← Nederland

ECLI:NL:RBHAA:2012:BX3464

RECHTBANK HAARLEM Sector Strafrecht Locatie Haarlem Meervoudige strafkamer Parketnummer: 15/740693-08 (Onderzoek Vista) Uitspraakdatum: 2 augustus 2012 Tegenspraak Strafvonnis Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 31 augustus 2010, 25 november 2010, 11 februari 2011, 19 april 2011, 11 mei 2012, 16 mei 2012, 15 juni 2012, 25 juni 2012, 29 juni 2012, 17 juli 2012 en 19 juli 2012 in de zaak tegen: [verdachte], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], wonende te [adres]. 1. Tenlastelegging Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat: Feit 1: [Zaaksdossier 01: voorbereiding van invoer van een hoeveelheid cocaïne vanuit Polen] hij in of omstreeks de periode van 01 november 2008 tot en met 19 februari 2009 te IJmuiden en/of te Amsterdam en/of elders in Nederland en/of in Polen en/of in Duitsland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om (een) feit(en), bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen en/of vervoeren en/of verstrekken en/of afleveren van een hoeveelheid, cocaïne, voor te bereiden en/of te bevorderen, - (een) ander(

  1. en)heeft getracht te bewegen om dat/die feit(
  2. en)te plegen en/of te doen plegen en/of mede te plegen en/of uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of - zich en/of (een) ander(
  3. en)gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(
  4. en)heeft getracht te verschaffen en/of - (een) voorwerp(
  5. en)en/of (een) vervoermiddel(
  6. en)en/of (een) stof(fen) en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en), immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn mededader(
  7. s)opzettelijk - één of meer telefoongesprekken gevoerd en/of één of meer SMS-berichten verzonden en/of uitgewisseld, waarin bij hem en (één of meer van) zijn mededader(
  8. s)bekende ontmoetingsplaatsen (in Amsterdam) al dan niet gecodeerd en/of versluierd ('locatie 1, 2 of 3') werden afgesproken en/of aan elkaar werden doorgegeven en/of - één of meer ontmoetingen bijgewoond op die al dan niet gecodeerd en/of versluierd aangeduide en/of aan elkaar doorgegeven ontmoetingsplaatsen (in Amsterdam) en/of in het bedrijf [bedrijf 1], gevestigd aan de Vissershavenstraat te IJmuiden en/of - één of meer telefoontoestellen aangeschaft en/of overgedragen en/of in ontvangst genomen (specifiek en/of uitsluitend) bestemd en/of bedoeld voor de onderlinge communicatie tussen één of meer (van de deelnemende) mededader(
  9. s)en/of - één of meer afspra(a)k(
  10. en)gemaakt over de wijze van gebruik van de/een aangeschaft(
  11. e)en/of overgedragen en/of in ontvangst genomen telefoontoestel(len) en/of - één of meer telefoongesprekken gevoerd en/of één of meer SMS-berichten verzonden en/of uitgewisseld en/of één of meer afspra(a)k(
  12. en)gemaakt omtrent * het tijdstip, waarop en/of de termijn, waarbinnen de hoeveelheid cocaïne in Polen zou (moeten) worden overgedragen en/of afgeleverd en/of vervoerd (naar Nederland), en/of * de (eventuele) bezichtiging en/of inspectie van de af te nemen hoeveelheid cocaïne (in Polen) en/of * het (met elkaar) in contact brengen van personen in Polen (waaronder de/een chauffeur(
  13. s)van het voorgenomen transport) en/of * het (in persoon en/of fysiek, in elk geval niet telefonisch) overdragen en/of in ontvangst nemen van een telefoonnummer van een (contact)persoon in Polen en/of * (de noodzaak van) het activeren van een telefoontoestel in gebruik bij die (contact)persoon in Polen en/of * de naam van één van de chauffeur(s), die de hoeveelheid cocaïne zouden (moeten) gaan vervoeren ("Ziggy"), waarbij en/of waarna (één of meer van) zijn mededader(s), te weten: [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2], zich opzettelijk - (per auto) naar Warschau (Polen) heeft/hebben begeven teneinde aldaar één of meer persoonlijke ontmoetingen te hebben met één of meer (andere) mededader(
  14. s)en/of - van Warschau (Polen) naar Kiel (Duitsland) heeft/hebben begeven teneinde aldaar aan hem, verdachte, (persoonlijk) verslag uit te brengen van en/of te berichten omtrent de ontmoeting(
  15. en)en/of afspra(a)k(
  16. en)gemaakt in Polen; Feit 2: [Zaaksdossier 03: Uitvoer ongeveer 30.000 pillen MDMA naar Litouwen] primair: hij in of omstreeks de maand januari 2004 te IJmuiden, gemeente Velsen, en/of elders in Nederland en/of te Duitsland en/of te Litouwen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, althans opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 30.720 pillen/tabletten MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; subsidiair: [medeverdachte 3] en/of [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] en/of een of meer ander(
  17. en)in of omstreeks de maand januari 2004 te IJmuiden, gemeente Velsen, en/of elders in Nederland en/of te Duitsland en/of te Litouwen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft/hebben gebracht en/of heeft/hebben vervoerd en/of aanwezig heeft/hebben gehad ongeveer 30.720 pillen/tabletten, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, bij het plegen van welk(
  18. e)misdrijf/misdrijven hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 01 september 2003 tot en met 26 januari 2004 te IJmuiden en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of tot het plegen van welk(
  19. e)misdrijf/misdrijven hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 01 september 2003 tot en met 26 januari 2004 te IJmuiden en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichting heeft verschaft door opzettelijk - voornoemde [medeverdachte 3] te introduceren bij en/of in contact te brengen met een producent/leverancier/verkoper van pillen/tabletten MDMA, en/of - voornoemde [medeverdachte 3] mee te nemen en/of te vergezellen naar die producent/leverancier/verkoper van MDMA (voor het bestellen van een hoeveelheid pillen/tabletten MDMA); Feit 3: [Zaaksdossier 04 E: Uitvoer van ongeveer 90.000 2C-B pillen door [betrokkene 3] en [betrokkene 4] en [betrokkene 5]] hij op of omstreeks 09 augustus 2009 te IJmuiden en/of te Zoetermeer en/of (elders) in Nederland en/of te Bunde (Duitsland) en/of elders in Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of heeft vervoerd en/of aanwezig heeft gehad ongeveer 90.793 pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende 2C-B, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I; Feit 4: [Zaaksdossier 04 J: Uitvoer van 43 kilo amfetamine naar Duitsland door [betrokkene 3] en [betrokkene 4] en [betrokkene 6]] primair: hij op of omstreeks 11 februari 2010 te IJmuiden en/of (elders) in Nederland en/of te Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of heeft vervoerd en/of aanwezig heeft gehad ongeveer 43 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I; subsidiair: [betrokkene 6] en/of [betrokkene 3] en/of [betrokkene 3] op of omstreeks 11 februari 2010 te IJmuiden en/of (elders) in Nederland en/of te Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met gebruik van een auto (BMW met Duits kenteken) opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft/hebben gebracht en/of heeft/hebben vervoerd en/of aanwezig heeft/hebben gehad ongeveer 43 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, bij het plegen van welk(
  20. e)misdrijf/misdrijven hij, verdachte, op of omstreeks 11 februari 2010 te IJmuiden en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of tot het plegen van welk(
  21. e)misdrijf/misdrijven hij, verdachte, op of omstreeks 11 februari 2010 te IJmuiden en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichting heeft verschaft door opzettelijk - aan [medeverdachte 4] te vragen of en/of - te organiseren en/of te regelen en/of te bewerkstelligen dat (één of meer van) voornoemde perso(o)n(
  22. en)een (gedeelte van een) loods (van het bedrijf [bedrijf 1]) mocht(
  23. en)en/of kon(den) gebruiken voor het inbouwen en/of verbergen en/of plaatsen van (zakken met) amfetamine in voornoemde auto, althans voor het (tijdelijk) stallen en/of onderbrengen van voornoemde auto; Feit 5: [Zaaksdossier 05A tot en met 5D: meerdere leveringen van bollen cocaïne] hij in of omstreeks de maand januari 2010 te IJmuiden en/of (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans (telkens) alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk heeft verstrekt en/of afgeleverd en/of heeft vervoerd en/of aanwezig heeft gehad (een)(aanzienlijke) hoeveelhe(i)d(
  24. en)van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I (waaronder - de verstrekking aan en/of aflevering aan en/of het aanwezig hebben voor [medeverdachte 6] van 1 'bol' cocaïne, althans een (aanzienlijke) hoeveelheid cocaïne (in verband met een vervolglevering van [medeverdachte 6] aan [betrokkene 7]) (ZD 05A) en/of - de verstrekking aan en/of aflevering aan en/of het aanwezig hebben voor [betrokkene 3] van 1 'bol' cocaïne, althans een (aanzienlijke) hoeveelheid cocaïne (ZD 05B) en/of - de verstrekking aan en/of aflevering aan en/of het aanwezig hebben voor [medeverdachte 6] van 1 'bol' cocaïne, althans een (aanzienlijke) hoeveelheid cocaïne (in verband met een vervolglevering van [medeverdachte 6] aan [betrokkene 7]) (ZD 05C) en/of - de verstrekking aan en/of aflevering aan en/of het aanwezig hebben voor [medeverdachte 6] van 1 'bol' cocaïne, althans een (aanzienlijke) hoeveelheid cocaïne (ZD 05D) (in verband met een vervolglevering van [medeverdachte 6] aan [medeverdachte 7]) (ZD 05D) en/of - de verstrekking aan en/of aflevering aan en/of het aanwezig hebben voor [medeverdachte 6] van 4 'bollen' (van elk ongeveer 250 gram) cocaïne, althans een (aanzienlijke) hoeveelheid cocaïne (in verband met een vervolglevering van [medeverdachte 6] aan [medeverdachte 8]) (ZD 05D)); Feit 6: [Zaaksdossier 06: bij [medeverdachte 1] aangetroffen 183.940,-- Euro contant] hij op of omstreeks 30 maart 2010, te Nieuwegein en/of te Utrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een voorwerp, te weten een (contant) geldbedrag van ongeveer 183.940 Euro, althans een (contant) geldbedrag, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van voornoemd voorwerp gebruik heeft gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(
  25. s)wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig(
  26. e)misdrijf/misdrijven; Feit 7: [Zaaksdossier 12: Witwassen 4 grote hoeveelheden contant geld ten behoeve van investering in de [bedrijf 2]] hij in of omstreeks de periode van 01 december 2009 tot en met 18 mei 2010, te IJmuiden en/of te Velsen-Zuid, en/of te Amsterdam, in elk geval (telkens) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (een) voorwerp(en), te weten een of meer (aanzienlijke) contante geldbedragen (tot een totaal van ongeveer 850.000,-- Euro), heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van bovenomschreven geldbedrag(en), gebruik heeft gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(
  27. s)wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat bovenomschreven geldbedrag(
  28. en)- onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig(
  29. e)misdrijf/misdrijven; Feit 8: [Zaaksdossier 13: In de kelder van de garage van de woning van [medeverdachte 8] aangetroffen contant geldbedrag van 665.000,-- Euro] hij in of omstreeks de periode van 01 juni 2009 tot en met 18 mei 2010, te IJmuiden, gemeente Velsen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (een) voorwerp(en), te weten een (aanzienlijk) contant geldbedrag (in totaal ongeveer 665.000,-- Euro), heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van bovenomschreven geldbedrag, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(
  30. s)wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat bovenomschreven geldbedrag - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig(
  31. e)misdrijf/misdrijven; Feit 9: [Zaaksdossier 14: in de [woning verdachte] aangetroffen contante geldbedragen (totaal 179.368,-- Euro)] hij op of omstreeks 18 mei 2010, te IJmuiden, gemeente Velsen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (een) voorwerp(en), te weten (een) (aanzienlijk(e)) contant(
  32. e)geldbedrag(
  33. en)(in totaal ongeveer 179.368,-- Euro), heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van bovenomschreven geldbedrag(en), gebruik heeft gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(
  34. s)wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat bovenomschreven geldbedrag(
  35. en)- onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig(
  36. e)misdrijf/misdrijven; Feit 10: [Zaaksdossier 14: Revolver in de [woning verdachte]] hij op of omstreeks 18 mei 2010 te IJmuiden, gemeente Velsen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (in een woning aan de [woning verdachte]) een vuurwapen van categorie III onder 1°, te weten een vuurwapen in vorm van een revolver (Smith & Wesson; kaliber .38) en/of (bij dat wapen behorende) munitie van categorie III, voorhanden heeft gehad; Feit 11: [Zaaksdossier 15: het kweken van hennep in de kelder behorende bij het pand aan de [eigendom verdachte]] Primair: hij in of omstreeks de periode van 17 november 2009 tot en met 18 mei 2010 te IJmuiden, gemeente Velsen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in een (kelder)ruimte, behorende bij een pand aan de [eigendom verdachte] meermalen, althans eenmaal, opzettelijk henneplanten, althans (een) hoeveelhe(i)d(
  37. en)van meer dan 30 gram hennep, heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of aanwezig gehad, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; Subsidiair: [medeverdachte 9] en/of één of meer (andere) perso(o)n(
  38. en)in of omstreeks de periode van 17 november 2009 tot en met 18 mei 2010 te IJmuiden, gemeente Velsen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in een (kelder)ruimte, behorende bij een pand aan de [eigendom verdachte] meermalen, althans eenmaal, opzettelijk henneplanten, althans (een) hoeveelhe(i)d(
  39. en)van meer dan 30 gram hennep, heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of aanwezig gehad, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, bij het plegen van welk(
  40. e)misdrijf/misdrijven hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 17 november 2009 tot en met 18 mei 2010 te IJmuiden en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of tot het plegen van welk(
  41. e)misdrijf/misdrijven hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 17 november 2009 tot en met 18 mei 2010 te IJmuiden en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door opzettelijk - aan voornoemde [medeverdachte 9] en/of (één of meer van) voornoemde (andere) perso(o)n(
  42. en)voornoemde (kelder)ruimte te verhuren en/of ter beschikking te stellen en/of te blijven verhuren en/of ter beschikking te blijven stellen; Feit 12: [Zaaksdossier 11: criminele organisatie] hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2003 tot en met 18 mei 2010 te IJmuiden en/of te Amsterdam en/of elders in Nederland en/of in Polen en/of in Duitsland en/of in Litouwen als leider en/of oprichter heeft deelgenomen aan een organisatie,welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk: - het meermalen, althans eenmaal, opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (een) middel(
  43. en)vermeld op de bij de Opiumwet behorende Lijst I en/of - het meermalen, althans eenmaal, opzettelijk verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van (een) middel(
  44. en)vermeld op de bij de Opiumwet behorende Lijst I en/of - het meermalen, althans eenmaal, opzettelijk aanwezig hebben van (een) middel(
  45. en)vermeld op de bij de Opiumwet behorende Lijst I en/of - het meermalen, althans eenmaal, witwassen van (een) (door een of meer van bovengenoemde misdrijven verkregen) geldbedrag(en). 2. Voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is en dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak. 2.1. Inzet Mono door DEA en Polen en de relatie met het Vista-onderzoek In het dossier met betrekking tot zaaksdossier 01 zijn processen-verbaal opgenomen van de dienst IPOL van januari en februari 2009 inhoudende informatie van de Amerikaanse opsporingsdienst de Drugs Enforcement Agency (hierna: de DEA), dat in januari 2009 ongeveer 1000 kg cocaïne in Warschau, Polen aan zal komen. Als mogelijke betrokkenen worden genoemd [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2]), [betrokkene 9] en [betrokkene 10], ook bekend als [betrokkene 10] (hierna: [betrokkene 10]). Gedurende het onderzoek Vista, in het bijzonder na de verhoren van [betrokkene 9] en andere in Polen aangehouden verdachten, is naar voren gekomen dat in de Verenigde Staten en in Polen sprake is geweest van optreden van een 'cooperating source (CS)' van de Amerikaanse DEA met de naam Mono (hierna te noemen: de infiltrant), die een rol zou hebben gespeeld in zaaksdossier 1. Teneinde meer duidelijkheid te krijgen over de rol van deze infiltrant en relatie van deze infiltrant met de verdachten in het Vista-onderzoek alsmede over de mogelijke rol van het Nederlandse Openbaar Ministerie in verband met de inzet van de infiltrant heeft de rechtbank op 1 maart 2011 en op 25 juni 2012 op verzoek van de verdediging diverse onderzoekswensen, waaronder een aantal getuigenverzoeken toegewezen. Zo heeft de rechtbank op 1 maart 2011 beslist dat de rechter-commissaris de infiltrant diende te horen. Het horen van de infiltrant door de rechter-commissaris is echter niet mogelijk gebleken, nu de Amerikaanse autoriteiten een beroep hebben gedaan op een in een verdragsbepaling genoemde grond om het betreffende rechtshulpverzoek te weigeren. Naar aanleiding van de beslissing van de rechtbank bevinden zich wel brieven van het Amerikaanse Ministerie van Justitie in het dossier, te weten de brieven van 31 mei 2011, 19 september 2011 en 4 januari 2012. In deze brieven wordt ingegaan op de werkzaamheden en de rol van de infiltrant en de relatie met het Vista-onderzoek. Samengevat houden de brieven in: - Rond 2008 is de CS in contact gekomen met een gevestigde drugsorganisatie in Colombia. Deze organisatie wilde dat de CS het vervoer zou regelen van een partij cocaïne van Zuid-Amerika naar Europa. Op grond van deze informatie hebben de DEA en de Poolse politie een gecoördineerd onderzoek gestart. Alle activiteiten van de CS in Colombia en Polen werden gecoördineerd door respectievelijk de Colombiaanse en de Poolse autoriteiten (brief 31 mei 2011). - Ongeveer in december 2008 heeft de drugsorganisatie in Colombia circa 1.200 kg cocaïne geleverd aan de CS en aan undercoveragenten van de Colombiaanse nationale politie. Vervolgens is begin 2009 deze cocaïne naar Warschau vervoerd met volledig medeweten en medewerking van de Colombiaanse en Poolse autoriteiten. Eenmaal in Polen heeft de CS undercoveragenten van de Poolse politie voorgesteld aan personen die uit verschillende landen waren gekomen om een deel van de cocaïne te krijgen (brief 31 mei 2011). - Na bestudering van alle stukken zijn de Amerikaanse autoriteiten tot de conclusie gekomen dat de Amerikaanse dossiers niets bevatten wat relevant is voor het Nederlands onderzoek. Er heeft in het bijzonder op geen enkel moment een infiltratieoperatie plaatsgevonden in Nederland in opdracht van de DEA. De CS is niet in opdracht van de DEA naar Nederland gereisd en heeft daar ook geen ontmoetingen gehad in opdracht van de DEA. Bovendien heeft de CS geen ontmoetingen of contacten gehad met in Nederland opererende agenten van de DEA (brieven 31 mei 2011 en 4 januari 2012). - Medeverdachte [medeverdachte 2] is op geen enkel tijdstip aangezet tot of gestrikt voor het deelnemen aan een smokkeloperatie die uiteindelijk heeft geleid tot een gecontroleerde doorlevering van ongeveer 1.000 kg cocaïne naar Warschau. De DEA noch de informant hebben [medeverdachte 2] aangezet of hem op andere wijze ertoe gebracht om deel te nemen aan criminele activiteiten. Mede-samenzweerders van [medeverdachte 2] hebben de informant in Colombia gezegd dat [medeverdachte 2] eigenaar was van 70 kg cocaïne welke deel uitmaakte van de 1.000 kg die naar Europa gezonden zou worden.(brief 19 september 2011). - Van de verdachten van het Vista-onderzoek komt alleen [medeverdachte 2] voor in de Amerikaanse stukken. [medeverdachte 2] komt alleen voor in de stukken naar aanleiding van zijn activiteiten in Polen en Colombia. (brief 4 januari 2012). De verdediging heeft - kort gezegd - aangevoerd dat nog immer onvoldoende duidelijkheid bestaat over het infiltratietraject, de activiteiten van de infiltrant en een eventuele tweede CS en de rol van het Nederlandse Openbaar Ministerie in een en ander. Onder andere is gesteld dat er aanwijzingen zijn dat de infiltrant in Nederland is geweest en contact heeft gehad met verdachte en een of meer van zijn medeverdachten. Voorts acht de verdediging de stelling van het Openbaar Ministerie dat het niet heeft samengewerkt met de DEA en/of de Poolse autoriteiten in het kader van het inzetten van de infiltrant ongeloofwaardig en vermoedt de verdediging dat het Openbaar Ministerie bewust bepaalde informatie buiten het dossier heeft gehouden. Ter onderbouwing wordt daartoe gewezen op de verklaring van [betrokkene 9] die spreekt over betrokkenheid van Nederlandse autoriteiten en een DEA-rapport, een publicatie in een Poolse krant, printlijsten van twee aan de infiltrant toegeschreven telefoons en de verklaring van [betrokkene 9] dat hij in het voorjaar van 2008 een appartement aan, onder andere, Mono heeft verhuurd in Amsterdam in combinatie met één sms-bericht aangetroffen in de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 10] met als inhoud de tekst 'mono' van 20 mei 2008. Voorts wijst de verdediging erop dat uit het verhoor van [getuige 1] (destijds teamleider van het team van de Nationale Recherche waar het onderzoek Monoceros werd belegd), naar voren komt dat sprake is geweest van het bijwonen van een bijeenkomst tussen het Monoceros-team en Vista-team door een functionaris van de DEA te Den Haag. De verdediging acht het in dit verband opmerkelijk dat officier van justitie [getuige 2], destijds zaaksofficier in het Monoceros onderzoek, geen melding heeft gemaakt van de aanwezigheid van een DEA functionaris bij enige bespreking. Voorts wijst de verdediging erop dat officier van justitie [getuige 2] melding maakt van een rechtshulpverzoek van de Verenigde Staten waarin gesproken wordt over een undercovertraject. Dit rechtshulpverzoek is [getuige 1] onbekend en in het IPOL proces-verbaal dat is opgesteld naar aanleiding van het rechtshulpverzoek wordt niet gesproken over een undercovertraject. Tot slot wijst de verdediging erop dat er onduidelijkheid bestaat over de hoeveelheid cocaïne die naar Polen is getransporteerd. Een en ander moet, nu verdachte is geschaad in zijn recht op een eerlijk proces, volgens de verdediging leiden tot, primair niet ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, subsidiair tot uitsluiting van al het bewijs, en meer subsidiair tot aanhouding van de zaak voor het doen van ander onderzoek (in de vorm van het horen van getuigen en het toevoegen van stukken aan het dossier). Oordeel rechtbank Toetsing van de van buitenlandse autoriteiten verkregen informatie en wetenschap Nederlandse Openbaar Ministerie. Uit de - mede naar aanleiding van de toegewezen onderzoekswensen - ontvangen informatie van de Amerikaanse autoriteiten komt naar voren dat op Nederlandse bodem geen infiltratietraject heeft plaatsgevonden onder regie van de Amerikaanse autoriteiten of de DEA. Ook heeft volgens de uit de Verenigde Staten van Amerika ontvangen informatie het traject tussen Colombia en Polen plaatsgevonden, zonder medeweten dan wel betrokkenheid van de Nederlandse autoriteiten. In beginsel dient de rechtbank op de juistheid van deze informatie te vertrouwen. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat speelt bij het verlenen van rechtshulp geeft daarbij volgens vaste jurisprudentie de doorslag. Een uitzondering op dit vertrouwensbeginsel wordt gemaakt indien sprake is van bijzondere omstandigheden waarin sprake zou kunnen zijn van het niet respecteren van verdedigingsrechten zoals die voorvloeien uit het EVRM. (vgl. EHRM 27 juni 2000, NJ 2002, 102 en HR 31 januari 2006, NJ 2006, 365) De rechtbank is van oordeel dat de feiten en omstandigheden zoals die uit het dossier blijken en zoals die door de verdediging naar voren zijn gebracht niet leiden tot het oordeel dat twijfel bestaat omtrent de juistheid van de beantwoording van de rechtshulpverzoeken door de Verenigde Staten. De verklaring van [betrokkene 9] dat 'Nederland erbij betrokken is', wordt door niets onderbouwd en is derhalve niet meer dan een suggestie. Voor eenzelfde stelling opgenomen in een Poolse krant geldt hetzelfde. De Verenigde Staten, maar ook de betrokken functionarissen bij Monoceros, officier van justitie Rip en teamleider [getuige 1] - via welk onderzoek de IPOL-informatie vanaf de DEA in Vista kwam - en de liaison-officieren in de Verenigde Staten, [getuige 3], en Polen, [getuige 4], stellen dat geen sprake is geweest van samenwerking van de Nederlandse autoriteiten met de DEA en/of de Poolse geheime dienst (ABW) terzake het infiltratietraject. Tenslotte heeft ook de officier van justitie in het Vista-onderzoek telkens aangegeven dat geen sprake is geweest van samenwerking met Amerikaanse en/of Poolse autoriteiten inzake het infiltratietraject. Ook van een vermeende tweede infiltrant is niets gebleken. Officier van justitie [getuige 2] heeft verklaard dat hij in een relaas bij een rechtshulpverzoek heeft gelezen dat bij het transport van cocaïne naar Europa sprake was van een undercoveroperatie, maar dat met betrekking tot deze undercoveroperatie geen informatie met de DEA is uitgewisseld en dat hij niet wist wie de undercoverpersoon was en dat hij helemaal niet wist van de inzet van Mono. Voorts heeft [getuige 2] verklaard dat hij over het algemeen voorzichtig is met het doorgeven van informatie over een undercovertraject omdat in dergelijke trajecten doden kunnen vallen. Hiermee heeft [getuige 2] zijn beleidsmatige keuze om deze informatie buiten het onderzoek te houden afdoende toegelicht en verantwoord. Dat bij een bespreking met Nederlandse functionarissen van het Monoceros-team en het Vista-team in februari 2009 een DEA-verbindingsofficier aanwezig was, duidt naar het oordeel van de rechtbank nog niet op een samenwerking tussen het Nederlands Openbaar Ministerie en de DEA. In dit verband acht de rechtbank van belang dat [getuige 1] niet eens wist waarom de DEA-official bij de bespreking aanwezig is geweest. Van een vermeende samenwerking tussen de DEA en/of de ABW en het Nederlands Openbaar Ministerie is dan ook uit deze verklaring niet gebleken. Voorts is niet gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan nader onderzoek door het Openbaar Ministerie naar het undercovertraject in de rede lag. De rechtbank komt op basis van deze bevindingen tot de conclusie dat niet is gebleken en dat er ook geen aanwijzingen zijn dat het Nederlandse Openbaar Ministerie op enigerlei wijze betrokken is geweest bij de inzet en werkzaamheden van de infiltrant. Voorts is niet gebleken dat het Openbaar Ministerie in enige fase van het onderzoek kennis droeg van een vorm van criminele burgerinfiltratie in Nederland of daarvan een ernstig vermoeden had moeten hebben. Zo er al sprake zou zijn geweest van een mogelijke vorm van criminele burgerinfiltratie in Nederland, kunnen eventuele gebreken daarin niet leiden tot niet ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, nu immers niet is gebleken dat het Openbaar Ministerie daarvan op de hoogte was. Toetsing van door buitenlandse autoriteiten verrichte opsporingshandelingen. Rest de vraag of en in hoeverre buitenlandse autoriteiten bij hun opsporingshandelingen mensenrechtelijke bepalingen hebben geschonden die een ongeclausuleerde en absolute bescherming bieden aan verdachte. Hierbij stelt de rechtbank voorop dat het niet zo is dat onregelmatigheden in een buitenlands opsporingsonderzoek nimmer tot één van de in artikel 359a Sv voorziene sancties kunnen leiden. Wel is het zo dat een dergelijke sanctie eerst in beeld komt indien jegens verdachte onrechtmatig is opgetreden, waardoor aan het recht van verdachte op een eerlijke behandeling van zijn zaak tekort is gedaan. Dat sprake is geweest van een schending van een mensenrechtelijke bepaling in het buitenlands opsporingsproces, waardoor ten aanzien van verdachte zou moeten worden geoordeeld dat het recht op een eerlijk proces niet zou zijn gewaarborgd, is niet gebleken. In dit verband merkt de rechtbank nog ten overvloede op dat een mogelijke uitlokking van [betrokkene 9] door de infiltrant niet een belang van de verdachte raakt. Een eventueel op Nederlands grondgebied uitgevoerd infiltratietraject zonder medeweten van het Nederlands Openbaar Ministerie zou wellicht een schending van de Nederlandse soevereiniteit kunnen opleveren, hetgeen echter geen belang van een van de Nederlandse verdachten in het onderhavige strafproces raakt. Fair trial / uitlokking. Door de verdediging is voor wat betreft zaaksdossier 01 (Polen) voorts gesteld dat sprake is van uitlokking door inzet van de infiltrant en/of een mogelijk andere infiltrant, dan wel dat in het dossier onvoldoende informatie is opgenomen over de activiteiten van de infiltrant(
  46. en)om een uitlokkingsverweer te kunnen voeren. De rechtbank constateert dat de verdachten bij de politie en de rechter-commissaris zich zonder uitzondering voor wat betreft het Polen-dossier hebben beroepen op hun zwijgrecht en/of alle betrokkenheid bij cocaïnehandel hebben ontkend. Anders dan de verdediging kennelijk van oordeel is, volgt uit de jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) niet dat - ook bij een volledig zwijgen - elk (mogelijk) uitlokkingsverweer zonder meer dient te worden onderzocht. Slechts indien sprake is van een niet geheel onaannemelijke stelling dat is uitgelokt, dient nader onderzoek plaats te vinden. De rechtbank wijst op het arrest Bannikova van het EHRM van 4 november 2010 (LJN BP1611): 54. As the starting-point, the Court must be satisfied with the domestic courts' capacity to deal with such a complaint in a manner compatible with the right to a fair hearing. It should therefore verify whether an arguable complaint of incitement constitutes a substantive defence under domestic law, or gives grounds for the exclusion of evidence, or leads to similar consequences. In Ramanauskas (cited above) the Court held as follows: "69. Article 6 of the Convention will be complied with only if the applicant was effectively able to raise the issue of incitement during his trial, whether by means of an objection or otherwise. It is therefore not sufficient for these purposes, contrary to what the Government maintained, that general safeguards should have been observed, such as equality of arms or the rights of the defence. 70. It falls to the prosecution to prove that there was no incitement, provided that the defendant's allegations are not wholly improbable. In the absence of any such proof, it is the task of the judicial authorities to examine the facts of the case and to take the necessary steps to uncover the truth in order to determine whether there was any incitement. Should they find that there was, they must draw inferences in accordance with the Convention ..." 55. The Court will generally leave it to the domestic authorities to decide what procedure must be followed by the judiciary when faced with a plea of incitement. De rechtbank is van oordeel dat de stelling dat (mogelijk) sprake is van uitlokking, zo deze al niet in strijd is met de ontkenning door verdachte van enige betrokkenheid bij drugshandel - mede gezien de inhoud van het dossier - onvoldoende is onderbouwd. Verdachte heeft niet aangegeven waar, wanneer, op welke wijze en door wie sprake geweest zou zijn van uitlokking. De verdediging heeft gesuggereerd dat de infiltrant(
  47. en)in Nederland zijn geweest. Met deze enkele suggestie wordt evenwel nog geen (begin van een) uitlokkingsverweer aangevoerd. Gezien bovenstaande overwegingen verwerpt de rechtbank de verweren ten aanzien van het thema 'uitlokking' en acht een verder onderzoek hieromtrent niet noodzakelijk. Een en ander betekent dat de rechtbank geen aanleiding ziet voor toepassing van een van de in artikel 359a Sv bedoelde sancties, zoals niet ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie of bewijsuitsluiting, noch voor aanhouding van de zaak teneinde nader onderzoek te doen. 2.2. Beroep op niet-ontvankelijkheid ten aanzien van feit 2 De raadsman heeft betoogd dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging van zaaksdossier 3 (feit 2) wegens tijdsverloop. Volgens de raadsman is sprake van schending van artikel 6 EVRM om dat de verdediging door het tijdsverloop een getuige niet meer goed heeft kunnen ondervragen en de betrouwbaarheid heeft kunnen toetsen. De rechtbank verwerpt dit verweer, nu de verdediging wel in de gelegenheid is geweest om de getuige bij de rechter-commissaris te horen. Dat de getuige zich aldaar op zijn verschoningsrecht heeft beroepen, is niet te wijten aan tijdsverloop. De rechtbank ziet dan ook niet in dat er sprake is van schending van artikel 6 EVRM. 3. Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van de onder 3, 4 primair en 11 primair ten laste gelegde feit en tot bewezenverklaring van de onder 1, 2 primair, 4 subsidiair, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11 subsidiair en 12 ten laste gelegde feiten en gevorderd dat verdachte ter zake zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf

(12)jaren, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Voorts heeft de officier van justitie de verbeurdverklaring gevorderd van het onder verdachte in beslag genomen geldbedrag, te weten € 179.368,
  1. Bewijs 4.
  2. Vrijspraak Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat hetgeen verdachte onder 3 ten laste is gelegd niet wettig en overtuigend bewezen is en moet hij daarvan worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe dat uit het dossier is gebleken dat [betrokkene 3] op 9 augustus 2009 een kort bezoek brengt aan verdachte, welk bezoek lijkt te passen in een patroon, en dat [betrokkene 3] op 10 augustus 2009 in versluierd taalgebruik aan verdachte lijkt terug te koppelen dat [betrokkene 5] in Duitsland is aangehouden met 90.793 2C-B pillen ([betrokkene 3] laat immers aan verdachte weten dat het slecht weer is, terwijl het die dag in Kiel geen slecht weer is). Hiermee kan echter niet wettig en overtuigend bewezen worden geacht dat verdachte bewust en nauw met een of meer anderen heeft samengewerkt in het kader van dit pillentransport. Bij gebrek aan wettig bewijs zal verdachte dan ook van dit feit worden vrijgesproken. Ten aanzien van het onder 4 primair en 11 primair ten laste gelegde feiten is de rechtbank met de officier van justitie van oordeel dat hiervoor onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is. Niet is gebleken dat verdachte hetzij alleen hetzij in een nauwe en bewuste samenwerking met een ander dan wel anderen deze ten laste gelegde feiten heeft gepleegd en moet hij daarvan worden vrijgesproken. Ten aanzien van het onder feit 5 ten aanzien van het onderdeel zaaksdossier ZD 05C ten laste is gelegd is de rechtbank van oordeel dat verdachte daarvan moet worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. Weliswaar is medeverdachte [medeverdachte 1] op 19 januari 2010 tot twee keer toe bij de woning van medeverdachte [medeverdachte 6] en heeft hij de tweede keer een witte plastic tas bij zich en verlaat hij vervolgens zonder plastic tas de woning van [medeverdachte 6], maar - mede gezien het aantal mensen dat de woning van [medeverdachte 6] bezoekt - is niet vast te stellen dat dit dezelfde witte tas is die [betrokkene 7] twee dagen later, op 21 januari 2010, uit de woning van [medeverdachte 6] meeneemt. In dit zaaksdossier zijn voorts geen (versluierde) telefoongesprekken bekend, op grond waarvan een bewezenverklaring van dit feit op gesteund zou kunnen worden. Derhalve kan niet wettig en overtuigend bewezen worden hetgeen verdachte ten aanzien van zaaksdossier 5C ten laste is verklaard. Voorts zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het onder 9 ten laste gelegde feit, te weten witwassen van € 179.368,00, aangetroffen in de woning van verdachte. Met betrekking tot dit geld kan enkel worden vastgesteld dat verdachte dit voorhanden heeft gehad en dat - gezien verdachtes rol bij de hierna bewezenverklaarde feiten - dit afkomstig moet zijn uit door hem zelf gepleegde strafbare feiten. In het geval van geldbedragen afkomstig van een (mede) door verdachte zelf begaan misdrijf kan het enkele voorhanden hebben door verdachte van die geldbedragen niet hebben bijgedragen aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van die geldbedragen (vgl. HR 26 oktober 2010, LJN: BM 4440 en HR 17 april 2012, LJN: BW 1481), zodat die gedraging niet als (schuld)witwassen kan worden gekwalificeerd. Derhalve komt de rechtbank tot een vrijspraak van feit
  3. 4.
  4. Bewijs(middel)verweer Onder verwijzing naar hetgeen de rechtbank onder 2.1 heeft overwogen ziet de rechtbank geen aanleiding tot het uitsluiten van bewijs. 4.
  5. Redengevende feiten en omstandigheden en bewijsoverwegingen1 De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1, 2 primair, 4 subsidiair, 5, 6, 7, 8, 10, 11 subsidiair en 12 ten laste gelegde feiten op grond van het volgende. Ten aanzien van feit 10 [zaaksdossier 14: revolver in de [woning verdachte]] De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder 10 ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit op grond van artikel 359 lid 3 Wetboek van Strafvordering - zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten: - de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd; - het proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 november 2010, dossierpagina B14 008658; - het proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 mei 2010, dossierpagina B14 008722-008723; - het proces-verbaal van bevindingen van 18 mei 2010, dossierpagina B14 008724; - het proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 mei 2010, dossierpagina B14 008725-008736; - het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 oktober 2010, dossierpagina B14 008741 en
  6. Ten aanzien van feit 1 [zaaksdossier 01: voorbereiding van invoer van een hoeveelheid cocaïne vanuit Polen] De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit 1 op grond van het volgende. Vanaf 24 november 2008 hebben verdachte en medeverdachte [medeverdachte 11] (hierna: [medeverdachte 11]) al dan niet via medeverdachten [medeverdachte 4] (hierna: [medeverdachte 4]) en [medeverdachte 5] (hierna: [medeverdachte 5]) meer malen contact met een Colombiaan genaamd [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2]), ook medeverdachte. Dit contact bestaat uit telefoongesprekken dan wel ontmoetingen bij een internetcafé op de De Clercqstraat te Amsterdam, op het Leidseplein te Amsterdam, in het Mariott Hotel te Amsterdam en bij [bedrijf 1] te IJmuiden.2 De inhoud van een aantal van de opgenomen tapgesprekken is als volgt: - gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 5] op 29 november 2009: "ik ben met [medeverdachte 11]", "ik maak wel een afspraak met hem dat hij er moet wezen want anders moet hij naar zijn troep rotten" en "het is toch een hoop geld ervoor, ja, snap je wat ik bedoel"3; - gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 5] op 10 december 2008: "twee was het toch"4 - gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 5] op 18 december 2008: "[medeverdachte 5] zegt dat hij zei dat hij in februari moet komen en dan wordt hij geholpen. [verdachte] vindt het perfect. [medeverdachte 5] zegt dat hij bij drie is5; - gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 4] op 22 december 2008: "Ja, want hij, eh, acht uur belangrijk, 1... of eh 3"6; - gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 5] op 17 januari 2008, waarin verdachte vraagt of [medeverdachte 5] "die [medeverdachte 2] nog te pakken kan krijgen"7; - gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 2] op 24 januari 2008: "that is alle arranged. For me, I, I am ready to work"8 - gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 2] op 28 januari 2008: "Number two I go I drive nog to number two"9; - gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 2] op 31 januari 2008: "When it is for me I know when go and I also arrange my papers then. I am not gone arrange my papers when there already for three weeks. I am not an idiot you understand.(...) we speak now because I can not sleep. Because I am sitting whith al kind of people now and this is too long. I get problems now, believe me! This is no good! They make problem now for me you understand. And I can not say no no maybe next week... or next week. Now already three
(3)weeks you tell me next week".10; - gesprek tussen [medeverdachte 11] en [medeverdachte 2] op 4 februari 2009: "your friends still on the ehh schedule?" en "and eh also I need ehh..for the ....for the courier, you know, the company" en "yeah, that we can do, but anyway, thanneh my friend also back than, we do that Saturday"11; - gesprek tussen [medeverdachte 11] en [medeverdachte 2] op 5 februari 2009, waarin [medeverdachte 11] met [medeverdachte 2] wil afspreken op de plaats waar hij [medeverdachte 2] de laatste keer heeft gezien, dat [medeverdachte 2] dat niet wil en begint met het noemen van het adres, de Cler .., dat [medeverdachte 11] er tussendoor komt en zegt dat hij weet waar het internet is
  1. Op 22 januari 2009 is uit onderzoek gebleken dat verdachte gebruikt maakt van een ander telefoonnummer dan zijn gebruikelijke nummer eindigend op 1333, te weten [...2021]. Voorts is uit onderzoek gebleken dat dit nummer nagenoeg alleen wordt gebruik om contact te houden met het mobiele nummer [...2028]. Dit nummer blijkt vervolgens in gebruik bij [medeverdachte 2].13 Door het observatieteam wordt gezien dat op dinsdag 10 februari 2009 omstreeks 19.01 verdachte, [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] aan een tafel in het Mariott Hotel te Amsterdam zitten. Het observatieteam hoort flarden van het gesprek dat genoemde personen met elkaar voeren, waaronder de volgende zinnen van verdachte, te weten "I can send somebody to pick it/him up", "I need 24 hours", "normally the pay half first", "in Belgium they get 8 years for this".14 Op woensdag 11 februari 2009 om 00.24 uur heeft [medeverdachte 2] een lang telefoongesprek met [betrokkene 10] (alias [betrokkene 10]) (hierna te noemen: [betrokkene 10])15, die in de periode 6 tot 8 februari 2009 blijkens observaties met [medeverdachte 2] in Amsterdam is geweest.16 Dit gesprek, dat in de Spaanse taal wordt gevoerd, bestaat onder meer uit de volgende zinsneden: "Hoe gaan we de vertaling betalen (...) Omdat zo te plaatsen, om de vertalingen vooraf te betalen, is erg gecompliceerd. Begrijp je? (...) ben ik naar de ontmoeting gegaan, heel goed! Ze hebben mij de vertalingen laten zien, alles, op 100, 100 (verm. %), de computers om de vertalingen te verrichten, de programma's om te vertalen, uitstekend, begrijp je? (...) het enige dat ik nodig heb is een voorschot voor de vertalers, zodat ze meer vertrouwen hebben en zien dat het contract serieus is. (...) Het is stom om garanties te vragen als je het merendeel houdt (...) Wat ik niet wil, is dat Mono nu gaat zeggen dat ik het heb verzuurd (...) de enige mensen die vragen dat de vertalingen vooruit betaald worden, zijn die lui van de regering. Dat weet je toch wel? (...)juist, ik moet het uitgeven. Wil jij dat ik je boek uitgeef? klaar, dan geef ik die uit, maar ik zal het niet corrigeren , mijn werk is niet de correctie, maar het uitgeven. U brengt het, ik geef het uit. (...) ik zeg het je uit mijn ervaring, (ntv) als een persoon van dat kaliber is, als de vertaler zo belangrijk is of dat ze zo belangrijk zijn... dan willen zij op geen enkel moment te maken hebben noch met de mensen die de boeken verkopen noch met de boekenwinkel, geen van die zaken want dat vinden zijn afschuwelijk want daar houden zij niet van. Wat zij willen is simpelweg, "breng jij mij de vertaling maar, ik geef het aan je uitgegeven / uitgeprint, en u neemt dan de boeken mee en zorgt voor, de distributie (...) Ik zal zeggen "mijn heren, de enige die 'dat' vooruit betaald vragen, zijn die lui, van je weet wel". (...) dat we hier met Mono aan het praten zijn. (...) niemand weet wat er gebeurd van server 1 tot dat het aankomt bij server
  2. Dat is een minimale garantie, man! (...) we hebben het hier over een heleboel vertalingen, (...) Nu mijn vraag is, jij begint eenmaal met de vertalingen in ontvangst te nemen en onmiddellijk met de vertalingen... Wat ik dan nodig heb, is dat je meteen "daarginder" een voorschot stort voor de vertalers. (...) kan het niet zo gaan dat ik de vertalers alvast 1 miljoen betaal? Toen noemde ik jullie, want ik was alleen in vertegenwoordiging van Mono (...) (...) het zou beter zijn als Mono dit allemaal regels (...) Hoe kan je nou zeggen dat je onzeker bent als je 2.000 woorden hebt om te vertalen, simultaan, en ze gaan 100 of 200 woorden weghalen (...) want jij houdt de helft van het boek, geef me dan de helft van het boek. (...) Toen zei hij "meneer, het is simpel, die man doet investering in het bedrijf en wil vertalingen, hij wil zo'n 70 simultane vertalingen (...) Zoals Lalo nu zei, ik moet niet wachten ik moet niets vooraf/vooruit betalen, geef mij gewoon hetgeen van mij is, Mono heeft al een percentage eraf getrokken van de vertalingen die van mij zijn, geeft me gewoon wat van mij is, ik pak hetgeen van mij is (...) dat ze komen met garanties terwijl ze meer dan de helft van de vertalingen houden (...) morgen zal die andere die in de ontmoeting was bellen en zal iets gelijks vertellen, toch? als hij dit hoort, zal ik zeggen dat het beter is als hij onderhandelt en dat hij al is het maar de boeken krijgt die van de kleinste zijn. Laten ze hem alvast die vertalingen geven dan kan hij vooruit, onder zijn eigen verantwoordelijkheid"17 Op 11 februari 2009 om 20.24 uur stuurt [medeverdachte 2] naar verdachte een sms-bericht met de volgende tekst: Tomorrow in the holiday inn there i give Phone a.m
  3. Donderdag 12 februari 2009 om 14.52 uur spreekt verdachte met [medeverdachte 2] af dat [medeverdachte 2] om zes uur in de ochtend wordt opgehaald en dat hij dan om zes uur in de avond er is. Verdachte geeft aan dat 'My friend coming, you know him yeah. He brings you telefoon yeah. He knows you too. Six 'o clock in the morning19'. Op 12 februari 2009 reist [betrokkene 9] naar Warschau, Polen
  4. Na aankomst in Polen belt [betrokkene 9] naar Mono21 en in Polen heeft [betrokkene 9] contact met Mono
  5. In Warschau verblijft [betrokkene 9] in het Holiday Inn hotel.23 Om 22.51 uur wordt vanaf telefoonnummer [...2161] (hierna: nr. 2161), gebruikmakend van een mastlocatie in Nieuwegein, een sms-bericht verstuurd naar de zich in Polen bevindende [betrokkene 9]. Nr 2161 is alleen actief geweest in de periode van 12 februari 2009 tot 20 februari 2009 en wordt toegeschreven aan [medeverdachte 12].24 In het geheugen van de onder [betrokkene 9] in beslaggenomen telefoon staat nr. 2161 onder de naam "Patr".25 [betrokkene 9] heeft verklaard dat hij tijdens dit verblijf in Warschau onder andere contact heeft gehad met 'Patric' om afspraken gemaakt in Warschau door te geven.26 Ook heeft hij verklaard dat Patric een van de personen was voor wie hij de cocaïne zou testen en dat Patric een van de personen was van wie Mono geld verwachtte.27 Vrijdag 13 februari 2009 reizen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] naar Warschau. [medeverdachte 1] haalt [medeverdachte 2] op in Amsterdam om zes uur in de ochtend - conform de afspraak tussen verdachte en [medeverdachte 2] 'six o'clock in the morning' - en ze reizen dan af.28 In Warschau verblijven ze in het Holiday Inn hotel29 en reizen 14 februari 2009 via Kiel - waar verdachte op dat moment verblijft - naar Nederland terug.30 [medeverdachte 2] heeft in het Holiday Inn hotel in Warschau een ontmoeting met [infiltrant] (Mono)
  6. [betrokkene 10] heeft in Polen en bij de rechter-commissaris verklaard dat hij in februari 2009 in een hotel in Warschau [medeverdachte 2] heeft ontmoet en dat [medeverdachte 2] daar ook met [infiltrant] (Mono) heeft gesproken over zaken van [infiltrant] in Polen. Voorts heeft hij verklaard dat hij op 13 februari 2009 in het Holiday Inn hotel in Warschau verbleef, tezamen met [infiltrant]. [infiltrant] had hem verteld dat hij voor een Poolse generaal werkte, dat het over drugs ging, dat hij met een grote deal in Polen bezig was, dat hij de eigenaar van de cocaïne was en dat de generaal hem assistentie verleende om de partij drugs in Polen te laten aankomen.32 [betrokkene 9] stuurt op 13 februari 2009 om 12.22 uur een SMS-bericht naar [medeverdachte 12]. De telefoonpaal die [betrokkene 9] gebruikt heeft als locatie het adres van het Holiday Inn hotel te Warschau. [medeverdachte 12] maakt op dat moment gebruik van een mastlocatie in Nieuwegein.33 Op 13 februari 2009 om 14.41 uur belt [medeverdachte 12] naar de zich op dat moment nog steeds in Warschau bevindende [betrokkene 9]
  7. [betrokkene 9] stuurt [medeverdachte 12] een SMS-bericht om 15.19 uur en om 15.47 uur belt [betrokkene 9] naar het Poolse nummer van Mono. [betrokkene 9] is dan onderweg naar het vliegveld van Warschau. Om 19.05 uur belt [betrokkene 9] naar [medeverdachte 12], [betrokkene 9] bevindt zich dan op Schiphol. [medeverdachte 12] maakt op dat moment gebruik van een basisstation Amsteldijk 35 Amsterdam. Later om 20.07 uur maakt [betrokkene 9] ook gebruik van het basisstation Amsteldijk 35 Amsterdam. [betrokkene 9] heeft verklaard dat hij vanuit Warschau terug kwam naar Nederland omdat Mono had gezegd dat pas op maandag de controle van de cocaïne kon worden uitgevoerd.35 Zaterdag 14 februari 2009 belt [betrokkene 9] om 10.41 uur met [medeverdachte 12], die zich dan blijkens de mastlocatiegegevens in Nieuwegein bevindt. Ook om 17.43 uur belt [betrokkene 9] met [medeverdachte 12], die zich inmiddels blijkens de mastlocatiegegevens in Amsterdam bevindt. Een dag later, 15 februari 2009, belt [betrokkene 9] om 11.15 uur met [medeverdachte 12]. Om 16.35 uur belt [betrokkene 9] naar Mono. Maandag 16 februari 2009 maken de telefoons van [medeverdachte 12], [betrokkene 9] en [medeverdachte 10] rond 16.00 uur gebruik van hetzelfde basisstation in Amsterdam.36 Omstreeks 17.36 uur stuurt verdachte een SMS-bericht naar [medeverdachte 2] met de inhoud dat hij gehoord heeft dat 'de turk' naar zijn vrienden gaat.37 [medeverdachte 2] zendt daarop een SMS-bericht naar verdachte waarin sprake is van geld naar de grens brengen en de mededeling dat 'more people go see this tomorrow'. Dezelfde avond omstreeks 19.00 uur vertrekt [betrokkene 9] naar Warschau. Dit blijkt uit vluchtgegevens en uit het feit dat [betrokkene 9] om 18.50 uur vanaf Schiphol belt naar Mono.38 Na aankomst in Warschau belt [betrokkene 9] naar Mono en tweemaal naar [medeverdachte 12].39 Ook nu verblijft [betrokkene 9] in het Holiday Inn hotel alwaar hij contact heeft met Mono.40 Op 18 februari 2009 vindt er in Polen een 'kijkdag' plaats ter inspectie van de te verhandelen cocaïne. Om 01.13 uur op 18 februari 2009 belt [betrokkene 9] naar [medeverdachte 12] die zich blijkens de mastlocatiegegevens dan in Nieuwegein bevindt.41 Op 18 februari 2009 omstreeks 11.01 uur is de inspectie van de cocaïne.42 Om 12.31 uur belt [medeverdachte 2] naar verdachte, er wordt gezegd door [medeverdachte 2] 'the man is for displaying', verdachte zegt 'he cannot call to him but the otherone must call to him' en 'you know about the transport?'
  8. Om 12.32 uur en 12:33 uur belt [medeverdachte 12] naar [betrokkene 9] en om 12.33 uur belt [betrokkene 9] naar [medeverdachte 12].44 [medeverdachte 12] bevindt zich dan in Nieuwegein. Ook om 14.06 uur is er contact tussen [medeverdachte 12] en [betrokkene 9].45 Tussen 14.25 en
  9. 35 uur is er SMS-contact tussen verdachte en [medeverdachte 10]. Vervolgens wordt [betrokkene 9] gebeld door [medeverdachte 12], die zich dan blijkens de mastlocatiegegevens in Amsterdam bevindt, om 14.46 uur.46 Om 14.57 uur is geobserveerd dat verdachte, [medeverdachte 11] contact hebben met [medeverdachte 10] in café Nieuwendijk te Amsterdam.47 Duidelijk is geworden dat de chauffeurs die in Polen waren niet in contact konden komen met Mono. Verdachte heeft om 17.03 uur contact met [medeverdachte 2] en meldt dat de telefoon uit is. [medeverdachte 2] geeft aan dat verdachte hem 20 minuten moeten geven. Om 17.13 uur belt [medeverdachte 2] naar Mono. Tussen 17.15 en 17.20 uur vindt dan SMS-verkeer plaats tussen [medeverdachte 10] en verdachte. Vervolgens is er tussen 17.21 uur en 17.32 uur SMS-verkeer tussen [medeverdachte 12], die zich dan blijkens de mastlocatiegegevens in Amsterdam bevindt en [betrokkene 9].48 Om 18.13 uur vraagt [medeverdachte 2] aan verdachte om een naam. Om 18.19 uur stuurt verdachte aan [medeverdachte 2] een SMS-bericht met de inhoud 'name Ziggy'
  10. Om 18.22 uur wordt [medeverdachte 12] gebeld door [betrokkene 9].50 [betrokkene 9] heeft verklaard dat hij zich tussen 19.22 en 22.08 uur bevond in een restaurant in gezelschap van de chauffeurs [betrokkene 11] (Ziggy) en [betrokkene 12] en Mono. In een telefoongesprek tussen verdachte en [medeverdachte 2] om 20.34 uur zegt verdachte als [medeverdachte 2] tegen hem zegt "de vriend van jou is nu samen met mijn vriend": "Ik weet het al, ze hebben elkaar al gezien, ik weet het al. De Turk sprak al met hem.".51 Om 22.20 uur is er telefonisch contact tussen [betrokkene 9] en [medeverdachte 12]. [betrokkene 9] geeft aan 'die vrienden van je lekker eten gegeven, ze hadden honger. (...) ik heb ook de situatie helemaal goed uitgelegd'. Vijf minuten na het contact tussen [medeverdachte 12] en [betrokkene 9] vindt er een reeks SMS-contacten plaats tussen verdachte en [medeverdachte 10].52 Op 19 februari 2009 om 00.27 uur vindt er telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 12] (P) en [betrokkene 9] (T)53: T: (...) Ik heb net een gesprek gehad eh we hebben twee plekjes. (...) T: Het is dan de bedoeling om het gelijk aankijken, betalen eh alleen eh, ik weet dan niet of dat ook gelijk betekent, dat wij na één uur gelijk sleutels krijgen en gang kunnen gaan P: Ja, ja (...) P: Ja maar hoor dan. Je moet ook heel strak tegen ze zijn. Je moet zeggen: 'Luister, jullie hebben dingen wat je eigenlijk nooit doet. Weet je dat je eerst papieren eh ondertekent en eh afgeeft. Weet je! T: Hum, hum. P: Dan moet je ook gewoon heel strak zeggen: 'Zo gaat het gewoon natuurlijk niet.' Weet je! (...) P: Ja maar weet je wat het is, kijk voor hem is heel belangrijk, hij zegt van: 'Luister, daar heb ik voor betaald en waarom krijg ik het nu niet', weet je? Snap je wat ik bedoel en dat is gewoon het hele rare en dat brengt een beetje die hoe heet het? Ik zal je echt zeggen, wij houden hem hier rustig, he! T: Ja hou maar rustig, geloof maar op mijn woord. Hou maar rustig. Rustig houden. (...) P: Doe voorzichtig he! T: Ja. P: Voorzichtig. T: Ja. P: Oke toe. Doei doe. Op 19 februari 2009 wordt [medeverdachte 12] om 13.20 uur gebeld door [betrokkene 9]. Om 13.45 uur is er contact tussen [betrokkene 9] en chauffeur [betrokkene 11].54 Om 16.11 uur stuurt [medeverdachte 12] een SMS-bericht naar [betrokkene 9].55 Op 19 februari 2009 vanaf 19.00 uur tracht [medeverdachte 12] meermalen [betrokkene 9] te bereiken.56 [betrokkene 9] is niet meer bereikbaar omdat in Polen verdachten waaronder [betrokkene 9] zijn aangehouden door de Poolse autoriteiten. Op 19 februari 2009 is [betrokkene 9] aangehouden in het gezelschap van de chauffeurs [betrokkene 11] en [betrokkene 12].57 Tevens wordt ongeveer 1.000 kg cocaïne in beslaggenomen.58 Bewijsoverweging ten aanzien van feit 1 Op grond van de redengevende feiten en omstandigheden komt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van voorbereidingshandelingen met betrekking tot de aankoop van cocaïne in Polen, en derhalve aan het medeplegen van voorbereidingshandeling als bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet. Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van de hiervoor opgesomde bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien genoegzaam worden afgeleid dat zowel verdachte als [medeverdachte 2] in de periode vanaf eind november 2008 tot 19 februari 2009 intensief hebben samengewerkt ter voorbereiding van een cocaïnedeal. De gesprekken die zij hebben gevoerd kunnen niet anders dan in het licht van de later in Polen aangetroffen cocaïne worden geduid. Daarbij betrekt de rechtbank dat de gesprekken geen duidelijke gespreksonderwerpen hadden behalve voor het maken van afspraken, dat afspraken werden gemaakt op locaties, die op een versluierde manier aan elkaar werden doorgegeven, dat verdachte en [medeverdachte 2] van verschillende telefoons gebruik maakten, dat voor relatief kortdurende afspraken naar Amsterdam werd gereden, dat gebleken is dat [medeverdachte 2] contact heeft gehad, zowel in Amsterdam als in Warschau, met de later in Polen aangehouden [betrokkene 10] en met Mono, dat [medeverdachte 2] op 11 februari 2009 om 00.24 uur een lang telefoongesprek had met deze [betrokkene 10] in versluierd taalgebruik, dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] op 13 februari naar Warschau zijn gegaan, alwaar [medeverdachte 2] contact had met [betrokkene 10] en Mono, dat verdachte de naam van de chauffeur in Polen (Ziggy) per sms op 18 februari 2009 aan [medeverdachte 2] heeft doorgeven, dat er intensief telefoon- en sms-verkeer plaatsvond op 18 februari 2009, de kijkdag, tussen verschillende medeverdachten en - via [medeverdachte 12] - met [betrokkene 9], die in Polen de cocaïne inspecteerde en - tot slot - dat er op 19 februari 2009 een partij cocaïne werd in beslag genomen in Polen. Daarbij komt dat verdachte gedurende het onderzoek niet heeft willen verklaren. Hij heeft zich ten aanzien van zaaksdossier 1 steeds op zijn zwijgrecht beroepen. Volgens vaste jurisprudentie kan de omstandigheid dat een verdachte weigert een verklaring af te leggen of een bepaalde vraag te beantwoorden op zichzelf niet bijdragen tot het bewijs (HR 10 november 1998, NJ 1999/139), maar een rechter mag wel - indien een verdachte voor een omstandigheid die op zichzelf of in samenhang met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen beschouwd redengevend moet worden geacht voor het bewijs van het aan hem ten laste gelegde feit, geen redelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring heeft gegeven - zulks in zijn overwegingen omtrent het bezigde bewijsmateriaal betrekken (HR 15 juni 2004, NJ 2004/464; EHRM 8 februari 1996, NJ 1996/725 Mur[betrokkene 13] tegen het Verenigd Koninkrijk). Onlangs heeft de Hoge Raad in zijn arrest van 5 juni 2012 (LJN BW7372, NJ 2012/369) overwogen dat de stelling dat zulks alleen mag indien sprake is van een 'formidable case' geen steun vindt in het recht. Tot slot merkt de rechtbank op dat, hoewel het er alle schijn van heeft dat de voorbereidingshandelingen gericht waren op de invoer van cocaïne in Nederland, hiervoor geen wettig bewijs is. Weliswaar was de beoogde afnemer gevestigd in Nederland, doch dit brengt niet noodzakelijkerwijs met zich dat de cocaïne ook bestemd was voor Nederland. Niet valt uit te sluiten dat de Nederlandse afnemer de intentie had de cocaïne elders dan in Nederland verder te verhandelen. Voor een bewezenverklaring voor voorbereidingshandelingen, zoals bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet, maakt zulks echter niet uit, aangezien ook voorbereidingshandelingen voor vervoeren van cocaïne in het buitenland valt onder artikel 10a van de Opiumwet (zie onder meer HR 19 juni 2007, NJ 2007, 364). Ten aanzien van feit 2 [zaaksdossier 03: Uitvoer ongeveer 30.000 pillen MDMA naar Litouwen] 9 januari 2004 Om 19.31 uur belt medeverdachte [medeverdachte 3] (hierna te noemen: [medeverdachte 3]) (T) met verdachte (F). Dit gesprek houdt onder meer het volgende in: T: He, ehh [verdachte], heb jij die gozer met die vonger nog gezien of niet? F: Ja. T: Oh. Heb je het geregeld?. F: Ik spreek hem van het weekend, na het weekend komt ie weer terug.59 Blijkens HKS gegevens heeft [betrokkene 13] een litteken aan zijn linkerhand.60 12 januari 2004 Om 18.51 uur stuurt [betrokkene 1] een sms-bericht aan [medeverdachte 3], met de volgende inhoud: "Hallo mijn vriend, ik kan dinsdag komen. Misschien kun je 20 visse-eieren regelen. Misschien kan je rode vriend me ontmoeten".61 Om 18.54 uur stuurt [betrokkene 1] een sms-bericht aan verdachte, met de volgende inhoud: "Het zal 15 januari zijn, ik kan in je land (?) zijn." 62 Omtrent bovengenoemde berichten heeft [medeverdachte 3] verklaard dat als [betrokkene 1] het over 20 eieren heeft, hij 20.000 xtc-pillen in gedachten heeft en dat hij [betrokkene 1] heeft teruggebeld en gezegd dat de datum 15 januari 2004 goed is.63 Om 21.36 uur belt verdachte naar [medeverdachte 3]. Dit gesprek houdt onder meer het volgende in: T: Ja hallo? F: Waarom heb je dat Hollandse nummer niet aan? T: Nou die heb ik niet aan. F: Waarom niet? T: Daar heb ik toch geen kaart meer van.(...) T: Ga je naar [medeverdachte 9] toe? F: Nee ik ga nou effe langs die jongen. T: Oh. F: Daarom. T: Ehh, moet ik mee? F: Nou ja dat is makkelijker voor je. Dan weet je het meteen. T: Dan kom ik effe naar je toe. Goed? F: Goed. Hoi. T: Oké ik ben er binnen tien minuten."64 [medeverdachte 3] heeft hierover het volgende over verklaard dat verdachte hem tijdens dit gesprek heeft aangeboden om bij [betrokkene 13] of [betrokkene 13] langs te gaan in verband met XTC. 65 14 januari 2004 Op 14 januari om 16.34 uur belt verdachte (X) naar [betrokkene 1] (T). Dat gesprek houdt onder meer het volgende in: X: Hoe laat kom je? T: Weet je, ik kan niet gaan omdat, ik problemen heb aan deze grens, mijn vrienden in aantocht, hij komt per schip, weet je. X: Morgenavond, laat? T: Niet laat, 7 uur, weet je, want hij rijdt direct naar je toe, omdat zijn andere auto volgt, weet je. X: Hij weet waar hij naartoe moet komen? T: Ja, ja, ja. X: Ja? T: Ja. X: Ga je hem geld geven? T: Ja, ja, alles. X: Okay. Dan is het goed. T: Alles mijn vriend, wat denk je.66 Hieromtrent heeft [medeverdachte 3] verklaard dat hij [betrokkene 1] had gebeld om te vragen wanneer hij precies op de 15e januari naar Nederland kwam want [medeverdachte 3] moest de overhandiging van de pillen organiseren.67 15 januari 2004 Op 15 januari 2004 om 11:58 uur stuurt verdachte een sms-bericht aan [betrokkene 1] met de volgende inhoud: "[betrokkene 1], we hebben 30 zacht gekookte eieren".68 Hieromtrent heeft [medeverdachte 3] verklaard dat hij hierbij 30.000 XTC-pillen in gedachten heeft, omdat [betrokkene 13] hem 10.000 pillen meer heeft gegeven dan hij had besteld en dat [betrokkene 1] hem vervolgens heeft geantwoord dat dat goed is.69 Op 15 januari 2004 wordt de auto van [betrokkene 14] bij het afrijden van de veerboot door de douane in Duitsland gecontroleerd en in zijn auto wordt een verborgen ruimte aangetroffen. Uit de passagierslijst blijk dat [betrokkene 2], rijdend in een Alfa Romeo, kenteken [KENTEKEN 1], op dezelfde boot zit.70 Om 14.43 hebben verdachte en [medeverdachte 3] telefonisch contact. Dit gesprek houdt onder meer het volgende in. F: Waar zit je nou?(...) F: Oh, ja, want je had met die jongen afgesproken. Die komt straks.71 [medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij dacht dat het hier om [betrokkene 13] of [betrokkene 13] ging.72 In de telefoon van [medeverdachte 3] is onder de letter R het telefoonnummer [...2235] vermeld. Dit telefoonnummer behoort aan [betrokkene 13].73 Om 21.28 uur belt [medeverdachte 3] (X) naar [betrokkene 1] (T). Dit gesprek houdt onder meer het volgende in. X: [betrokkene 1], weet je wanneer mensen is hier? T: Wat? Wat? X: Wanneer mensen is hier, dan is deze jongen hier, in de avond? T: Wacht een paar minuten, ik zend je een bericht. X: Okay. En van de andere auto. T: Morgen 7 uur. X: Is hier. T: Ja, ja hij is hier. X: Zeker, omdat nu... T: Ja, ja, zeker. X: Okay. T: Ja, ja, zeker. X: Morgenavond 7 uur is hij op deze plek. T: Ja, ja. X: Waar we eerder zijn? T: Hij zal naar deze plek komen, omdat mijn vriend, hij zal deze plaats [medeverdachte 3]en. X: Okay, goed.74 Hieromtrent heeft [medeverdachte 3] het navolgende verklaard: [betrokkene 1] heeft gezegd dat [betrokkene 2] komt, het geld overhandigt en dat hij terug gaat naar vrienden in Duitsland, want er hoeft niet op de tweede auto gewacht te worden. Later zou, zoals ik begrepen heb, een andere auto komen die de pillen zou ophalen. (...) Nog steeds diezelfde dag om 20.15 uur heef hij mij terug gebeld en gezegd dat hij een auto gestuurd heeft die ook gepland was om de pillen op te halen, daarom komt [betrokkene 2] met een vriend morgen om 7 uur in de avond. 75 Om 23.33 uur belt verdachte naar [medeverdachte 3]. Dit gesprek houdt onder meer het volgende in: T: Nou, moet je luisteren, die boot. F: Ik ben bij [medeverdachte 9]. T: Oh die boot heeft vertraging vanwege het stormweer. (...) F: Ken jij die rooie te pakken krijgen? T: Nee dat heb ik net gedaan. F: Hè? T: Nee, nee, die krijg ik niet te pakken. F: Oh. T: Nee, dus het wordt wel... ([verdachte] onderbreekt) F: Ik zie je morgen wel, het maakt mij geen bal uit. T: Ja euhh, en anders kom ik wel langs als hij er is. F: Nee man, morgen is ook goed joh."76 16 januari 2004 Op 16 januari 2004 om 01.19 uur (Nederlandse tijd77) belt [medeverdachte 3] (X) naar [betrokkene 1] (T). Dit gesprek houdt onder meer het volgende in. T: Hallo, hallo. X: Ja, [betrokkene 1], jij....hotel Paradise. T: Weet je, hij is niet ver van deze "Rado" bank. Weet je bank? Rado, Rado, Radobank. X: Ja, dan kunnen we naar deze Shell tankstation rijden, ik ken deze Paradise niet erg goed. T: Ken je niet? X: Nee. T: Weet je, weet je, hij rijdt ik vertelde hem waar hij moest rijden, weet je. Maar hij...zoals de laatste keer, weet je, omdat het moeilijk is, weet je, alles te vinden. X: Ja. T: Hij belt me elke keer, ik vertelde met hem een half uur geleden, weet je,Ik praat met hem en ik probeer het hem uit te leggen, maar hij zegt tegen me, weet je, het is moeilijk te vinden. Begrijp je dat? X: Ja, maar ik ken geen hotel Paradise. T: Je kent het niet? Maar Radobank, bank, bank, bank. X: Ja, dat weet ik. T: Weet je die? X: Ja, Radobank. T: Radobank, hij kan komen. Het is niet ver van hotel Paradise, weet je. Het is niet ver weg, hij belt me te zeggen, jij belt mij, ik was aan het praten op een andere lijn, weet je, met hem, en hij probeert me uit te leggen dat hij 3 of 5 minuten van, weet je, verweg van deze Radobank. Hij komt naar deze Radobank. X: Okay, bel hem, laat hem naar de Radobank rijden. T: Okay,okay, ik ben nu direct aan het bellen, weet je. En hij wacht op jou, weet je dat hij met zwart auto "Alfa Romeo", weet je? X: Ja,ja, okay. T: Je gaat alleen en pikt geld op en vertel morgen, weet je. X: Ja, okay, goed. T: Okay, okay, omdat hij rijdt met geld. X: Okay, goed. T: Ja, rij naar de bank Rado. X: Okay. T: Hij wacht op je. X: Okay. Dag. T: Okay, dag.78 Om 01.42 uur (Nederlandse tijd) stuurt [betrokkene 1] een sms-bericht aan [medeverdachte 3], met de volgende inhoud: Lange "njuvstrat". Voor de bank klok.79 Door het observatieteam werd vanaf 15 januari 2004 te 22.15 uur tot 16 januari 2004 te 02.00 uur, een observatie verricht. Daarbij werd het volgende waargenomen: 01.38 uur: De Alfa Romeo, type 164 zwart, met het Litouwse kenteken [KENTEKEN 1], komt weer terug naar de parkeerplaats bij de Rabobank aan de Lange Nieuwstraat te IJmuiden en wordt geparkeerd. 01.40 uur: Een Audi 80, kenteken [KENTEKEN 2], kleur zilvergrijs, rijdt over de Lange Nieuwstraat in IJmuiden. 01.42 uur: De Audi 80 wordt geparkeerd bij de Rabobank in de Lange Nieuwstraat te IJmuiden. 01.43 uur: Een man stapt uit de zilvergrijze Audi 80 met het kenteken [KENTEKEN 2]. Op basis van de aan het tactische team ter beschikking gestelde foto wordt de man herkend als An[medeverdachte 3]ius Lodevicus [MEDEVERDACHTE 3], geboren op 1 maart
  11. 01.44 uur: [medeverdachte 3] loopt in de richting van de Alfa Romeo, type 80, met het kenteken [KENTEKEN 1] en maakt contact met de bestuurder van de Alfa Romeo. De bestuurder van de zwarte Alfa Romeo, kenteken [KENTEKEN 1] geeft iets aan [medeverdachte 3]. [medeverdachte 3] maakt een beweging alsof hij geld aan het tellen is en gaat terug naar de Audi 80 met het kenteken [KENTEKEN 2]. 01.46 uur: De zilvergrijze Audi 80 met het kenteken [KENTEKEN 2] vertrekt en dan vertrekt de zwartkleurige Alfa Romeo, type 164, met het kenteken [KENTEKEN 1], eveneens. 01.50 uur: De zilvergrijze Audi 80, kenteken [KENTEKEN 2] wordt geparkeerd in de [straat] te IJmuiden, ter hoogte van perceel nummer [nummer]. 01.52 uur: [medeverdachte 3] zit in de woning [woning] te IJmuiden.80 Om 01.50 uur (Nederlandse tijd) stuurt [betrokkene 2] een sms aan [betrokkene 1] met de volgende inhoud: Ik heb geld gegeven die plaats heb ik gevonden waar wij de vorige keer hebben gestaan.81 Hieromtrent heeft [medeverdachte 3] verklaard:"Ik heb [betrokkene 2] in een Alfa Romeo gevonden op de Lange Nieuwstraat in IJmuiden. Hij heeft aan mij 7000 euro gegeven. Het gekregen geld heb ik naar [verdachte] [verdachte] gebracht." 82 Om 11.25 uur belt [medeverdachte 3] naar verdachte. Dit gesprek houdt onder meer het volgende in: F: Waar ben je? T: Bij Hamburg. F: Bij Hamburg. T: Ja [medeverdachte 9] heb die alles hè, [medeverdachte 9]. F: Maar ga jij nou al weg jij? T: Ja ik moet weg (...). T: Ja maar alles is bij [medeverdachte 9] hè. F: Ja, ja, dat begrijp ik wel."83 [medeverdachte 3] heeft hierover verklaard: "[medeverdachte 9] is een vriend van [verdachte]. [verdachte] [verdachte] was de contactpersoon tussen mij en [betrokkene 13]. [verdachte] was aanwezig gedurende de hele deal. [verdachte] heeft 7.000 euro gekregen en dat was bedoeld om XTC-pillen te kopen."84 17 januari 2004 Om 14.55 uur belt [medeverdachte 6] (K) naar [medeverdachte 3] (T). Dit gesprek houdt onder meer het volgende in. K: Nou ik heb d'r van zevenen tot half twaalf gestaan maar ik heb niemand gezien hoor. T: Zijn zij niet gekomen? K: Nee..85 Om 14.57 uur belt [medeverdachte 3] (X) naar [betrokkene 1] (T). Dit gesprek houdt onder meer het volgende in. X: Hai [betrokkene 1], waar zijn de mensen? T: Ik weet het niet. Je vriend is niet gekomen, hij is gekomen en hij heeft gewacht. Hij kwam naar Klaipèda, niet? X: Ja, hij...mijn vriend stond er van 7 uur tot 12 uur en niemand is gekomen.... T: Misschien komen ze naar de verkeerde plaats, ik weet niet, omdat ze komen.... (...) X: ja ik moet mijn vriend bellen want hij moet nieuwe dingen organiseren.86 Om 14.58 uur belt [medeverdachte 3] (T) naar [medeverdachte 6] (K). Dit gesprek houdt onder meer het volgende in. T: Ja [medeverdachte 6] met mij. Nou zij hebben op de verkeerde plaats gestaan. K: Ja. T: Ja jongen, nou jij wil alleen praten, niet over de euhhhh telefoon weet je wel. K: Ja. T: Hij zegt....praten wel als we in Klaipèda ben. Maar dat is pas om een uur of zes, half zeven. Weet je wel dat is half acht in Nederland. Hoe laat moet jij weg? K: Ik ga zo weg. T: Hé geef die gozer dan mijn telefoonnummer. K: Dat heeft die al. Dat heb ik al geregeld.87 Hieromtrent heeft [medeverdachte 3] verklaard dat hij tegen [medeverdachte 6] heeft gezegd dat de Litouwers aan de andere kant van de afgesproken plaats hebben gestaan, dat [medeverdachte 6] tegen hem heeft gezegd dat hij de pillen aan een andere persoon heeft overhandigd en dat die zijn telefoonnummer heeft gekregen voor het onderhouden van het verdere contact en dat [medeverdachte 6] hem later heeft gebeld en hem heeft gevraagd of hij [betrokkene 15] had bereikt in verband met de vragen over het overhandigen van de pillen en dat hij heeft gezegd dat hij [betrokkene 15] gaat bellen als hij alles heeft afgesproken met de Litouwers.88 19 januari 2004 Om 21.31 belt [medeverdachte 3] (T) met [betrokkene 15] (D)
  12. Dit gesprek houdt onder meer het volgende in: T: ze komen morgenavond tussen 6 en
  13. Is dat goed? D: Ja dat os goed T: Bij de pont weet je wel D: Ja precies. Wat we afgesproken hebben.90 20 januari 2004 Op 20 januari 2004 vindt tussen 17.58 uur en 23.00 uur een observatie plaats. Daarbij werd onder meer waargenomen dat rond 18.07 uur een Alfa Romeo, met kenteken [KENTEKEN 1] een aan Seat Toledo met Duits kenteken worden geparkeerd op de parkeerplaats bij de pont te IJmuiden, dat de bestuurder van deze auto [betrokkene 2] betreft, dat rond 18.11 uur een Opel dezelfde parkeerplaats op rijdt, dat een blanke man uit de Opel en contact maakt met [betrokkene 2], dat nadat er heel even met elkaar is gesproken de Opel vertrekt met een man als bestuurder en dat rond 18.34 uur [betrokkene 2] naar de Alfa Romeo loopt en instapt en dat een ander man in de Seat Toleda stapt. Beide auto's worden gevolgd tot in Duitsland.91 Om 19.15 uur belt [betrokkene 15] (D) met [medeverdachte 3] (T). Dat gesprek houdt onder meer in: T: Ja [betrokkene 15], met mij. Ze staan eehh D: Je het is al geregeld. Het is al geregeld. (..) T: Oke jongen/ Dat is fantastisch. D: Alles is rond.92 Om 19.16 uur belt verdachte (X) met [betrokkene 1] en zegt tegen hem dat alles okay is.93 [betrokkene 15] heeft tegenover de politie verklaard dat in januari 2004 [medeverdachte 6] hem heeft gevraagd of hij een tas kon wegbrengen, dat hij daarmee heeft ingestemd, dat hij vervolgens een tas kreeg met daarin een dicht getapet pakket, dat hij niet wist wat daarin zat, maar het uiteraard geen legale goederen waren, dat hij later werd gebeld door [medeverdachte 3] dat hij de tas moest brengen naar de parkeerplaats bij de pont te IJmuiden, dat hij met zijn auto van het merk Opel is gereden naar de genoemde parkeerplaats en daar de tas met inhoud aan een man heeft gegeven. 94 26 januari 2004 Op 26 januari 2004 werd de personenauto Alfa Romeo, met kenteken [KENTEKEN 1] aan getroffen in het district Kaunas in Litouwen. De chauffeur [betrokkene 2] en de passagier [betrokkene 1] werden aangehouden. In de auto werden pillen gevonden.95 Uit het proces-verbaal conclusie van deskundigen van het crimineel onderzoekscentrum in Litouwen van 27 januari 2004 is gebleken dat de op 26 januari 2004 in de Alfa Romeo, met kenteken [KENTEKEN 1] aangetroffen pillen MDMA bevatten. Het totaal aantal pillen bedroeg 30.720.96 Op 1 december 2009 om 19.33 uur vindt een gesprek plaats tussen [medeverdachte 4] (B) en verdachte (F), waarbij ook [betrokkene 13] aanwezig is. Dit gesprek houdt onder meer het volgende in: "[medeverdachte 4]: Jij zit er niet meer in, in die handel? [verdachte]: Ja, niet in die auto [medeverdachte 4], effe, doen we buiten straks, goed? [medeverdachte 4]: hè? [verdachte]: Praten buiten [medeverdachte 4]: dat is een paar jaartjes geleden [betrokkene 13] (fon) [betrokkene 13]: ja, [verdachte]: ja ...... Hoe lang heb je binnen gezeten? [betrokkene 13]: alles bij elkaar met bandje erbij ben ik vanaf juni weer buiten, Vanaf
  14. Tot juni dit jaar. [verdachte]: dat is drie jaar. [betrokkene 13]: ja 32 maanden [verdachte]: Gelukkig is van [medeverdachte 3] van de baan geveegd bij hem, anders had ie nog meer gekregen. [betrokkene 13]: ehhja, dat is van de baan geveegd. Ze wilden me export naar Litouwen helemaal ntv [verdachte]: vieze tyfuslijer. [betrokkene 13]: en over hém steeds vragen ... ja maar we weten heus wel wat daar .. Ik zeg. Jongens waar heb je het over? Ja ... [medeverdachte 4]: Ken Je nagaan dat toch je naam vaak genoemd is [verdachte] ook he. [verdachte]: Ja hij woont in een mooi huis en jij zit vast. [betrokkene 13]: Heb je geen wrok en wil je niet parten.... [medeverdachte 4]: Dat ze dat ook allemaal weet. [betrokkene 13]: Ja, wat denk je dat die [medeverdachte 3] allemaal gezegd heeft jongen, dat wil je niet weten. [verdachte]: Vieze tyfuslijer."97 Bewijsoverweging ten aanzien van feit 2 Gelet op bovengenoemde tapgesprekken en observaties in samenhang met de door [medeverdachte 3] in Litouwen afgelegde verklaringen, die nauw aansluiten bij de inhoud van de tapgesprekken en de observaties - in tegenstelling tot de verklaring die [medeverdachte 3] op 23 april 2007 bij de rechter-commissaris heeft afgelegd - en de verklaringen van [betrokkene 13] is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte in januari 2004 zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de uitvoer van 30.000 XTC-pillen. Het door de verdediging gedane beroep op de uitspraak van het EHRM van 10 juli 2012 (Vidgen v The Netherlands) gaat naar het oordeel van de rechtbank niet op, nu de bewezenverklaring van bovengenoemde feit niet uitsluitend of in doorslaggevende mate (de 'sole or decisive-rule') is gebaseerd op de verklaringen van [medeverdachte 3], afgelegd in Litouwen. Ten aanzien van feit 4 [Zaaksdossier 04 J: Uitvoer van 43 kilo amfetamine naar Duitsland door [betrokkene 3] en [betrokkene 4] en [betrokkene 6]] In de periode 2 oktober 2008 - 26 april 2010 heeft het onderzoeksteam Vista 23 bezoeken van [betrokkene 3], die door verdachte ook wel "Idiotka" werd genoemd, vaak samen met zijn zoon [betrokkene 3] aan verdachte in Nederland waargenomen. Deze bezoeken aan verdachte duren vaak niet langer dan enkele minuten. Indien [betrokkene 3] in Nederland is neemt hij met regelmaat via een telefooncel contact op met verdachte.98 [medeverdachte 13] heeft verklaard dat [betrokkene 3] en verdachte over en weer grote geldbedragen uitwisselden, van wel 20.000 - 50.000 euro.99 7 februari 2010: Op 7 februari 2010 om 20.46 uur ontvangt verdachte van [medeverdachte 14] een sms-bericht, onder meer inhoudende: "Idiotka come dinsdah to u. If its ok."100 Verdachte heeft ter zitting hierover het volgende verklaard: "[betrokkene 4] en [betrokkene 3] kwamen naar mij toe op een dinsdag. Zij waren met vrienden en een vriend had een auto, een BMW, die iets mankeerde. Zij vroegen of zij mijn garage konden gebruiken. Ze vroegen of het dan bij [medeverdachte 4] kon. Ik heb toen gezegd dat ik het aan hem zou vragen. De reparatie mocht uiteindelijk bij mijn broer plaatsvinden. De andere dag reed ik naar het pakhuis van mijn broer. [medeverdachte 4] was er niet, maar kwam later. De jongens waren er toen nog niet met de auto. [medeverdachte 4] belde mij later op en zei dat hij nog op kantoor zat. Ik vroeg hem nog naar de jongens. [medeverdachte 4] zei toen dat ze nog bezig waren."101 11 februari 2010: Op 11 februari 2010 om 12.11 uur belt verdachte naar [medeverdachte 4]. Dit gesprek houdt onder meer het volgende in: "B: Ja hallo F: Ja ik sta bij je maar je bent er niet B: ik kom eraan F: Ik sta bij [betrokkene 16] B: Ik kom eraan." 102 Blijkens inlichtingen van de Kamer van Koophandel is [medeverdachte 4] samen met [betrokkene 16] betrokken bij het bedrijf [bedrijf 1]' gevestigd te IJmuiden in de Vissershavenstraat.103 Om 12.05 wordt een BMW voorzien met het Duitse kenteken [KENTEKEN 3] (hierna: de BMW) geparkeerd aan de Burgemeester Engelbertsstraat in Zandvoort. De bestuurder, [betrokkene 6], stapt om 12:12 uur uit en loopt richting de supermarkt Dirk van den Broek. Om 12.16 uur schudt [betrokkene 3] de hand van [betrokkene 6] en stapt als bestuurder in de BMW. [betrokkene 6] neemt als passagier in de BMW plaats. Om 12.38 arriveren zij bij Grand Café La Belle in IJmuiden. [betrokkene 6] stapt uit en [betrokkene 3] vertrekt met de BMW. Om 12.48 uur komt [betrokkene 3] met de BMW aan bij [bedrijf 1] aan de Vissershavenstraat in IJmuiden, rijdt richting de roldeur van [bedrijf 1] en verdwijnt uit beeld van de observant. De blauwe Mercedes van [medeverdachte 4]. staat dan op dat moment voor de deur van [bedrijf 1]. Om 13.19 uur komen [medeverdachte 4]. en [betrokkene 16] uit [bedrijf 1]. [betrokkene 16] sluit de roldeur af.104 Om 13.37 uur belt verdachte (F) naar [medeverdachte 4]. (B). Dit gesprek houdt onder meer het volgende in: "F: ga je zo naar huis of niet? B: wat dan? F: weet ik veel, ik dacht misschien ben je klaar al? B: nee, ik zit nog met [betrokkene 16] een beetje te praten hiero. F: ok B: zo meteen dan ga ik weg, dan ga ik naar huis F: ok, zijn die jongens al weg? B: nee, nog niet, alleen [betrokkene 16] is hier nog."105 Om 15.10 uur rijdt voornoemde BMW op de Vissershavenstraat te IJmuiden. Om 15.15 uur parkeert [betrokkene 3] de BMW bij Grand Café La Belle en gaat naar binnen. Om 15.30 uur stapt [betrokkene 6] in de BMW [KENTEKEN 3] en rijdt naar Driehuis en stopt op de Da Costalaan. Vervolgens stapt hij uit en opent de kofferbak. In de kofferbak liggen een zwarte sporttas en een vuilniszak. [betrokkene 6] opent de motorkap van de BMW en doet deze op een gegeven moment weer dicht en rijdt weg. Om 18.20 uur rijdt hij de grensovergang de Lutte over naar Duitsland en wordt staande gehouden door de Duitse politie. De BMW is tussen 15.10 en 18.20 uur constant onder observatie geweest.106 Bij de controle door de Duitse douane bleek dat in de kofferruimte van de auto twee kartonnen dozen stonden met inhoud in totaal 41 kilo amfetamine. Bij nadere controle bleek dat er in de wielkast aan de linker voorzijde nog ongeveer 5 kilo amfetamine was verstopt.107 [betrokkene 6] heeft tegenover de Duitse politie onder meer het volgende verklaard: dat [betrokkene 4] hem in december 2009 had gevraagd om 180 kilo cocaïne van Frankrijk naar Nederland te brengen waar hij €30.000,- mee kon verdienen; dat hij dat niet wilde doen; dat hij begin januari 2010 ineens kreeg te horen dat hij de € 2500,- voor een auto, die hij in december 2009 op aanbetaling van ene Mats had gekocht, aan [betrokkene 3] moest betalen; dat hij kon kiezen, of betalen of 2 kilo 'Gras' uit Holland halen; dat hij op 11 februari 2010 in zijn BMW samen met [betrokkene 4] naar IJmuiden is gereden; dat [betrokkene 4] handschoenen droeg; dat [betrokkene 4] hem afzette bij 'La Belle' en weg reed met de BMW; dat [betrokkene 4] bijna drie uur wegbleef; dat hij dacht dat er 2 kilo marihuana in de auto zou liggen. 108 dat toen hij naar Holland reed er in de kofferbak van zijn auto slechts kleding en gereedschap lag; dat toen hij het restaurant in IJmuiden verliet, zag dat er twee kartonnen dozen in de kofferbak stonden. 109 Bewijsoverweging ten aanzien van feit 4 Op grond van de redengevende feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang beschouwd komt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte zich op 11 februari 2010 heeft schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan het amfetaminetransport naar Duitsland van die dag. De rechtbank overweegt daartoe het volgende. Op grond van de inhoud van bovengenoemde tapgesprekken, de observaties en het aantreffen van de amfetamine in de BMW van [betrokkene 6] in Duitsland kan worden geconcludeerd dat de loods van [bedrijf 1] op 11 februari 2010 is gebruikt voor het inladen en inbouwen van amfetamine in de BMW. In dit verband weegt de rechtbank mee dat de BMW van [betrokkene 6] was, dat [betrokkene 6] heeft verklaard dat in kofferbak van de BMW slechts kleding en gereedschap lag toen hij naar Nederland kwam en dat hij ([betrokkene 6]), onder dwang, voor [betrokkene 3] iets, waarvan hij dacht dat het marihuana was, moest vervoeren naar Duitsland. Ergens tussen het moment van overdragen van de BMW aan [betrokkene 3] en de aanhouding van [betrokkene 6] in Duitsland moet de amfetamine in de BMW geplaatst zijn. In het licht van de observaties van de BMW kan het niet anders dan dat de amfetamine in de loods van [bedrijf 1] in de BMW is geplaatst. Dat verdachte enkel als tussenpersoon is opgetreden in het kader van een vermeende reparatie van een auto van [betrokkene 3] acht de rechtbank ongeloofwaardig. In dit verband weegt de rechtbank mee dat verdachte veelvuldig korte contacten had met familie [betrokkene 3 en 4] wanneer zij in Nederland waren. Deze contacten duurden vaak slechts enkele minuten en waren derhalve te kort om in het teken van vriendschappelijke bezoekjes te staan. Voorts werden grote geldbedragen over en weer uitgewisseld. Het kan derhalve niet anders dan dat verdachte betrokken was bij de door familie [betrokkene 3 en 4] georganiseerde verdovende middelen transporten. Deze betrokkenheid bestaat er bij het onderhavige transport uit dat verdachte heeft geregeld dat [betrokkene 3] de amfetamine in de BMW kon plaatsen in de loods van [bedrijf 1]. Dit wordt bevestigd doordat verdachte op 11 februari 2010 om 12.11 uur, ruim een half uur voordat [betrokkene 3] met de BMW arriveert, bij de loods van [bedrijf 1] staat en bij [medeverdachte 4] informeert of hij eraan komt, alsmede door het feit dat verdachte vlak voor zijn vertrek naar Litouwen, diezelfde dag, informeert of die jongens al weg zijn. Daarbij komt dat verdachte ook enkele weken eerder op 14 januari 2010 verdovende middelen, te weten een bol cocaïne heeft overgedragen aan [betrokkene 3] (zie hierna feit 5). Ten aanzien van feit 5 [zaaksdossier 05A] In een gesprek, opgenomen met apparatuur tot het opnemen van vertrouwelijke communicatie (OVC) in de BMW X6 met kenteken [kenteken 4] van verdachte (hierna: de BMW) van 22 december 2009 vraagt [medeverdachte 1] aan verdachte: "kan ik die Pol één of twee bolletjes geven?".110 Een OVC-gesprek van 23 december 2009 in de BMW tussen verdachte ([verdachte]), [medeverdachte 11] ([medeverdachte 11]) en [medeverdachte 1] ([medeverdachte 1]) houdt onder meer in: [medeverdachte 11]: He nog effe, wat loop je nu weer allemaal op te schrijven wat ik heb, ik heb hier helemaal niks meer mee genomen. [medeverdachte 1]: wat? [medeverdachte 11]: bij hem allemaal op te schrijven dat, ik heb bij jou alleen dat doosje meegenomen. [medeverdachte 1]: ja tuurlijk, ja [medeverdachte 11]; wat [medeverdachte 1]; ik schrijf alles op ([verdachte] lacht) [medeverdachte 11]: wat, hoe bedoel je? Ik schrijf alles op [medeverdachte 1]: ik schrijf alles op [verdachte]: twee bollen, twee bollen, [medeverdachte 1]: twee plus twee plus ehh zestig [medeverdachte 11]: jaaa [medeverdachte 1]: I never eh... het is me een paar jaar geleden gebeurd, maar dat gebeurt me nu niet meer. Ik schrijf alles op. Meteen. [medeverdachte 11]: Ja, dan zul je wel een verkeerde naam erachter geschreven hebben...... [medeverdachte 1]: Ja, tuurlijk [medeverdachte 11]: ......Met je twee plus twee. Een keer twee ken ik herinneren. Niet twee keer twee [medeverdachte 1]: en die andere twee ook. Die heb ik gebracht namelijk. Die heb je aangepakt. [medeverdachte 11]: Aangepakt...Oh dan zijn ik ze vergeten. Oh, je bent bij hem ge... jaja, nou snap ik het, nou weet ik het weer ja. Ja dat klopt, ik heb ze een keer gehaald en een keer heb ze gebracht. [medeverdachte 1]: Ja [medeverdachte 11]: dan snap ik het. Dan heb je het goed opgeschreven
  15. 14 januari 2010 Op 14 januari 2010 om 13.46 uur vindt in dan wel bij de auto van de verdachte een gesprek plaats tussen verdachte (F) en [medeverdachte 6] (K). Dat gesprek houdt onder meer het volgende in: F: Maar ik bepaal de prijs, en niemand anders. K: drie- en dertig heb jij ehh? F: half K: drie en dertig half F: dus hun lopen ze hem aan te bieden voor vier en dertig, vier en dertig half, snap je K: kun je er eentje regelen? F: wat, een bol? K: een bol, ja F: is geen probleem K: dan ga ik naar die Fransman F: wie K: die Fransman F: welke Fransman? K: die met Simon mee was, maar die wil met Simon niks te maken hebben. F: ntv, K: ja F: Nou... ik eh die kreeg nog geld van die Simon. F: Ja maar wil je effe mijn naam nergens in noemen.. K: nee F: .. want ik wil helemaal niks met dit te maken hebben, met dat eh met die bollen ook niet, ik zeg het tegen jou dat je wat kan doen, maar voor de rest ehh. K: Ken ie dat met mijn regelen dan? F: Ja, dat is allemaal geen punt K: Oh nou F: Zie je hem morgen? K: Nou, omdat die bollen van [betrokkene 8] zijn. Ik heb met hem afgesproken, voor morgen om te laten zien. Maar kijk als ik hem hier goedkoper heb, ik moet bij hem vijfendertig betalen. F: Ja, ok maar dan moet je dat zeggen he, nou je hebt dat toch gezegd dus eh.. K: Kijk dat scheelt effetjes ehhh F: Ja K: want ik heb hem voor zesendertig aan hem aangeboden. F: ok, maar je zegt, je moet zeggen, kijk je moet gewoon zeggen, dat is alleen als je er een paar koopt... K: Ja F: .. als je er twintig of dertig koopt, dan ken ik gewoon wat aan de prijs doen. Nou en dan verdien je dat toch gelijk, geld. Ja, ok.112 Ten tijde van dit gesprek bevindt zich de auto (BMW X6 met kenteken [kenteken 4] van verdachte (hierna: de BMW van verdachte) op de Waalstraat te IJmuiden. Na het gesprek is te horen dat de BMW van verdachte wegrijdt.113 [medeverdachte 6] woont op de Waalstraat te IJmuiden.114 Tot ongeveer 16.21 uur is de BMW van verdachte nabij zijn woning op de [woning verdachte] te IJmuiden.115 Even later, rond 16.25 uur, stappen vervolgens eerst verdachte en daarna [medeverdachte 11] in de BMW van verdachte.116 Om 16.32 uur vindt er een telefoongesprek plaats tussen verdachte, en het telefoonnummer [...6445], welke nummer behoort aan [medeverdachte 14].117 In dit gesprek geeft verdachte aan de ze naar [medeverdachte 1] gaan.118 De BMW van verdachte is vervolgens rond 16.42 uur in de Reggestraat te IJmuiden. In deze straat woont [medeverdachte 1].119 Vervolgens stappen verdachte en [medeverdachte 11] uit de BMW van verdachte en om 16.52 uur stappen zij weer in.120 Om 16.53 uur vindt in dan wel bij de BMW van verdachte een gesprek plaats tussen verdachte (F), [medeverdachte 11] (P) en [medeverdachte 6] (K). Dat gesprek houdt ondermeer het volgende in: Die rooie? Vraagt [medeverdachte 11] Die rooie die achter je staat, zegt [verdachte]. (...) P: (ntv) je hem, niet de hele wereld aanbieden? Gewoon beperkt houden. Hoe is het? Alles goed? [medeverdachte 6] (sh) stapt in c.q. staat bij het voertuig P: goed zo vriend K; weet jij wel wat? F: niet zo weggeven he! ... K: nee F: Oke, dat je dat weet (...) F: (ntv) met hem...... Morgen eh hoor ik het he. K; ja.121 Met de bijnaam 'rooie' wordt [medeverdachte 6] bedoeld.122 15 januari 2010 Op 15 januari 2010 om 11.06 uur komt [betrokkene 7] aanlopen bij de woning van [medeverdachte 6] en gaat vervolgens de woning binnen. Om 11.22 uur komt hij samen met [medeverdachte 6] de woning weer uit.123 Om 11.26 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] (K) en het nummer […1980], welk nummer toebehoort aan [betrokkene 17] (H)
  16. Dat gesprek houdt onder meer het volgende in: K: Hee die fiets is goed hoor! H: Is t wat? K: Mooie fiets! Mooie fiets H: nou das mooi, hoeveel wil ie der? K: nou ik ga er nu nog eentje bijhalen H: ok K: dusse...dan heb ie er eh...dan hebben hun er 2 om mee te starten, weet je wel voor in de showroom.. H: ja K: nou en dan eh.. hoor ik het wel..maar het is goeie kwaliteit, zegt ie.125 Om 11.48 uur belt [medeverdachte 6] (K) met het nummer […9366], welk nummer toebehoort aan [medeverdachte 8] (J)
  17. Dat gesprek houdt onder meer het volgende in: K: Maar, goeie fiets hoor, goeie kleur. J: ja? K: ja perfect. J: ok, nou das mooi K: eh..dus ik eh..ze willen eh..voor die showroom willen ze nog meer fietsen hebben. J: nou dat is heel mooi. K:ik zeg dan moet je wel snel derbij zijn.. J: ja K: want eh...weg is weg.127 Om 13.39 uur belt [medeverdachte 6] (K) met het nummer […9359], welke nummer toebehoort aan [betrokkene 18].128 Dat gesprek houdt onder meer het volgende in: K: ehhh, ik heb, hoe heet het, ehhh, hoe noem je dat nou, ik heb vis voor hem. J: ja, he?? K: ik heb vis voor em... J: (stilte)..ok, ok,.....ok. K: 3, euro 60 de kilo J: hoeveel??? K: 3 euro 60 [betrokkene 18] lacht... J: vis wordt duur betaald! ([betrokkene 18] lacht weer) K: Ja J: nou, nou, ok...maar wel hele goeie verse??? K: ja, J: ok K: tuurlijk! zijn vanmorgen binnengekomen. J: ok, ok, nou ik geef het wel effe door en dan eh...eh, dan hoor je van me K: ja J: ik neem wel ff contact met je op, vanavond. K: is goed. K: kijk moe je luisteren, mehhh als ik ehhh, veel .. (ovs)wijze afneem in de vis..(ovs)..dan eehhhh, ken er altijd wat gerommeld worden, denk ik. J: ja, weet ik,weet ik, weet ik...ja, ik kijk wel effe K: het komt bij de groothandel vandaan. J: goed, ok, afgesproken K: ..(ovs)... groothandel, dussehh kijk maar eh... J:ok K: omdat hij voor die viswinkel vis moest hebben... J:ja, nee ok....ik spreek je.. (verbinding is slecht) K: ok.129 Ten aanzien van feit 5 [zaaksdossier 05B] 14 januari 2010 Op 14 januari 2010 om 19:56 uur begeeft de BMW van verdachte zich blijkens de daarin geplaatste GPS baken op de locatie Zeeweg te IJmuiden, gemeente Velsen.130 In dan wel bij de auto van de verdachte vindt een gesprek tussen verdachte en [betrokkene 4] (J). Dit gesprek houdt onder meer het volgende in: J: Kann gehen (fon) F: Ja J: ntv F: Klein bisschel ja. Kann nur ein bol nehmen. (navigatiestem is te horen) Weisst du wo eh..Bist du allein, oder J: ich bin allein, Mein Vater ist im Hotel F: Ok dan eh.... wir fahren nach [medeverdachte 1] F: Ich muss gerade nach Amsterdam. Ich fahre Navigation. Weil Ich weiss wo die Strasse ist wo ich hin muss. F: Aber das ist nicht ein klein bisschel. Zwei hundert funfzig J: oh F: Gramme J: Na Zoviel?131 Om 20:02 uur is te horen dat het portier van de BMW van verdachte open en dicht gaat. Voorts blijkt uit de bakengegevens van voornoemde BMW van verdachte dat de auto zich om 20:03 uur in de Hunzestraat te IJmuiden bevindt. Vanaf deze straat loopt een voetpad naar de woning van verdachte, namelijk de Reggestraat [perceelnummer] te IJmuiden.132 Om 20:04 uur gaat de portier van de BMW van verdachte weer open en dicht, waarna het volgende gesprek tussen verdachte (F) en [betrokkene 4] (J) plaatsvindt: F: vingerafdrucke he... J: Ja F: ist Zwei Hundert Funfzig. ([verdachte] zucht hoorbaar, een ritssluiting is te horen.) F: Und haben die Geld die Leute? F: Vorsicht he J: Ja F: Tschuss J: Tschuss Vervolgens gaat het portier van de BMW van verdachte open en stapt Latakas uit.133 Ten aanzien van feit 5 [zaaksdossier 05D] 27 januari 2010 Op 27 januari 2010 om 16.19 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] (K) en [betrokkene 8] (J). [betrokkene 8] woont in Utrecht.134 Dat gesprek houdt onder meer het volgende in: J: Ja, ja.... oh.. hee, hee, hee....neem je eh...weet je nog die kado die je mij laatst eh..thuis eh..liet zien bij jou? K: Ja J: Die bij jou thuis, weet je nog K: Ja J: Ik eh had er ook een... K: Ja J: Ken jij ff eh.., dat ik ff kan kijken? K: Nee, die is al weg J: Nee, nee gewoon een eh..... K: Ja, ik heb m al afgegeven J: Begrijp je? Oh je hebt helemaal niets? Helemaal niets? K: Nee, nee maar ik ken wel regelen, daar gaat het niet om J: Ja...als je kan regelen, gewoon..je weet toch...heel.... K: Maar niet nu J: Ok, oke, ja is goed, ja doe maar K: Ja? J: Ja ok is goed, ja doe maar..ik heb nu iemand ff eh... K: Oke oke is goed, is goed, regel ik morgen voor je.135 28 januari 2010 Op 28 januari 2010 om 14.09 uur wordt [medeverdachte 6] (K) gebeld door [betrokkene 8] (J). Dat gesprek houdt onder meer het volgende in: [betrokkene 8] zegt dat hij [medeverdachte 6] zijn kant op rijdt om te kijken of [betrokkene 8] die 'tekeningen' kan inzien, '1 tekening' kan inzien, wat [medeverdachte 6] gister tegen [betrokkene 8] zei, dan rijdt [betrokkene 8] ff op en neer, daarna. [betrokkene 8] wacht op een belletje van [medeverdachte 6] wanneer hij een tijdstip weet. [betrokkene 8] hoopt dat [medeverdachte 6] het vandaag gaat redden. [medeverdachte 6] hoopt het ook. [medeverdachte 6] zegt dat hij [betrokkene 8] belt zo gauw hij bij 'hem' is, dan ken hij gelijk de tijd zeggen.136 Om 16.50 uur en 16.56 uur belt [medeverdachte 6] naar verdachte. In het eerste gesprek vraagt [medeverdachte 6] aan verdachte of hij even naar buiten komt.137 Diezelfde dag, om 16.57 uur, vindt opnieuw een telefoongesprek tussen [medeverdachte 6] (K) en [betrokkene 8] (J) plaats. Dit gesprek houdt onder meer het volgende in: K: Het wordt na achten als die uhh autotrailer terug is. J: Ja K: Zie je trailer, dan kennen we uh dan ken ik hem meenemen, dan kunnen ze hem zien die auto. J: Oke. K: En anders is die uhh morgenochtend. J: Oke, nou als het kan vandaag in ieder geval. K: Nou ja goed, die jongen die uh die hebt nog twee adressen waar hij uh uh auto's op moet halen. J: Ja K: En het ene model als je dat specifiek dat is ie nu aan het halen. J: Ja nee geen probleem, na achten
(8)dat is ook geen enkel probleem K: Ja maar goed hij zegt onder voorbehoud, hij zegt het kan ook dat onderweg in de file terechtkom. J: ja K: Hij zegt uh ik kan niet hard rijden met die trailers met die auto's erop uh. J: Ja K: Dus eh. J: Nee, geen probleem, geen enkel probleem uh wat ik dan doe, in ieder geval als jij zo ver bent dan kom ik wel effe langs. K: Ja goed J: Ik denk wel dat het geen enkel probleem is als ik hem effe mee kan nemen. K: Nee, die auto kan je zo meenemen. De papieren zitten er bij dus geen enkel probleem. J: Nou perfect perfect. K: Maar.. het gaat er alleen om, ja, of die jongen uh, want hij moet hem ook nog loskoppelen natuurlijk of ie hem nou hier bij mij neerzet of dat nou vanavond is of anders is dat morgenochtend vroeg. J: Oke is goed. K: 1 van de
  1. Maar goed ik hou je effe op de hoogte. J: Nou perfect. K: En hij is van 2004 J: Oke, nou perfect K: Die andere. andere, die andere die Renault Espace die is van 2006 maar ja dat is te duur denk ik voor hun J: Ja dat is net de duurdere klasse, nee dat komt goed joh. K: Is goed. Nou je hoort nog.138 Die avond hebben [medeverdachte 6] (K) en [betrokkene 8] (J) om 22.21 uur opnieuw telefonisch contact, in welk gesprek onder meer het volgende wordt gezegd: J: Hai kerel, nog geen nieuws he? K: Nee, anders had ik je wel gebeld he. (...) J; O ja oke maar ik denk ik bel je effe voor de zekerheid omdat ik zelf al een paar keer ben gebeld. (...) K: Ik denk ik denk dat het morgenochtend is. J: Ja dat is zo goed als zeker? K: Ja. J: Oke. Anders moet ik, anders moet ik ook een aantal mensen namelijk teleurstellen. K: Nee nee maar dan moet je wel richting mij komen hoor. J: Ja. K: Ik moet ik moet morgen werken. J: Ja oke, in het ergste geval, effe kijken, stuur ik heel misschien m'n maat omdat ik om 12 uur zelf een afspraak heb met een klant. K: Ja. J: Dat is in het ergste geval. Effe kijken hoe ik dat dan ga doen. Maar uh ja effe kijken. Laten we het morgenochtend. Hoe laat heb jij zelf ongeveer in gedachten. Wat denk jij zelf? K: Ja ik denk vroeg. J: Heb je een indicatie? K: Ik denk vroeg. J: Oke. Is goed. Oke is goed. K: Ja. Maar ik laat het je het gelijk weten morgenochtend. J: Is goed gap.139 29 januari 2010 Op 29 januari 2010 om 9.38 uur belt [medeverdachte 6] (K) naar verdachte (F).140 Dat gesprek houdt onder meer het volgende in: F: Meneer [medeverdachte 6] K: Goeiemorgen, ben jij straks nog thuis. F: Ja, ik ben straks nog thuis. K: Nou ik zit op Anton te wachten en die is er nog niet. F: Waar is ie dan? K: Weet ik niet. Ik krijg hem niet te pakken. we zouden de auto omruilen want ik heb zijn auto. Hij zou hier om negen uur zijn. Hij is er nog niet. Dus eh. Dus ik bel nou Natash effe op. Misschien is z'n telefoon weer stuk. F: Oke K: Dus als ik de auto heb omgeruild dan kom ik gelijk naar jou toe. F: Ja. Nou ik zie je wel. K: Is goed man. F: Geen haast. Afscheid.141 Om 10.34 uur belt verdachte naar [medeverdachte 1]
  2. Dit gesprek houdt onder meer het volgende in: [verdachte]: [medeverdachte 1] ben je thuis? [medeverdachte 1]: Nee, nee, nee nee bijna [verdachte]: Bijna? (...) [verdachte]: Hoe lang nog [medeverdachte 1] denk je? [medeverdachte 1]: Nou een kwartiertje, twintig minuten143 Om 10.46 uur wordt [medeverdachte 6] gebeld door [betrokkene 8]. Dat gesprek houdt onder meer het volgende in: [medeverdachte 6] vraagt of [betrokkene 8] al wakker is. [betrokkene 8] is al wakker. [medeverdachte 6] zegt dat hij [betrokkene 8] wel 5 keer heeft gebeld. [betrokkene 8] beweert van niet en zegt dat er dan iets mis is met zijn telefoon. [medeverdachte 6] vraagt of [betrokkene 8] met een uurtje anderhalf bij [medeverdachte 6] kan zijn en zegt later rond 12 uur. [betrokkene 8] gaat zijn afspraak met een klant van 12 uur verzetten nu. [medeverdachte 6] zegt dat het ook daarna kan [betrokkene 8] moet naar [medeverdachte 6] komen. [betrokkene 8] vindt dit oke en gaat na 12 uur naar [medeverdachte 6] toe komen. Als blijkt dat het [betrokkene 8] niet lukt om zelf te komen, stuurt hij een vriend.144 Om 14.02 uur wordt [medeverdachte 6] wederom gebeld door [betrokkene 8]. Dat gesprek houdt onder meer het volgende in: K: Ja J: Uurtje ..... bij je K: Tjonge jonge J: Ja. Waarom? is het te laat? het kan ook later K: Nee, nee, dan wordt het nog allemaal later en later en later en later J: Ja, ja, ik kan eh.. K: De afspraak gister eh mijn J: Ja klopt K: Kan ik die auto vroeg krijgen, ik zeg ..... J: Ja klopt K: Ja van mij wel J: Ja, ik was van plan om zelf te komen maar ik zei ook daarbij tegen jou, van luister, ik ga effe proberen mijn afspraken te verzetten want dan kom ik zelf. Het liefst was ik zelf gekomen. K: Ja J: Want ik eh, omdat die andere vriend van ons, waar we laatst mee gegeten hadden, weet je nog? K: Ja maar jij zegt tegen mij vanavond ben je m'n laatste klant J: Ja klopt, dat klopt. Maar ik heb er nou 2 kunnen verzetten met een excuus. Omdat hun de papieren nog niet in orde hebben. Ik ben nu net klaar met 1 klant en dus ik zou nu naar Utrecht kunnen rijden en van Utrecht eh met hem meerijden naar jou toe. Maar dan ben je twee uur verder K: Ja J: En hij wil nu van Utrecht vertrekken naar jou toe K: Ja.. maar... en dan kom jij straks? J: ja... ja K: Is goed.145 Om 15.22 uur wordt [medeverdachte 6] (K) gebeld door een NN-man (NNman/NNHan), die gebruikt maakt van het telefoonnummer 06-
  3. Het volgende gesprek vindt plaats: K: Hallo NNman: Goedemiddag, spreekt hier met Han (fon). Ik heb volgens mij afspraak met je K: Ja NNHan: Ja, volgens mij ben ik bij jou voor K: He? NNHan: Volgens mij ben ik bij jou voor K: Hoe laat? NNHan: Hee ik zeg: "Volgens mij ben ik al bij jou voor denk ik hoor". K: Oke NNHan: Ik weet niet of ik goed zit of niet K: Ja dat weet ik ook niet NNHan: ...onverstaanbaar... Ik heb alleen begrepen, de derde maar voor de rest weet ik het niet. K: Oke, ehh NNHan: Effe kijken. Ken je naar buiten kijken toevallig? K: Ja, ik ben aan het naar buiten kijken. Ik loop wel effe naar buiten toe NNHan: Is goed K: Hoi hoi146 Om 15.20 uur wordt gezien door een dan wel twee observanten dat er een grijze personenauto, merk Volkswagen, type Golf, met kenteken [kenteken 5] voor het perceel Waalstraat [perceelnummer] te IJmuiden stopt, dat de bestuurder (NN1) de woning aan de Waalstraat [perceelnummer] binnen gaat en dat de bestuurder een koffertje in zijn handen draagt. Vervolgens wordt gezien door een observant dat omstreeks 15.29 uur NN1 uit de woning Waalstraat [perceelnummer] komen, dat hij nog steeds een koffertje in zijn handen had en dat hij in de eerdergenoemde auto stapt en wegrijdt.147 De auto met kenteken [kenteken 5] staat op naam van Auto Lease Zwolle.148 De auto is vanaf 17 september 2009 voor een jaar verhuurd aan CuraGroep Utrecht I, een eenmansbedrijf waarvan medeverdachte [medeverdachte 7] (hierna: [medeverdachte 7]) eigenaar is. Voorts is van [medeverdachte 7] een rijbewijsfoto opgevraagd. Aan de hand van deze foto en foto's afkomstig van het observatieteam van de waarneming in IJmuiden op 29 januari 2010 gecombineerd met het gegeven dat [medeverdachte 7] in genoemde periode gebruik maakt van de auto met kenteken [kenteken 5], heeft verbalisant [verbalisant] vastgesteld dat [medeverdachte 7] op 29 januari 2010 gebruik heeft gemaakt van telefoonnummer […4979] en dat hij degene was die op die dag in de woning van [medeverdachte 6] was.149 's Avonds, om 19.28 uur, belt [medeverdachte 6] naar [betrokkene 8]. Dit gesprek houdt onder meer het volgende in: [medeverdachte 6] wil wat weten van [betrokkene 8]. [betrokkene 8] weet het binnen nu en twee uurtjes. [medeverdachte 6] dacht dat [betrokkene 8] het al vanmiddag wist. [betrokkene 8] zegt: er zijn meerdere gegadigden. Het huiswerk wordt gelijk goed gedaan. [medeverdachte 6] hoort het straks wel. (...) [medeverdachte 6] kan op voorhand niets regelen. [medeverdachte 6] kan pas iets zeggen als ie wat weet. Je gaat niet met een auto onderhandelen als nog je helemaal niks weet, want dan zegt ie wat ben je voor een flapdrol. [betrokkene 8] zegt: als de koper er nog niet is. Ik begrijp het. (...) [betrokkene 8] wacht nog steeds even op zijn gap. Dat is makkelijker. [medeverdachte 6] zegt dat [betrokkene 8] moet komen zodra hij wat weet.150 Diezelfde avond, om 23.44 uur, hebben [medeverdachte 6] (K) en [betrokkene 8] (J) weer even contact. Dit gesprek houdt onder meer in: K: Hoe laat hoor ik wat van jou? J: Ik weet niet. Ik zei, Ik weet over een kwartiertje. Over een kwartiertje ongeveer. Heb wat langer geduurd. K: He? J: Het heeft wat langer geduurd. Ik spreek je over een uh, wat zal het zijn een kwartiertje ongeveer is ie bij me. K: Ja, ik ga naar m'n nest. J: Wat? Ga je naar je nest? Geef mij een belletje. Nee nee jij bent al heel vroeg wakker. Jij bent om zeven uur wakker he? K: Nee niet zo vroeg hoor. J: Oke, als je rond een uurtje of negen wakker bent geef mij dan gewoon een belletje. K: Ja. J: Kom ik dan jouw kant op. Opstaan douchen, kom ik effe jouw kant op. K; Oke. J: Yes. K: Je wilt uh. J: Maar je kan gerust. Je kan gerust gaan slapen. K: Je hebt nog niks gehoord? J: Ach je weet het toch. Komt wel als ik je zie. K: Ja, is goed. J: Maar je kan gerust slapen. J: Yes. K: Oke, zie je morgen..151 30 januari 2010 In de ochtend van 30 januari 2010 brengt [medeverdachte 1] een bezoek aan [betrokkene 19].152 Om 11.51 uur wordt [medeverdachte 6] (K) gebeld door [betrokkene 8] (J). Dit gesprek houdt onder meer het volgende in: K: Ja, ik dacht dat je vroeg zei? (..) J: Ik stap nu snel onder de douche om bij te komen, gelijk jou kant op rijden. (...) K: (...) Hee maar zeg moet je luisteren. J: Ja uh K: Alleen 1 ding van je weten J: Ja? K: Uh.....eh die auto staat bij jou? J: Ja ja ja, nee dat zeker K: Nee dan is het goed. Dat is het enige dat ik wil weten. Die auto staat bij jou? J: ja ja K: Oke..153 Om 13.50 uur wordt [medeverdachte 6] (K) weer gebeld door [betrokkene 8] (J). Dit gesprek houdt onder meer het volgende in: J: Hee, ik kom nu naar jou toe planken. K: Ja. J: Hee, die uhmmm, van gister, ehh...ik heb er nog een paar nodig, gaat dat lukken voor zessen (6en)? K: Ja eh...hoelang duurt het want ik moet boodschappen doen. J: ja eh..ik kom nu naar je toe planken. Ik geef nu gas. Ik eh..ben met eh, hopelijk eh..ik moet alleen effe tanken, 35 minuten ben ik bij jou. Ik geef echt gas. Ja? Nou het wordt een leuke daggie.154 Om 13.57 uur wordt [medeverdachte 6] (K) gebeld door [betrokkene 17] (H). Dit gesprek houdt onder meer in het volgende in: K: Nee, is goed is geen enkel probleem. Nee want hoe heet ie is onderweg hier naar toe. H: Wie? K: Uit Utrecht. H: Oh K: Dus dat moet ik ook weer gaan regelen, dus eh.. die autopapieren. H: Ja, maar hoe laat ben je terug dan? K: He? H: Hoe laat ben je thuis dan? K: Nou ja het is nu 2 uur en hij is rond tussen uhh (drie) 3 uur half vier
(4)is ie hier. H: Dus dan ben je thuis oke, dan zorg ik dat ik er ook ben. K: Ja, is goed man doei.155 Observanten houden de woning van [medeverdachte 6] in de gaten en het volgende wordt waargenomen. Omstreeks 14.35 uur komt [betrokkene 8] met zijn auto aan op de Waalstraat te IJmuiden en loopt naar de woning Waalstraat [perceelnummer]. Omstreeks 14.55 uur komt [medeverdachte 6] aan bij zijn woning aan de Waalstraat [perceelnummer] en loopt zijn woning binnen en omstreeks 14.57 uur loopt [betrokkene 8] ook de woning binnen. Om 15.33 uur belt [medeverdachte 6] naar [medeverdachte 1]. [medeverdachte 6] vraagt [medeverdachte 1] wanneer hij thuis is en [medeverdachte 1] zegt dat hij net van plan was om weg te gaan.156 Om 16.38 uur rijdt [medeverdachte 1] naar de woning van [medeverdachte 6], praat vervolgens even met [medeverdachte 6] op straat en rijdt weer naar zijn huis. Om 17.38 uur is [medeverdachte 1] wederom bij de woning van [medeverdachte 6]. [medeverdachte 6] loopt op dat moment met lege handen zijn woning aan de Waalstraat uit en spreekt met [medeverdachte 1]. Om 17.39 uur loopt [medeverdachte 6] weer naar zijn woning en heeft in zijn rechterhand een wit voorwerp van ongeveer 20x10x10 centimeter vast. [medeverdachte 6] gaat zijn woning binnen.157 Omstreeks 17.46 uur loopt [betrokkene 8] de woning uit en opent de kofferbak van zijn auto. Hij pakt een doos uit de kofferbak en houdt deze doos in zijn linkerhand vast. De observant schat de afmeting van de doos op 50x30x20 centimeter en ziet dat de bovenzijde van de doos is geopend. Hij ziet dat [betrokkene 8] de doos langs zijn lichaam ter hoogte van zijn heupen aan een zijkant verticaal vasthoudt, waarbij de gesloten onderkant van de doos richting zijn lichaam wijst. De observant kan een groot gedeelte van de bodem van de doos zien, doordat de bovenzijde van de doos korte tijd in zijn richting wijst. De observant ziet dat dat gedeelte van de doos leeg is. Vervolgens sluit [betrokkene 8] de kofferbak en loopt met de doos de woning weer in. Hierbij zwaait de doos tijdens het lopen van voren naar achteren. Omstreeks 17.47 uur lopen [betrokkene 8] en [medeverdachte 6] de woning weer uit en [betrokkene 8] tilt een doos met dezelfde vorm en afmetingen als de eerder genoemde doos met twee handen voor zich. De observant ziet dat de bovenzijde en de onderzijde van de doos gesloten zijn. [betrokkene 8] legt de doos vervolgens in de kofferbak van zijn auto en sluit de kofferbak. Omstreeks 18.35 uur wordt [betrokkene 8] door de Ondersteuningsgroep van de regiopolitie Kennemerland aangehouden te Utrecht. [betrokkene 8] is vanaf het moment van wegrijden omstreeks 17.47 uur tot zijn aanhouding in Utrecht constant onder observatie geweest.158 In de auto van [betrokkene 8] wordt een doos van ongeveer 40 cm lang en 20 cm breed met vier bollen met - in totaal 1010,87 gram cocaïne aangetroffen. De bollen hadden het volgende nettogewicht aan cocaïne: bol 1 netto: 254,75 gram, bol 2 netto: 250,19 gram, bol 3 netto: 251,36 gram, bol 4 netto: 254,57 gram. Ook werd in de doos onder meer een krant met het opschrift "Nieuwsblad IJmuiden" gedateerd 27 januari 2010 aangetroffen.159 Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 5 De rechtbank is van oordeel dat op grond van de inhoud van de hierboven opgenomen tapgesprekken, contacten, observaties en het aantreffen van meer dan 1 kilo cocaïne bij [betrokkene 8] op 30 januari 2010 - in onderling verband en samenhang bezien - niet anders geconcludeerd kan worden dan dat hiervoor vermelde gevoerde gesprekken en contacten gaan over de handel in cocaïne. Zowel uit de opgesomde bewijsmiddelen van zaaksdossier 05A als van zaaksdossier 05B blijkt dat vlak nadat verdachte bij [medeverdachte 1] is geweest er direct iets wordt afgegeven door verdachte aan [medeverdachte 6] respectievelijk [betrokkene 3]. Dat 'iets' kan naar het oordeel van de rechtbank niet iets anders zijn dan cocaïne. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt. Ten aanzien van zaaksdossier 05A wijst de rechtbank op het gesprek van 14 januari 2010, waarin [medeverdachte 6] met verdachte spreekt over het regelen van een bol en over prijzen van tussen de drieëndertig en zesendertig, en waarvan verdachte zegt dat hij de prijs bepaalt en dat hij bij twintig of dertig wel wat aan de prijs kan doen. Later die dag gaat verdachte naar de woning van [medeverdachte 1], waar hij slechts tien minuten is, en gaat direct daarna weer naar [medeverdachte 6], waarbij wordt gezegd 'niet de hele wereld aanbieden, niet zo weggeven'. Nadat de volgende morgen [betrokkene 7], die antecedenten heeft op het gebied van verdovende middelen160, bij [medeverdachte 6] is geweest, belt [medeverdachte 6] met [betrokkene 17] en [betrokkene 8] en spreekt hij over een mooie, goede fiets, die goeie kleur heeft en van goeie kwaliteit is en spreekt hij met [betrokkene 18] over hele verse vis voor 3 euro 60 de kilo en dat als hij veel afneemt er altijd wat gerommeld kan worden. Algemeen bekend is dat bij de handel in cocaïne in versluierd taalgebruik wordt gesproken. In genoemde tapgesprekken wordt gesproken over een fiets met de goede kleur en van goede kwaliteit dan wel over verse vis. Niet is gebleken dat [medeverdachte 6], wiens huis werd geobserveerd, omstreeks januari 2010 heeft gehandeld in fietsen dan wel in vis. In zaaksdossier 05B zitten verdachte en [betrokkene 4] samen in de auto van verdachte en zegt verdachte tegen [betrokkene 4] 'kan nur ein bol nemen, aber dat ist nicht ein klein bisschel. Zwei hundert funfzig'. Vervolgens rijden ze naar de woning van [medeverdachte 1], waar in ieder geval één van hen uitstapt en vervolgens twee minuten later weer instapt. Daarna zegt verdachte tegen [betrokkene 4] 'vingerafdrucke, is zwei hundert funfzig en vorsicht'. Dat het hierbij om een bol chocolade zou gaan, zoals verdachte - uiteindelijk pas ter zitting van 25 juli 2012 - heeft verklaard, is - gelet op de inhoud van de gesprekken en observaties en de overige inhoud van het dossier - volstrekt ongeloofwaardig. In zaaksdossier 5D is zowel op 29 januari 2010 als op 30 januari 2010 iemand bij de woning van [medeverdachte 6] geweest teneinde iets is op te halen. Bij [betrokkene 8] zijn op 30 januari 2010 vier bollen met cocaïne van ongeveer 250 gram per stuk zijn aangetroffen, vlak nadat hij bij de woning van [medeverdachte 6] geweest. Gelet op de telefoongesprekken en observaties van 28 tot en met 30 januari 2010, concludeert de rechtbank dat op 29 januari 2010 door [medeverdachte 6] cocaïne is geleverd aan [medeverdachte 7] en op 30 januari 2010 aan [betrokkene 8]. In de tapgesprekken wordt, in het kader van hetgeen [medeverdachte 6] voor [betrokkene 8] gaat regelen, afwisselend gesproken over 'kado', 'tekeningen', 'autotrailer' en 'auto('s), zonder dat aannemelijk is dat het werkelijk om een kado, tekeningen, een autotrailer of auto's gaat. Met name is niet geobserveerd dat op 29 januari 2010 een auto is opgehaald bij [medeverdachte 6], terwijl [medeverdachte 6] en [betrokkene 8] op 29 januari 2010 spreken over het meegeven van een auto aan de gap van [betrokkene 8] en [medeverdachte 6] op 30 januari 2010 bij [betrokkene 8] informeert of de auto bij [betrokkene 8] staat, waarop [betrokkene 8] bevestigend antwoordt. Naar het oordeel van de rechtbank wordt met bovengenoemde woorden dan ook cocaïne bedoeld, nu niet is gebleken dat een van betrokken personen handelt in auto's dan wel dat genoemde woorden anderszins enige betekenis hebben en gelet op feit dat [betrokkene 8] - die op 30 januari 2010 terwijl hij onderweg is naar [medeverdachte 6] aan [medeverdachte 6] onder verwijzing naar "die uhmm van gister" laat weten dat hij er nog een paar nodig heeft - op 30 januari 2010 na zijn bezoek aan [medeverdachte 6] wordt aangetroffen met cocaïne in zijn auto. Nu in zaaksdossier 05A en 05B - in welk dossier wordt gesproken over een bol van 250 gram, hetzelfde gewicht van de bollen die bij [betrokkene 8] zijn aangetroffen - de betrokkenheid van verdachte bij de levering van bollen cocaïne aan [medeverdachte 6] en [betrokkene 4] vaststaat, gelet op de contacten tussen [medeverdachte 6] en verdachte op 28 januari 2010 en 29 januari 2010 en gelet op het feit dat de modus operandi in zaaksdossiers 05A, B en D met elkaar overeenkomen, is de rechtbank van oordeel dat verdachte als medepleger kan worden aangemerkt van hetgeen onder zaaksdossier 05D ten laste is gelegd. Naar het oordeel van de rechtbank komt uit het gehele zaaksdossier naar voren dat uitsluitend verdachte de zeggenschap had over bollen cocaïne en dat hij alles daaromtrent bepaalde, zoals de prijs, de afleveringen, etc, en dat hij voor de daadwerkelijke aflevering van de bollen anderen, zoals medeverdachte [medeverdachte 1], inschakelde. Hierbij wijst de rechtbank nog op het gesprek tussen verdachte ([verdachte]) en [betrokkene 19] van 2 februari 2010, nadat [betrokkene 8] dus was aangehouden, waarin het volgende wordt gezegd en waarin volgens de rechtbank met 'K' [medeverdachte 6] wordt bedoeld: [betrokkene 19]: die K is toch niet gepakt, hijzelf toch niet? [verdachte]: Welnee man. Ach hij liegt het gewoon weer. Ik zeg je gewoon dat liegt ie. [verdachte]: hij is gewoon een leugenaar. Eigen schuld. Dan loopt ie maar te klagen. Ik heb helemaal niks en hij weet natuurlijk, hij weet dat niet, zag dat [medeverdachte 1] reed en ken ik nou niks doen, ik verdien niks meer. Dan laat ie mij die bollen zien, mijn eigen bol, ja die ken ik aanpakken voor zesendertig. [verdachte]: Hoe maakte ie hem nou, ik kan hem aanpakken voor vijfendertig maar dan heb ik en mijn vrienden nog niks verdiend. Dus hij moest vijfendertighalf of zesendertig he

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.