vonnis RECHTBANK HAARLEM Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 170276 / HA ZA 10-801 Vonnis van 18 januari 2012 in de zaak van
(1)genoemde schikking met de belastingdienst ten hoogste bij: - een bedrag groot € 318.500,--, zijnde het verschil tussen de naheffingsaanslag omzetbelasting over het gedeelte van de koopsom groot € 2.450.000,-- (zijnde een bedrag ad € 465.500,--) en de over dat gedeelte afgedragen overdrachtsbelasting ad € 147.000,--; - een bedrag groot € 42.000,-- als gedeeltelijke tegemoetkoming in door Saladini Pilastri te betalen heffingsrente over de naheffingsaanslag omzetbelasting - een bedrag groot € 147.000,--, zijnde de aan ZVH door de belastingdienst te restitueren dan wel de te verrekenen overdrachtsbelasting, te vermeerderen met de daarover te vergoeden heffingsrente, indien en voor zover deze daarover zal worden vergoed. […] Onmiddellijk na uitvoering van de artikelen 3 en 4 van deze overeenkomst zullen Saladini Pilastri en ZVH de civiele procedure, voor zover het hen betreft, voor royement zorgdragen, ieder eigen kosten. […]” 2.
- Ten aanzien van ZVH is de zaak op 7 september 2011 doorgehaald.
- Het geschil 3.
- Saladini Pilastri c.s. vordert na wijziging van eis zonder bezwaar van [X & Y] Notarissen samengevat - hoofdelijke veroordeling:
- van [X & Y] Notarissen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen al hetgeen zij zal moeten voldoen aan de Belastingdienst uit hoofde van de heffingsrente, voor zover dit het bedrag van € 42.000,-- te boven zal gaan;
- van [X & Y] Notarissen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen een bedrag van € 123.404,85 als gevolg van juridische kosten ten behoeve van het verweer tegen de boete en de naheffing van de belastingdienst;
- van [X & Y] Notarissen in de proceskosten. 3.
- Saladini Pilastri c.s. legt aan haar vorderingen het volgende ten grondslag. [X & Y] Notarissen heeft verzuimd aan de belastingdienst een juiste en volledige weergave van de casus betreffende de levering van het Slachthuisterrein voor te leggen. Voorts heeft zij verzuimd de inhoud van het telefoongesprek tussen [A] en [B] schriftelijk vast te leggen. Als gevolg hiervan is het conflict met de Belastingdienst ontstaan en heeft Saladini Pilastri c.s. in de fiscale procedure geen geslaagd beroep kunnen doen op het vertrouwensbeginsel. Bij het ontbreken van zodanige vastlegging had [X & Y] Notarissen nooit mogen adviseren om de transactie geheel in de sfeer van de overdrachtsbelasting te laten vallen, zonder partijen daarbij voor te lichten over de mogelijke gevolgen daarvan. Deze onzorgvuldigheden hebben niets van doen met de eventuele kennis van het Don Bosco-arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 19 november 2009 (hierna: het Don Bosco-arrest). Gelet op het voorgaande heeft [X & Y] Notarissen niet gehandeld naar de maatstaven van zorgvuldigheid die zij bij de voorbereiding en de uitvoering van de transactie in acht had te nemen. [X & Y] Notarissen is aansprakelijk voor alle schade van Saladini Pilastri c.s. die het gevolg is van voornoemde onzorgvuldigheden. Deze schade is als gevolg van de minnelijke regeling met ZVH beperkt tot de heffingsrente voor zover deze uitgaat boven het bedrag van € 42.000,00 dat ZVH voor haar rekening neemt en de kosten van de fiscale juridische bijstand. 3.
- [X & Y] Notarissen voeren het volgende verweer. Het advies van [X & Y] Notarissen dat de transactie belast is met overdrachtsbelasting is tot stand gekomen naar aanleiding van een opname ter plaatse en is naar de stand van de jurisprudentie op het moment waarop het werd gegeven adequaat geweest. In het Don Bosco-arrest wordt een ander standpunt ingenomen met betrekking tot de vraag of ter zake van een transactie als de onderhavige omzetbelasting of overdrachtsbelasting verschuldigd is. Ten tijde van de advisering door [X & Y] Notarissen was dit niet te voorzien. In de fiscale procedure twijfelt de rechtbank niet aan de juistheid van de mededelingen van [A] over de contacten met de Belastingdienst. Het ontbreken van een schriftelijke vastlegging vormt derhalve geen belemmering. Indien [A] het telefoongesprek met de Belastingdienst wel schriftelijk had bevestigd, had dit niet tot een andere uitspraak van de belastingrechter geleid. De Inspecteur baseerde zich tijdens dat gesprek immers op de eerdere rechtspraak. [X & Y] Notarissen is niet aansprakelijk voor de door Saladini Pilastri c.s. gestelde schade. De door Saladini Pilastri c.s. in de onderhavige procedure ingestelde vordering tot vergoeding van advieskosten is onvoldoende onderbouwd. Bovendien geldt met betrekking tot deze kosten de dubbele redelijkheidstoets. De gemaakte advieskosten staan niet in verhouding tot de verrichte werkzaamheden.
- De beoordeling 4.
- De rechtbank stelt voorop dat [X & Y] Notarissen overeenkomstig het bepaalde in artikel 7:401 BW gehouden was bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed opdrachtnemer in acht te nemen. Volgens vaste jurisprudentie dient te worden beoordeeld of [X & Y] Notarissen heeft gehandeld zoals een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot te werk zou zijn gegaan. 4.
- Tussen partijen is niet langer in geschil dat [A] in 2004 telefonisch contact heeft opgenomen met de Belastingdienst over de fiscale consequenties van de transactie met het slachthuisterrein. Voorts staat vast dat de inhoud van dit telefoongesprek niet door [A] schriftelijk aan de Belastingdienst is bevestigd noch anderszins is vastgelegd. 4.
- Vooroverleg met de Belastingdienst heeft als doel vooraf zekerheid te verkrijgen over de fiscale behandeling van, in dit geval, de transactie met het slachthuisterrein. De belastingplichtige heeft hierbij een tweeledig belang. In de eerste plaats ontstaat hierdoor voorafgaand aan het opleggen van een aanslag duidelijkheid over de vraag hoe de belastingwet naar het inzicht van de Belastingdienst in een gegeven casus toegepast dient te worden, zodat de belastingplichtige zijn handelen daarop kan afstemmen. Voorts mag de belastingplichtige in beginsel in rechte te beschermen vertrouwen ontlenen aan een expliciete toezegging van de Belastingdienst omtrent de toepassing van de belastingwet, zelfs als deze toezegging niet of niet volledig in overeenstemming daarmee is te achten. Het behoort tot de zorg van een notaris als goed opdrachtnemer om deze belangen van zijn cliënt ter harte te nemen. Van [X & Y] Notarissen mocht verlangd worden dat zij het feitencomplex tijdens het vooroverleg met de Belastingdienst juist en volledig zou weergeven, zulks met het oog op het voormelde tweeledige, evident aanwezige, belang van haar opdrachtgever Saladini Pilastri c.s.. Voorts mocht van [X & Y] Notarissen, gezien haar rol als deskundige opdrachtnemer, verlangd worden hetgeen telefonisch besproken is, schriftelijk vast te (laten) leggen, teneinde in voorkomende gevallen niet in bewijsproblemen omtrent het eerder, louter mondeling, ingenomen standpunt van de Belastingdienst verzeild te raken. 4.
- De belastingrechter heeft geoordeeld dat (een aanzienlijk deel van) de transactie met betrekking tot het slachthuisterrein met omzetbelasting is belast, en ten onrechte in de sfeer van de overdrachtsbelasting is gebracht. De naheffingsaanslag wordt daarom (grotendeels) gehandhaafd. De (vergrijp)boete is door de belastingrechter vernietigd, nu het Don Bosco-arrest dateert van na de levering en Saladini Pilastri, uitgaande van geldende beoordelingsmaatstaf ten tijde van de levering, een pleitbaar standpunt heeft ingenomen. Dit brengt mee dat [X & Y] Notarissen niet in strijd hebben gehandeld met hetgeen van hen als redelijk bekwaam en redelijk handelend notaris kon worden verwacht door ten tijde van de levering niet uit te gaan van de maatstaf zoals die is aangelegd in het Don Bosco-arrest. Anders dan [X & Y] Notarissen kennelijk meent, ligt hierin echter niet het verwijt dat hen door Saladini Pilastri c.s. wordt gemaakt. Saladini Pilastri c.s. legt immers aan haar vorderingen ten grondslag dat zij door toedoen van [X & Y] Notarissen in de fiscale procedure geen geslaagd beroep hebben kunnen doen op het vertrouwensbeginsel. Met betrekking tot dat verwijt wordt het volgende overwogen. 4.
- Het beroep dat Saladini Pilastri in de fiscale procedure heeft gedaan op het leerstuk van het opgewekt vertrouwen is door de belastingrechter afgewezen omdat geen sprake was van een juiste en volledige weergave door [A] van het feitencomplex betreffende het slachthuisterrein. Zonder zodanige weergave kan naar het oordeel van de belastingrechter van een expliciete standpuntbepaling waaraan de belastingplichtige vertrouwen kan ontlenen, geen sprake zijn. Daarbij komt, aldus de belastingrechter, dat het gevoerde gesprek tussen [A] en [B] niet schriftelijk is vastgelegd. De rechtbank verwijst naar rechtsoverweging 4.5 van de in 2.8 genoemde uitspraak. 4.
- Ter comparitie heeft mr. [Y] verklaard dat hij van mening was dat de transactie met betrekking tot het slachthuisterrein wellicht volledig in de sfeer van de overdrachtsbelasting zou kunnen plaatsvinden, en dat hij [A] heeft geïnstrueerd hierover contact op te nemen met de Belastingdienst. De rechtbank leidt hieruit af dat [X & Y] Notarissen zich ervan bewust is geweest dat de Belastingdienst hierover anders zou kunnen denken. Onder deze omstandigheden acht de rechtbank het, met het oog op het in 4.3 geschetste kader, verwijtbaar dat het feitencomplex door [A] niet juist en volledig is weergegeven en dat de inhoud van het gesprek met [B] niet schriftelijk is bevestigd. Het oordeel moet daarom luiden dat [X & Y] Notarissen, door desondanks te adviseren de transactie geheel in de sfeer van de overdrachtsbelasting af te wikkelen, jegens Saladini Pilastri c.s. niet de zorg van een goed opdrachtnemer in acht heeft genomen en aansprakelijk is voor de daardoor ontstane schade. Hieraan doet niet af dat de belastingrechter aannemelijk heeft geacht dat het gesprek tussen [A] en [B] daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Dit feit heeft in de procedure voor de belastingrechter niet voorkomen dat het beroep op het vertrouwensbeginsel strandde. Ook het standpunt van [X & Y] Notarissen dat de reactie van [B] aan duidelijkheid niet te wensen overliet en in overeenstemming was met de visie van dr. B.G. van Zadelhoff, maakt het voorgaande niet anders, omdat ook daarmee overeind blijft dat [A] de (feitelijke) situatie niet juist en volledig aan de Belastingdienst heeft voorgelegd en niet schriftelijk heeft vastgelegd. 4.
- Nu het aan het verzuim om het feitencomplex juist en volledig aan de inspecteur voor te leggen en het verzuim om de inhoud van het gesprek met [B] te bevestigen is te wijten dat Saladini Pilastri er in de fiscale procedure niet in is geslaagd de naheffingsaanslag omzetbelasting met een beroep op het vertrouwensbeginsel aan te tasten, is daarmee het causale verband tussen het verzuim van [X & Y] Notarissen en de schade van Saladini Pilastri c.s. gegeven. 4.
- Vervolgens is de vraag naar de omvang van de schade aan de orde. [X & Y] Notarissen voert geen verweer tegen de heffingsrente, zodat deze zal worden toegewezen als gevorderd. [X & Y] Notarissen voert als verweer tegen de gevorderde vergoeding voor juridische kosten dat zij een substantiële bijdrage heeft geleverd aan het opstellen van de fiscale processtukken en dat zij overleg heeft gevoerd met de Belastingdienst. Aangezien dit niet afdoet aan de kosten die Saladini Pilastri c.s. ter zake zelf stelt te hebben gemaakt en thans vordert, gaat de rechtbank aan dit onderdeel van het verweer voorbij. In reactie op het verweer van [X & Y] Notarissen dat Saladini Pilastri c.s. onderbouwende stukken dient over te leggen, heeft Saladini Pilastri c.s. bij akte facturen van Loyens & Loeff, van Commandeur Accountants & Adviseurs en van Schneider & Van Dalsum Advocaten overgelegd, telkens voorzien van een korte omschrijving van de verrichte activiteiten. [X & Y] Notarissen stelt dat voldaan moet zijn aan de dubbele redelijkheidstoets, en dat een bedrag van € 150.000,00 aan kosten van bijstand in de fiscale procedure niet in verhouding staan tot de verrichte werkzaamheden. Voorts werpt zij de vraag op of er door Commandeur Accountants & Adviseurs en door Schneider en Van Dalsum Advocaten geen werkzaamheden dubbel zijn verricht, nu ook Loyens & Loeff al bij het dossier betrokken is. Gezien het feit dat Saladini Pilastri c.s. haar vordering met stukken nader heeft onderbouwd, had het naar het oordeel van de rechtbank op de weg van [X & Y] Notarissen gelegen dit verweer nader uit te werken. Nu zij dit niet heeft gedaan, moet het verweer worden verworpen. 4.
- [X & Y] Notarissen zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Saladini Pilastri c.s. worden begroot op: - dagvaarding € 73,89 - griffierecht 1.700,00 - salaris advocaat 2.235,00 (2,5 punten × tarief € 894,00) Totaal € 2.235,00
- De beslissing De rechtbank 5.
- veroordeelt [X & Y] Notarissen hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, om aan Saladini Pilastri c.s. tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen al hetgeen Saladini Pilastri c.s. zal moeten voldoen aan de Belastingdienst uit hoofde van de heffingsrente, voor zover dit het bedrag van € 42.000,00 te boven zal gaan, 5.
- veroordeelt [X & Y] Notarissen hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, om aan Saladini Pilastri c.s. tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen een bedrag van € 123.404,85 (éénhonderddrieëntwintig duizendvierhonderdvier euro en vijfentachtig eurocent), 5.
- veroordeelt [X & Y] Notarissen hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten, aan de zijde van Saladini Pilastri c.s. tot op heden begroot op € 2.235,00, 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 5.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. E. Jochem, mr. H.J.M. Burg en mr. H.J. Vetter en in het openbaar uitgesproken op 18 januari 2012.(