← Nederland

ECLI:NL:RBHAA:2012:BW2172

RECHTBANK HAARLEM Sector Strafrecht Locatie Haarlem Meervoudige strafkamer Parketnummer: 15/996502-07 Uitspraakdatum: 27 januari 2012 Tegenspraak Strafvonnis Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 1 juli 2010, 25 november 2010, 26 november 2010, 1 december 2010, 22 december 2010, 21 maart 2011, 9 mei 2011, 26 mei 2011, 30 mei 2011, 8 juni 2011, 23 juni 2011, 24 juni 2011, 6 juli 2011, 26 september 2011, 27 september 2011, 21 oktober 2011, 7 november 2011, 9 november 2011 en 13 januari 2012 in de zaak tegen: [verdachte], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], wonende te [adres]. 1. Tenlastelegging Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat: 1. PRIMAIR: PROJECT 126: Hij in of omstreeks de periode van 24 april 2005 tot en met 13 november 2007 te Haelen en/of Hoofddorp, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (van) een of meer voorwerp(en), te weten een of meer geldbedrag(

  1. en)tot een totaal bedrag van circa Euro 3.100.000 (exclusief btw), in elk geval enig(
  2. e)geldbedrag(en), de werkelijke aard en/of de herkomst heeft verborgen en/of verhuld door voor te wenden dat dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
  3. en)was/waren verkregen op basis van een (valse of vervalste) maatschapovereenkomst tussen Landquest NV en [vennootschap 19] (D-0557/D-0781/D-1131) en/of een (daar opvolgende) (valse of vervalste) ontbindingsovereenkomst tussen Landquest NV en [vennootschap 19] (D-0780/D-1869/D-2267) en/of een (valse of vervalste) factuur van [vennootschap 19] aan Landquest NV (D-0751), althans dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
  4. en)voorhanden heeft gehad en/of heeft verworven, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(
  5. s)(telkens) wist(en), dan wel redelijkerwijs moest(
  6. en)vermoeden, dat dat/die voorwerpen/geldbedrag(
  7. en)geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf; SUBSIDIAIR: [vennootschap 19] in of omstreeks de periode van 24 april 2005 tot en met 13 november 2007 te Haelen en/of Hoofddorp, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (van) een of meer voorwerp(en), te weten een of meer geldbedrag(
  8. en)tot een totaal bedrag van circa Euro 3.100.000 (exclusief btw), in elk geval enig(
  9. e)geldbedrag(en), de werkelijke aard en/of de herkomst heeft verborgen en/of verhuld door voor te wenden dat dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
  10. en)was/waren verkregen op basis van een (valse of vervalste) maatschapovereenkomst tussen Landquest NV en [vennootschap 19] (D-0557/D-0781/D-1131) en/of een (daar opvolgende) (valse of vervalste) ontbindingsovereenkomst tussen Landquest NV en [vennootschap 19] (D-0780/D-1869/D-2267) en/of een (valse of vervalste) factuur van [vennootschap 19] aan Landquest NV (D-0751), althans dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
  11. en)voorhanden heeft gehad en/of heeft verworven, terwijl voornoemde [vennootschap 19] en/of haar mededader(
  12. s)(telkens) wist(en), dan wel redelijkerwijs moest(
  13. en)vermoeden, dat dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(
  14. en)geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf, tot welk(
  15. e)bovenomschreven strafba(a)r(
  16. e)feit(
  17. en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer (rechts)personen, althans alleen, (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan bovenomschreven verboden gedraging(
  18. en)verdachte (telkens) feitelijk leiding heeft gegeven; 2. PRIMAIR: PROJECT 126: Hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 1 juli 2007 te Hoofddorp en/of Weert en/of Haelen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (van) een of meer voorwerp(en), te weten een of meer geldbedrag(
  19. en)tot een totaal bedrag van circa Euro 436.250,- excl. BTW, in elk geval enig(
  20. e)geldbedrag(en), de werkelijke aard en/of de herkomst heeft verborgen en/of verhuld door voor te wenden dat dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
  21. en)was/waren verkregen op basis van een (valse of vervalste) factuur van [vennootschap 19] aan Coordinatie Bouwwezen BV (D-0545) en/of een (valse of vervalste) factuur van [vennootschap 18] aan Coordinatie Bouwwezen BV (D-0541/D-0544/D-0820/D-1447) en/of een (valse of vervalste) factuur van [vennootschap 18] aan Wertha Vastgoed I BV (D-3212), althans dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
  22. en)voorhanden heeft gehad en/of heeft verworven, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(
  23. s)(telkens) wist(en), dan wel redelijkerwijs moest(
  24. en)vermoeden, dat dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(
  25. en)geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf; SUBSIDIAIR: [vennootschap 19] in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 1 juli 2007 te Hoofddorp en/of Weert en/of Haelen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (van) een of meer voorwerp(en), te weten een of meer geldbedrag(
  26. en)tot een totaal bedrag van circa Euro 436.250,- excl. BTW, in elk geval enig(
  27. e)geldbedrag(en), de werkelijke aard en/of de herkomst heeft verborgen en/of verhuld door voor te wenden dat dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
  28. en)was/waren verkregen op basis van een (valse of vervalste) factuur van [vennootschap 19] aan Coordinatie Bouwwezen BV (D-0545) en/of een (valse of vervalste) factuur van [vennootschap 18] aan Coordinatie Bouwwezen BV (D-0541/D-0544/D-0820/D-1447) en/of een (valse of vervalste) factuur van [vennootschap 18] aan Wertha Vastgoed I BV (D-3212), althans dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
  29. en)voorhanden heeft gehad en/of heeft verworven, terwijl [vennootschap 19] en/of haar mededader(
  30. s)wist(en), dan wel redelijkerwijs moest(
  31. en)vermoeden, dat dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(
  32. en)geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf, tot welk(
  33. e)bovenomschreven strafba(a)r(
  34. e)feit(
  35. en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer (rechts)personen, althans alleen, opdracht heeft gegeven, dan wel aan bovenomschreven verboden gedraging verdachte feitelijk leiding heeft gegeven; 3. PRIMAIR: PROJECT CEYLONSTAETE: Hij in of omstreeks de periode van 1 april 2002 tot en met 13 november 2007 te Haelen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, (van) een of meer voorwerp(en), te weten een of meer geldbedrag(
  36. en)tot een totaal bedrag van circa Euro 5.445.363 (Fl. 12.000.000) (exclusief btw), in elk geval enig(
  37. e)geldbedrag(en), de werkelijke aard en/of de herkomst heeft verborgen en/of verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(
  38. n)op het/de voorwerp(en)/geldbedrag(
  39. en)was/waren en/of wie het voorhanden had/hadden (te weten hij, verdachte, en/of medeverdachte [medeverdachte 2]) door voor te wenden dat dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
  40. en)was/waren verkregen op basis van een (valse of vervalste) winstdelingsovereenkomst tussen Universum Beheer BV en Ceylonstaete BV (D-0835) en/of een (valse of vervalste) vaststellingsovereenkomst tussen Universum Beheer BV en Ceylonstaete BV (D-0836) en/of door dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
  41. en)te ontvangen op de bankrekening van Universum Beheer BV, van welke vennootschap medeverdachte [medeverdachte 2] door middel van aandelenverhoudingen die voor derden niet zichtbaar waren, (economisch) (mede)eigenaar was en/of door dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(en), althans delen daarvan, door te storten of door te doen laten storten, via de de bankrekening van Universum Holding BV, op een of meer Zwitserse bankrekening(
  42. en)(bij de Clariden Bank te Basel), althans dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
  43. en)voorhanden heeft gehad en/of heeft verworven, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(
  44. s)wist(en), dan wel redelijkerwijs moest(
  45. en)vermoeden, dat dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(
  46. en)geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf; SUBSIDIAIR: Universum Beheer B.V. en/of Universum Holding B.V. op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 2002 tot en met 13 november 2007 te Haelen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, (van) een of meer voorwerp(en), te weten een of meer geldbedrag(
  47. en)tot een totaal bedrag van circa Euro 5.445.363 (Fl. 12.000.000) (exclusief btw), in elk geval enig(
  48. e)geldbedrag(en), de werkelijke aard en/of de herkomst heeft verborgen en/of verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(
  49. n)op dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(
  50. en)was/waren en/of wie het voorhanden had/hadden (te weten hij, verdachte, en/of medeverdachte [medeverdachte 2]) door voor te wenden dat dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
  51. en)was/waren verkregen op basis van een (valse of vervalste) winstdelingsovereenkomst tussen Universum Beheer BV en Ceylonstaete BV (D-0835) en/of een (valse of vervalste) vaststellingsovereenkomst tussen Universum Beheer BV en Ceylonstaete BV (D-0836) en/of door dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
  52. en)te ontvangen op de bankrekening van Universum Beheer BV, van welke vennootschap medeverdachte [medeverdachte 2] door middel van aandelenverhoudingen die voor derden niet zichtbaar waren, (economisch) (mede)eigenaar was en/of door dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(en), althans delen daarvan, door te storten of door te doen laten storten, via de bankrekening van Universum Holding BV, op een of meer Zwitserse bankrekening(
  53. en)(bij de Clariden Bank te Basel), althans dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
  54. en)voorhanden heeft gehad en/of heeft verworven, terwijl voornoemde Universum Beheer B.V. en/of Universum Holding B.V. en/of haar/hun mededader(
  55. s)wist(en), dan wel redelijkerwijs moest(
  56. en)vermoeden, dat dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(
  57. en)geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf, tot welk(
  58. e)bovenomschreven strafba(a)r(
  59. e)feit(
  60. en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer (rechts)personen, althans alleen, opdracht heeft gegeven, dan wel aan bovenomschreven verboden gedraging(
  61. en)verdachte (telkens) feitelijk leiding heeft gegeven; 4. PRIMAIR: PROJECT EUROCENTER: Universum Vastgoed BV en/of Koblok Exploitaties BV op of omstreeks 15 april 2004 en/of 30 maart 2004 en/of 28 oktober 2003 en/of 21 december 2004, althans in de periode van 1 oktober 2003 tot en met 19 juni 2007, te Roermond en/of Tilburg en/of Bloemendaal te Aerdenhout en/of Baarn en/of Lage Vuursche en/of Haelen en/of Haarlem en/of Rosmalen, in el geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) A - een overeenkomst tussen enerzijds Drentepark v.o.f. vertegenwoordigd door haar vennoten [vennootschap 6] en [vennootschap 20] en anderzijds Universum Vastgoed BV vertegenwoordigd door haar directeuren [betrokkene 1] en [verdachte], terzake - zakelijk weergegeven - een aan Universum Vastgoed BV te betalen vergoeding van EUR 2.586.547,- voor de bemiddeling en inspanning die Universum Vastgoed BV heeft verricht als gevolg waarvan een ontwikkelovereenkomst tot stand is gekomen tussen Schootse Poort en Bouwfonds Ontwikkeling BV en/of voor de in het bezit van Universum Vastgoed BV zijnde bouwclaim terzake van het project Eurocenter te Amsterdam, welke bouwclaim voorziet in de bouw van een woontoren en twee kantoortorens (D-0036),en/of B - een overeenkomst tussen enerzijds [medeverdachte 14] en anderzijds Universum Vastgoed BV, terzake - zakelijk weergegeven - een te betalen vergoeding van EUR 136.134,- voor de bemiddeling en inspanning die Universum Vastgoed BV heeft verricht / zal verrichten als gevolg waarvan een ontwikkelingsovereenkomst tot stand zal komen tussen Schootse Poort/Philips Pensioenfonds en Bouwfonds Vastgoedontwikkeling CV (D-0860), en/of C - een overeenkomst tussen enerzijds [medeverdachte 14] en anderzijds Koblok Exploitaties BV, terzake - zakelijk weergegeven - een te betalen vergoeding van (ondermeer) EUR 1.050.000,- excl. btw, voor de bemiddeling en inspanning die Koblok Exploitaties BV heeft verricht als gevolg waarvan [medeverdachte 14] een bouwclaim heeft kunnen verzilveren betrekking hebbende op het project Eurocenter te Amsterdam (D-1060), zijnde (telkens) een geschrift bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of laten opmaken en/of vervalst en/of doen vervalsen en/of laten vervalsen, immers heeft/hebben Universum Vastgoed BV en/of Koblok Exploitaties BV en/of haar mededader(
  62. s)A - in genoemde overeenkomst onder A opgenomen dat - zakelijk weergegeven - - Universum Vastgoed BV bemiddeling en inspanning heeft verricht als gevolg waarvan tussen Schootse Poort en Bouwfonds Ontwikkeling BV een ontwikkelovereenkomst is gesloten, terwijl in werkelijkheid Universum Vastgoed BV geen bemiddeling en/of inspanning heeft verricht bij de totstandkoming van de ontwikkelovereenkomst tussen Schootse Poort en Bouwfonds Ontwikkeling BV en/of - Universum Vastgoed BV een bouwclaim terzake van het project Eurocenter in haar bezit heeft, terwijl in werkelijkheid Universum Vastgoed BV geen (zakelijke) rechten kan doen gelden ten aanzien van het project Eurocenter en/of ten overstaan van Drentepark v.o.f., althans geen rechten en/of bouwclaim heeft ten waarde van de overeengekomen vergoeding van EUR 2.586.547,- en/of B - in genoemde overeenkomst onder B opgenomen dat - zakelijk weergegeven - - Universum Vastgoed BV bemiddeling en inspanning heeft verricht / zal verrichten als gevolg waarvan tussen Schootse Poort/Philips Pensioenfonds en Bouwfonds Vastgoedontwikkeling CV een overeenkomst tot stand zal komen, terwijl in werkelijkheid Universum Vastgoed BV geen bemiddeling en/of inspanning heeft verricht / zal verrichten bij de totstandkoming van de overeenkomst tussen Schootse Poort/Philips Pensioenfonds en Bouwfonds Vastgoedontwikkeling CV en/of - [medeverdachte 14] zich zal inspannen dat de bouwopdracht inzake het project Eurocenter wordt verstrekt aan een nader door het Bouwfonds aan te wijzen aannemer en/of aannemercombinatie, terwijl [medeverdachte 14] in werkelijkheid geen inspanningen zou gaan verrichten, dan wel Universum Vastgoed BV en/of haar mededader(
  63. s)ten tijde van de opstelling en ondertekening van de overeenkomst (D-0860) wist(
  64. en)dat [medeverdachte 14] geen inspanningen zoals genoemd zou gaan verrichten, en/of C - in genoemde overeenkomst onder C opgenomen dat - zakelijk weergegeven - [medeverdachte 14] een bouwclaim in haar bezit heeft en/of Koblok Exploitaties BV bemiddeling en/of inspanning heeft verricht voor het verzilveren van deze bouwclaim, terwijl in werkelijkheid [medeverdachte 14] geen bouwclaim in haar bezit had, althans niet een bouwclaim met een geldelijke waarde zoals is overeengekomen door en/of betaald aan [medeverdachte 14], en/of in werkelijkheid Koblok Exploitaties BV geen bemiddeling en/of inspanning heeft verricht ten behoeve van het verzilveren van deze (gepretendeerde) bouwclaim zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(
  65. en)als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken, tot het plegen van welk(
  66. e)bovenomschreven strafba(a)r(
  67. e)feit(
  68. en)hij, verdachte en/of zijn mededader(s), opdracht heeft/hebben gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(
  69. en)hij, verdachte en/of zijn mededader(s), feitelijke leiding heeft/hebben gegeven; SUBSIDIAIR: Hij op of omstreeks 15 april 2004 en/of 30 maart 2004 en/of 28 oktober 2003 en/of 21 december 2004, althans in de periode 1 oktober 2003 tot en met 19 juni 2007, te Roermond en/of Tilburg en/of Bloemendaal te Aerdenhout en/of Baarn en/of Lage Vuursche en/of Haelen en/of Haarlem en/of Rosmalen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) A - een overeenkomst tussen enerzijds Drentepark v.o.f. vertegenwoordigd door haar vennoten [vennootschap 6] en [vennootschap 20] en anderzijds Universum Vastgoed BV vertegenwoordigd door haar directeuren [betrokkene 1] en [verdachte], terzake - zakelijk weergegeven - een aan Universum Vastgoed BV te betalen vergoeding van EUR 2.586.547,- voor de bemiddeling en inspanning die Universum Vastgoed BV heeft verricht als gevolg waarvan een ontwikkelovereenkomst tot stand is gekomen tussen Schootse Poort en Bouwfonds Ontwikkeling BV en/of voor de in het bezit van Universum Vastgoed BV zijnde bouwclaim terzake van het project Eurocenter te Amsterdam, welke bouwclaim voorziet in de bouw van een woontoren en twee kantoortorens (D-0036),en/of B - een overeenkomst tussen enerzijds [medeverdachte 14] en anderzijds Universum Vastgoed BV, terzake - zakelijk weergegeven - een te betalen vergoeding van EUR 136.134,- voor de bemiddeling en inspanning die Universum Vastgoed BV heeft verricht / zal verrichten als gevolg waarvan een ontwikkelingsovereenkomst tot stand zal komen tussen Schootse Poort/Philips Pensioenfonds en Bouwfonds Vastgoedontwikkeling CV (D-0860), en/of C - een overeenkomst tussen enerzijds [medeverdachte 14] en anderzijds Koblok Exploitaties BV, terzake - zakelijk weergegeven - een te betalen vergoeding van (ondermeer) EUR 1.050.000,- excl. btw, voor de bemiddeling en inspanning die Koblok Exploitaties BV heeft verricht als gevolg waarvan [medeverdachte 14] een bouwclaim heeft kunnen verzilveren betrekking hebbende op het project Eurocenter te Amsterdam (D-1060), zijnde (telkens) een geschrift bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of laten opmaken en/of vervalst en/of doen vervalsen en/of laten vervalsen, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(
  70. s)A - in genoemde overeenkomst onder A opgenomen dat - zakelijk weergegeven - - Universum Vastgoed BV bemiddeling en inspanning heeft verricht als gevolg waarvan tussen Schootse Poort en Bouwfonds Ontwikkeling BV een ontwikkelovereenkomst is gesloten, terwijl in werkelijkheid Universum Vastgoed BV geen bemiddeling en/of inspanning heeft verricht bij de totstandkoming van de ontwikkelovereenkomst tussen Schootse Poort en Bouwfonds Ontwikkeling BV en/of - Universum Vastgoed BV een bouwclaim terzake van het project Eurocenter in haar bezit heeft, terwijl in werkelijkheid Universum Vastgoed BV geen (zakelijke) rechten kan doen gelden ten aanzien van het project Eurocenter en/of ten overstaan van Drentepark v.o.f., althans geen rechten en/of bouwclaim heeft ten waarde van de overeengekomen vergoeding van EUR 2.586.547,- en/of B - in genoemde overeenkomst onder B opgenomen dat - zakelijk weergegeven - - Universum Vastgoed BV bemiddeling en inspanning heeft verricht / zal verrichten als gevolg waarvan tussen Schootse Poort/Philips Pensioenfonds en Bouwfonds Vastgoedontwikkeling CV een overeenkomst tot stand zal komen, terwijl in werkelijkheid Universum Vastgoed BV geen bemiddeling en/of inspanning heeft verricht / zal verrichten bij de totstandkoming van de overeenkomst tussen Schootse Poort/Philips Pensioenfonds en Bouwfonds Vastgoedontwikkeling CV en/of - [medeverdachte 14] zich zal inspannen dat de bouwopdracht inzake het project Eurocenter wordt verstrekt aan een nader door het Bouwfonds aan te wijzen aannemer en/of aannemercombinatie, terwijl [medeverdachte 14] in werkelijkheid geen inspanningen zou gaan verrichten, dan wel Universum Vastgoed BV en/of haar mededader(
  71. s)ten tijde van de opstelling en ondertekening van de overeenkomst (D-0860) wist(
  72. en)dat [medeverdachte 14] geen inspanningen zoals genoemd zou gaan verrichten, en/of C - in genoemde overeenkomst onder C opgenomen dat - zakelijk weergegeven - [medeverdachte 14] een bouwclaim in haar bezit heeft en/of Koblok Exploitaties BV bemiddeling en/of inspanning heeft verricht voor het verzilveren van deze bouwclaim, terwijl in werkelijkheid [medeverdachte 14] geen bouwclaim in haar bezit had, althans niet een bouwclaim met een geldelijke waarde zoals is overeengekomen door en/of betaald aan [medeverdachte 14], en/of in werkelijkheid Koblok Exploitaties BV geen bemiddeling en/of inspanning heeft verricht ten behoeve van het verzilveren van deze (gepretendeerde) bouwclaim zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(
  73. en)als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken; 5. PRIMAIR: PROJECT EUROCENTER: Hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2003 tot en met 13 november 2007, te Hoevelaken en/of Haelen en/of Roermond, in elk geval in Nederland en/of te Basel (Zwitserland), in elk geval in Zwitserland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (van) een of meer voorwerp(en), te weten een of meer geldbedrag(
  74. en)tot een totaal bedrag van circa Euro 5.055.181 (exclusief btw), in elk geval enig(
  75. e)geldbedrag(en), de werkelijke aard en/of de herkomst heeft verborgen en/of verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(
  76. n)op dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(
  77. en)was/waren en/of wie het voorhanden had/hadden (te weten hij, verdachte en/of medeverdachte [medeverdachte 2]) door voor te wenden dat dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
  78. en)was/waren verkregen op basis van een (valse of vervalste) brief van Bouwfonds Ontwikkeling BV aan Universum Vastgoed BV (D-0620) en/of een (valse of vervalste) brief van Universum Vastgoed BV aan Bouwfonds Ontwikkeling CV (D-1982) en/of een (valse of vervalste) (bouwclaim)overeenkomst tussen Drente Park VOF en Universum Vastgoed BV (D-0036) en/of een (valse of vervalste) (bouwclaim)overeenkomst tussen Universum Vastgoed BV en [medeverdachte 14] (D-0860) en/of een (valse of vervalste) factuur van Universum Vastgoed BV aan [medeverdachte 14] (D-2237) en/of een (valse of vervalste) factuur van Universum Vastgoed BV aan Bouwfonds Ontwikkeling BV (D-1992) en/of drie, althans een of meer, (valse of vervalste) factu(u)r(
  79. en)van Universum Vastgoed BV aan Drentepark VOF (D-1636 en/of D-2076 en/of D-2078) een (valse of vervalste) factuur van Universum Beheer BV aan Koblok Exploitaties BV (D-1593) en/of door dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
  80. en)te ontvangen op de bankrekening van Universum Vastgoed B.V. en/of Universum Beheer BV, van welke vennootschap(pen) medeverdachte [medeverdachte 2] middels aandelenverhoudingen die voor derden niet zichtbaar waren, (economisch) (mede)eigenaar was en/of door dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(en), althans delen daarvan, na de liquidatie van Universum Vastgoed B.V., door te storten of te doen of laten doorstorten, via de bankrekening van Universum Holding BV, naar een of meer Zwitserse bankrekening(
  81. en)(bij de Clariden Bank te Basel), althans dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
  82. en)voorhanden heeft gehad en/of heeft verworven, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(
  83. s)wist(en), dan wel redelijkerwijs moest(
  84. en)vermoeden, dat dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(
  85. en)geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf; SUBSIDIAIR: Universum Vastgoed B.V. en/of Universum Beheer B.V. en/of Universum Holding B.V. in of omstreeks de periode van 1 oktober 2003 tot en met 13 november 2007, te Hoevelaken en/of Haelen en/of Roermond, in elk geval in Nederland en/of te Basel (Zwitserland), in elk geval in Zwitserland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (van) een of meer voorwerp(en), te weten een of meer geldbedrag(
  86. en)tot een totaal bedrag van circa Euro 5.055.181 (exclusief btw), in elk geval enig(
  87. e)geldbedrag(en), de werkelijke aard en/of de herkomst heeft verborgen en/of verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(
  88. n)op het/de voorwerp(en)/geldbedrag(
  89. en)was/waren en/of wie het voorhanden had/hadden (te weten hij, verdachte en/of medeverdachte [medeverdachte 2]) door voor te wenden dat dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
  90. en)was/waren verkregen op basis van een (valse of vervalste) brief van Bouwfonds Ontwikkeling BV aan Universum Vastgoed BV (D-0620) en/of een (valse of vervalste) brief van Universum Vastgoed BV aan Bouwfonds Ontwikkeling CV (D-1982) en/of een (valse of vervalste) (bouwclaim)overeenkomst tussen Drente Park VOF en Universum Vastgoed BV (D-0036) en/of een (valse of vervalste) (bouwclaim)overeenkomst tussen Universum Vastgoed BV en [medeverdachte 14] (D-0860) en/of een (valse of vervalste) factuur van Universum Vastgoed BV aan [medeverdachte 14] (D-2237) en/of een (valse of vervalste) factuur van Universum Vastgoed BV aan Bouwfonds Ontwikkeling BV (D-1992) en/of drie, althans een of meer, (valse of vervalste) factu(u)r(
  91. en)van Universum Vastgoed BV aan Drentepark VOF (D-1636 en/of D-2076 en/of D-2078) en/of een (valse of vervalste) factuur van Universum Beheer BV aan Koblok Exploitaties BV (D-1593) en/of door dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
  92. en)te ontvangen op de bankrekening van Universum Vastgoed B.V. en/of Universum Beheer BV, van welke vennootschap(pen) medeverdachte [medeverdachte 2] middels aandelenverhoudingen die voor derden niet zichtbaar waren,(economisch) (mede)eigenaar was en/of door dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(en), althans delen daarvan, na de liquidatie van Universum Vastgoed B.V., door te storten of te doen of laten doorstorten, via de bankrekening van Universum Holding BV, naar een of meer Zwitserse bankrekening(
  93. en)(bij de Clariden Bank te Basel), althans dit/die voorwerp(en)/geldbedrag(
  94. en)voorhanden heeft gehad en/of heeft verworven, terwijl voornoemde Universum Vastgoed B.V. en/of Universum Beheer B.V. en/of Universum Holding B.V. en/of haar/hun mededader(
  95. s)wist(en), dan wel redelijkerwijs moest(
  96. en)vermoeden, dat dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(
  97. en)geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf, tot het plegen van welk(
  98. e)bovenomschreven strafba(a)r(
  99. en)feit(
  100. en)hij, verdachte tezamen en in vereniging met (een) ander(en), (telkens) opdracht heeft/hebben gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(
  101. en)hij, verdachte en/of zijn mededader(s), feitelijke leiding heeft/hebben gegeven; 6. PRIMAIR: PROJECT EUROCENTER: Universum Vastgoed B.V. op of omstreeks 30 oktober 2003 te Hoevelaken en/of Haelen en/of Roermond, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, een (namens Bouwfonds Ontwikkeling B.V. ondertekende) brief van Bouwfonds Ontwikkeling B.V. aan Universum gedateerd 30 oktober 2003 (D-0620), zijnde een geschrift bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of laten opmaken of vervalst en/of doen vervalsen en/of laten vervalsen, immers hebben/heeft Universum en/of haar mededader(
  102. s)in die brief D-0620 (onder meer) vermeld, althans doen of laten vermelden -zakelijk weergegeven- dat de afspraken die in de brief van 23 mei 2000 (D-0032) afkomstig van Universum Vastgoed BV staan vermeld ten behoeve van de samenwerking voor het project Eurocenter, in ruil voor welke samenwerking en inspanningen Bouwfonds Ontwikkeling B.V. een vergoeding aan Universum Vastgoed BV verschuldigd was van 25% van de vastgestelde projectwinst, welke brief van 23 mei 2000 destijds namens Bouwfonds Ontwikkeling B.V. voor akkoord was getekend en aan Universum Vastgoed was geretourneerd, gezien de gewijzigde situatie opnieuw met elkaar zijn bekeken en dit heeft geresulteerd in de afspraak dat de vergoeding van 25 % van de projectwinst van Bouwfonds Ontwikkeling B.V. aan Universum Vastgoed BV in zijn geheel vervalt en Bouwfonds Ontwikkeling B.V. een aanbreng- en verkoopcourtage verschuldigd is aan Universum Vastgoed BV voor de door Universum Vastgoed BV verrichte bemiddeling en activiteiten op het gebied van de ontwikkelingsovereenkomst en verhuur, ter hoogte van 2.000.000,- euro exclusief btw, terwijl die werkzaamheden in werkelijkheid niet, althans niet in zijn geheel door (of namens) Universum Vastgoed BV zijn verricht, althans dat bedrag voornoemd in werkelijkheid niet betrekking had op de in voornoemde brief van 30 oktober 2003 vermelde werkzaamheden, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, tot het plegen van welk bovenomschreven strafbare feit hij, verdachte, opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging hij, verdachte, feitelijke leiding heeft gegeven; SUBSIDIAIR: Hij op of omstreeks 30 oktober 2003 te Hoevelaken en/of Haelen en/of Roermond, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, een (namens Bouwfonds Ontwikkeling B.V. ondertekende) brief van Bouwfonds Ontwikkeling B.V. aan Universum Vastgoed B.V. gedateerd 30 oktober 2003 (D-0620), zijnde een geschrift bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of laten opmaken en/of vervalst en/of doen vervalsen en/of laten vervalsen, immers hebben/heeft hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(
  103. s)in die brief D-0620 (onder meer) vermeld, althans doen of laten vermelden -zakelijk weergegeven- dat de afspraken die in de brief van 23 mei 2000 (D-0032) afkomstig van Universum Vastgoed BV staan vermeld ten behoeve van de samenwerking voor het project Eurocenter, in ruil voor welke samenwerking en inspanningen Bouwfonds Ontwikkeling B.V. een vergoeding aan Universum Vastgoed BV verschuldigd was van 25% van de vastgestelde projectwinst, welke brief van 23 mei 2000 destijds namens Bouwfonds Ontwikkeling B.V. voor akkoord was getekend en aan Universum was geretourneerd, gezien de gewijzigde situatie opnieuw met elkaar zijn bekeken en dit heeft geresulteerd in de afspraak dat de vergoeding van 25 % van de projectwinst van Bouwfonds Ontwikkeling B.V. aan Universum Vastgoed BV in zijn geheel vervalt en Bouwfonds Ontwikkeling B.V. een aanbreng- en verkoopcourtage verschuldigd is aan Universum Vastgoed BV voor de door Universum Vastgoed BV verrichte bemiddeling en activiteiten op het gebied van de ontwikkelingsovereenkomst en verhuur, ter hoogte van 2.000.000,- euro exclusief btw, terwijl die werkzaamheden in werkelijkheid niet, althans niet in zijn geheel door (of namens) Universum Vastgoed BV zijn verricht, althans dat bedrag voornoemd in werkelijkheid niet betrekking had op de in voornoemde brief van 30 oktober 2003 vermelde werkzaamheden, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; 7. PRIMAIR: PROJECT EUROCENTER: Universum Vastgoed BV in of omstreeks de periode van 30 oktober 2003 tot en met 1 maart 2008 te Weert, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (telkens) [medeverdachte 11], die anders dan als ambtenaar werkzaam was in dienstbetrekking, immers als relatiebeheerder in dienstbetrekking bij de ING-Groep in de regio Zuid, Rayonkantoor Weert, in elk geval bij de ING, naar aanleiding van hetgeen die [medeverdachte 11] voornoemd in zijn dienstbetrekking heeft gedaan of nagelaten dan wel zal doen of nalaten, (telkens) (een) gift(
  104. en)en/of (een) belofte(
  105. n)heeft gedaan van die aard en/of onder zodanige omstandigheden, dat hij redelijkerwijs moest aannemen dat die [medeverdachte 11] voornoemd die gift(
  106. en)en/of belofte(
  107. n)(telkens) in strijd met de goede trouw zou verzwijgen tegenover zijn werkgever, welke belofte(
  108. n)en/of giften bestond(
  109. en)uit - de (economische) eigendom van 2 %, althans van 1,5%, van de aandelen van Universum Vastgoed BV (D-0627) en/of welke gift(
  110. en)bestond(
  111. en)uit - een bedrag van 78.000,- euro of daaromtrent en/of een bedrag van 1.353,- euro, in de vorm van een liquidatie-uitkering in verband met de liquidatie van Universum Vastgoed BV en/of als voorschot op deze liquidatie-uitkering, tot het plegen van welk(
  112. e)bovenomschreven strafbare feit(
  113. en)hij, verdachte, (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(
  114. en)hij, verdachte, (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven; SUBSIDIAIR: Hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 30 oktober 2003 tot en met 1 maart 2008 te Weert, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (telkens) [medeverdachte 11], die anders dan als ambtenaar werkzaam was in dienstbetrekking, immers als relatiebeheerder in dienstbetrekking bij de ING-Groep in de regio Zuid, Rayonkantoor Weert, in elk geval bij de ING, naar aanleiding van hetgeen die [medeverdachte 11] voornoemd in zijn dienstbetrekking heeft gedaan of nagelaten dan wel zal doen of nalaten, (telkens) (een) gift(
  115. en)en/of (een) belofte(
  116. n)heeft gedaan van die aard en/of onder zodanige omstandigheden, dat hij redelijkerwijs moest aannemen dat die [medeverdachte 11] voornoemd die gift(
  117. en)en/of belofte(
  118. n)(telkens) in strijd met de goede trouw zou verzwijgen tegenover zijn werkgever, welke belofte(
  119. n)en/of giften bestond(
  120. en)uit - de (economische) eigendom van 2 %, althans van 1,5%, van de aandelen van Universum Vastgoed BV (D-0627) en/of welke gift(
  121. en)bestond(
  122. en)uit - een bedrag van 78.000,- euro of daaromtrent en/of een bedrag van 1.353,- euro, in de vorm van een liquidatie-uitkering in verband met de liquidatie van Universum Vastgoed BV en/of als voorschot op deze liquidatie-uitkering, 8. PROJECTEN EUROCENTER EN 126: Hij in of omstreeks de periode van 1 januari 1998 tot en met 13 november 2007 te Eindhoven en/of Hoevelaken en/of Hoofddorp en/of Heemstede en/of Weert en/of Haelen en/of Roermond en/of Tilburg en/of Aerdenhout en/of Bloemendaal en/of Rosmalen en/of 's Hertogenbosch en/of Den Haag en/of Bilthoven en/of Haarlem en/of Alphen aan den Rijn en/of Capelle aan den IJssel en/of IJsselstein en/of Waddinxveen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en). althans alleen, opzettelijk heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een organisatieverband van natuurlijke personen en/of rechtspersonen, bestaande uit hem, verdachte en/of [medeverdachte 1] en/of [betrokkene 14] en/of [medeverdachte 2] en/of [betrokkene 16] en/of [medeverdachte 6] en/of [betrokkene 3] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 8] en/of [betrokkene 4] en/of [betrokkene 5] en/of [medeverdachte 3] en/of [betrokkene 6] en/of [medeverdachte 4] en/of [betrokkene 7] en/of [betrokkene 8] en/of Landquest NV en/of Kanaalcentrum Utrecht BV en/of Europalaan Utrecht BV en/of Idlewild Consultants BV en/of Universum Holding BV en/of Universum Beheer BV een/of [medeverdachte 15] en/of [medeverdachte 13] en/of [medeverdachte 14] en/of AFR Vastgoed BV (van 29 januari 2001 tot 10 april 2006 optredend onder de handelsnaam [vennootschap 2]) en/of [vennootschap 4] en/[vennootschap 5] en/of [vennootschap 6] en/of een of meer andere(
  123. n)(rechts)perso(o)n(en), welke organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, namelijk onder meer: - oplichting van Stichting Philips Pensioenfonds en/of Philips Real Estate Investment Management BV en/of Schootse Poort Onroerend Goed Beheer BV en/of Bouwfonds (art 326 Sr) - verduistering in dienstbetrekking bij Stichting Philips Pensioenfonds en/of Philips Real Estate Investment Management en/of Schootse Poort Onroerend Goed Beheer BV en/of Bouwfonds (art 322 Sr) - valsheid in geschriften (art 225 Sr) - actieve en/of passieve niet-ambtelijke omkoping (art 328ter Sr) - witwassen (art 420bis en 420quater Sr) bestaande die deelneming onder meer uit: het bedenken en/of plannen en/of voorbereiden van vorenbedoelde misdrijven en/of het uitdenken en/of vastleggen van constructies waarop de met vorenbedoelde misdrijven verkregen gelden worden verdeeld en/of aan het zicht worden onttrokken van derden en/of het ten behoeve van vorenbedoelde misdrijven oprichten van vennootschappen en/of aangaan van samenwerkingsverbanden en/of inrichten van de (eigendoms)verhoudingen binnen vennootschappen en/of op andere wijze betrekken van derden en/of het ten behoeve van vorenbedoelde misdrijven doen van giften en/of beloften aan andere deelnemers van die organisatie en/of aan anderen in ruil voor medewerking en/of het verzwijgen tegenover de werkgever (Bouwfonds en/of Stichting Philips Pensioenfonds en/of Philips Real Estate Investment Management BV en/of Schootse Poort Onroerend Goed Beheer BV) van (deze) giften en/of beloften en/of het aanwenden en/of gebruik maken van de positie en/of specifieke kennis en/of vaardigheden van (een) andere deelnemer(
  124. s)van de organisatie en/of van anderen en/of het voor rekening van en/of op naam van de werkgever (doen of laten) aangaan van valse of vervalste en/of onzakelijke overeenkomsten en/of het ten behoeve van het aangaan van valse of vervalste overeenkomsten overleggen van valse of vervalste KBA's en/of notities en/of andere stukken en/of het (doen of laten) verrichten van (frauduleuze) betalingen aan de contractpartijen ter uitvoering van valse of vervalste overeenkomsten en/of het (doen of laten) verstrekken van geheime of vertrouwelijke informatie aan andere deelnemers van de organisatie en/of aan anderen en/of het (doen of laten) opnemen van valse of vervalste overeenkomsten en/of facturen en/of brieven in bedrijfsadministraties (van de werkgever) en/of het (doen of laten) opmaken en/of samenstellen van valse of vervalste facturen en/of overeenkomsten en/of brieven ten behoeve van de verdere doorgeleiding van de door middel van vorenbedoelde misdrijven verkregen (frauduleuze) gelden en/of het doen of laten beheren van de door middel van vorenbedoelde misdrijven verkregen gelden door andere deelnemers van de organisatie en/of het beheren van de door middel van vorenbedoelde misdrijven verkregen gelden voor andere deelnemers van de organisatie en/of het (doen of laten) beheren van de door middel van vorenbedoelde misdrijven verkregen gelden middels buitenlandse vennootschappen en/of buitenlandse bankrekeningen en/of het beleggen of bijwonen van bijeenkomsten en/of vergaderingen met de andere deelnemers van de organisatie, zulks ten behoeve van besluitvorming over vorenbedoelde misdrijven en/of het werven en/of selecteren en/of opleiden en/of coachen van nieuwe leden en/of huidige leden van de organisatie en/of het feitelijk leiding geven aan vorenbedoelde misdrijven. 2. Voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is en dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak. (Partiële) niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie De raadsman van verdachte heeft betoogd dat met betrekking tot het onder feit 7 zowel primair als subsidiair ten laste gelegde, het medeplegen van het actief omkopen van [medeverdachte 11], het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging moet worden verklaard. Hij heeft in dit verband aangevoerd dat niet alleen de in dat feit opgenomen gift inhoudende de verkrijging van de aandelen door [medeverdachte 11], maar ook de ten laste gelegde gift van € 78.000, althans € 1.353 in de vorm van een liquidatie-uitkering is verjaard. Een liquidatie-uitkering kan volgens de verdediging niet als een zelfstandige gift worden beschouwd aangezien [medeverdachte 11] reeds voorafgaand aan die uitkering een recht op een bedrag van € 78.000 had conform zijn aandelenbezit en het daaraan gekoppelde vermogen van de onderliggende onderneming, zodat met die liquidatie-uitkering het vermogen van [medeverdachte 11] per saldo gelijk is gebleven en er dus niets van waarde aan hem is overgedragen. Voor zover al sprake is van een gift aan [medeverdachte 11], kan die slechts betrekking hebben op de verkrijging van aandelen in Universum Vastgoed BV door [medeverdachte 11]. Nu die overdracht in mei 2000 heeft plaatsgevonden is dit feit conform ook het eigen oordeel van het openbaar ministerie verjaard hetgeen de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie tot gevolg heeft, aldus de raadsman. De rechtbank overweegt in dit verband het volgende. Het aan verdachte onder feit 7 ten laste gelegde delict van artikel 328ter, tweede lid Sr kende, gelet op de ten laste gelegde periode die is gelegen voor de inwerkingtreding van de Wet van 26 november 2009, Stb. 2009, 525 op 1 april 2010, destijds een maximum strafbedreiging van één jaar, zodat dit feit op grond van artikel 70, eerste lid onder 1° Sr na verloop van zes jaren verjaart, tenzij de verjaring tussentijds wordt gestuit. Door de opening van een gerechtelijk vooronderzoek tegen verdachte in oktober 2009 is in onderhavige zaak de verjaring gestuit voor feiten die zijn gepleegd na 31 oktober 2003. Voor de vraag of een feit is verjaard is doorslaggevend de pleegperiode die in het aan verdachte ten laste gelegde feit is omschreven. Verdachte is onder feit 7 ten laste gelegd dat hij in de periode van 30 oktober 2003 tot en met 1 maart 2008 [medeverdachte 11] heeft omgekocht, onder andere door het doen van een belofte en/of gift, inhoudende een deel van de aandelen in Universum Vastgoed BV. Nu het recht tot strafvordering voor de periode die aan verdachte met betrekking tot feit 7 ten laste is gelegd niet is verjaard, immers de verjaring is vanaf oktober 2003 gestuit door de opening van het gerechtelijk vooronderzoek, is daarmee de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging voor dit feit - met een kleine aanpassing van de ten laste gelegde periode - reeds gegeven. Dat de feitelijke aandelenoverdracht beduidend eerder plaatsvindt en niet valt in de ten laste gelegde periode raakt daarmee niet de ontvankelijkheid van het openbaar minsterie maar is een kwestie die zich oplost in de vraag of de aan verdachte ten laste gelegde gedragingen bewezen kunnen worden verklaard. In dat verband zal ook het door de verdediging opgeworpen standpunt dat een liquidatie-uitkering geen gift in de zin van artikel 328ter Sr inhoudt, moeten worden beoordeeld. De rechtbank heeft vastgesteld dat het openbaar ministerie ook overigens ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 3. Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle acht ten laste gelegde feiten en gevorderd dat verdachte ter zake daarvan zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren met aftrek van de tijd die hij reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. 4. Bewijs Bij de bespreking van de vraag of hetgeen verdachte is ten laste gelegd, bewezen kan worden verklaard, besteedt de rechtbank in de eerste plaats aandacht aan de verweren die zijn gericht op vrijspraak en die naar het oordeel van de rechtbank tot die bepleite conclusie leiden en behandelt zij eventuele substantiële op het bewijs of de bruikbaarheid daarvan gerichte verweren. Daarna zal in de vorm van een lopend betoog worden aangegeven wat de rechtbank van het ten laste gelegde bewezen acht. In het kader van dat betoog wordt aandacht besteed aan van de zijde van het openbaar ministerie of van de verdediging ingenomen standpunten. Voor verwijzing naar vindplaatsen wordt gebruik gemaakt van voetnoten. Bij verwijzingen naar stukken van het strafdossier geldt dat steeds rechtstreeks wordt verwezen naar die stukken. Van het zogenaamde bewijsmiddelenoverzicht dat van de zijde van het openbaar ministerie aan de rechtbank en de (raadsman van) verdachte is overgelegd als bijlage bij het uitgesproken en tevens in geschrifte gepresenteerde requisitoir en dat hoofdzakelijk bestaat uit verwijzingen naar stukken van het strafdossier alsmede citaten daaruit, heeft de rechtbank daarbij geen gebruik gemaakt. 4.1. Bewijsverweren Bewijsuitsluiting De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte, nadat hij op 13 november 2007 was aangehouden, vier maal is verhoord zonder dat hij is gewezen op zijn recht om een advocaat te raadplegen, zodat de processen-verbaal van die eerste vier verklaringen van verdachte niet aan het bewijs mogen meewerken. Subsidiair heeft de raadsman van verdachte betoogd dat bewijsuitsluiting van genoemde verklaringen dient te volgen vanwege de omstandigheid dat hetgeen in die processen-verbaal is geverbaliseerd onjuist, onbetrouwbaar en op onderdelen misleidend is om als bewijs te kunnen dienen. Het openbaar ministerie heeft zich bij repliek aangesloten bij het door de verdediging ingenomen primaire standpunt. De rechtbank overweegt als volgt. Op grond van de zogeheten Salduz-jurisprudentie (EHRM 27 november 2008, NJ 2009, 214 en HR 30 juni 2009, NJ 2009, 349) heeft een verdachte het recht om voorafgaande aan het verhoor een raadsman te consulteren. Een verdachte kan, nadat hij op dit recht gewezen is, afzien van gebruikmaking van dit consultatierecht. Uit het dossier komt naar voren dat verdachte is aangehouden op 13 november 2007 en diezelfde dag en de dag erna ten overstaan van ambtenaren van de FIOD-ECD vier verklaringen heeft afgelegd. Uit de daarvan opgemaakte processen-verbaal van verhoor blijkt niet dat verdachte een raadsman heeft kunnen consulteren of op deze mogelijkheid is gewezen, terwijl evenmin blijkt dat verdachte van dit recht afstand heeft gedaan. Het voorgaande leidt er toe dat de verklaringen die verdachte op 13 en 14 november 2007 heeft afgelegd (in het dossier opgenomen onder V16-01, V16-02, V16-03 en V16-04) zijn verkregen in strijd met de rechten als verwoord in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Dit levert een vormverzuim op als bedoeld in artikel 359a Sv, welk verzuim volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad behoudens twee gevallen - indien verdachte uitdrukkelijk dan wel stilzwijgend doch in ieder geval ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van zijn recht, dan wel bij het bestaan van dwingende redenen dat recht te beperken - leidt tot bewijsuitsluiting. Nu deze uitzonderingen zich hier niet voordoen dienen de verklaringen die in het dossier zijn opgenomen onder V16-01 tot en met V16-04 van het bewijs te worden uitgesloten. 4.2. Redengevende feiten en omstandigheden 1 4.2.1 Feiten 1 primair en 2 primair (project 126) Een voorgeschiedenis; de aankoop van het project Symphony Ingevolge een op 2 januari 2002 gesloten beheersovereenkomst2 met Stichting Philips Pensioenfonds (hierna: Philips Pensioenfonds) is de onderneming die per 1 juni 2004 Philips Real Estate Investment Management BV (hierna: PREIM) is geheten3 en van welke onderneming [medeverdachte 2] tot aan zijn vertrek per 1 december 2006 operationeel directeur is4, belast met het volledige beheer van het direct in onroerend goed objecten belegde vermogen van Philips Pensioenfonds, tevens inhoudende de aan- en verkoop van onroerend goed. In een memo gedateerd 27 juli 2004 en gericht aan zijn mededirecteur [betrokkene 2] bericht [medeverdachte 2] in genoemde hoedanigheid van operationeel directeur van PREIM, door Bouwfonds te zijn benaderd om op te treden als eindbelegger voor het project Symphony en vraagt hij toestemming om met Bouwfonds (verdere) onderhandelingen te mogen voeren over de aankoop van dit project.5 Het project Symphony betreft de ontwikkeling en realisatie van een kavel in het projectgebied Gershwin aan de Zuidas in Amsterdam en omvat een woongebouw, een kantoorgebouw, een hotel en een bijbehorende parkeergarage.6 In het kader van de hiervoor bedoelde beheersovereenkomst golden er bepaalde grenzen waarbinnen het beheer van in onroerend goed belegd vermogen van Philips Pensioenfonds diende plaats te vinden. Zo diende de totale waarde van de onroerend goed-beleggingen ten opzichte van het totale te beleggen vermogen binnen bepaalde marges te blijven; in eerste instantie bedroeg het percentage maximaal in onroerend goed te beleggen vermogen 12%, later werd dat 10% met een marge van plus of min twee procent.7 Omdat de aankoop van het project Symphony zou leiden tot overschrijding van deze binnen Philips Pensioenfonds vastgestelde beleggingskaders ontstond de noodzaak een gedeelte van het bij Philips Pensioenfonds in bezit zijnde onroerend goed af te stoten.8 Om die reden vraagt [medeverdachte 2] in het hiervoor genoemde memo tevens toestemming te mogen nagaan welke complexen afgestoten zouden kunnen worden en of deze aan Bouwfonds verkocht zouden kunnen worden. Vanaf september/oktober 2004 worden formele onderhandelingen over de aankoop van project Symphony gevoerd, waarbij [medeverdachte 2] samen met [medeverdachte 8], laatstgenoemde is werkzaam als hoofd van de binnen PREIM bestaande Afdeling Portefeuille Management9, namens Philips Pensioenfonds de onderhandelingen met Bouwfonds voert.10 In een uitdraai van een op de computer van [medeverdachte 2] aangetroffen en niet ondertekend memo van hem aan [betrokkene 2] met als datum 31 januari 2005 - naar welk memo overigens in de latere en wel door [betrokkene 2] voor akkoord ondertekende directienotitie d.d. 31 maart 2005 wordt verwezen - wordt gemeld dat met Bouwfonds een principeakkoord is bereikt over zowel de investering in Symphony als verkoop van delen van de bestaande portefeuille (de rechtbank begrijpt: van Philips Pensioenfonds).11 In een veel vroeger stadium na de aanvang van de formele onderhandelingen tussen Bouwfonds en PREIM over Symphony is echter reeds duidelijk dat Bouwfonds geen interesse heeft in de aankoop van onroerend goed van Philips Pensioenfonds en daarmee is een swap dus van de baan.12 Op 16 juni 2005 is het dan nog in ontwikkeling zijnde project door Bouwfonds MAB Ontwikkeling BV verkocht aan Philips Pensioenfonds voor een bedrag van € 336.750.000 (inclusief BTW).13 De verkoop van het pakket onroerend goed op 1 februari 2006 (project 126) De aankoop van het project Symphony heeft geleid tot de verkoop van een groot pakket onroerend goed, bestaande uit woningen en drie kantoorcomplexen. Deze transactie - die in het strafdossier project 126 is gaan heten - heeft op 1 februari 2006 haar beslag gekregen wanneer Philips Pensioenfonds de bedrijfsgebouwen Unisys in de Haarlemmermeer, Telespy te Amsterdam en Kanaalcentrum te Utrecht alsmede een groot aantal woningen in Amsterdam voor een bedrag van € 384.510.000 verkoopt en levert aan [vennootschap 2] (hierna: [vennootschap 2]), een vennootschap van [betrokkene 3].14 Vier minuten nadat deze notariële overdracht heeft plaatsgevonden, verkoopt en levert [vennootschap 2] ditzelfde pakket onroerend goed, door tussenkomst van dezelfde notaris, voor een bedrag van € 386.510.000 aan Kanaalcentrum Utrecht BV15. Deze vennootschap is kort voor 1 februari 2006 opgericht en kent als enig aandeelhouder en bestuurder Landquest NV16, welke vennootschap op haar beurt wordt bestuurd door [medeverdachte 1].17 Kanaalcentrum Utrecht BV betaalt voor het pakket € 386.510.000, zodat de directe transactiewinst voor [vennootschap 2] € 2.000.000 is. Vijf minuten na de levering aan Kanaalcentrum Utrecht BV wordt het pakket onroerend goed met uitzondering van het kantoorgebouw Kanaalcentrum, opnieuw via dezelfde notaris voor een bedrag van € 399.110.00018 doorverkocht en geleverd aan Landquest NV, zoals gezegd een vennootschap van [medeverdachte 1]. Ten slotte verkoopt en levert Landquest NV het pakket onroerend goed, met uitzondering van het kantoorgebouw Telespy, diezelfde dag aan Fortis Verzekeringen Vastgoed Maatschappij NV (hierna: Fortis) voor een bedrag van € 400.624.000.19 Op 31 juli 2006 wordt het complex Telespy door Lanquest NV verkocht aan TT Amsterdam Funding Company Ltd voor € 20.500.00020 en op 22 augustus 2007 wordt het kantorencomplex Kanaalcentrum door Europalaan Utrecht BV - een eveneens aan [medeverdachte 1] gelieerde vennootschap21, welke vennootschap de economische eigendom van voornoemd kantorencomplex in maart 2007 overgedragen heeft gekregen van Kanaalcentrum Utrecht BV22, verkocht en geleverd aan HDGM Holdings LLC23. Vastgesteld kan worden dat met deze reeks (door)verkopen van het pakket onroerend goed door vennootschappen van [medeverdachte 1] tientallen miljoenen euro's zijn verdiend.24 [medeverdachte 1] komt bij PREIM aan tafel Bij een ontmoeting eind 2003 of begin 2004 heeft [medeverdachte 1] [medeverdachte 2] gevraagd wat hij, [medeverdachte 1], moest doen om bij hem (de rechtbank begrijpt: in zijn hoedanigheid van directeur van PREIM) aan tafel te komen. Nadat [medeverdachte 2] hierop heeft laten weten dat [medeverdachte 1] hem moest meenemen naar de races25, bezoeken [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] in 2004 op kosten van [medeverdachte 1] in 2004 - en overigens ook in 2005 - de Formule 1-races in Monaco.26 Aansluitend voert [medeverdachte 1] gesprekken met [medeverdachte 2], waarbij [medeverdachte 2] verdachte aan tafel brengt als iemand die belangen van hem behartigde.27 Voor [medeverdachte 1] was het doel van de gesprekken met [medeverdachte 2] om exclusief aan tafel te komen voor project 126 waarbij de wens van [medeverdachte 1] was het onroerend goed zelf te kopen. [medeverdachte 1] bleek daarvoor volgens [medeverdachte 2] qua naam en geld niet sterk genoeg.28 Om in het kader van de aankoop van dit project exclusief aan tafel te komen heeft [medeverdachte 1] toezeggingen aan [medeverdachte 2] gedaan.29 Vanaf half november 2004 wordt er tussen [betrokkene 3] (hierna: [betrokkene 3]) namens [vennootschap 2] en [medeverdachte 2] namens PREIM gesproken over de verkoop van pakket 126 aan een [betrokkene 19]-vennootschap, zo valt af te leiden uit een brief gedateerd 30 november 2004 waarin [betrokkene 3], onder verwijzing naar een op 15 november 2004 gehouden bespreking, aangeeft dat de [vennootschap 3] als koper van het pakket onroerend goed wil optreden.30 Vanaf 20 april 2005 is met de ondertekening door [betrokkene 3] van een zogeheten geheimhoudingsverklaring, een formeel onderhandelingstraject tussen [vennootschap 2] en PREIM gaan lopen met betrekking tot de verkoop van pakket 126.31 Dat [medeverdachte 1] bij deze onderhandelingen betrokken is en op de achtergrond sturend optreedt, bevestigt [medeverdachte 8] aan wie [medeverdachte 1] op enig moment heeft gezegd dat hij een goede kandidaat had om pakket 126 te kopen waarbij hij de naam van [betrokkene 3] heeft genoemd. Hoewel de bedoelingen van [medeverdachte 1] hem op dat moment niet duidelijk waren, wist [medeverdachte 8] destijds wel dat toen [betrokkene 3] als kandidaat-koper van pakket 126 bij PREIM aan tafel geraakte, [medeverdachte 1] daarachter zat.32 Er liepen twee trajecten, een formeel traject met [betrokkene 3] en een informeel traject met [medeverdachte 1], aldus [medeverdachte 8]33 die tevens aangeeft dat de onderhandelingen over de prijs tussen [medeverdachte 2] en [betrokkene 3] hebben plaatsgevonden.34 Ook [betrokkene 3] geeft aan dat hij deze onderhandelingen nagenoeg uitsluitend met [medeverdachte 2] heeft gevoerd35 en dat hij [medeverdachte 1] heeft laten weten dat hij 2 miljoen euro wilde verdienen, waarna vervolgens mondeling is afgesproken dat hij, [betrokkene 3], twee miljoen zou verdienen als de aankoopprijs binnen de perken zou blijven.36 [Getuige 15] verklaart dat hij van [medeverdachte 1] heeft gehoord dat [betrokkene 3] er in deze transactie tussen is geschoven om met [vennootschap 2] een partij van naam aan tafel te krijgen bij PREIM.37 Met betrekking tot het informele traject zegt [medeverdachte 1] met [medeverdachte 2] te hebben gesproken over onder meer de hoogte van de vraagprijs en de uiteindelijke koopprijs van pakket 126. [medeverdachte 2] heeft [medeverdachte 1] bij die gelegenheden laten weten dat de vraagprijs in de markt € 400 miljoen zou zijn en gaandeweg de gesprekken is aan [medeverdachte 1] duidelijk gemaakt dat de uiteindelijke koopprijs tussen de 380 en 390 miljoen euro zou liggen.38 In dezelfde periode waarin de onderhandelingen tussen [medeverdachte 2] en [betrokkene 3] over de verkoop van pakket 126 op gang komen, verblijven [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en verdachte op kosten van [medeverdachte 1] begin april 2005 enige dagen in Hotel De Crillon in Parijs.39 In de agenda van verdachte staat op 14 april 2005 een afspraak met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in het Mövenpick hotel in Den Bosch genoteerd.40 Bij veel van de gesprekken die [medeverdachte 1] met [medeverdachte 2] voerde was verdachte aanwezig.41 Nog voordat de prijs voor het te verkopen pakket 126 tussen [betrokkene 3] en [medeverdachte 2] definitief wordt vastgesteld42, bereikt [medeverdachte 1], onder het voorbehoud van definitieve goedkeuring van de directie, overeenstemming met Fortis Vastgoed BV over de (door)verkoop van het overgrote deel van hetzelfde pakket onroerend goed aan een nog nader te noemen onderdeel van Fortis.43 Dat het daarbij gaat om het door Philips Pensioenfonds op dat moment nog te verkopen pakket onroerend goed kan worden afgeleid uit de verklaring van [getuige 16], toenmalig hoofd projectverwerving bij Fortis Vastgoed BV, aan wie [medeverdachte 1] had meegedeeld dat hij vastgoed van Philips kon verkopen.44 Verdeling van de in project 126 gerealiseerde winst Op het woonadres van [betrokkene 17], een fiscalist die bij een onderneming van verdachte in dienst is geweest45, is een cd-rom aangetroffen met daarop onder de directory '[medeverdachte 2]' een bestand met de naam 'Symphony Fiscale aspecten winstverdeling.xls'. Volgens de documenteigenschappen van het bestand is het document op 24 april 2005 opgesteld.46 In een op 21 september 2005 gewijzigde versie van dit document47 is het volgende staatje opgenomen: [betrokkene 17] heeft over deze aantekeningen verklaard dat verdachte hem in 2005 benaderde met de mededeling dat hij voor 1/15e deel gerechtigd was in de resultaten van een vastgoedportefeuille en dat hij, verdachte, hem, [betrokkene 17], 20% van zijn aandeel gunde, vanwege de goede relatie en het feit dat hij verdachte altijd met raad en daad bijstond. Verdachte vertelde [betrokkene 17] verder dat het om een grote vastgoedtransactie ging, waarbij verdachte als adviseur was betrokken. Verdachte gaf hem niet de indruk dat hij voor zijn winstaandeel intensieve inspanningen in de zin van werkzame uren hoefde te verrichten. Volgens [betrokkene 17] was het voor verdachte een soort buitenkansje. Met betrekking tot deze vastgoedtransactie weet [betrokkene 17] nog te melden dat de naam 'Kanaleneiland uit Utrecht' is genoemd.48 Vastgesteld kan worden dat het kantorencomplex Kanaalcentrum te Utrecht één van de registergoederen uit pakket 126 is, dat de in het overzicht opgenomen aankoopsom nagenoeg overeenkomt met de prijs waarvoor op 1 februari 2006 project 126 door Philips Pensioenfonds is verkocht en de genoemde verkoopsom enigszins in de buurt komt van de prijs waarvoor het project op dezelfde datum aan Fortis is verkocht. De verklaring van [betrokkene 17] omtrent verdachtes gerechtigdheid in de resultaten van een vastgoedportefeuille vindt steun in de verklaring van [medeverdachte 1] die aangeeft dat hij tussen maart en september 2005 met verdachte heeft gesproken over de potentiële winst in project 12649 en dat hij met verdachte de afspraak heeft gemaakt dat deze een percentage zou krijgen van de feitelijk te behalen winst met de verkoop van pakket 126.50 Eveneens is op de bij [betrokkene 17] thuis in beslag genomen cd-rom een bestand aangetroffen met de bestandsnaam 'Overeenkomst Landquest-Universum Holding-Universum.doc'.51 Het bestand dat volgens de documenteigenschappen is opgemaakt op 19 juni 2005 bevat, mede bezien in samenhang met de eveneens bij [betrokkene 17] aangetroffen print van een e-mail gedateerd 20 juni 2005 aan verdachte, een concept overeenkomst inhoudende een verdeling van het resultaat betreffende een onroerend goed-portefeuille die Landquest NV van '[betrokkene 19] BV' heeft gekocht, tussen Landquest BV (46,67%), Universum Holding BV (46,67%) en Universum BV (6,66%). De economische eigendom van aandelen in Universum Holding BV is op dat moment voor 99% in handen van [medeverdachte 2],52 [vennootschap 19] - een vennootschap waarvan verdachte alleen en zelfstandig bevoegd bestuurder is - is 100% aandeelhouder van Universum BV.53 Als bijlage bij genoemde e-mail van 20 juni 2005 is deze concept overeenkomst kennelijk ter beoordeling aan verdachte voorgelegd, getuige de inhoud van het begeleidend schrijven van [betrokkene 17], inhoudende onder meer: "Natuurlijk hoor ik graag of [voornaam medeverdachte 2] en jij het hiermee eens zijn (per slot van rekening is jullie belang groter dan dat van mij)"54, waarbij de rechtbank begrijpt dat met "[voornaam medeverdachte 2]" [medeverdachte 2] is bedoeld. In de woning van [betrokkene 17] zijn ook twee velletjes met handgeschreven aantekeningen gevonden waarboven de datum 27 september 2005 staat vermeld.55 Op het eerste vel met aantekeningen wordt onder meer vermeld: "Landquest is contractpartij (...) moet afrekenen met de overige partijen (...) Universum Holding : 46,67 Landquest : 46,67 [verdachte] (Beheer?) : 6,66% (...) Februari: verkoop 1e tranche -> liquiditeiten 20-30 mio vóór VpB + Kanaaleiland Alles zit dan in Landquest" Uit de hiervoor weergegeven stukken en (handgeschreven) aantekeningen en de verklaring van [betrokkene 17], in onderling verband en samenhang bezien, komt een verdeling van winst volgens een bepaalde verdeelsleutel naar voren. Gelet op de in deze stukken en aantekeningen genoemde partijen, waaronder '[betrokkene 19] BV', de bij de verdeling betrokken Landquest NV, Universum vennootschappen en [vennootschap 19] - en de in de stukken vermelde bedragen, kan het niet anders zijn dan dat die aantekeningen betrekking hebben op de verkoop van pakket 126 door Philips Pensioenfonds en de nadien door Landquest NV verwachte winst na doorverkoop van dit onroerend goed aan Fortis. Op basis van deze stukken, met name als deze worden bezien in samenhang met de verklaringen van [betrokkene 17] en [medeverdachte 1], is eveneens de conclusie gerechtvaardigd dat met de in D-2273 opgenomen initialen "WF", "JvV", "EF" en "LJ" respectievelijk [medeverdachte 2], [medeverdachte 1], verdachte en [betrokkene 17] zijn bedoeld die, al dan niet via hun vennootschappen, gerechtigd zijn tot een bepaald gedeelte van de winst die met verkoop van pakket 126 zal worden gerealiseerd en welke winst volgens die aantekeningen naar de verwachting van dat moment ergens tussen de 20 en 30 miljoen euro zou gaan bedragen. De inhoud van de bij [betrokkene 17] aangetroffen documenten en aantekeningen, zoals hiervoor beschreven, vindt ook steun in aantekeningen zoals die in één van de aantekeningenboeken van [medeverdachte 5] zijn opgetekend. [medeverdachte 5] zegt dat [medeverdachte 1] hem vertelde waar hij mee bezig was en dat hij dat heeft opgeschreven.56 Dit aantekeningenboek bevat bij de datum 2/6, waarvan de rechtbank, gezien het verloop van de data bij de diverse in dit boek opgenomen aantekeningen, aanneemt dat het 2 juni 2005 betreft, een schematische weergave van de transacties rondom pakket 126, zoals deze kennelijk op dat moment waren voorzien.57 [medeverdachte 5] eindigt deze aantekening met de zinsnede onder meer inhoudende dat Universum pas in 2008 zal meedelen in het resultaat. Nadat de (door)verkopen van pakket 126 op 1 februari 2006 hun beslag hebben gekregen, kan uit daarop betrekking hebbende aantekeningen worden afgeleid dat van de door de vennootschappen van [medeverdachte 1] reeds behaalde en naar verwachting nog te behalen winsten bij die transacties nadere schattingen zijn gemaakt. Zo worden bij [betrokkene 17] drie losse vellen met handgeschreven aantekeningen58 aangetroffen waarbij op het eerste vel onder meer het volgende staat genoteerd: [medeverdachte 2]/[medeverdachte 1]/[verdachte] 27/02/06 Op bank (27/02/06) 11 Telespy-gebouw 16 Netto na aftrek van huurgarantie Kanaaleiland 15 Volgens taxatie Zadelhoff --- 42 Af: betaling Top -/- 10 ?? --- 32 15 winst Kanaaleiland --- 47 Kanaaleiland voor 30 verkopen dan weg! Op het derde vel, vermoedelijk afkomstig uit een ander schrijfblok dan het eerste en tweede vel, is onder meer het volgende vermeld: Bank 12,5 Kanaal 15 Telespy 20,5 Roodbont 6 (stelpost) Garanties -/- 5 Afkoopsom -/- 6 " -/- 1 15 ----- 27 15 ---- 42 In deze aantekeningen wordt er kennelijk vanuit gegaan dat er na 1 februari 2006 per bank een bedrag van tussen 11 en 12,5 miljoen euro is binnengekomen. Dit strookt met de bevinding dat in de eerste twee weken van februari 2006 een bedrag van ongeveer € 11.810.936 is bijgeschreven op bankrekeningen van Kanaalcentrum Utrecht BV en Landquest NV.59 De in de aantekeningen genoemde getallen 16 Netto na aftrek huurgarantie en Telepsy 20,5 kunnen niet anders worden geïnterpreteerd dan dat zij verwijzen naar een (verwachte) opbrengst van het kantoorgebouw Telespy bij de verkoop daarvan door Landquest NV. Op 31 juli 2006 heeft Landquest NV dit kantoorgebouw immers verkocht voor een bedrag van € 22.244.302 waarbij een huurgarantie ter hoogte van 6 miljoen euro voor de gehele looptijd is afgegeven.60 Voor het in de aantekeningen voorkomende Kanaaleiland - de rechtbank begrijpt dat daarmee kantorencomplex Kanaalcentrum is bedoeld - wordt kennelijk een opbrengst van 15 miljoen euro verwacht bij een verkoopprijs van 30 miljoen euro. Aan de inhoud van deze aantekeningen kan de vaststelling worden ontleend dat omstreeks 27 februari 2007 een winst uit project 126 wordt verwacht die ligt tussen 42 en 47 miljoen euro. In een in het aantekeningenboek van [medeverdachte 5] voorkomende aantekening bij de datum 27 juni (2006,
  125. rb)is opgesteld staat het getal 45 (de rechtbank begrijpt: 45 miljoen euro) vermeld als een resultaat dat wordt verdeeld volgens dezelfde verdeelsleutel als die voorkomt in bij [betrokkene 17] aangetroffen aantekeningen en documenten uit 2005 die hierboven reeds zijn beschreven. De aantekening van [medeverdachte 5] houdt voor zover hier van belang, in:61 7/15 L 21 7/15 F 21 1/15 E 3 --- 45? Precies eenzelfde verdeling van 45 (de rechtbank begrijpt: 45 miljoen euro), zij het in een iets andere volgorde maar volgens dezelfde verdeelsleutel, komt voor in een schriftje met handgeschreven aantekeningen dat bij verdachte thuis is aangetroffen.62 In dat schriftje bevindt zich ook een aantekening, waar boven staat "29/6-06 Mövenpick" en die begint met "Winst 42 milj incl. Kanaaleiland, Unisys en Telespy"; deze aantekening eindigt met de volgende verdeling:63 10.500 --> 7/15 10.500 --> 7/15 1.500 --> 1/15 22.500 De opstelling waarbij 22.500 wordt verdeeld in 10.500, 10.500 en 1.500 - welke getallen de rechtbank opvat als dat daarmee geldbedragen van respectievelijk € 10.500.000 en € 1.500.000 zijn bedoeld - is eveneens terug te vinden in een andere bij verdachte thuis aangetroffen handgeschreven aantekening, waarbij onderaan de pagina de toevoeging: "ovk 11-3-2006" staat vermeld.64 4.2.1.1 Feit 1 (witwassen van € 3.100.000) Maatschapovereenkomst Le Crillon Investments en de ontbinding daarvan Op 11 maart 2006 ondertekenen [medeverdachte 1] te Heemstede namens Landquest NV, gevestigd in Hoofddorp, en verdachte te Haelen namens [vennootschap 19], gevestigd in Haelen, een maatschapovereenkomst.65 Met ondertekening van deze overeenkomst zijn genoemde partijen blijkens de inhoud daarvan de maatschap genaamd Le Crillon Investments aangegaan met betrekking tot de aankoop, de ontwikkeling, de exploitatie en de verkoop van de portefeuille, welke activiteiten voor gezamenlijke rekening van Landquest NV en [vennootschap 19] plaatsvinden. Uit de overeenkomst volgt verder dat met de portefeuille wordt bedoeld een onroerend goedportefeuille, bestaande uit 1.492 woningen en ca. 72.000 m2 kantooroppervlakte alsmede bijbehorende zaken (o.a parkeervoorzieningen), omtrent de aankoop waarvan Landquest NV onderhandelingen heeft gevoerd met [vennootschap 2], gevestigd te Amstelveen. Vastgesteld kan worden dat het hier gaat om het door Philips Pensioenfonds op 1 februari 2006 verkochte pakket 126. De winst van de maatschap (vóór belastingen) wordt, zo volgt uit de overeenkomst, verdeeld in de verhouding 14/15e deel (= afgerond: 93,33%) voor Landquest NV en 1/15e deel (= afgerond: 6,67%) voor [vennootschap 19]. Eveneens op 11 maart 2006 ondertekenen verdachte namens [vennootschap 19] en [betrokkene 17] namens [vennootschap betrokkene 17] een maatschapovereenkomst66, waarin partijen hebben vastgelegd de tussen hen bestaande voorwaarden waaronder met betrekking tot de hiervoor bedoelde maatschap tussen [vennootschap 19] en [vennootschap betrokkene 17] een (onder)maatschap is aangegaan. Het winstaandeel van [vennootschap betrokkene 17] bedraagt 1/5e deel van de winst met een maximum van € 400.000. Vanaf 19 oktober 2006 volgen betalingen van Landquest NV aan [vennootschap 19]. De eerste betaling aan de vennootschap van verdachte geschiedt op basis van een factuur gedateerd 30 september 2006 van [vennootschap 19] aan Landquest NV waar onder de omschrijving "inzake werkzaamheden betreffende maatschap Le Crillon Investments" een bedrag van € 100.000 (exclusief € 19.000 BTW) in rekening wordt gebracht.67 Op 19 oktober 2006 is deze factuur door Landquest NV voldaan.68 Vervolgens wordt op 31 oktober 2006 van de bankrekening ten name van Landquest NV een bedrag van € 1,5 miljoen onder de omschrijving "Conform afspraak" overgeboekt naar een bankrekening van [vennootschap 19]69, welk bedrag een dag later op die rekening wordt bijgeschreven.70 Weer één dag later, 2 november 2006 wordt vanaf deze bankrekening van [vennootschap 19] € 300.000 betaald aan Adviesbureau [betrokkene 17].71 In een overeenkomst opgemaakt en ondertekend te 's-Hertogenbosch op 8 februari 2007 door [medeverdachte 1] en verdachte wordt de maatschap tussen Landquest NV en [vennootschap 19] ontbonden.72 De overeenkomst houdt voorzover hier van belang, onder meer in dat het winstaandeel van [vennootschap 19] in de maatschap ter finale kwijting wordt vastgesteld op een bedrag ad € 3.000.000, zodat na aftrek van reeds uitbetaalde voorschotbetalingen van € 1.500.000 uiterlijk op 15 februari 2007 € 1.000.000 en uiterlijk op 15 april 2007 € 500.000 zal worden voldaan. Op 9 februari 2007 ontvangt [vennootschap 19] op haar bankrekening € 1.000.000 afkomstig van Landquest NV73 en op 10 april 2007 wordt op die bankrekening een bedrag van € 500.000 bijgeschreven, wederom afkomstig van Landquest NV.74 In een eveneens op 8 februari 2007 gedateerde en door verdachte en [betrokkene 17] ondertekende overeenkomst75 is in verband met beëindiging van de hiervoor genoemde maatschap tussen Landquest NV en [vennootschap 19] ook de tussen laatstgenoemde vennootschap en [vennootschap betrokkene 17] bestaande maatschap beëindigd. Het winstaandeel van [vennootschap betrokkene 17] in de (onder)maatschap wordt bepaald op het reeds in de maatschapovereenkomst voorziene maximum bedrag van € 400.000. Op 12 februari 2007 wordt vanaf de rekening van [vennootschap 19] een bedrag van € 100.000 overgeboekt naar de rekening van Adviesbureau [betrokkene 17].76 In totaal ontvangt verdachte van Landquest NV op grond van de twee hiervoor besproken overeenkomsten en een factuur een bedrag van € 3.100.000 (exclusief BTW), welk bedrag staat vermeld in het aan verdachte onder feit 1 ten laste gelegde witwasverwijt. De verdediging heeft in dit verband betoogd dat ten aanzien van de betalingen die naar verdachte zijn gevloeid geen sprake is van enig onderliggend misdrijf; de twee overeenkomsten noch de factuur zijn vervalst of valselijk opgemaakt en evenmin kan worden gezegd dat daarmee de werkelijkheid, namelijk dat [medeverdachte 2] geld van [medeverdachte 1] kreeg, is verhuld. Een eventuele betaling van [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 2] regardeert niet de tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] gemaakte afspraken en daarop gebaseerde betalingen, aldus de verdediging. De rechtbank overweegt in dit verband het volgende. In diverse in 2005 en 2006 opgestelde aantekeningen wordt steeds eenzelfde verdeelsleutel (7/15, 7/15, 1/15) gehanteerd. In bij verdachte en [medeverdachte 5] aangetroffen aantekeningen die dateren van na 1 februari 2006 keert die verdeelsleutel terug bij een verdeling van het getal 45 en een verdeling van het getal 22.500. In het licht van de inhoud van de eerder bij [betrokkene 17] aangetroffen documenten en aantekeningen uit 2005, kunnen deze aantekeningen naar het oordeel van de rechtbank niet anders worden geïnterpreteerd dan dat zij gaan over een tussen [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en verdachte afgesproken verdeling van de winst die met de verkoop van pakket 126 is gerealiseerd en nog zal worden behaald met de verkoop van de kantoorgebouwen Kanaalcentrum en Telespy, welke winst na 1 februari 2006, de datum waarop de (door)verkopen van pakket 126 hebben plaatsgevonden, in totaal op een bedrag van 45 miljoen euro wordt begroot. Dit leidt vervolgens tot de in de laatste aantekeningen beschreven eerste verdeling van de helft van die winst, zijnde 22,5 miljoen euro, waarbij [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] elk een bedrag van € 10.500.000 toekomt en verdachte recht heeft op € 1.500.000. Een bevestiging van die conclusie kan worden gevonden in een opgenomen en afgeluisterd gesprek tijdens een ontmoeting die verdachte op 14 juni 2007 heeft met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in het Mercure Hotel in Den Bosch. Bij deze gelegenheid spreken zij over verdeling van gelden volgens een verdeelsleutel die in de hiervoor besproken aantekeningen steeds weer terugkomt. Zo zegt [medeverdachte 1] tegen verdachte: "[voornaam medeverdachte 2], die moet dan gewoon, voor ons in de, in het verrekenmodel, hoeveel was het ook weer, [voornaam verdachte] (...) zeven vijftiende en één vijftiende" wat [medeverdachte 2] vervolgens bevestigt met de woorden: "Zo gaat het." Verdachte zegt in hetzelfde gesprek vervolgens: "hebben we bij die vorige ook gedaan. Daar stond tien en een half, dat was eerst twee en twintig en een half, voor jullie ieder tien en een half en voor mij anderhalf. Zo wordt dat ook gedaan hè.".77 Deze tien en een half en een en een half stroken in ieder geval met de in aantekeningen genoemde bedragen van € 10.500.000 respectievelijk € 1.500.000 als delen van de winst waarop [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] respectievelijk verdachte volgens die aantekeningen recht hebben. Ten aanzien van de achtergrond van de winstverdeling overweegt de rechtbank het volgende. Zoals hiervoor is geconcludeerd biedt de inhoud van de diverse documenten en aantekeningen, beschouwd in samenhang met de verklaring van [betrokkene 17] en het hiervoor aangehaalde OVC-gesprek, bewijs dat er reeds in 2005 tussen [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en verdachte afspraken zijn gemaakt over een verdeling van een (verwachte) winst die met de (door)verkoop van pakket 126 door [medeverdachte 1], althans aan hem gelieerde vennootschappen is en nog zal worden behaald en in welke winstverdeling verdachte één van de gerechtigden is. Verdachte gunt [betrokkene 17] daarbij een deel van zijn winst. Tegelijkertijd geldt dat [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 2] een toezegging heeft gedaan die ertoe heeft geleid dat hij voor de aankoop van pakket 126, via het bedrijf van [betrokkene 3], exclusief bij PREIM aan tafel kwam en dit onroerend goed via de vennootschap van [betrokkene 3] kon kopen en doorverkopen.78 Naar het oordeel van de rechtbank kan het onder die omstandigheden niet anders zijn dan dat die toezegging van [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 2] inhield de belofte dat een gedeelte van de winst die [medeverdachte 1] met de verkoop van pakket 126 zou realiseren aan hem zou toekomen. [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en verdachte hebben volgens de diverse aantekeningen immers reeds medio 2005 de verwachting gehad van een aanzienlijke winst die met de (door)verkoop van pakket 126 aan onder meer Fortis in vennootschappen van [medeverdachte 1] gerealiseerd zou gaan worden, waarbij zij met betrekking tot die winst een verdeelsleutel hebben afgesproken inhoudende dat [medeverdachte 2] en verdachte gerechtigd waren tot 7/15e respectievelijk 1/15e deel van die winst. Verdachte wordt in de hiervoor besproken aantekeningen van meet af aan - naast [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] - genoemd als één van de gerechtigden in die te realiseren winst. [medeverdachte 1] verklaart ook dat hij tussen maart en november 2005 met verdachte heeft gesproken over de potentiële winst in 126, bij welke gelegenheid verdachte een bedrag van 20 tot 22 miljoen euro als referentiewinst heeft berekend, welk bedrag ook met [medeverdachte 2] is gedeeld.79 De onroerend goed-portefeuille waarvan in de maatschapovereenkomst tussen Landquest NV en [vennootschap 19] melding wordt gemaakt, betreft ontegenzeggelijk het door Philips Pensioenfonds aan [vennootschap 2] en vervolgens via vennootschappen van [medeverdachte 1] aan Fortis verkochte pakket 126. Nadat deze (door)verkopen op 1 februari 2006 hun beslag hadden gekregen, heeft [medeverdachte 1] op basis van de twee hiervoor genoemde maatschapovereenkomsten Le Crillon Investments met verdachte afgerekend.80 Via zijn vennootschap [vennootschap 19] ontvangt verdachte daarbij een bedrag van 3,1 miljoen euro (netto), welk bedrag op € 100.000 na, zijn grondslag vindt in voornoemde overeenkomsten. De hoogte van het bedrag dat op grond van die overeenkomsten aan verdachte wordt betaald (3 miljoen euro) komt overeen met verdachtes aandeel (1/15e) in de na 1 februari 2006 in aantekeningen van onder meer verdachte begrote winst van 45 miljoen euro. De hoogte van de eerste betaling aan [vennootschap 19] (1,5 miljoen euro) op 1 november 2006 past bovendien naadloos in de verdeling van de helft van de verwachte winst in project 126, zoals die volgt uit onder verdachte aangetroffen aantekeningen (D-1029) waarin een te verdelen bedrag van 22.500 (22,5 miljoen euro,
  126. rb)wordt genoemd. In diezelfde aantekening staat vermeld "ovk 11-3-2006", hetgeen in het licht van het voorgaande niet anders kan worden geïnterpreteerd dan als een verwijzing naar de maatschapovereenkomst Le Crillon Investments die immers op die datum door [medeverdachte 1] en verdachte is ondertekend. Dat met deze betalingen aan verdachte, althans zijn vennootschap, uitvoering wordt gegeven aan de tussen [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en verdachte afgesproken winstverdeling zoals die reeds in 2005 is overeengekomen, vindt tevens steun in het feit dat vrijwel direct nadat Landquest NV € 1.500.000 aan [vennootschap 19] heeft betaald, laatstgenoemde vennootschap een bedrag van € 300.000 overmaakt naar Adviesburo [betrokkene 17]. Dit bedrag is nagenoeg exact 1/5e deel van € 1.500.000, voor welk deel verdachte [betrokkene 17] een winstdeel in project 126 had gegund.81 Met deze tussen [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en verdachte in project 126 afgesproken winstverdeling van 7/15e, 7/15e en 1/15e is allereerst in tegenspraak de in de maatschapovereenkomst neergelegde winstverdeling volgens welke Landquest NV voor 14/15e deel in die winst gerechtigd zou zijn. Dat de tussen Landquest NV en [vennootschap 19] gesloten maatschap ziet op tussen partijen medio 2005 gemaakte afspraken met betrekking tot de aankoop, ontwikkeling, exploitatie en verkoop van pakket 126 waarbij verdachte, althans zijn vennootschap zich sterk zal maken voor de realisering van de financiering van deze portefeuille en waarbij de financiering van de portefeuille hoofdzakelijk zal geschieden door het aantrekken van vreemd vermogen, acht de rechtbank volstrekt onaannemelijk. Niet alleen wekt het bevreemding dat de overeenkomst eerst op 11 maart 2006 op schrift wordt gesteld en dus pas nadat de (door)verkopen van het desbetreffende pakket onroerend goed hebben plaatsgevonden, voor welke gang van zaken verdachte geen enkele verklaring heeft willen geven, daarnaast is van enige inspanning of werkzaamheid van verdachte op het terrein van financiering van onroerend goed uit dit pakket in het geheel niet gebleken. Daar komt bij dat Landquest NV in de zomer van 2005, om en nabij de periode dat verdachte en [medeverdachte 1] volgens de maatschapovereenkomst afspraken hebben gemaakt, met Fortis reeds in verregaande mate overeenstemming had bereikt over de verkoop van pakket 126, met uitzondering van de kantoorgebouwen Telespy en Kanaalcentrum. Voor zover deze (medio 2005) tussen verdachte en [medeverdachte 1] gemaakte afspraken inhielden dat verdachte zich zou bezighouden met de financiering van deze niet aan Fortis meeverkochte kantoorpanden, laat een zodanige inhoud van de rol van verdachte in de maatschap zich lastig rijmen met een zich in het dossier bevindend memo van [getuige 15] aan Landquest NV gedateerd 1 januari 2006, waaruit volgt dat deze ten behoeve van de aanvraag van een bankfinanciering door Landquest NV een berekening heeft gemaakt van de financieringsbehoefte van Landquest uitgaande van de aankoop van de kantoorgebouwen Unisys en Telespy.82 Op 4 oktober 2007 heeft verdachte gesproken met [getuige 15] naar aanleiding van vragen die door de Belastingdienst Haarlem waren gesteld over onder meer de maatschap Le Crillon Investments.83 In het in AH-0095 geverbaliseerde OVC-gesprek (opname vertrouwelijke communicatie) van 9 oktober 2007 tussen [medeverdachte 1] en verdachte doet laatstgenoemde aan [medeverdachte 1] verslag van dit gesprek. Verdachte zegt daarbij onder meer: "Ik zeg kijk ik zit al dertig jaar dat onroerend goed, ja maar wat doe je dan eigenlijk? Hoe heb je dat geld dan verdiend? Zo, weet je wel zo op die toon zo een beetje he. Ik zeg ja hoe heb je dat geld verdiend. Kijk dat staat natuurlijk wel in die maatschapsovereenkomst. Ja, waarom is die niet geregistreerd. Ik zeg ja, moet dat dan? Ja, die Belastingen die die kijken daar toch anders tegen aan als het niet geregistreerd is. Mij voegt het niks toe, we hebben die afspraak gemaakt en die afspraak dateert al van lang daarvoor. En ja, ik hou mij aan afspraken voor 1/15 gedeelte en mijn part was dat ik met name mij sterk zou maken voor die financieringen en bovendien zou ik niet voor 1/15 gedeelte in de winst mogen. Verlies mee lopen.. En gaandeweg zijn er ook nog andere dingen bijgekomen he. Ik zeg, dat leg ik je wel uit want dat zijn ook concrete vragen die komen. Ik zeg laat ik eens beginnen dat ik natuurlijk toch kan bogen op dertig jaar ervaring dat ik echt in de top bij bankiers praat en dat ik echt wel weet hoe de hazen (fonetisch) upen. En ik zeg dan nog eens wat ...ehm. Dat hele project had Jan waarschijnlijk niet gekregen als ik er niet zou zijn geweest. .......... Zo heb ik dat maar zo een beetje gebracht he."84 De in dit gesprek door verdachte gebruikte bewoordingen doen vermoeden dat hij tegenover [getuige 15] zijn best heeft gedaan een niet op waarheid berustend beeld te schetsen van zogenaamde werkzaamheden die hij voor het door hem in de maatschap verdiende geld heeft verricht. In het licht van alle hiervoor genoemde feiten en omstandigheden komt de rechtbank tot de conclusie dat de aan de maatschapovereenkomst en de ontbindingsovereenkomst ten grondslag liggende inspanningen van [vennootschap 19] ten behoeve van de financiering van de aankoop van pakket 126 verzonnen activiteiten zijn. Deze conclusie vindt bevestiging in het feit dat blijkens deze overeenkomsten [vennootschap 19] gehouden was een administratie bij te houden, maar dat kennelijk niet heeft gedaan. In het geval [vennootschap 19] daadwerkelijk werkzaamheden dan wel inspanningen had verricht ten behoeve van de financiering had het voor de hand gelegen dat hiervan enige vastlegging had bestaan. Nu de inhoud van deze overeenkomsten in strijd is met de werkelijke gang van zaken, kunnen zij als vals worden bestempeld. Hetzelfde kan worden gezegd van de factuur ten bedrage van € 100.000 (exclusief BTW) en de betaling daarvan door Landquest NV aan [vennootschap 19], aangezien deze factuur blijkens haar omschrijving betrekking heeft op werkzaamheden betreffende de maatschap tussen verdachte en [medeverdachte 1] waarvan hiervoor is vastgesteld dat deze maatschap slechts is opgericht om een titel voor betalingen van [medeverdachte 1] naar verdachte te creëren. Daar komt bij dat als deze factuur zou zien op werkzaamheden die verdachte heeft verricht voor de financiering van de onroerend goed portefeuille, waarvan hiervoor reeds is vastgesteld dat daarvan op geen enkele manier is gebleken, het onbegrijpelijk is dat daarvoor pas in september 2006 een factuur wordt gestuurd indien de gesprekken medio 2005, maar in ieder geval voor de zomer van 2005 - wanneer [medeverdachte 1] overeenstemming met Fortis bereikt over de verkoop van pakket 126 - zouden zijn gevoerd. Overigens wijst de rechtbank in verband met deze betaling nog op feit dat enkele dagen nadat Landquest NV de factuur heeft voldaan, [vennootschap 19] een bedrag van € 23.900 overmaakt aan Adviesburo [betrokkene 17]. Dit bedrag is nagenoeg exact 1/5e deel van € 119.000, voor welk deel [betrokkene 17] gerechtigd was in het winstdeel van verdachte in project 126.85 Onder de hierboven omschreven omstandigheden die er op neerkomen dat de betalingen aan verdachte zijn terug te voeren op gemaakte afspraken aangaande een verdeling van de met project 126 te behalen winst tussen [medeverdachte 1] (7/15e), [medeverdachte 2] (7/15e) en verdachte (1/15e) in ruil voor welke belofte [medeverdachte 1] exclusief bij PREIM aan tafel kwam voor project 126, zijn de maatschap- en de ontbindingsovereenkomst enkel en alleen opgemaakt teneinde een titel voor de betaling van het winstdeel aan verdachte te creëren. Dit leidt tot de conclusie dat daarmee de werkelijke aard van de betalingen, namelijk dat het geld afkomstig is van de omkoping van [medeverdachte 2], is verhuld. Geen omkoping van [medeverdachte 2]? De verdediging heeft in dit verband nog bepleit dat van omkoping van [medeverdachte 2] in de zin van artikel 328ter Sr geen sprake kan zijn aangezien [medeverdachte 2] niet in dienst was van Philips Pensioenfonds, maar als werknemer van Philips Electronics Nederland NV bij Philips Pensioenfonds gedetacheerd was. [medeverdachte 2] is daarmee geen werknemer in de zin van artikel 328ter Sr. De rechtbank stelt op grond van zich in het dossier bevindende gegevens het volgende vast. Hoewel een arbeidsovereenkomst van [medeverdachte 2] niet in het dossier is aangetroffen, is [medeverdachte 2] naar eigen zeggen omstreeks 1985 in dienst getreden bij Philips Pensioenfonds.86 Met de invoering van de holdingstructuur in 2002 waarbij de uitvoeringsorganisatie van het Philips Pensioenfonds in dochterondernemingen is ondergebracht, zijn bestaande dienstbetrekkingen overgegaan naar Schootse Poort Holding BV. Na opheffing van die holdingstructuur in september 2005 zijn werknemers van PREIM in dienst gekomen van PREIM dan wel Philips Electronics Nederland NV (PEN).87 Volgens een uittreksel uit het handelsregister is [medeverdachte 2] van 1 januari 2002 tot 1 februari 2007 directeur van PREIM88, terwijl [medeverdachte 2] ook bij PREIM schriftelijk zijn ontslag heeft ingediend.89 Tot slot heeft [medeverdachte 2] volgens gegevens van de Belastingdienst in de jaren 2002 tot en met 2006 loon uit dienstbetrekking ontvangen van Koninklijke Philips Electronics NV (2002 tot en met 2005) en Philips Electronics Nederland BV

(2006), waarbij zij opgemerkt dat volgens [getuige 4] de onderneming die loon uitbetaalt niet noodzakelijkerwijs de onderneming is waarbij [medeverdachte 2] in dienstbetrekking is.90 Op grond van het voorgaande staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat [medeverdachte 2] in genoemde jaren looninkomsten heeft genoten in dienstbetrekking bij PREIM dan wel PEN en dat hij daarmee wel degelijk als een werknemer van PREIM dan wel PEN en daarmee als een werknemer in de zin van artikel 328ter Sr kan worden beschouwd. Op 9 februari 2006 heeft [medeverdachte 2] voor akkoord ondertekend de Gedragscode Philips Real Estate Investment Management BV (PREIM), welke gedragscode op 1 januari 2006 in werking is getreden en de vóór die datum geldende gedragscode verving.91 Volgens deze gedragscode is het - zakelijk weergegeven - onder meer medewerkers van PREIM niet toegestaan giften in welke vorm dan ook, aan te nemen van (potentiële) zakelijke relaties van het Pensioenfonds. [medeverdachte 2] heeft zich niet aan de gedragscode gehouden door geen melding te maken bij zijn werkgever van het feit dat hij een belofte ontving - die steeds gerelateerd zijn geweest aan zijn functie - terwijl hij daartoe wel was gehouden.92 4.2.1.2 Feit 2 primair (witwassen van € 436.250) In de administratie van Landquest NV, gevestigd te Hoofddorp, is een factuur aangetroffen afkomstig van Coördinatie Bouwwezen BV gedateerd de datum 16 april 2007.93 Coördinatie Bouwwezen BV is een vennootschap die blijkens het handelsregister van de Kamer van Koophandel gevestigd is in Weert. Bestuurder van deze vennootschap is [betrokkene 20] (hierna: [betrokkene 20]) die enig en zelfstandig bevoegd directeur is van de vennootschap.94 De aandelen van Coördinatie Bouwwezen BV zijn in handen van Antoniushof NV95 waarvan [betrokkene 20]de aandeelhouder is.96 Coördinatie Bouwwezen is een vennootschap die volledig in eigendom aan [betrokkene 20] toebehoort en waarin geen activiteiten meer plaatsvinden. Binnen deze vennootschap, die een eigen bankrekening heeft, is alleen [betrokkene 20] betalingsbevoegd.97 Voor financiële zaken van onder meer Coördinatie Bouwwezen BV is [betrokkene 21] (verder te noemen: [betrokkene 21]) verantwoordelijk.98 Met voornoemde factuur brengt Coördinatie Bouwwezen BV een bedrag van € 450.000 ex BTW (€ 535.000 inclusief BTW) aan Landquest NV in rekening, waarbij als omschrijving op de factuur staat vermeld: 'inzake bemiddeling verkochte kantoorpanden aan Altera Vastgoed NV zijnde het pand/object Pegasus te Utrecht en het pand/object gebouw A aan de Claudius Prinsenlaan te Breda'.99 Op 21 april 2007 is voornoemd bedrag op de bankrekening van Coördinatie Bouwwezen BV bijgeschreven.100 Bij verdachte is aangetroffen een faxbericht gedateerd 6 april 2007 afkomstig van [betrokkene 21]. In dit faxbericht bevestigt [betrokkene 21] aan verdachte dat conform afspraak met [betrokkene 20] de overeengekomen transactie via Coördinatie Bouwwezen BV kan/zal plaatsvinden en dat hij, [betrokkene 21], de boekhoudkundige uitwerking nog met verdachte zal bespreken. Het faxbericht bevat verder de handgeschreven aantekening van Eric (de rechtbank begrijpt: verdachte) aan [voornaam medeverdachte 1] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 1]) dat hij [medeverdachte 1] hierbij het briefhoofd stuurt van de BV die [betrokkene 20]verkiest voor de bekende € 450.000 en waarin hij vraagt of zij over de tekst van de factuur nog overleg zullen hebben.101 In de administratie van Coördinatie Bouwwezen BV is een factuur aangetroffen met de datum 16 april 2007 afkomstig van [vennootschap 18] waarmee laatstgenoemde vennootschap een bedrag van € 400.000 exclusief BTW (€ 476.000 inclusief BTW) in rekening brengt. Het begeleidend schrijven bij deze factuur is ondertekend door [medeverdachte 2].102 [vennootschap 18] is een vennootschap gevestigd te Weert en waarin [medeverdachte 2] sedert 4 januari 2007 enig bestuurder is. Enig aandeelhouder van deze vennootschap was tot 4 januari 2007 Universum BV te Haelen.103 Na 4 januari 2007 is Universum Holding BV houder van 99% van de aandelen van Universum BV en heeft verdachte 1% van de aandelen. Van Universum Holding BV bezit [medeverdachte 2] middels een aandelenbelang van 99% het overgrote deel van de eigendom; verdachte bezit de resterende aandelen (1%).104 De omschrijving op de factuur, die grote overeenkomst vertoont met de omschrijving op de hiervoor genoemde factuur van Coördinatie Bouwwezen BV aan Landquest NV, luidt: 'Bemiddeling verkochte kantoorpanden aan Altera Vastgoed BV met bijbehorende werkzaamheden. Het betreft het pand Euclideslaan 201 te Utrecht (object genaamd Pegasus) en het pand Claudius Prinsenlaan 138-148 te Breda'.105 Bij verdachte is zowel een handgeschreven concepttekst ten behoeve van deze factuur106 als een handgeschreven tekst voor het begeleidend schrijven bij die factuur107 aangetroffen en op zijn computer is een bestand met de naam '[medeverdachte 2].doc' gevonden waarin een factuur staat die grote gelijkenis vertoont met de door [vennootschap 18] verstuurde factuur van 16 april 2007.108 Blijkens een bankafschrift van [vennootschap 18] is op 24 april 2007 een bedrag van € 476.000 bijgeschreven afkomstig van Coördinatie Bouwwezen BV.109 Bij Coördinatie Bouwwezen BV is ook een factuur aangetroffen van [vennootschap 19] te Haelen gedateerd 4 juni 2007 en gericht aan Coördinatie Bouwwezen BV ter attentie van [betrokkene 20]. 110 [vennootschap 19] is een vennootschap waarvan verdachte 100% aandeelhouder en naast zijn echtgenote zelfstandig bevoegd directeur is en gemachtigd voor de bankrekening.111 Deze factuur betreft een bedrag van € 28.750 exclusief BTW (€ 34.212,50 inclusief BTW) en houdt verband met 'Bemiddeling inzake verkoop kantoorpanden: Euchideslaan 201 te Utrecht en Claudius Prinsenlaan 138-148 te Breda'. Blijkens een bij [vennootschap 19] aangetroffen bankafschrift is het gefactureerde bedrag op 26 juni 2007 ontvangen van Coördinatie Bouwwezen BV.112 Bij [medeverdachte 2] is een factuur van [vennootschap 18] aangetroffen gedateerd 4 juni 2007 te Weert en gericht aan Wertha Vastgoed I BV ter attentie van [betrokkene 20] te Weert.113 [vennootschap betrokkene 20] is sinds 6 juli 2004 enig aandeelhouder en bestuurder Van Wertha Vastgoed I BV. De aandelen van [vennootschap betrokkene 20] zijn in handen van Stichting Administratiekantoor [betrokkene 20] Concern114 waarvan [betrokkene 20] als bestuurder samen met anderen bevoegd is.115 Het betreft een factuur voor een bedrag van € 7.500 exclusief BTW (€ 8.925 inclusief BTW) en volgens de omschrijving heeft deze factuur betrekking op de 'Gebruikersvergoeding periode 1 mei 2007 tot 1 mei 2008 Pand Driesveldlaan 91 te Weert'. Uit een bij [medeverdachte 2] aangetroffen bankafschrift blijkt dat dit bedrag op 9 juni 2007 vanaf een rekening van Wertha Vastgoed I BV op een bankrekening ten name van [vennootschap 18] is bijgeschreven.116 Een aangetroffen factuur van [vennootschap 18] eveneens gedateerd 4 juni 2007 en gericht aan [vennootschap 19] ten bedrage van € 15.000 exclusief BTW (€ 17.850 inclusief BTW) betreffende 'Gebruikersvergoeding periode 1 mei 2007 tot 1 mei 2008 Pand Driesveldlaan 91 te Weert'117 is op 23 juni 2007 eveneens betaald, zo volgt uit de bijschrijving van voornoemd bedrag op de bankrekening ten name van [vennootschap 18] ontvangen.118 Met de hiervoor weergegeven facturen ontvangen [vennootschap 18] en verdachte via zijn vennootschap in de periode van 24 april 2007 tot en met 23 juni 2007 een bedrag van in totaal € 436.250; verdachte ontvangt feitelijk in zijn vennootschap een bedrag van € 28.750 waarvan hij een deel, groot € 15.000 heeft doorbetaald aan de vennootschap van [medeverdachte 2]. Genoemde bedragen zijn exclusief BTW. Medio 2006 is [betrokkene 20] door verdachte benaderd met de vraag of hij interesse had in een afspraak met [medeverdachte 2] omdat deze plannen had te vertrekken bij Philips Pensioenfonds. Tijdens hierop volgende gesprekken tussen verdachte, [medeverdachte 2] en [betrokkene 20] wordt [betrokkene 20] verteld dat [medeverdachte 2] het bedrijf van [betrokkene 20] interessant vindt om in de toekomst een ontwikkelingsbedrijf op te starten en in dit verband worden [betrokkene 20] projecten in Breda en Den Haag genoemd. Vervolgens benadert verdachte [betrokkene 20] opnieuw. Bij die gelegenheid is [betrokkene 20] gevraagd als doorgeefluik te fungeren voor een betaling van [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 2].119 Verdachte vraagt [betrokkene 20] of deze een lege BV heeft van waaruit een doorbetaling naar [medeverdachte 2] kan plaatsvinden.120 In overleg met [betrokkene 21] is toen gekozen voor de vennootschap Coördinatie Bouwwezen BV.121 [betrokkene 21] bevestigt dat er omstreeks april 2007 op het kantoor van een vennootschap van [betrokkene 20]een gesprek tussen [betrokkene 20] en verdachte heeft plaatsgevonden, waar hij op enig moment bij is geroepen omdat er een factuur opgemaakt moest worden en waarbij hem is gevraagd of hiervoor nog een lege BV beschikbaar was.122 Vanuit deze lege vennootschap is in opdracht van [betrokkene 20]een factuur opgesteld door [betrokkene 21] voor een bedrag van € 450.000 en gestuurd aan Landquest NV, het bedrijf van [medeverdachte 1].123 De omschrijving op deze factuur is verzonnen; [betrokkene 20] heeft bij de op de factuur genoemde kantoren niet bemiddeld, zo verklaart hij zelf.124 De inhoud van de factuur van Coördinatie Bouwwezen BV stond in een notitie van verdachte die aan [betrokkene 20] is overhandigd. Met betrekking tot een zich in het dossier bevindende brief van Landquest NV aan Coördinatie Bouwwezen BV waarbij informatie is gevoegd over de panden in Breda en Utrecht die aan Altera BV zijn verkocht,125 verklaart [betrokkene 20] dat hij deze informatie nooit heeft gezien en dat hij met deze projecten ook geen enkele bemoeienis heeft gehad.126 [betrokkene 22], manager verwerving bij Altera Vastgoed NV, bevestigt in zijn verklaring dat Landquest NV het pand aan de Euclideslaan 201 te Utrecht (object Pegasus) en een pand in Breda aan Altera Vastgoed NV heeft verkocht en dat [vennootschap 18] met deze deal niets te maken heeft gehad. De naam Coördinatie Bouwwezen BV zegt hem niets. De namen van [medeverdachte 2] en [betrokkene 20] heeft hij pas gehoord op het moment dat met [medeverdachte 1] werd gesproken over een nieuwe deal, te weten de mogelijke aankoop van een stuk grond (de rechtbank begrijpt dat het hier gaat over project D'Laudius in Breda) dat was gelegen naast het eerder door Altera aangekochte kantoorpand in Breda, welk stuk grond naar zeggen van [medeverdachte 1] door hem aan [medeverdachte 2] en [betrokkene 20] was doorverkocht, aldus [betrokkene 22].127 Door Landquest NV is vervolgens € 450.000 overgemaakt aan Coördinatie Bouwwezen BV. Op haar beurt betaalt Coördinatie Bouwwezen BV € 400.000 door aan [medeverdachte 2], althans zijn vennootschap. [medeverdachte 2] heeft hierom ook nog telefonisch verzocht.128 Van het bedrag van € 50.000 dat na betaling aan de vennootschap van [medeverdachte 2] in Coördinatie Bouwwezen BV achterblijft, is de helft voor [betrokkene 20]. De andere helft (€ 25.000) is bestemd voor verdachte en wordt door Coördinatie Bouwwezen BV betaald op basis van een door [vennootschap 19] gestuurde factuur waarin tevens een bedrag is opgenomen voor de huur van een kantoorruimte aan de Driesveldlaan in Weert. Tegelijkertijd ontvangt Coördinatie Bouwwezen BV ook nog een factuur van [vennootschap 18] in verband met de huur van diezelfde kantoorruimte die [betrokkene 20] zou huren. [betrokkene 20] heeft ook deze factuur betaald, hoewel hij daar geen kantoorruimte had en ook geen kantoorruimte nodig had. [betrokkene 20] heeft tot slot verklaard dat hij heeft geprobeerd het hem ten deel gevallen bedrag terug te betalen maar dat daar moeilijk over werd gedaan. Er is hem in plaats daarvan gevraagd nog een deal te doen maar dan van wat hoger. Dit is door [betrokkene 20] geweigerd waarna verdachte kennelijk boos is geworden.129 Van misdrijf afkomstig Bij de beoordeling van het onder feit 2 ten laste gelegde witwasverwijt dient de rechtbank onder meer de vraag te beantwoorden of de via de vennootschappen [vennootschap 18] en [vennootschap 19] aan [medeverdachte 2] respectievelijk verdachte betaalde gelden van in totaal € 436.250 van enig misdrijf afkomstig zijn. Naar het oordeel van de rechtbank kan die vraag bevestigend worden beantwoord en zij overweegt daartoe als volgt. Over de achtergrond van de geldstroom naar onder meer de vennootschap van [medeverdachte 2] heeft [betrokkene 20] verklaard dat verdachte hem heeft gezegd dat [medeverdachte 2] niet rechtstreeks geld mocht ontvangen van [medeverdachte 1] en dat daarom mensen zoals hij er tussen zijn gezet. [betrokkene 20] heeft van verdachte gehoord dat [medeverdachte 1] transacties heeft gedaan met Philips Pensioenfonds en daardoor winst heeft gemaakt waarvan een deel naar [medeverdachte 2] moest vloeien.130 Met de hiervoor reeds aangehaalde verklaringen van [betrokkene 20], [betrokkene 21] en [betrokkene 22] acht de rechtbank wettig en overtuigend bewijs voorhanden dat de vanuit Landquest NV afkomstige geldstroom waarvan in ieder geval € 436.250 (ex BTW) bij [medeverdachte 2] en verdachte terechtkomt, geld betreft dat door [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 2] is toegezegd. Dat het om geld gaat waarmee [medeverdachte 1] [medeverdachte 2] in project 126 heeft omgekocht, vindt onder meer steun in het bij verdachte aangetroffen aantekeningenschriftje waarin onder meer de volgende handgeschreven aantekening is opgenomen: '12 juli 2007 [voornaam medeverdachte 1]-[voornaam medeverdachte 2]-[voornaam verdachte] 12,4 - 400.000 al verr.' en omcirkeld een bedrag van '12'.131 Ook op enkele andere plaatsen in dit aantekeningenschriftje van verdachte zijn handgeschreven aantekeningen te vinden die gaan over de geldstroom van € 450.000.132 In een OVC-gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 1] dat kort daarop op 9 augustus 2007 plaatsvindt en waarvan de uitwerking zich in het dossier bevindt, hebben zij het onder meer over het belang dat de sommetjes goed bij [medeverdachte 2] op het netvlies moeten staan en de afdichting van een en ander, waarna verdachte vervolgens zegt: "Dat is duidelijk. Dus die gaat gewoon ... eigenlijk gaat het gewoon om tien en een half plus uh zeven vijftiende van vier, en daar gaat gewoon van af die vier die is al verrekend hè?".133 Even later in het gesprek wordt door [medeverdachte 1] en verdachte gesproken over de vijftigduizend die [betrokkene 20]aan de transactie heeft verdiend waar tweeëntwintig en een half vanaf is gegaan. Verdachte geeft vervolgens aan dat dit bedrag is opgebouwd uit drie maal zeven en een half en hij merkt op dat hij er € 13.750 op vooruit is gesprongen, het bedrag is hem zo in de schoot geworpen. [medeverdachte 1] merkt in dit verband richting verdachte op dat er mogelijk ooit vragen zullen komen over [voornaam medeverdachte 2] en dat hij in dat geval kan zeggen dat [medeverdachte 2] het hele pensioenfonds aan Altera heeft willen verkopen en dat [medeverdachte 2] daarin samen met [betrokkene 20]is opgetrokken en dat zij samen in de toekomst iets wilden opbouwen. Uit het gesprek komt naar voren dat verdachte en [medeverdachte 1] vinden dat het boekhoudkundig goed is opgelost en zij lijken bovendien tevreden met het feit dat ook [betrokkene 20]in dit verband aan dossiervorming heeft gedaan.134 Ten slotte komt de rol van [betrokkene 20]als doorgeefluik van de gelden ook nog naar voren in een tweetal OVC-gesprekken. Op 13 juni 2007 heeft verdachte een ontmoeting met [medeverdachte 1] waarin [medeverdachte 1] aangeeft dat ze nu geen dingen moeten doorbetalen aan [voornaam medeverdachte 2] (de rechtbank begrijpt [medeverdachte 2]) en dat ze voorzichtig moeten zijn. Even later in het gesprek memoreert [medeverdachte 1] tegenover verdachte: "[voornaam verdachte] op mijn blote knieën dat wij besloten hebben en zo eigenwijs wezen om [voornaam medeverdachte 2] ([medeverdachte 2],
  1. rb)nergens in mijn boeken te plaatsen nu. Dat we daar [betrokkene 20]in gemonteerd hebben. [voornaam verdachte], anders hadden ze nu al [voornaam medeverdachte 2] in mijn boeken gevonden".135 In een tussen [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en verdachte op 14 juni 2007 opgenomen gesprek,136, zegt [medeverdachte 1] op enig moment: "Ja [voornaam verdachte], dat brengt me dan nog even op de betalingen naar jullie respectievelijk, voor jou, moet je dan gewoon een factuur sturen, en voor [voornaam medeverdachte 2], heb ik nog eens even aan de grote lijn, jij opperde hem ook [voornaam medeverdachte 2], gedacht (...) [voornaam verdachte], zie jij kans dat [voornaam betrokkene 20] (de rechtbank begrijpt: [betrokkene 20]) weer een rol speelt, maar dat ik hem betaal, maar dat die op een ander project [voornaam medeverdachte 2] betaalt?" en iets later als het gaat over die vier ton: "Nou, dat Altera is een geweldig goed verhaal, omdat [voornaam medeverdachte 2] ze kent". Door en namens verdachte is betoogd dat de betaling van € 436.250 die via Coördinatie Bouwwezen BV is ontvangen een reëel karakter heeft. Het gaat volgens de verdediging om de betaling van [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 2] van een commissie voor het aanbrengen van Altera als potentiële koper van de panden in Utrecht en Breda en het schadeloosstellen van [medeverdachte 2] voor de door hem gemaakte kosten betreffende het kantoorpand in Weert dat [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [betrokkene 20]en verdachte in het kader van de bedachte samenwerking hadden gehuurd. Daarnaast betreft het een vergoeding aan verdachte van de door hem geïnvesteerde tijd in die samenwerking en om een gebruikersvergoeding voor huur van het kantoor aan de Driesveldlaan te Weert door [betrokkene 20], aldus de verdediging. Buiten dat men bij Altera Vastgoed NV niet bekend is met een bemiddelende rol die [medeverdachte 2] bij de verkoop van genoemde kantoorpanden in Breda en Utrecht door Landquest NV aan Altera Vastgoed NV zou hebben gehad en een dergelijke rol van verdachte ook op geen enkele wijze is gebleken, bieden de inhoud van de hiervoor aangehaalde OVC-gesprekken en de hiervoor weergegeven inhoud van bij verdachte aangetroffen aantekeningen veeleer steun aan hetgeen [betrokkene 20] bij de FIOD-ECD heeft verklaard, namelijk dat er een constructie is bedacht om geld van [medeverdachte 1] naar verdachte te laten gaan, waarbij van valse facturen gebruik is gemaakt. [betrokkene 20] heeft in zijn verklaring bij de rechter-commissaris op zijn eerder afgelegde verklaringen weliswaar de nodige nuanceringen aangebracht, maar hij is in die verklaring niet teruggekomen op zijn uitspraak dat er betalingen hebben plaatsgevonden door Landquest/[medeverdachte 1] aan een lege BV van hem en dat van daaruit is doorbetaald aan [medeverdachte 2]. Ook geeft [betrokkene 20] bij de rechter-commissaris aan dat wat hij bij de FIOD heeft verklaard klopt.137 Daaraan doet niet af de uitspraak van [betrokkene 20] bij de rechter-commissaris dat de betaling via zijn bedrijf een voorfinanciering door [medeverdachte 1] betreft waarbij er geld naar verdachte zou gaan voor projecten die mogelijk in de toekomst ontwikkeld zouden gaan worden, terwijl hij het vermoeden had dat verdachte onterecht en in verband met zaken tussen Philips Pensioenfonds en [medeverdachte 1], geld van laatstgenoemde kreeg, nu die uitspraak zijn eerder afgelegde verklaringen niet ongeloofwaardig maakt. Dat [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en verdachte met [betrokkene 20]gesprekken hebben gevoerd over een samenwerking en dat er ook daadwerkelijk besprekingen over concrete projecten, waaronder project D'Laudius in Breda en een project in Curaçao, zijn gevoerd en ook stukken zijn opgesteld, acht de rechtbank niet onaannemelijk en wordt door [betrokkene 20] overigens ook niet ontkend. Dit laat echter onverlet dat aan de hier aan de orde zijnde betaling van € 436.250 facturen ten grondslag zijn gelegd die volgens hun omschrijving betrekking hebben op de verkoop van twee kantoorpanden waarbij [medeverdachte 2], verdachte en [betrokkene 20], althans hun vennootschappen, geen enkele betrokkenheid hebben gehad. Met betrekking tot de beweerdelijke werkzaamheden die verdachte in de (beoogde) samenwerking van het viermanschap zou hebben verricht, overweegt de rechtbank dat buiten het feit dat van enige werkzaamheid van verdachte in dit kader niet is gebleken, niet valt in te zien waarom de eventuele daarvoor te betalen vergoeding alleen door [medeverdachte 1] gedragen zou moeten worden. Het door de verdediging tot slot ingenomen standpunt dat verdachte een gebruikersvergoeding diende te betalen in verband met de huur van het kantoorpand aan de Driesveldlaan te Weert schuift de rechtbank gelet op de verklaring van [betrokkene 20] daaromtrent en het ontbreken van enig stuk waaruit zou kunnen worden afgeleid dat verdachte een dergelijke vergoeding aan [medeverdachte 2] verschuldigd was, als ongeloofwaardig terzijde. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat in de periode van 24 april 2007 tot en met 23 juni 2007 door verdachte en zijn mededaders via vennootschappen een bedrag van in totaal € 436.250 (exclusief BTW) is witgewassen. Door op de facturen omschrijvingen te gebruiken die niet overeenkomen met de feitelijke achtergrond van de betalingen - de bedoeling was immers om van omkoping afkomstig geld bij [medeverdachte 2] te krijgen - is tevens sprake van valse facturen waarmee de werkelijke aard van de betaling wordt verhuld. 4.2.2 Feit 3 primair (project Ceylonstaete) Algemeen In 2000 is binnen Philips Pensioenfonds besloten het percentage in direct onroerend goed belegd vermogen te verlagen.138 Vanwege de magere performance van de aandelen en een verdere waardegroei van het onroerend goed ontstaat eind juni 2001 de noodzaak om opnieuw onroerend goed af te stoten teneinde binnen de gewenste bandbreedte te blijven.139 Op 2 juli 2001 vraagt en krijgt [medeverdachte 2], in zijn hoedanigheid van directeur van Schootse Poort Onroerend Goed BV intern toestemming om na het zomerreces in onderhandeling te treden met onder meer [betrokkene 9] over de verkoop van een pakket onroerend goed.140 Op 4 april 2002 verkoopt Philips Pensioenfonds, vertegenwoordigd door [medeverdachte 2], een pakket onroerende zaken en appartementsrechten aan Ceylonstaete BV, die wordt vertegenwoordigd door [vennootschap 22]., welke onderneming op haar beurt weer wordt vertegenwoordigd door [betrokkene 9] (verder: [betrokkene 9]).141 De verkoopprijs bedraagt in totaal € 190.594.549.142 Op 20 juli 2001 verwerft [vennootschap 19], van welke vennootschap verdachte samen met zijn echtgenote bestuurder is, krachtens een op 1 juli 2001 gesloten koopovereenkomst143, de eigendom van alle aandelen in de vennootschap [vennootschap 23].144 Bij een statutenwijziging is de naam van deze vennootschap op 2 augustus 2001 gewijzigd in Universum Beheer BV.145 Vervolgens wordt op 6 september 2001 de economische eigendom van de aandelen in Universum Beheer BV verkocht en geleverd aan verdachte in privé (3,75%) en aan Universum Holding BV (96,25%).146 De juridische eigendom van de aandelen blijft bij [vennootschap 19], die vanaf 20 juli 2001 tevens de directie in Universum Beheer BV voert.147 [medeverdachte 2] heeft sedert 18 mei 2000 een meerderheidsbelang (99%) in Universum Holding BV.148 Eveneens op 6 september 2001 hebben er met betrekking tot deze vennootschap transacties plaatsgevonden die erin resulteren dat [vennootschap 19] de juridische eigendom van alle aandelen van Universum Holding BV verwerft149 en waarbij vervolgens de economische eigendom van deze vennootschap voor 99% aan verdachte is overgedragen.150 Daarmee heeft [medeverdachte 2] per 6 september 2001 middellijk - via Universum Holding BV - 95,28% van de economische eigendom van Universum Beheer BV in handen en komt het vermogen dat in deze beide vennootschappen zit, voor het overgrote deel aan hem toe. In openbare bronnen zoals het handelsregister van de Kamer van Koophandel is de overdracht van het economisch belang van deze aandelen en daarmee dus de economische eigendom niet waarneembaar.151 Op 17 oktober 2001152 bereiken Philips Pensioenfonds en Ceylonstaete BV overeenstemming met betrekking tot de verkoop van het reeds genoemde pakket onroerend goed, welk pakket op 15 november 2001153 nog wordt uitgebreid met het complex Kanaleneiland. Nadat op 8 januari 2002 de koopovereenkomst is ondertekend154, hebben [betrokkene 9] namens Ceylonstaete BV en verdachte namens Universum Beheer BV op 4 respectievelijk 6 februari 2002 te Den Haag respectievelijk Haelen een overeenkomst ondertekend ter zake de verdeling van de met de exploitatie van een van het Philips Pensioenfonds te verwerven pakket onroerend goed te behalen resultaat. In deze overeenkomst staat vermeld dat de geprognosticeerde winst over de eerste drie jaar 24 miljoen gulden bedraagt, waarbij Universum Beheer BV recht heeft op de helft, te weten 12 miljoen gulden (ofwel € 5.445.363). Laatstgenoemd bedrag zal volgens de overeenkomst middels drie termijnen van elk 4 miljoen gulden per 2 april 2002, 2 april 2003 en 2 april 2004 bij vooruitbetaling aan Universum Beheer BV worden voldaan, waarna per 2 april 2005 het resultaat zal worden vastgesteld waarna verrekening met de aan Universum Beheer BV verstrekte voorschotten en de door haar ontvangen rente volgt. In de overeenkomst is voorts bepaald dat het nader vast te stellen winstaandeel voor Universum Beheer BV zich zal beperken tot de voorschotten ten bedrage van 12 miljoen gulden.155 Op 4 april 2002156, 31 maart 2003157 en 2 april 2004158 zijn voornoemde termijnen van elk 4 miljoen gulden ofwel € 1.815.120,86 op een bankrekening van Universum Beheer BV bijgeschreven. In juni 2005 hebben [betrokkene 9] namens Ceylonstaete BV en verdachte namens Universum Beheer BV te Den Haag respectievelijk Haelen een vaststellingsovereenkomst ondertekend met betrekking tot de reeds aan Universum Beheer BV betaalde voorschotten en de verrekening van de door haar ontvangen rente over die bedragen.159 Van misdrijf afkomstig Over de rol die Universum Beheer BV bij de transactie tussen Philips Pensioenfonds en Ceylonstaete BV heeft gehad, verklaart [betrokkene 9] dat deze vennootschap door Philips Pensioenfonds als tussenpersoon is aangewezen.160 Aan [betrokkene 9] is meegedeeld dat als hij een pakket onroerend goed van Philips wilde kopen, hij zich bij verdachte diende te melden.161 Ceylonstaete BV is de bewuste overeenkomst vervolgens aangegaan teneinde te bewerkstelligen dat zij de portefeuille onroerend goed van Philips Pensioenfonds kon verwerven.162 Een en ander vindt bevestiging in de verklaring van verdachte die erop neerkomt dat [betrokkene 9] tipgeld aan [medeverdachte 2] moest betalen om onroerend goed van Philips Pensioenfonds te kunnen kopen en Universum Beheer BV voor deze betalingen aan [medeverdachte 2] is gebruikt.163 Universum BV heeft voor de haar betaalde bedragen weinig gedaan.164 Gelet op deze verklaringen acht de rechtbank het volstrekt onaannemelijk dat [betrokkene 9] niet zou hebben geweten dat het geld dat door zijn vennootschap aan Universum Beheer BV is betaald, voor [medeverdachte 2] bestemd was. De op dit punt andersluidende verklaringen van verdachte, [medeverdachte 2] en [betrokkene 9] acht de rechtbank ongeloofwaardig. De omstandigheid dat [betrokkene 9] eerst met [medeverdachte 2] heeft gesproken voordat hij de overeenkomst met Universum Beheer BV sloot165 duidt op een verband tussen door [betrokkene 9] en [medeverdachte 2] gemaakte afspraken en de inhoud van deze overeenkomst. Zonder de overeenkomst met Universum Beheer BV had [betrokkene 9] het pakket onroerend goed van Philips Pensioenfonds nu eenmaal niet kunnen kopen. Dat [medeverdachte 2] en [betrokkene 9] rond de datum van ondertekening van deze overeenkomst met elkaar hebben gesproken wordt ondersteund door de aantekening "[voornaam medeverdachte 2] Swaen" in de agenda van [betrokkene 9] bij de datum 8 februari 2002166 bezien in samenhang met bij verdachte aangetroffen handgeschreven aantekeningen met daarop de vermelding "8/2 Theaterhotel [betrokkene 9]/[medeverdachte 2]"167 en een detailoverzicht van een Visa-rekening op verdachtes naam gedateerd 4 maart 2002 waarop staat vermeld "8 februari Theater Hotel Oranjerie Roermond" met daarachter de handgeschreven aantekening "[medeverdachte 2]".168 De verdediging heeft betoogd dat verdachte de rol van tipgever heeft vervuld en in de beleving van [betrokkene 9] de schakel is geweest bij het tot stand komen van een koopovereenkomst tussen [betrokkene 9] en Philips Pensioenfonds. Niet aannemelijk is echter dat [betrokkene 9] als belegger in en ontwikkelaar van vastgoed, zonder de hiervoor genoemde wetenschap dat [medeverdachte 2] achter Universum Beheer BV zat, bereid zou zijn om circa € 5.445.363 ofwel 12 miljoen gulden te betalen aan een tussenpersoon - zijnde verdachte, althans een aan hem te liëren vennootschap - die geen inhoudelijke kennis op het gebied van onroerend goed heeft, terwijl [betrokkene 9] al eerder rechtstreeks met Philips Pensioenfonds zaken had gedaan en naar eigen zeggen altijd contacten met mensen uit de hoek van het onroerend goed bij Philips Pensioenfonds heeft gehad.169 Dit laatste vindt bevestiging in de verklaring van [getuige 18] die zegt dat [betrokkene 9] wist dat Philips Pensioenfonds niet met tussenpersonen werkte en in dit geval een tussenpersoon ook niet nodig was aangezien [betrokkene 9] en Philips Pensioenfonds elkaar al lang kenden. Het was dus niet meer nodig partijen bij elkaar te brengen.170 In het geval Universum Beheer BV daadwerkelijk een rol als tipgever of tussenpersoon in deze transactie zou hebben vervuld, had het bovendien voor de hand gelegen dat men bij Philips Pensioenfonds bekend zou zijn geweest met die verwijzing, hetgeen niet het geval is, terwijl het bij Philips gebruikelijk was om in het geval er met een tussenpersoon werd gewerkt, die samenwerking inclusief de door die tussenpersoon te leveren prestatie(
  2. s)en de daarvoor te betalen vergoeding, schriftelijk vast te leggen.171 Daar komt nog bij dat [betrokkene 9] en [medeverdachte 2] al in het voorjaar van 2001 contact lijken te hebben over de verkoop van het onderhavige pakket onroerend goed aan Ceylonstaete BV.172 [medeverdachte 2] stelt in ieder geval op 27 juni 2001 een interne notitie op waarin hij toestemming vraagt om over de verkoop van het onroerend goed met [betrokkene 9] in onderhandeling te mogen treden, terwijl Universum Beheer BV als zodanig pas sinds 2 augustus 2001 bestaat, hetgeen zich in de tijd bezien moeilijk laat rijmen met een rol van verdachte, in zijn hoedanigheid van directeur van deze vennootschap, bij het tot stand komen van de transactie tussen Philips Pensioenfonds en Ceylonstaete BV. Deze volgtijdelijkheid sluit veel eerder aan bij het vinden van een constructie om in het geval de voorgenomen onderhandelingen tussen voornoemde partijen daadwerkelijk tot een transactie zullen leiden geld van [betrokkene 9] naar [medeverdachte 2] te laten gaan. Op grond van het hiervoor overwogene komt de rechtbank tot de conclusie dat de aan Universum Beheer BV betaalde gelden, betalingen van [betrokkene 9] aan [medeverdachte 2] zijn waardoor [betrokkene 9] in de gelegenheid was het pakket onroerend goed van Philips Pensioenfonds te verwerven en waarbij een en ander in de dienstbetrekking van [medeverdachte 2] bij Philips Pensioenfonds heeft plaatsgevonden. Deze conclusie leidt tevens tot de vaststelling dat deze aan Universum Beheer BV betaalde gelden feitelijk omkopingsgelden en dus van misdrijf afkomstig zijn. Met die vaststelling behoeft de vraag of het onroerend goed is verkocht voor een niet marktconforme prijs evenals de kwestie of [betrokkene 9] ten opzichte van andere potentiële kopers in een voorkeurspositie is gebracht door hem in een vroegtijdig stadium informatie te verschaffen over de te verkopen onroerende goederen, geen verdere bespreking. Voor zover de verdediging heeft betoogd dat verdachte er vanuit is gegaan dat [betrokkene 9] niet wist dat [medeverdachte 2] achter Universum Beheer BV zat, had verdachte, gelet op de bij hem aanwezige wetenschap dat het geld niet aan hem maar aan [medeverdachte 2] werd betaald en dus wetende dat laatstgenoemde daarmee werd omgekocht, toch in ieder geval voorwaardelijk opzet op het feit dat de gelden die worden betaald, van misdrijf afkomstig zijn. Witwassen Vervolgens komt de rechtbank toe aan de beoordeling van het verwijt dat verdachte met betrekking tot project Ceylonstaete wordt gemaakt, namelijk dat hij al dan niet samen met een ander of anderen deze van misdrijf afkomstige gelden heeft witgewassen. Daaromtrent overweegt de rechtbank het volgende. De

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.