aan [medeverdachte 13] op basis van eeen (valse of vervalste) factuur van [medeverdachte 13] aan [vennootschap 5] ten bedrage van circa Euro 75.000,- (exclusief btw) (D-1037) en/of door voor te wenden dat (een gedeelte van) dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)door [vennootschap 5] was/waren (door)betaald aan [vennootschap 25] en/of [natuurlijk persoon van vennootschap 25] op basis van twee, althans een of meer (valse of vervalste) brie(f)(ven) van PPKS Architects International/Ltd en/of [natuurlijk persoon van vennootschap 25] (telkens) gericht aan [vennootschap 5] (D-3749 en/of D-3750) en/of twee, althans een of meer, (valse of vervalste) factu(u)r(
- en)van PPKS Architects International/Ltd en/of [vennootschap 25] (telkens) aan [vennootschap 5] ten bedrage van in totaal circa Euro 300.000,- (exclusief btw) (D-1256 en/of D-1255), althans dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)voorhanden heeft gehad en/of heeft verworven en/of (een gedeelte van) dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)heeft overgedragen, terwijl die rechtspersoon [vennootschap 5] en/of haar mededader(
- s)wist(en), althans redelijkerwijs moest(
- en)vermoeden dat dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)(geheel of gedeeltelijk) onmiddellijk of middellijk afkomstig was/waren uit enig misdrijf, tot het plegen van bovenomschreven strafbare feit hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke vorenomschreven verboden gedraging hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, feitelijk leiding heeft gegeven; 13. PRIMAIR: (PROJECT EUROCENTER): Hij in of omstreeks de periode van 4 mei 2004 tot en met 18 mei 2005 te Heemstede en/of Hoevelaken en/of IJsselstein en/of Bilthoven, in elk geval in Nederland, en/of te Glenn Ellyn, Illinois, in de USA, in elk geval in de Verenigde Staten van Amerika, en/of te Barcelona in Spanje, in elk geval in Spanje, en/of te Londen te Engeland, in elk geval in Engeland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (van) een voorwerp, te weten een of meer geldbedragen tot een totaal bedrag van circa Euro 2.605,380,- (exclusief btw), in elk geval enig(
- e)geldbedrag(en), de werkelijke aard en/of de herkomst heeft verborgen en/of verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(
- n)op (een gedeelte van) het/de voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)was/waren en/of wie het voorhanden heeft/hebben gehad (te weten hij, verdachte, en/of [betrokkene 14] en/of [medeverdachte 5]) door voor te wenden dat (een gedeelte van) dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)door PPKS Architects International/Ltd en/of [vennootschap 25] en/of [natuurlijk persoon van vennootschap 25] was/waren verkregen op basis van een (valse of vervalste) deelopdracht van [vennootschap 4] aan PPKS Architects International/Ltd en/of [vennootschap 25] en/of [natuurlijk persoon van vennootschap 25] (D-1160 en/of D-2937) en/of drie, althans een of meer, (valse of vervalste) factu(u)r(
- en)van PPKS Architects International/Ltd en/of [vennootschap 25] en/of [natuurlijk persoon van vennootschap 25] (telkens) aan [vennootschap 4] ten bedrage van in totaal circa Euro 1.3600.000,- (exclusief btw) (D-3713) en/of een (valse of vervalste) (bevestigings)brief van [vennootschap 4] gericht aan PPKS Architects International/Ltd en/of [vennootschap 25] en/of [natuurlijk persoon van vennootschap 25] (D-2529) en/of een (valse of vervalste) factuur van PPKS Architects Internationel/Ltd en/of [vennootschap 25] en/of [natuurlijk persoon van vennootschap 25] ten bedrage van circa Euro 400.000,- (D-3747-1) en/of door voor te wenden dat (een gedeelte van) dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)door PPKS Architects International/Ltd en/of [vennootschap 25] en/of [natuurlijk persoon van vennootschap 25] was/waren verkregen op basis van drie, althans een of meer, (valse of vervalste) factu(u)r(
- en)van PPKS Architects International/Ltd en/of [vennootschap 25] en/of [natuurlijk persoon van vennootschap 25] (telkens) aan Bouwfonds Ontwikkeling BV ten bedrage van in totaal circa 565.000,- (exclusief btw) (D-1225/D-3751-1 en/of D-1226/D-3751-2 en/of D-1227/D-3751-3) en/of door voor te wenden dat (een gedeelte van) dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)door PPKS Architects International/Ltd en/of [vennootschap 25] en/of [natuurlijk persoon van vennootschap 25] was/waren verkregen op basis van twee, althans een of meer, (valse of vervalste) factu(u)r(
- en)van PPKS Architects International/Ltd en/of [vennootschap 25] en/of [natuurlijk persoon van vennootschap 25] (telkens) aan [medeverdachte 13] ten bedrage van in totaa circa Euro 280.380,- (exclusief btw) (D-1282/D-3207-2 en/of D-1284/D-3209-1) en/of door voor te wenden dat (een gedeelte van) dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)door [vennootschap 25] en/of [natuurlijk persoon van vennootschap 25] was/waren (door)betaald aan Kesse Escowei S.L. op basis van een (valse of vervalste) brief van Kesse Escowei S.L. gericht aan [vennootschap 25] en/of [natuurlijk persoon van vennootschap 25] dan wel een (valse of vervalste) overeenkomst gesloten tussen Kesse Escowei S.L. en [vennootschap 25] en/of [natuurlijk persoon van vennootschap 25] (D-3734) en/of vijf, althans een of meer, (valse of vervalste) factu(u)r(
- en)van Kesse Escowei S.L. (telkens) aan [vennootschap 25] en/of [natuurlijk persoon van vennootschap 25] ten bedrage van in totaal circa $1.240.120,- (exclusief btw) (D-3741-1/5 en/of D-3741-2/5 en/of D-3741-3/5 en/of D-3741-4/5 en/of D-3741-5/5) en/of door voor te wenden dat (een gedeelte van) dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)door [vennootschap 25] en/of [natuurlijk persoon van vennootschap 25] was/waren (door)betaald op basis van een (valse of vervalste) overeenkomst gesloten tussen Windmain Services Limited en [vennootschap 25] en/of [natuurlijk persoon van vennootschap 25] (D-3733) en/of tien, althans een of meer, (valse of vervalste) factu(u)r(
- en)van Windmain Services Limited (telkens) aan [vennootschap 25] en/of [natuurlijk persoon van vennootschap 25] ten bedrage van in totaal circa $2.236.765,- (exclusief btw) (D-3699-1 en/of D-3699-2 en/of D-3699-3 en/of D-3699-5 en/of D-3699-6 en/of D-3699-7 en/of D-3699-8 en/of D-3699-9 en/of D-3818 en/of D-3819), althans dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)voorhanden heeft gehad en/of heeft verworven en/of (een gedeelte van) dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)heeft overgedragen, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(
- s)wist(en), althans redelijkerwijs moest(
- en)vermoeden dat dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)(geheel of gedeeltelijk) onmiddellijk of middellijk afkomstig was/waren uit enig misdrijf; SUBSIDIAIR: [vennootschap 25] in of omstreeks de periode van 4 mei 2004 tot en met 18 mei 2005 te Heemstede en/of Hoevelaken en/of IJsselstein en/of Bilthoven, in elk geval in Nederland, en/of te Glenn Ellyn, Illinois, in de USA, in elk geval in de Verenigde Staten van Amerika, en/of te Barcelona in Spanje, in elk gevalin Spanje, en/of te Londen te Engeland, in elk geval in Engeland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (van) een voorwerp, te weten een of meer geldbedragen tot een totaal bedrag van circa Euro 2.605,380,- (exclusief btw), in elk geval enig(
- e)geldbedrag(en), de werkelijke aard en/of de herkomst heeft verborgen en/of verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(
- n)op (een gedeelte van) het/de voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)was/waren en/of wie het voorhanden heeft/hebben gehad (te weten hij, verdachte, en/of [betrokkene 14] en/of [medeverdachte 5]) door voor te wenden dat (een gedeelte van) dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)door PPKS Architects International/Ltd en/of [vennootschap 25] en/of [natuurlijk persoon van vennootschap 25] was/waren verkregen op basis van een (valse of vervalste) deelopdracht van [vennootschap 4] aan PPKS Architects International/Ltd en/of [vennootschap 25] en/of [natuurlijk persoon van vennootschap 25] (D-1160 en/of D-2937) en/of drie, althans een of meer, (valse of vervalste) factu(u)r(
- en)van PPKS Architects International/Ltd en/of [vennootschap 25] en/of [natuurlijk persoon van vennootschap 25] (telkens) aan [vennootschap 4] ten bedrage van in totaal circa Euro 1.3600.000,- (exclusief btw) (D-3713) en/of een (valse of vervalste) (bevestigings)brief van [vennootschap 4] gericht aan PPKS Architects International/Ltd en/of [vennootschap 25] en/of [natuurlijk persoon van vennootschap 25] (D-2529) en/of een (valse of vervalste) factuur van PPKS Architects Internationel/Ltd en/of [vennootschap 25] en/of [natuurlijk persoon van vennootschap 25] ten bedrage van circa Euro 400.000,- (D-3747-1) en/of door voor te wenden dat (een gedeelte van) dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)door PPKS Architects International/Ltd en/of [vennootschap 25] en/of [natuurlijk persoon van vennootschap 25] was/waren verkregen op basis van drie, althans een of meer, (valse of vervalste) factu(u)r(
- en)van PPKS Architects International/Ltd en/of [vennootschap 25] en/of [natuurlijk persoon van vennootschap 25] (telkens) aan Bouwfonds Ontwikkeling BV ten bedrage van in totaal circa 565.000,- (exclusief btw) (D-1225/D-3751-1 en/of D-1226/D-3751-2 en/of D-1227/D-3751-3) en/of door voor te wenden dat (een gedeelte van) dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)door PPKS Architects International/Ltd en/of [vennootschap 25] en/of [natuurlijk persoon van vennootschap 25] was/waren verkregen op basis van twee, althans een of meer, (valse of vervalste) factu(u)r(
- en)van PPKS Architects International/Ltd en/of [vennootschap 25] en/of [natuurlijk persoon van vennootschap 25] (telkens) aan [medeverdachte 13] ten bedrage van in totaal circa Euro 280.380,- (exclusief btw) (D-1282/D-3207-2 en/of D-1284/D-3209-1) en/of door voor te wenden dat (een gedeelte van) dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)door [vennootschap 25] en/of [natuurlijk persoon van vennootschap 25] was/waren (door)betaald aan Kesse Escowei S.L. op basis van een (valse of vervalste) brief van Kesse Escowei S.L. gericht aan [vennootschap 25] en/of [natuurlijk persoon van vennootschap 25] dan wel een (valse of vervalste) overeenkomst gesloten tussen Kesse Escowei S.L. en [vennootschap 25] en/of [natuurlijk persoon van vennootschap 25] (D-3734) en/of vijf, althans een of meer, (valse of vervalste) factu(u)r(
- en)van Kesse Escowei S.L. (telkens) aan [vennootschap 25] en/of [natuurlijk persoon van vennootschap 25] ten bedrage van in totaal circa $1.240.120,- (exclusief btw) (D-3741-1/5 en/of D-3741-2/5 en/of D-3741-3/5 en/of D-3741-4/5 en/of D-3741-5/5) en/of door voor te wenden dat (een gedeelte van) dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)door [vennootschap 25] en/of [natuurlijk persoon van vennootschap 25] was/waren (door)betaald op basis van een (valse of vervalste) overeenkomst gesloten tussen Windmain Services Limited en [vennootschap 25] en/of [natuurlijk persoon van vennootschap 25] (D-3733) en/of tien, althans een of meer, (valse of vervalste) factu(u)r(
- en)van Windmain Services Limited (telkens) aan [vennootschap 25] Architects International en/of [natuurlijk persoon van vennootschap 25] ten bedrage van in totaal circa $2.236.765,- (exclusief btw) (D-3699-1 en/of D-3699-2 en/of D-3699-3 en/of D-3699-5 en/of D-3699-6 en/of D-3699-7 en/of D-3699-8 en/of D-3699-9 en/of D-3818 en/of D-3819), althans dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)voorhanden heeft gehad en/of heeft verworven en/of (een gedeelte van) dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)heeft overgedragen, terwijl die rechtspersoon [vennootschap 25] en/of haar mededader(
- s)wist(en), althans redelijkerwijs moest(
- en)vermoeden dat dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(
- en)(geheel of gedeeltelijk) onmiddellijk of middellijk afkomstig was/waren uit enig misdrijf, tot het plegen van bovenomschreven strafbare feit hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke vorenomschreven verboden gedraging hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, feitelijk leiding heeft gegeven; 14. (PROJECT EUROCENTER/PHILIPS): Hij in of omstreeks de periode van 1 januari 1998 tot en met 13 november 2007 te Eindhoven en/of Hoevelaken en/of Hoofddorp en/of Heemstede en/of Weert en/of Haelen en/of Roermond en/of Tilburg en/of Aerdenhout en/of Bloemendaal en/of Rosmalen en/of Den Bosch en/of Den Haag en/of Bilthoven en/of Haarlem en/of Alphen aan den Rijn en/of Capelle aan den IJssel en/of IJsselstein en/of Waddinxveen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft deelgenomen heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een organisatieverband van natuurlijke personen en/of rechtspersonen, bestaande uit hem, verdachte, en/of [betrokkene 14] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 9] en/of [medeverdachte 2] en/of [betrokkene 16] en/of [medeverdachte 4] en/of [betrokkene 3] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 8] en/of [betrokkene 4] en/of [betrokkene 5] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 7] en/of [betrokkene 6] en/of [betrokkene 7] en/of [betrokkene 8] en/of Landquest NV en/of Kanaalcentrum Utrecht BV en/of Europalaan Utrecht BV en/of Idlewild Consultants BV en/of Universum Holding BV en/of Universum Beheer BV en/of [medeverdachte 15] en/of [medeverdachte 13] en/of [medeverdachte 14] en/of AFR Vastgoed BV (van 29 januari 2001 tot 10 april 2006 optredend onder de handelsnaam [vennootschap 2]) en/of [vennootschap 4] en/of [vennootschap 5] en/of [vennootschap 6] en/of een of meer andere(
- n)(rechts)perso(o)n(en), welke organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, namelijk onder meer: -oplichting van Stichting Philips Pensioenfonds en/of Philips Real Estate Investment Management BV en/of Schootse Poort Onroerend Goed Beheer BV en/of Bouwfonds (artikel 326 WvSr); -verduistering in dienstbetrekking bij Stichting Philips Pensioenfonds en/of Philips Real Estate Investment Management BV en/of Schootse Poort Onroerend Goed Beheer BV en/of Bouwfonds (artikel 322 WvSr); -valsheid in geschrifte (artikel 225 WvSr); -niet ambtelijke actieve en/of passieve omkoping (artikel 328ter WvSr); -witwassen (artikel 420bis/420quarter WvSr); bestaande die deelneming onder meer uit: het bedenken en/of plannen en/of voorbereiden van vorenbedoelde misdrijven en/of het uitdenken en/of vastleggen van constructies waarop de met vorenbedoelde misdrijven verkregen gelden worden verdeeld en/of aan het zicht worden onttrokken van derden en/of het ten behoeve van vorenbedoelde misdrijven oprichten van vennootschappen en/of aangaan van samenwerkingsverbanden en/of inrichten van de (eigendoms)verhoudingen binnen vennootschappen en/of op andere wijze betrekken van derden en/of het ten behoeve van vorenbedoelde misdrijven doen van giften en/of beloften aan andere deelnemers van die organisatie en/of aan anderen in ruil voor medewerking en/of het verzwijgen tegenover de werkgever (Bouwfonds en/of Stichting Philips Pensioenfonds en/of Philips Real Estate Investment Management BV en/of Schootse Poort Onroerend Goed Beheer BV) van (deze) giften en/of beloften en/of het aanwenden en/of gebruik maken van de positie en/of specifieke kennis en/of vaardigheden van (een) andere deelnemer(
- s)van de organisatie en/of van anderen en/of het voor rekening van en/of op naam van de werkgever (doen of laten) aangaan van valse of vervalste en/of onzakelijke overeenkomsten en/of het ten behoeve van het aangaan van valse of vervalste overeenkomsten overleggen van valse of vervalste KBA's en/of notities en/of andere stukken en/of het (doen of laten) verrichten van (frauduleuze) betalingen aan de contractpartijen ter uitvoering van valse of vervalste overeenkomsten en/of het (doen of laten) verstrekken van geheime of vertrouwelijke informatie aan andere deelnemers van de organisatie en/of aan anderen en/of het (doen of laten) opnemen van valse of vervalste overeenkomsten en/of facturen en/of brieven in bedrijfsadministraties (van de werkgever) en/of het (doen of laten) opmaken en/of samenstellen van valse of vervalste facturen en/of overeenkomsten en/of brieven ten behoeve van de verdere doorgeleiding van de door middel van vorenbedoelde misdrijven verkregen (frauduleuze) gelden en/of het doen of laten beheren van de door middel van vorenbedoelde misdrijven verkregen gelden door andere deelnemers van de organisatie en/of het beheren van de door middel van vorenbedoelde misdrijven verkregen gelden voor andere deelnemers van de organisatie en/of het (doen of laten) beheren van de door middel van vorenbedoelde misdrijven verkregen gelden middels buitenlandse vennootschappen en/of buitenlandse bankrekeningen en/of het beleggen of bijwonen van bijeenkomsten en/of vergaderingen met de andere deelnemers van de organisatie, zulks ten behoeve van besluitvorming over vorenbedoelde misdrijven en/of het werven en/of selecteren en/of opleiden en/of coachen van huidige leden en/of nieuwe leden van de organisatie en/of het feitelijk leiding geven aan vorenbedoelde misdrijven, terwijl hij, verdachte, binnen die organisatie een leidinggevende rol heeft vervuld; Parketnummer 15/993026-08 hij op of omstreeks 13 november 2007 te Heemstede een wapen van categorie III, te weten een dubbelloops hagelgeweer (merk Laurona & kaliber 12), en/of munitie van categorie III, te weten 13 patronen (waarvan 11 patronen van kaliber 12 en/of 2 patronen, zijnde zogenaamde lichtkogels), voorhanden heeft gehad en/of hij op of omstreeks 13 november 2007 te Heemstede een wapen van categorie II onder 5°, te weten een handwapen waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht (merk/model Security plus/Electric Shock), niet zijnde een medisch hulpmiddel, voorhanden heeft gehad; 2. Een aan de vragen van de artikelen 348 en 350 Sv voorafgaande kwestie Voordat de rechtbank de haar door de artikelen 348 en 350 opgedragen vraagpunten bespreekt, ziet zij zich genoodzaakt een door de raadsman bij pleidooi opgeworpen kwestie te behandelen, omdat in geval van honorering van het daaruit voortvloeiende verzoek de rechtbank vooralsnog niet aan bespreking van die vraagpunten toe is. Door de verdediging is de rechtbank verzocht bij vonnis een beslissing te nemen op haar verzoek tot kennisneming van de inhoud van de zogenoemde "kast van [getuige 21]", subsidiair de schending vast te stellen van beginselen van een goede procesorde die niet te herstellen is gebleken binnen deze procedure. Deze schending komt neer op de onmogelijkheid voor de verdediging en de rechtbank om aan de hand van daartoe bestemde verslaglegging de bescherming van [verdachte] als verdachte in het vooronderzoek te controleren, aldus de verdediging. De rechtbank vat het verzoek van de verdediging kennis te mogen nemen van de inhoud van "de kast van [getuige 21]" op als een verzoek tot het wijzen van een tussenvonnis en heropening en vervolgens schorsing van het onderzoek ter terechtzitting in de zaak nu een eventuele honorering van dit verzoek in de visie van de rechtbank niet op een andere wijze geëffectueerd zou kunnen worden. Ter adstructie van haar verzoek heeft de verdediging - kort weergegeven - het volgende aangevoerd. Als achtergrond van het fiscale voortraject van de strafzaak Klimop schetst de verdediging een beeld van het politieke beleid ten aanzien van fraude in de vastgoedbranche, waarbij aandacht wordt besteed aan de Parlementaire Enquête Bouwnijverheid en de gevolgen daarvan voor dat beleid. De verdediging wijst met name op de gevolgen van de uitkomsten van deze Enquête voor het openbaar ministerie, de FIOD en de Belastingdienst, onder meer voor de fiscale afhandeling van door bedrijven betaalde steekpenningen. Deze beleidswijziging kwam er onder meer op neer dat het betalen van steekpenningen niet langer gedoogd zou mogen worden en corruptie strafrechtelijk steviger zou moeten worden aangepakt. Vervolgens beschrijft de verdediging de gang van zaken vanaf het begin van het onderzoek Klimop. Dit begin ligt volgens de verdediging bij de materiële controle van de boekhouding van Maapron door [getuige 24]. Het einde van het fiscale voortraject wordt door de verdediging gedateerd op 4 mei 2005, de datum van een bijeenkomst te Utrecht tussen bouwaccountant [getuige 21], en [getuige 22] en [getuige 23] van de FIOD Eindhoven. De verdediging stelt zich op het standpunt dat het fiscale voortraject toen eindigde omdat naar haar mening op die dag besloten werd tot een onderzoek met een ander karakter. Onder het kopje "Tussenstand: resultaten fiscaal voortraject" geeft de verdediging dan aan over welke informatie de Belastingdienst op 4 mei 2005 beschikt zou hebben, terwijl zij voorts een omschrijving geeft van de feiten, omstandigheden en besluiten die naar haar mening op 4 mei 2005 aan de orde kwamen en die - nog altijd volgens de verdediging - leidden tot het vooronderzoek, de start van de zaak Klimop, welk onderzoek duurde tot september 2006. De verdediging geeft daarbij aan dat dat vooronderzoek moet worden onderscheiden van het fiscale voortraject, dat volgens haar niet kan worden gerekend tot het onderzoek Klimop. Zij schetst dan onder het kopje "Juridisch kader vooronderzoek" de verschillen die bestaan ten aanzien van het recht op niet-medewerking door een belastingplichtige aan een fiscaal onderzoek en het recht op niet-medewerking door een verdachte aan een strafrechtelijk onderzoek. De verdediging besteedt daarbij ook aandacht aan de gevolgen van niet-medewerking aan het onderzoek door een verdachte ten aanzien van wie een fiscaal onderzoek loopt en het door haar veronderstelde motief om niet de FIOD maar de Belastingdienst in het kader van de zaak Klimop onderzoek te laten verrichten. Zij komt dan tot de slotsom dat vanaf het begin van het onderzoek in mei 2005 sprake is van dossiervorming bij [getuige 21] die daarbij gebruik maakt van de informatie uit derdenonderzoeken en informatie die deze uit "Haarlem" krijgt met betrekking tot de Bloemenoord Groep. De verdediging stelt daarbij de vraag met welk doel dat dossier werd aangelegd en poneert de stelling dat deze en daarop volgende informatie door [getuige 21] in een register ( "de kast van [getuige 21]") is opgenomen waaruit zou blijken van commune verdenkingen jegens verdachte en Bloemenoord. Met andere woorden: de commune verdenkingen kunnen per eind augustus 2005 aan de hand van de inhoud van "de kast van [getuige 21]" worden geobjectiveerd, reden om de rechtbank om kennisneming van de inhoud van deze "kast" te verzoeken. De officier van justitie heeft er op gewezen dat het door de verdediging gestelde gedoogbeleid door de Belastingdienst ten aanzien van steekpenningen nooit heeft bestaan en dat er ook nooit sprake is geweest van een gedoogbeleid door het openbaar ministerie ten aanzien van valse facturen en corruptie. Wel is er na de Parlementaire Enquête Bouwnijverheid sprake van een andere prioritering bij de opsporing en vervolging van dergelijke feiten. De officier van justitie benadrukt het fiscaal belang dat bestond om onderzoek te doen naar de geldstromen zoals beschreven in het Klimop-dossier. Ten aanzien van het door de verdediging gedane verzoek tot inzage in het register van [getuige 21] verwijst de officier van justitie naar de eerder door de rechtbank dienaangaande genomen beslissing. Voorts is er volgens de officier van justitie geen sprake van schending van de goede procesorde in de voorfase van het onderzoek zodat de verzoeken van de verdediging moeten worden afgewezen. De rechtbank overweegt het volgende. De rechtbank heeft een eerder verzoek van de verdediging om kennis te mogen nemen van de inhoud van de zogenoemde "kast van [getuige 21]" gemotiveerd afgewezen bij beslissing van 1 december 2010. Zij overwoog toen dat niet viel in te zien welke voor de door de rechtbank nog te nemen beslissingen relevante stukken zich daarin zouden kunnen bevinden. Voor de onderliggende hypothese van de verdediging dat de gevraagde stukken tot stand zouden zijn gekomen in het kader van de opsporing en niet met het oogmerk fiscale heffingen te kunnen opleggen, achtte de rechtbank onvoldoende steun aanwezig. Op 28 februari 2011 heeft de rechtbank zich opnieuw omtrent het door de verdediging veronderstelde misbruik van fiscale controlebevoegdheden door ambtenaren van de Belastingdienst uitgelaten, nu in het kader van een verzoek tot niet ontvankelijk-verklaring van het openbaar ministerie in de vervolging. De rechtbank achtte toen geen gronden aangevoerd dan wel aanwezig die zouden moeten leiden tot deze niet ontvankelijk-verklaring op grond van dit veronderstelde misbruik. Nu de verdediging geen (nieuwe) feiten of andere omstandigheden noch argumenten heeft aangevoerd die nopen tot heroverweging van die beslissingen wijst de rechtbank het verzoek, zoals hierboven geformuleerd, af. De verdediging heeft subsidiair nog verzocht vast te stellen dat sprake is van schending van de goede procesorde die niet te herstellen is binnen deze procedure nu het voor de verdediging en de rechtbank onmogelijk is om aan de hand van daartoe bestemde verslaglegging de bescherming van [verdachte] als verdachte in het vooronderzoek te controleren. Hoewel aan een dergelijke vaststelling doorgaans een conclusie wordt verbonden en de kwestie daarom op een andere plaats in het vonnis behandeld zou moeten worden, is een dergelijke conclusie niet aan de rechtbank voorgelegd. Om die reden zal zij ook deze kwestie op deze - ongebruikelijke - plaats behandelen. Op 19 september 2011 is door de verdediging verzocht het journaal dat, naar de verdediging stelde, de FIOD als professionele organisatie vanaf het moment dat de opsporing is aangevangen zou bijhouden, in het dossier te voegen. De rechtbank heeft bij beslissing van 22 september 2011 geoordeeld dat zij deze door de verdediging geponeerde stelling niet kan controleren, maar dat zij dat ook niet hoeft te doen aangezien zij geen aanwijzingen heeft te veronderstellen dat omtrent in het kader van de opsporing gedane verrichtingen en bevindingen niet telkens proces-verbaal is opgemaakt. Evenmin, oordeelde de rechtbank bij deze beslissing, heeft zij reden te denken dat de officier van justitie stukken die van belang kunnen zijn voor het bewijs, niet aan het dossier heeft toegevoegd. De verdediging heeft ook hier geen nieuwe feiten of omstandigheden noch argumenten aangevoerd die nopen tot heroverweging van de op 22 september 2011 genomen beslissing van de rechtbank. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om tot de door de verdediging verzochte vaststelling van schending van beginselen van een goede procesorde te komen. 3. Voorvragen (Partiële) nietigheid van de dagvaarding (feiten 1, 3 en 5) Met betrekking tot de 1, 3 en 5 ten laste gelegde feiten heeft de verdediging aangevoerd dat de dagvaarding voor zover het deze feiten betreft, nietig moet worden verklaard omdat onvoldoende duidelijk is waartegen verdachte zich heeft te verweren. Die onduidelijkheid is gelegen in de ruime pleegperiode die veel verschillende gedragingen in zich bergt. Ter onderbouwing van dit verweer heeft de verdediging het volgende aangevoerd. Elk van de ten laste gelegde pleegperiodes begint met het sluiten van de desbetreffende overeenkomsten met [betrokkene 13] [betrokkene 12] op basis waarvan de vergoeding voor hun werkzaamheden, de kosten van het project en wat het openbaar ministerie het opgehoogde gedeelte noemt, worden betaald. Op enig moment binnen die ten laste gelegde pleegperiode moet de verduistering van de gelden ten aanzien van het desbetreffende project hebben plaatsgevonden, aldus de verdediging. Verduistering kan, zo betoogt de verdediging, geen voortdurend delict zijn omdat door de toe-eigeningsdaad het delict wordt voltooid. Van die toe-eigening is sprake zodra de dader het besluit zich de zaak naar eigen goeddunken ten nutte te maken in daden heeft omgezet door er als heer en meester over te gaan beschikken. Het enkele besluit om een goed voor zichzelf te gaan houden is niet voldoende. Ten aanzien van de onder 1, 3 en 5 ten laste gelegde feiten is niet duidelijk wat de manifestatie is van die toe-eigening waartegen verdachte zich moet verdedigen, aldus nog altijd de verdediging. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat een nadere omschrijving in de tenlastelegging van de wijze waarop de toe-eigening zou hebben plaatsgevonden niet op straffe van nietigheid is voorgeschreven en daartoe een arrest van de Hoge Raad geciteerd.1 De uitdrukking zich toe-eigenen heeft een duidelijk feitelijke betekenis, nl. het als heer en meester over een goed beschikken. De omstandigheid, dat het veelal interne feit der toe-eigening op verschillende wijze tot uitdrukking kan komen en dat het in een bepaald geval twijfelachtig kan zijn of een zekere handeling of gedraging als manifestatie der toe-eigening kan worden beschouwd kan niet wegnemen dat reeds door het stellen der toe-eigening in de tenlastelegging aan de vereiste opgave van het feit is voldaan. Noyon Langemeijer Remmelink2 zegt daarover: In de eerste plaats komen die handelingen in aanmerking waardoor de eigenaar het terug krijgen van zijn goed wordt belet door verbruik of vervreemding: het verteren, uitgeven, verkopen, vernietigen, ook het wegschenken, m.a.w het beschikken te eigen bate of ten bate van een derde. Naar de mening van de officier van justitie is bij lezing van de OPV's in de Bouwfondsprojecten en de verbalen die het delict art. 322 beschrijven volstrekt duidelijk wat de verwijten aan verdachte inhouden. Ter terechtzitting van 12 mei 2011 is in het kader van de bespreking van de door de officier van justitie gevorderde wijziging tenlastelegging van feit 5 door de verdediging al eens betoogd dat de pleegperiode in dat feit door de gevorderde wijziging dermate zou worden opgerekt dat het hierdoor een wezenlijk ander feit zou gaan betreffen. Ook bij die gelegenheid heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat verduistering geen voortdurend delict is omdat er maar één moment van toe-eigening is, zijnde daarmee tevens het moment waarop het delict wordt gepleegd. De vraag wanneer die toe-eigening heeft plaatsgevonden is van belang omdat het, met het ne bis in idem beginsel in het achterhoofd, kan gaan om wezenlijk verschillende feiten, zo bepleitte de verdediging toen. De rechtbank heeft de gevorderde wijziging tenlastelegging ter terechtzitting van 12 mei 2011 toegewezen, daartoe onder meer overwegende dat als gevolg van deze wijziging de tenlastelegging niet een ander feit in de zin van artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) zal gaan inhouden. De rechtbank overwoog daarbij dat het strafbare feit verduistering, anders dan door de raadsman gesteld, een voortdurend delict kan zijn. De rechtbank overweegt thans als volgt. Het delictsbestanddeel zich wederrechtelijk toe-eigenen zoals in de tenlastelegging van de feiten 1, 3 en 5 is opgenomen heeft volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad een voldoende feitelijke betekenis, namelijk het als heer en meester over het goed gaan beschikken. Reeds door het stellen van die toe-eigening in de tenlastelegging is aan de vereiste opgave van het feit voldaan. Het delict verduistering kan, zoals ook hier het geval is, zich over een aanmerkelijke periode uitstrekken waarin een verdachte tezamen en/of in vereniging met anderen op verschillende wijzen over de zich toegeëigende voorwerpen als heer en meester is gaan beschikken, hetgeen impliceert dat die verduistering ook kan voortduren. De omstandigheid dat hierbij een ruime pleegperiode is ten laste gelegd maakt niet dat daarmee voor verdachte niet duidelijk is hetgeen hem wordt verweten en waartegen hij zich heeft te verdedigen. De rechtbank verwerpt het gevoerde verweer. De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding ook overigens geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4. Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerequireerd tot bewezenverklaring van de onder feit 1, feit 2, feit 3, feit 4, feit 5, feit 6, feit 7 primair, feit 8, feit 9, feit 10, feit 11, feit 12 primair, feit 13 primair, feit 14 alsmede van de in de zaak met parketnummer 15/993026-08 ten laste gelegde feiten en gevorderd dat verdachte ter zake daarvan zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaar met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. 5. Bewijs Bij de bespreking van de vraag of hetgeen verdachte is ten laste gelegd, bewezen kan worden geacht, besteedt de rechtbank in de eerste plaats aandacht aan de verweren die zijn gericht op vrijspraak en die naar het oordeel van de rechtbank tot die bepleite conclusie leiden en behandelt zij eventuele substantiële op het bewijs of de bruikbaarheid daarvan gerichte verweren. Daarna zal in de vorm van een lopend betoog worden aangegeven wat de rechtbank van de andere ten laste gelegde feiten bewezen acht. In het kader van dat betoog wordt aandacht besteed aan van de zijde van het openbaar ministerie of van de verdediging ingenomen standpunten. Voor verwijzing naar vindplaatsen wordt gebruik gemaakt van voetnoten. Bij verwijzingen naar stukken van het strafdossier geldt dat steeds rechtstreeks wordt verwezen naar die stukken. Van het zogenaamde bewijsmiddelenoverzicht dat van de zijde van het openbaar ministerie aan de rechtbank en de (raadslieden van
- de)verdachten is overgelegd als bijlage bij het uitgesproken en tevens in geschrifte gepresenteerde requisitoir en dat hoofdzakelijk bestaat uit verwijzingen naar stukken van het strafdossier alsmede citaten daaruit, heeft de rechtbank daarbij geen gebruik gemaakt. 5.1. Bespreking van het verweer omtrent het ontbreken van (opzet
- op)de wederrechtelijkheid bij de aan verdachte ten laste gelegde verduisteringsfeiten Feiten 1, 3 en 5 Verdachte wordt in de als 1, 3 en 5 ten laste gelegde feiten - kort samengevat - het verwijt gemaakt dat hij in de projecten Solaris, Hollandse Meester en Coolsingel gelden van Bouwfonds heeft verduisterd. De verdediging heeft zich met betrekking tot die feiten primair op het standpunt gesteld dat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken wegens het ontbreken van de wederrechtelijkheid. Hiertoe stelt de verdediging dat verdachte zich de in de tenlastelegging bedoelde gelden die aan hem zijn toegekomen, niet wederrechtelijk heeft toegeëigend nu hij met uitdrukkelijke toestemming van de persoon die tot het geven van die toestemming bevoegd was, te weten de voorzitter van de Raad van Bestuur van Bouwfonds, heeft gehandeld en aldus toestemming had om in de hiervoor genoemde Bouwfondsprojecten bij te verdienen. Ingevolge artikel 14 van de arbeidsovereenkomst van verdachte, zoals die in ieder geval tussen 1998 en 2001 gold, had verdachte die uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van de voorzitter van de Raad van Bestuur nodig voor ontheffing van het in dat artikel opgenomen concurrentiebeding. Die toestemming heeft verdachte in 1998 uitdrukkelijk en mondeling van [medeverdachte 4], toenmalig voorzitter van de Raad van Bestuur van Bouwfonds, gekregen, hetgeen later schriftelijk is bevestigd in een door [medeverdachte 4] ondertekend memo, aldus nog steeds de verdediging. Met die uitdrukkelijke toestemming van [medeverdachte 4] en de impliciete toestemming van anderen ([getuige 23]) is verdachte het recht gegeven tot beschikking over een deel van de verdiensten uit de eerder genoemde projecten, zodat de wederrechtelijkheid van het handelen ontbreekt en van verduistering geen sprake is. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld, dat uit het door verdachte bedoelde memo niet kan worden afgeleid dat de toestemming van [medeverdachte 4] precies zo was als in het memo is omschreven. Hij heeft daarbij aangegeven, dat verdachte niet kon en mocht menen toestemming te hebben van [medeverdachte 4] voor het zich in de projecten Solaris, Hollandse Meester en Coolsingel toe-eigenen van miljoenen euro's met behulp van valse documenten en KBA's en evenmin dat hij geld kon pakken zoals hem goed dacht. Dan zou [medeverdachte 4] immers precies op de hoogte moeten zijn geweest van de omvang van verdachte's verdiensten en het verlies aan de zijde van Bouwfonds dat daarvan het gevolg was, hetgeen naar verdachte zelf erkent niet het geval was. Verdachte kon, nu hij [medeverdachte 4] heeft voorzien van allerlei voordelen, niet menen dat deze hem werkelijk, namens Bouwfonds, toestemming heeft gegeven bij te verdienen in Bouwfondsprojecten. [verdachte] wist ook, gezien de houding van [getuige 23], dat [medeverdachte 4] de toestemming niet kon en mocht geven. Het verweer dat verdachte zich de van Bouwfonds "gestolen" gelden niet wederrechtelijk heeft toegeëigend moet volgens het openbaar minsterie daarom worden verworpen. De rechtbank stelt op grond van de zich in het strafdossier bevindende stukken en de informatie die het onderzoek ter terechtzitting heeft opegeleverd, het volgende vast. Bij de indiensttreding van verdachte bij NV Bouwfonds Nederlandse Gemeenten (hierna: Bouwfonds) met ingang van 1 oktober 1995 is een overeenkomst tot koop en verkoop van het gehele geplaatste aandelenkapitaal van [verdachte] Vastgoed Holding BV tussen NV Bouwfonds Nederlandse Gemeenten en Bouwfonds Vastgoed Ontwikkeling BV (hierna: BVO) enerzijds en verdachte anderzijds gesloten in welke overeenkomst onder artikel 7 een zogenoemd non-concurrentiebeding is opgenomen.3 In de kern komt de inhoud van dit artikel erop neer, dat verdachte gedurende zijn dienstbetrekking en de drie daarop volgende jaren niet direct of indirect betrokken mag zijn bij, dan wel belangen mag hebben in onroerend goed projectontwikkelingsactiviteiten die vergelijkbaar of concurrerend zijn met de onroerend goed projectontwikkelingsactiviteiten van Bouwfonds, BVO of van andere tot de Bouwfonds Groep behorende ondernemingen. Omdat Bouwfonds en ABN AMRO Bank (hierna: ABN AMRO) hun bestaande activiteiten op het gebied van de ontwikkeling van commercieel vastgoed wilden bundelen, is door deze partijen op 21 september 1998 een joint venture overeenkomst ondertekend waarin is neergelegd dat die bundeling van activiteiten tot stand dient te komen door oprichting van een nieuw vastgoedontwikkelingsbedrijf onder de naam Bouwfonds Vastgoedontwikkeling CV, een onderneming met ABN AMRO (verder BVO CV) waarin ABN AMRO middellijk voor 40% zal deelnemen en Bouwfonds middellijk voor 60% en waarin door de Ontwikkelingsbedrijven (BVO en ABN AMRO Projectontwikkeling BV) een belangrijk deel van hun bestaande activiteiten van vastgoedontwikkeling zal worden ingebracht.4 BVO CV is een eerste stap in een proces dat uiteindelijk heeft geleid tot de overname van heel Bouwfonds door ABN AMRO. In verband met het ontstaan van de CV was het nodig de positie van verdachte (als directeur van laatstgenoemde vennootschap) opnieuw vast te stellen waartoe een nieuwe arbeidsovereenkomst is gesloten.5 In de verhouding met ABN AMRO is Bouwfonds de partij die over de contracten met de werknemers onderhandelt. Verdachte heeft verklaard dat hij in dat kader met [medeverdachte 4] heeft gesproken over een voortgezet dienstverband waarbij hij de joint venture voor een periode van vijf jaar zou leiden, maar verschoond wilde blijven van juridische randvoorwaarden zoals een non concurrentiebeding. Ook wilde verdachte aandelen in het nieuwe bedrijf. Dat laatste bleek echter onbespreekbaar. De door verdachte bedoelde op 7 september 1998 ondertekende arbeidsovereenkomst bevat onder artikel 14 een zogenoemd concurrentiebeding dat luidt: "[verdachte] verbindt zich om tijdens zijn dienstbetrekking direct noch indirect, noch voor zichzelf noch voor anderen, in enigerlei vorm werkzaam of betrokken te zijn in of bij enige onderneming met activiteiten op een terrein gelijk aan of anderszins concurrerend met dat van de vennootschap noch daarbij zijn bemiddeling, in welke vorm ook, direct of indirect te verlenen, tenzij met uitdrukkelijke toestemming van de Voorzitter van de Raad van Bestuur."6 Verdachte stelt dat van dit nieuwe arbeidscontract met voorwaarden dat hij in 1998 met Bouwfonds heeft gesloten, deel uitmaakt de hiervoor reeds gestelde mondelinge afspraak met [medeverdachte 4] over het bijverdienen met zijn eigen vennootschappen Bloemenoord Groep en Rooswyck binnen Bouwfondsprojecten.7 [medeverdachte 4] is formeel Voorzitter van de Raad van Bestuur van Bouwfonds van 1 januari 1999 tot 1 juni 2001, maar in de praktijk reeds vanaf 1 december 1998.8 De volgens verdachte schriftelijke vastlegging van deze mondelinge afspraak met [medeverdachte 4] in een memo is bij gelegenheid van het in het kabinet van de rechter-commissaris gehouden verhoor van [medeverdachte 4] als getuige in onder meer zijn zaak, overgelegd in een ongetekende en een door [medeverdachte 4] en verdachte ondertekende versie van dit memo op briefpapier van BVO CV.9 In de tweede en derde alinea van de twee qua tekst volledig gelijkluidende versies van het memo staat: "Bij het verkopen van mijn (verdachte's,
- rb)bedrijfsonderdeel [verdachte] aan Bouwfonds zijn een aantal van mijn projecten en activiteiten niet overgenomen door Bouwfonds, tevens heb ik in een aantal projecten in de loop der tijd geïnvesteerd. Meer concreet gaat het om Rooswyck en de bij jou bekende posities en projecten in regio Amsterdam (o.a. Meibergdreef, Boelelaan en locatie Zuid-As), regio Den Haag en regio Rotterdam (o.a. werken aan de Maaskantoren). Gezien het feit dat ik gedetacheerd ben door Bouwfonds bij een onderneming die deels buiten Bouwfonds valt en jij over vermelde activiteiten geen melding hebt willen maken in de arbeidsovereenkomst, verzoek ik je bij deze jouw schriftelijk accoord, conform artikel 14 van mijn arbeidsovereenkomst, op vermelde activiteiten nu en in de toekomst." Op de ongetekende versie van het memo is Rooswijck omcirkeld en voorzien van de handgeschreven aantekening "overleg [voornaam verdachte]" (de rechtbank begrijpt verdachte); onderaan deze versie van het memo staat handgeschreven: " [voornaam verdachte], Graag even overleg over de projecten. Verder akkoord. [voornaam medeverdachte 4]" (de rechtbank begrijpt [medeverdachte 4]). De getekende versie is getekend door verdachte en [medeverdachte 4]; hierop is met de hand geschreven "Toelichten RvB (cc [initialen])". [medeverdachte 4] heeft erkend het memo te hebben ondertekend en de aantekeningen op beide versies te hebben gemaakt.10 Het in artikel 14 van de arbeidsovereenkomst van verdachte neergelegde concurrentiebeding - dat overigens naar de inhoud bezien moet worden opgevat als een beding waarbij nevenwerkzaamheden worden verboden - kan gelet op de gebruikte bewoordingen niet anders worden begrepen dan dat het verdachte niet is toegestaan om tijdens zijn dienstbetrekking (bij Bouwfonds,
- rb)in enigerlei vorm werkzaam of betrokken te zijn in of bij een onderneming die activiteiten ontplooid op een terrein gelijk aan of anderszins concurrerend met dat van de vennootschap, tenzij daarvoor uitdrukkelijke en voorafgaande toestemming door de voorzitter van de Raad van Bestuur is verleend. Daarin valt naar het oordeel van de rechtbank niet te lezen dat een dergelijke toestemming die aan een werknemer kan worden verleend, ook betrekking kan hebben op activiteiten, waaronder begrepen projecten, van die vennootschap zelf. Die uitleg verdraagt zich ook niet met de bedoeling of strekking van een concurrentie- of nevenwerkzaamhedenbeding waarin een werknemer beperkt wordt in zijn vrijheid om tijdens of na het einde van zijn dienstverband op een bepaalde wijze werkzaam te zijn of te worden bij andere werkgevers of als zelfstandige. Dat de in artikel 14 van zijn arbeidsovereenkomst bedoelde toestemming het voor verdachte mogelijk zou hebben gemaakt om "een onderneming binnen een onderneming te runnen", om in de woorden van verdachte te spreken11, door ook zelf in projecten van Bouwfonds bij te verdienen, kan noch uit de gebruikte bewoordingen noch uit de bedoeling van genoemd artikel worden afgeleid. Dat ligt mogelijk anders voor het verrichten van activiteiten in projecten die bij de overname van verdachtes bedrijf in 1995 niet zijn overgenomen door Bouwfonds maar zijn achtergebleven in een vennootschap van verdachte. In dat geval is immers geen sprake van projecten die vallen onder de "eigen" activiteiten van het bedrijf waar verdachte op dat moment in dienst is, maar betreft het activiteiten of werkzaamheden die buiten Bouwfonds plaatsvinden. [medeverdachte 4] heeft deze door de rechtbank gegeven uitleg van het concurrentiebeding ook bevestigd.12 Het voorgaande leidt ertoe dat de rechtbank verwerpt het verweer dat verdachte toestemming had om bij te verdienen in de zogeheten Bouwfondsprojecten waardoor de wederrechtelijkheid aan zijn handelen is komen te ontvallen. De verdediging heeft in het verlengde van de beweerdelijke toestemming op grond van artikel 14 van verdachtes arbeidsovereenkomst aangevoerd dat het verweer aangaande het ontbreken van de wederrechtelijkheid tevens heeft te gelden voor het vormen van de zogenoemde "potjes" door verdachte, nu er door daartoe bevoegde personen toestemming voor die werkwijze was verleend. Verdachte besprak het bestaan van deze potjes met de accountant [getuige 9] van Morett, Ernst & Young, die deze gang van zaken bij zijn verhoor bij de rechter-commissaris heeft bevestigd, alsook met de controller van Bouwfonds, aldus de verdediging. Verwezen wordt hier door de verdediging naar hetgeen verdachte bij gelegenheid van de behandeling van zijn zaak ter terechtzitting heeft verklaard over het bestaan van zogeheten "potjes". Doordat er een extreme ruimte zat tussen de stichtingskosten en de beleggingswaarde van een project, was de winstmarge enorm.13 Van die ruimte maakte verdachte gebruik door "potjes" te creëren om met gebruikmaking daarvan bepaalde betalingen onzichtbaar te kunnen houden, zoals voor het doen van een verrekening of het betalen van een factuur voor een prestatie die in feite inhield dat juist niets gedaan diende te worden.14 Anders dan de verdediging heeft betoogd, valt naar het oordeel van de rechtbank in de door [getuige 9] bij de rechter-commissaris afgelegde verklaring niet te lezen dat deze op enigerlei wijze aan verdachte toestemming zou hebben gegeven om "potjes" te vormen.15 Hij heeft slechts verklaard dat met de financieel directeur van Bouwfonds, [getuige 12], was afgesproken dat in het geval er vage betalingen in projecten werden geconstateerd, deze besproken moesten worden met de portefeuillehouder van de Raad van Bestuur, in die periode [medeverdachte 4], hetgeen ook twee of drie keer is gebeurd. [getuige 12] heeft deze gang van zaken in zijn verklaring bij de rechter-commissaris ook bevestigd.16 Bovendien heeft in dit verband te gelden dat het, gelet op zijn taak en bevoegdheden, niet aan een externe accountant is om toestemming te geven aan een directeur van een werkmaatschappij van Bouwfonds om op deze manier betalingen binnen Bouwfondsprojecten te doen. Voor zover verdachte zich in dit verband heeft beroepen op instemming van de controller van Bouwfonds, overweegt de rechtbank dat verdachte hier kennelijk doelt op medeverdachte [medeverdachte 3], die organisatorisch gezien als zodanig onder hem in zijn hoedanigheid van directeur functioneerde17, zodat diens toestemming, zo hij die al gegeven heeft, reeds om die reden hier niet ter zake dienend is. Door de verdediging is voorts gemotiveerd betoogd, in het geval de door [medeverdachte 4] verleende toestemming als bedoeld in artikel 14 van zijn arbeidsovereenkomst de wederrechtelijkheid van het handelen van verdachte niet wegneemt, verdachte geen opzet, ook niet in voorwaardelijke vorm, heeft gehad op de wederrechtelijkheid van zijn handelen, omdat hij (al dan niet terecht) in de veronderstelling heeft verkeerd dat hij toestemming had om te doen wat hij deed, te weten bijverdienen in de projecten Hollandse Meester, Solaris en Coolsingel. Van de zijde van de verdediging is er in dit verband op gewezen dat het gaat om de beleving van verdachte ten tijde van het plegen van de vermeende delicten. De officier van justitie heeft ook ten aanzien van dit verweer geconcludeerd tot verwerping daarvan en ter onderbouwing van zijn standpunt dat verdachte wel degelijk opzet op het zich wederrechtelijk toe-eigenen van gelden heeft gehad, verwezen naar de stiekeme manier van opereren van verdachte, het gebruik van valse overeenkomsten en facturen, de opgeblazen KBA's en de omkoping van medeverdachten met bonussen. Dat verdachte zou hebben gedwaald omtrent het ongeoorloofde van zijn gedrag, is ook in tegenspraak met hetgeen verdachte zelf ter terechtzitting heeft verklaard en dat erop neerkomt dat iemand als [getuige 23] hem een dergelijke toestemming nooit zou hebben gegeven. Uit het heimelijke gedrag en het stiekeme gedoe blijkt dat verdachte wist dat wat hij deed niet deugde, aldus de officier van justitie. De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt. De verklaring van verdachte over de beweerdelijke toestemming om te mogen bijverdienen in Bouwfondsprojecten komt er in de kern op neer dat hij in het kader van zijn nieuwe arbeidsovereenkomst in de tweede helft van 1998, mede gelet op zijn nieuwe rol in de joint venture tussen Bouwfonds en ABN AMRO van de toenmalige voorzitter van de Raad van Bestuur van Bouwfonds, [medeverdachte 4], deze toestemming mondeling heeft gekregen.18 Deze toestemming, die volgens verdachte dus inhield dat hij op een aantal Bouwfondsprojecten (met zijn eigen vennootschappen) mocht bijverdienen in die zin dat hij met zijn eigen vennootschappen winst op die projecten kon maken19, is op dat moment
(1998)niet op papier gezet. Verdachte heeft [medeverdachte 4] nooit geïnformeerd over de wijze waarop en hoeveel hij zou bijverdienen. [medeverdachte 4] heeft geen zicht op wat verdachte verdient20 en verdachte durft ook niet met stelligheid te zeggen dat [medeverdachte 4] de impact van een en ander begreep en wist wat voor activiteiten hij verrichtte.21 Verdachte stelt met zekerheid te kunnen zeggen dat het document (het memo [verdachte]/[medeverdachte 4],
- rb)in de periode van 2002 tot 2004 is opgemaakt. Hij heeft [medeverdachte 4] gezegd dat hij de afspraak op papier wilde hebben en het document is door [medeverdachte 3] opgemaakt op Bouwfonds CV papier, waarover deze nog beschikte. Het document is opgemaakt omdat verdachte het belangrijk vond om iets op papier te hebben van een afspraak met een dergelijke grote impact. De mondelinge afspraak met [medeverdachte 4] is erg belangrijk en gaat over erg veel geld. De valsheid van het memo dat is geprint op briefpapier van voor 2001, maar in de periode 2002 tot 2004 is opgemaakt, vindt hij minder zwaar wegen dan het belang om iets aan de rechtbank over te leggen waaruit de toestemming van [medeverdachte 4] blijkt,22 aldus nog steeds verdachte. Het wekt allereerst bevreemding dat verdachte - diens visie volgend - deze beweerdelijke toestemming, waarvan hij zelf zegt dat het een belangrijke afspraak is die over veel geld gaat, niet meteen in 1998 in het kader van besprekingen over zijn arbeidsvoorwaarden op papier heeft gezet of laten zetten. Dit geldt te meer nu verdachte kennelijk twijfels had over de vraag of [medeverdachte 4] de impact van deze toestemming of de activiteiten waarop die toestemming betrekking had, voldoende begreep en hij [medeverdachte 4] over de wijze waarop en hoeveel hij zou verdienen ook nooit heeft geïnformeerd. Tegelijkertijd geeft verdachte aan dat hij een dergelijke toestemming niet met mensen van ABN AMRO heeft besproken, aangezien hij verwachtte dat ABN AMRO dat niet geslikt zou hebben23 en hij er ook van uitging dat [getuige 23] van ABN AMRO, met wie hij niet over zijn arbeidsvoorwaarden heeft gesproken, een dergelijke toestemming nooit zou hebben gegeven.24 Ook van [getuige 8] die [medeverdachte 4] in 2001 is opgevolgd zegt verdachte dat deze een dergelijk bijverdienen nooit zou hebben goedgevonden.25 Reeds in het licht van de hiervoor genoemde omstandigheden moet verdachte zich naar het oordeel van de rechtbank bewust zijn geweest van het feit dat op de mondelinge afspraak zoals hij die meende te hebben gemaakt met [medeverdachte 4], wel wat aan te merken viel en zou hij minstgenomen twijfels moeten hebben gehad of een dergelijke afspraak wel door de beugel kon of - in juridische termen - rechtsgeldig was. Als verdachte daadwerkelijk meende toestemming te hebben om in projecten van Bouwfonds te mogen bijverdienen, valt ook niet in te zien waarom verdachte of zijn vennootschap(pen) die inkomsten of winsten niet rechtstreeks bij Bouwfonds in rekening bracht maar via de toch als omzichtig en omslachtig aan te merken constructie waarbij winstdelingsovereenkomsten met Idlewild vennootschappen werden gebruikt. Daar komt ook bij dat verdachte, hoewel kennelijk veel belang hechtend aan de mondelinge afspraak, het memo waarin die afspraak op schrift is gesteld, pas in juni 2010 - toen het opsporingsonderzoek al geruime tijd gaande was - met dit voor hem mogelijk ontlastende stuk, waarvan verdachte zegt dat het bij hem thuis en bij zijn fiscaal advocaat lag,26 naar buiten is getreden. Dit klemt temeer nu verdachte aangeeft dat de fiscus nooit aan hem heeft gevraagd of hij mocht bijverdienen en dat hij uiteindelijk heeft besloten om dit zelf te schrijven aan de fiscus.27 Het memo is volgens verdachte in de periode 2002 tot 2004 opgemaakt naar aanleiding van een vragenbrief van de Belastingdienst, omdat verdachte ervan uitging dat hij op enig moment iets zou moeten uitleggen aan de Belastingdienst. Pas op enig moment in 2007 ontstaat het initiatief de Belastingdienst uitleg te geven28; het geschrift is vanwege de actiedag in november 2007 echter nooit verstuurd.29 Met name ook in deze context valt niet in te zien waarom verdachte niet reeds veel eerder met dit toestemmingsmemo is gekomen, maar daarmee heeft gewacht tot juni 2010. [medeverdachte 4] heeft als getuige in de zaak van verdachte - gelijkluidend aan hetgeen hij in zijn eigen zaak als verdachte deed - verklaard dat het memo na november 1998 moet zijn gemaakt, omdat hij omstreeks die tijd voorzitter van de Raad van Bestuur is geworden. Hij acht het uitgesloten dat hij zijn handtekening na 2001 op het memo heeft gezet. Met betrekking tot de inhoud van het memo geeft [medeverdachte 4] aan, zoals hierboven reeds gememoreerd, dat hij daarmee geen toestemming heeft gegeven voor activiteiten die concurrerend waren voor Bouwfonds, maar voor activiteiten in projecten die bij de overname van [verdachte] bij hem (en zijn vennootschappen) waren achtergebleven.30 [medeverdachte 4] voerde gesprekken met verdachte over zijn arbeidscontract waarna hij verdachte heeft gevraagd een en ander op papier te zetten. Naar aanleiding van het eerste memo snapte [medeverdachte 4] een aantal dingen niet, zoals de vermelding Rooswijck. Hij heeft dat er ook opgeschreven waarna er een tweede memo kwam. [medeverdachte 6] heeft [medeverdachte 4] in juli 2009 de twee versies van het memo laten zien met de mededeling dat hij deze van de FIOD had teruggekregen.31 Verdachte heeft [medeverdachte 4] na zijn ontslag uit voorlopige hechtenis één keer gesproken bij [medeverdachte 4] thuis op het terras. Verdachte vroeg hem toen of hij zich het memo nog kon herinneren en toen [medeverdachte 4] daarop ontkennend antwoordde, stak verdachte zijn duim in de lucht en zei: "houden zo." Hij heeft toen niet inhoudelijk met verdachte over het memo gesproken, aldus nog steeds [medeverdachte 4].32 De rechtbank stelt vast dat verdachte met betrekking tot de datering van het memo en de wijze waarop het tot stand is gekomen niet consistent heeft verklaard en hij evenmin daarover bestaande onduidelijkheden heeft willen of kunnen wegnemen. Waar verdachte eerst uitdrukkelijk meermalen verklaard heeft zich niet te kunnen herinneren wanneer het toestemmingsmemo is getekend33 is hij daarop vervolgens nog dezelfde dag teruggekomen34, zonder daarvoor overigens een duidelijke dan wel geloofwaardige reden te geven. Ook op het hiervoor besproken laatste gedeelte van de gedetailleerde en ook anderszins niet op voorhand als ongeloofwaardig aan te merken verklaring van [medeverdachte 4] als getuige in zijn zaak, welke verklaring minstgenomen bij de rechtbank de nodige vragen oproept over de door verdachte genoemde periode waarin het memo zou zijn opgemaakt en de inhoud daarvan, heeft verdachte - ondanks de hem daartoe geboden gelegenheid - niet willen reageren. Alle voornoemde feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, maken dat de rechtbank wel degelijk bewezen acht dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat noch de mondelinge afspraak noch de schriftelijke vastlegging daarvan in het memo hem een vrijbrief gaf bij te verdienen in Bouwfondsprojecten, meer in het bijzonder de projecten Hollandse Meester, Solaris en Coolsingel en daarmee dus opzet heeft gehad op de wederrechtelijkheid van zijn handelen in die projecten. Ook met betrekking tot dit verweer heeft de verdediging aangevoerd dat het (ontbreken van opzet op de wederrechtelijkheid) eveneens opgeld doet ten aanzien van het creëren van de "potjes" door verdachte. In het hoofd van verdachte was het bij zijn opdracht om de doelstelling van Bouwfonds te halen niet zozeer van belang wat er per project gebeurde, maar ging het erom de zaken in zijn totaliteit goed te doen. Om de boel - op zijn manier - goed te laten lopen had hij de potjes nodig, aldus de verdediging. Verdachte heeft verklaard dat het creëren van potjes een bestaand fenomeen was dat door hem werd geïntroduceerd bij Bouwfonds. Het betrof een systeem om geen moeilijke facturen zichtbaar te hoeven betalen. Het riep vragen op bij Bouwfonds als je een bepaalde op een factuur omschreven prestatie moest betalen, terwijl de prestatie inhield dat er niets gedaan moest worden. Om geen moeilijke vragen te krijgen binnen Bouwfonds betaalde verdachte dat dan op een project.35 Op grond hiervan stelt de rechtbank vast dat verdachte kennelijk volstrekt eigenmachtig en buiten medeweten van (personen in dienst van) Bouwfonds het systeem van deze betalingen via "potjes" binnen Bouwfonds heeft ingevoerd. Verdachte heeft voorts verklaard dat [getuige 9] van Moret Ernst & Young op de hoogte was van het door hem beschreven systeem (van de potjes,
- rb)en dat hij deze had uitgelegd dat het systeem bedoeld was om dingen voor elkaar te krijgen. [getuige 9] was bekend met het fenomeen dat er moeilijke betalingen waren die via derden liepen. Verdachte maakte elk jaar een lijstje en [getuige 9] zei verdachte dat deze er zorg voor moest dragen dat hij dat aan [medeverdachte 4] meldde. Verdachte heeft [getuige 9] nooit iets gezegd over het onderscheid tussen potjes en betalingen naar hemzelf.36 Verdachte verklaart desgevraagd dat hij nooit met [medeverdachte 4] besproken heeft wanneer hij beloningen uitkeerde uit potjes en dat hij hem daarvoor geen toestemming heeft gevraagd. Als afgeleide van de toestemming om bij te verdienen voelde verdachte zich vrij om dergelijke afspraken te maken. Zijn eigen interpretatie van de afspraak met [medeverdachte 4] was dat hij dit ook met werknemers van de CV mocht afspreken.37 De rechtbank is van oordeel dat, zelfs in het geval verdachte gemeend zou hebben dat het hem op grond van de woorden van [getuige 9] vrij stond om potjes te creëren en daaruit betalingen te doen, hij in ieder geval bewust niet voldaan heeft aan diens voorwaarde dat dergelijke zaken dan ook met [medeverdachte 4] besproken dienden te worden, nu hij dat in elk geval ten aanzien van de uit de "potjes" aan medewerkers van de CV uit te keren beloningen niet aan deze meldde. Dit leidt ertoe dat verdachte ook hier minstgenomen bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zijn handelen met betrekking tot het creëren van "potjes" wederrechtelijk was. De rechtbank verwerpt daarmee ook dit verweer van de verdediging. 5.2. Vrijspraak Feit 10 Oplichting en/of verduistering in dienstbetrekking (project 126) Onder feit 10 is aan verdachte - kort samengevat - ten laste gelegd dat hij tezamen en in vereniging met een ander of anderen Stichting Philips Pensioenfonds (hierna: Philips Pensioenfonds) heeft opgelicht door met behulp van de in de tenlastelegging genoemde oplichtingsmiddelen Philips Pensioenfonds, dan wel Philips Real Estate Investment Management BV (hierna: PREIM), dan wel één van de directeuren van PREIM, te bewegen tot afgifte van een goed, te weten het in de tenlastelegging nader omschreven pakket met onroerende goederen dat in het strafdossier project 126 is gaan heten. Daarnaast bevat de tenlastelegging onder feit 10 het verwijt aan verdachte dat hij - kort samengevat - dit pakket met diverse onroerende goederen in zijn dienstbetrekking bij PREIM heeft verduisterd. De verdediging heeft gemotiveerd verweer gevoerd en vrijspraak bepleit van het onder dit feit ten laste gelegde. Oplichting Terecht heeft de verdediging betoogd dat voor een bewezenverklaring van het in artikel 326 Sr bedoelde delict oplichting een oorzakelijk verband moet bestaan tussen de aangewende (bedrieglijke) middelen en de door de dader beoogde afgifte van een goed. Dit causale verband ligt besloten in de woorden "bewegen tot". Vereist is dus niet alleen dat het desbetreffende oplichtingsmiddel geëigend is om iemand te bedriegen, maar tevens dat die betrokken persoon ("het slachtoffer") door het bedoelde middel daadwerkelijk is misleid. Om te kunnen spreken van "bewegen tot" is voldoende dat zonder de aanwending van het bedrieglijke middel de afgifte van het goed niet zou zijn gevolgd. Een nauwkeurige lezing van het onder feit 10 ten laste gelegde maakt duidelijk dat bewezen moet worden dat Schootse Poort Onroerend Goed Beheer BV, later geheten Philips Real Estate Investment Management BV dan wel Philips Pensioenfonds dan wel [betrokkene 2] door de in de tenlastelegging genoemde oplichtingsmiddelen is bewogen tot de afgifte van het pakket onroerend goed bestaande uit de registergoederen omschreven in de akte van levering die in het dossier is opgenomen onder documentnummer D-0037, waarbij de rechtbank begrijpt dat met die afgifte de verkoop en levering van de in die akte genoemde registergoederen is bedoeld. In het strafdossier wordt een gang van zaken rondom de verkoop van dit pakket onroerend goed geschetst waarbij - naar de rechtbank begrijpt - de veronderstelling is dat door verdachte en zijn medeverdachten op een zodanige wijze is gehandeld dat binnen Philips Pensioenfonds/PREIM bij [betrokkene 2] de overtuiging bestond dat akkoord kon worden gegaan met het voorstel tot verkoop van het pakket onroerend goed van Philips Pensioenfonds aan [vennootschap 2] tegen een prijs van uiteindelijk € 384.510.000, terwijl voor verdachte en zijn medeverdachten op voorhand duidelijk was dat het pakket onroerend goed via enkele tussengelegen partijen - waaronder twee vennootschappen van verdachte – zou worden doorverkocht tegen een hogere prijs en waarbij het verschil in prijs tussen de verkoop door Philips Pensioenfonds, de twee daarop volgende doorverkopen en de aankoop door Fortis Verzekeringen Vastgoed Maatschappij NV alsmede de nog te realiseren winsten uit verkoop van achtergebleven onroerend goed in de twee ondernemingen van verdachte, onder hem en zijn medeverdachten verdeeld zou gaan worden.38 Deze veronderstelling ligt tevens besloten in de in de tenlastelegging omschreven oplichtingsmiddelen die - met uitzondering van die onder het eerste gedachtestreepje betreffende de swap - steeds betrekking hebben op de (hoogte van
- de)te realiseren of gerealiseerde prijs en de partij(
- en)aan wie het onroerend goed verkocht gaat worden. De rechtbank stelt voorop dat haar bij het interpreteren van een tenlastelegging een ruime vrijheid toekomt en het haar vrij staat aan de tenlastelegging een interpretatie te geven die redelijk is of die voor de hand ligt alsook een interpretatie die niet onverenigbaar is met haar bewoordingen. Een en ander laat onverlet dat verdachte onder feit 10 niet ten laste is gelegd dat PREIM dan wel Philips Pensioenfonds dan wel [betrokkene 2] is bewogen tot afgifte van het pakket onroerend goed voor een bepaalde, mogelijk niet markt-conforme prijs noch dat is bewogen tot afgifte van het pakket onroerend goed aan een bepaalde partij, te weten aan [vennootschap 2] als vermeende stroman van [verdachte]. Hoewel deze veronderstellingen wel in het strafdossier besloten liggen, zijn zij niet in de tekst van de tenlastelegging opgenomen. De haar toekomende vrijheid een tenlastelegging ruim te interpreteren reikt naar het oordeel van de rechtbank niet zo ver dat het begrip "afgifte van een goed" - dat in de context van dit dossier slechts kan betekenen de verkoop en levering van een nader omschreven pakket onroerende goederen door Philips Pensioenfonds - zo moet worden geïnterpreteerd dat daaronder wordt verstaan afgifte van een goed aan een bepaalde persoon of afgifte van een goed voor een bepaalde prijs of mogelijk beide. Alleen al het feit dat verschillende interpretaties mogelijk zijn, maakt duidelijk dat het de taak en bevoegdheden van de rechtbank te buiten zou gaan indien zij zou moeten uitmaken, zo dat al mogelijk is, welke uitleg het meest voor de hand ligt. Het voorgaande leidt er toe dat voor een bewezenverklaring van het onder 10 ten laste gelegde moet komen vast te staan dat Philips Pensioenfonds, dan wel PREIM, dan wel [betrokkene 2] door de genoemde oplichtingsmiddelen is bewogen tot de verkoop (en levering) van het pakket onroerend goed. Dit betekent ook dat, vooraleer zij kan toekomen aan de vraag of en zo ja, welke van de aan verdachte en zijn medeverdachten verweten gedragingen zoals vervat in de afzonderlijke oplichtingsmiddelen bewezen geacht kunnen worden, de rechtbank zich voor de vraag gesteld ziet wat voor Philips Pensioenfonds/PREIM nu precies de aanleiding is geweest om tot de verkoop van het pakket 126 over te gaan. In dat verband stelt de rechtbank, op grond van de zich in het dossier bevindende stukken en het verhandelde ter terechtzitting, het volgende vast. Aan- en verkoop van onroerend goed is een belangrijk onderdeel van de bedrijfsvoering binnen PREIM. Over deze taak en de daarbij behorende bevoegdheden verklaart onder meer [getuige 4] dat PREIM zich moest houden aan de strategische allocatie van vastgoed; zij moest zorgen dat de totale vastgoedportefeuille binnen een bepaalde omvang bleef. [betrokkene 2] zegt in dit verband dat er alleen belegd kon worden in direct Nederlands onroerend goed en dat de totale waarde van dit in onroerend goed belegd vermogen ten opzichte van het totaal belegd vermogen binnen een bepaalde bandbreedte moest blijven, eerst 10% plus of min 2% en later 12% plus of min 2%. In de jaren 2001 tot 2004 heeft PREIM onderhands pakketten onroerend goed verkocht aan een vaste groep kopers. Met onder meer deze verkopen werd invulling gegeven aan de noodzaak het percentage in onroerend goed belegd vermogen, dat in verband met onder meer snelle waardestijgingen van onroerend goed, boven de toenmalige maximale bandbreedte was uitgekomen, weer binnen die bandbreedte te brengen. In de loop van 2004 krijgt PREIM de mogelijkheid het project Symphony aan te kopen van Bouwfonds. Dit past in de binnen PREIM bestaande wens te investeren in onroerend goed en tegelijkertijd de bestaande onroerend goed-portefeuille te verjongen door ouder onroerend goed waaraan relatief hoge onderhoudskosten verbonden zijn, af te stoten. Middels een intern memo gedateerd 27 juli 2004, afkomstig van en ondertekend door [medeverdachte 2], die op dat moment directeur is van PREIM, en gericht aan mededirecteur [betrokkene 2], wordt overeenkomstig de binnen PREIM geldende werkwijze, toestemming gevraagd met Bouwfonds onderhandelingen te mogen voeren over de aankoop door PREIM van het project Symphony. De aankoop van Symphony zal tot gevolg hebben dat de hiervoor genoemde bandbreedte van in onroerend goed belegd vermogen wordt overschreden, in verband waarmee PREIM genoodzaakt is ander onroerend goed af te stoten. Om die reden wordt in het memo van 27 juli 2004 toestemming gevraagd te bezien welk onroerend goed aan Bouwfonds kan worden verkocht in het kader van een ruil, een zogenaamde swap van onroerend goed. [betrokkene 2] heeft deze gang van zaken in zijn verklaringen bij de FIOD-ECD en later bij de rechter-commissaris bevestigd. Hoewel het van een zogeheten swap of ruil van onroerend goed tussen Bouwfonds en Philips Pensioenfonds niet is gekomen, is van belang dat op grond van zich in het dossier bevindende onderzoeksgegevens aangenomen kan worden dat deze swap of ruil voor Philips Pensioenfonds geen noodzakelijke voorwaarde was voor de aankoop van het project Symphony. Zo verklaart mededirecteur [betrokkene 2] dat het niet doorgaan van de swap geen reden was van de aankoop van Symphony af te zien.39 Met die aankoop heeft het College van Beheer van Philips Pensioenfonds in maart 2005 ook ingestemd, zonder dat haar instemming overigens formeel nodig was.40 [getuige 5] stelt als getuige bij de rechter-commissaris weliswaar dat de Beleggingscommissie haar advies en het College van Beheer haar beslissing heeft gebaseerd op de informatie dat sprake zou zijn van een ruil of swap en dat het College van Beheer geen toestemming zou hebben verleend voor een onderhandse verkoop van het pakket onroerend goed als het had geweten dat daarvan geen sprake was, maar hij geeft tevens aan dat in dat laatste geval het College van Beheer zou hebben geëist dat het pakket onroerend goed zou zijn getenderd.41 Hieruit kan worden afgeleid dat niet de verkoop zelf maar veeleer de methode waarop het pakket onroerend goed in de markt verkocht zou gaan worden binnen Philips Pensioenfonds een punt van discussie was. Nog los van de vraag of de kwestie rondom de in eerste instantie aan mededirecteur [betrokkene 2] voorgestelde swap en de uiteindelijk gevolgde onderhandse verkoop van pakket 126 aan [vennootschap 2] misleidend is geweest, staat vast dat de aankoop van het project Symphony de doorslaggevende factor is geweest waardoor Philips Pensioenfonds zich genoodzaakt heeft gezien dit pakket onroerend goed te verkopen. De rechtbank heeft bij deze vaststelling onder ogen gezien dat op basis van de zich in het dossier bevindende onderzoeksgegevens de precieze gang van zaken bij het te koop aanbieden van het project Symphony door Bouwfonds aan Philips Pensioenfonds, niet duidelijk is geworden. Zo is het mogelijk [betrokkene 3] geweest die ergens in de eerste helft van 2004 de contacten met Philips Pensioenfonds over het van Bouwfonds aan te kopen project Symphony heeft aangeboord en daarvoor een courtage heeft ontvangen waarvan hij een groot deel heeft doorbetaald aan onder meer verdachte, terwijl diezelfde [betrokkene 3] in een later stadium namens [vennootschap 2] als koper van pakket 126 optreedt, daarbij op de achtergrond gestuurd door wederom verdachte. In diezelfde periode hebben [medeverdachte 2] en verdachte al de nodige privécontacten, zo kan worden afgeleid uit het feit dat verdachte in het voorjaar van 2004 [medeverdachte 2] heeft gefêteerd op een bezoek aan de Formule I-races in Monaco42 en uit het feit dat zij vermoedelijk in mei 2004 ook samen de MIPIM vastgoedbeurs in Cannes hebben bezocht.43 En er is de verklaring van [medeverdachte 8], inhoudende dat verdachte eind 2004 of begin 2005 met brochures van project Symphony bij hem kwam, terwijl verdachte wist dat Philips Pensioenfonds ander onroerend goed zou moeten afstoten als het dit project zou kopen.44 Hoewel op grond van voornoemde feiten en omstandigheden de nodige vraagtekens kunnen worden geplaatst bij de wijze waarop het project Symphony bij Philips Pensioenfonds in beeld is gekomen en niet uitgesloten kan worden geacht dat met betrekking tot deze aankoop sprake is geweest van een vooropgezet plan, zijn daarvoor in het dossier geen dan wel onvoldoende harde aanwijzingen te vinden, terwijl de rechtbank in dat verband ook vaststelt dat het bewerkstelligen dat het project Sympony door Philips Pensioenfonds zou worden aangekocht, niet als oplichtingsmiddel in de tenlastelegging is opgenomen. De hiervoor gedane constatering dat de aankoop van het project Symphony door Philips Pensioenfonds het noodzakelijk maakte om pakket 126 te verkopen, leidt ertoe dat niet gezegd kan worden dat zonder aanwending van de onder feit 10 vermelde bedrieglijke (oplichtings)middelen de afgifte van het goed niet was gevolgd. Het oorzakelijke verband tussen die oplichtingsmiddelen en de verkoop van het onroerend goed ontbreekt, nu vastgesteld moet worden dat Philips Pensioenfonds/PREIM sowieso tot de verkoop - en dus de afgifte van het pakket onroerend goed - was overgegaan. Dit heeft tot gevolg dat het bestanddeel 'waardoor Schootse Poort Onroerend Goed Beheer BV en/of Philips Real Estate Investment Management B.V en/of Stichting Philips Pensioenfonds en/of [betrokkene 2] werd(
- en)bewogen tot afgifte van het voornoemde pakket onroerend goed', niet bewezen kan worden en dat verdachte om die reden zal worden vrijgesproken van de hem onder 10 ten laste gelegde oplichting. Verduistering in dienstbetrekking Het openbaar ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat in geval van vermogensbeheer van verduistering sprake is wanneer de vermogensbeheerder het goed dat hij uit dien hoofde onder zich heeft, niet heeft aangewend voor het doel waarvoor het bestemd was maar het zich wederrechtelijk heeft toegeëigend. Aangezien PREIM tot doel had het beheren van onroerend goed waarbij een zo goed mogelijk rendement of een zo groot mogelijke opbrengst wordt behaald en verdachte en zijn medeverdachten bij verkoop van het pakket onroerend goed een deel van de eigenlijke waarde, te weten een deel van de winst die hen tevoren bekend was, in eigen zak hebben gestoken, kan verduistering van het pakket onroerend goed of in ieder geval een deel van de opbrengst van dat pakket onroerend goed bewezen worden verklaard, aldus het openbaar ministerie. Met betrekking tot de positie van verdachte geldt, zo meent de rechtbank het standpunt van het openbaar ministerie te moeten opvatten, dat hoewel er in zijn geval geen sprake is van een dienstbetrekking bij Philips Pensioenfonds of PREIM, hij wel kan worden aangemerkt als medepleger nu die verduistering in de dienstbetrekking van de medeverdachten heeft plaatsgevonden. De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt. Het delict verduistering kan slechts worden gepleegd van een goed dat de dader anders dan door misdrijf onder zich heeft, waarbij het onder zich hebben daavan enige betrekking tussen die persoon en het goed impliceert. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 8] die in het dossier en blijkens de tegen hen uitgebrachte dagvaardingen als medeverdachten ter zake van dit feit zijn aangemerkt, waren tijdens de ten laste gelegde periode in dienst van PREIM als (mede)directeur van PREIM respectievelijk achtereenvolgens hoofd van de Afdeling Portefeuillemanagement en (mede)directeur van PREIM, een vennootschap die zich bezig hield met de aan- en verkoop en exploitatie van aan Philips Pensioenfonds toebehorend onroerend goed. Nog los van de vraag of gezegd kan worden dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 8] in deze functies in een zodanige betrekking tot het in de tenlastelegging genoemde pakket onroerend goed of delen daarvan stonden dat zij geacht kunnen worden die goederen onder zich te hebben gehad, komt het verwijt er in de kern op neer dat verdachten een deel van de opbrengst hebben gekregen die, nadat het pakket met onroerend goed door Philips Pensioenfonds aan [vennootschap 2] was verkocht, is gerealiseerd met het doorverkopen van datzelfde pakket onroerend goed of delen daarvan via meerdere tussengelegen vennootschappen aan Fortis Verzekeringen Vastgoed Maatschappij NV. Deze opbrengst is gegenereerd met transacties waarbij Philips Pensioenfonds geen partij meer was, zodat om die reden geen sprake kan zijn van een wederrechtelijke toe-eigening van goederen of gelden die de medeverdachten uit hoofde van hun dienstbetrekking en anders dan door misdrijf onder zich hebben gehad. Daarbij komt dat evenmin is gebleken dat verdachte de met verkoop van het pakket onroerend goed gegenereerde winst(
- en)uit hoofde van enige dienstbetrekking bij Philips Pensioenfonds of PREIM onder zich heeft gehad. Het vorenstaande leidt ertoe dat naar het oordeel van de rechtbank de onder feit 10 ten laste gelegde verduistering niet kan worden bewezen. Verdachte zal daarom ook van dat onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken. 5.3. Redengevende feiten e