RECHTBANK HAARLEM Sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer Zaaknummer: AWB 12/704 Uitspraakdatum: 18 juli 2012 Uitspraak in het geding tussen [X], wonende te [Z], eiser, gemachtigde: mr. E.G.A. Vernooij, en de inspecteur van de Belastingdienst/[P], verweerder. 1. Ontstaan en loop van het geding 1.1. Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2008 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (hierna: ib/pvv) opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 63.427 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 23.266. Voorts is bij beschikking een bedrag van € 2.786 aan heffingsrente in rekening gebracht. 1.2. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 11 januari 2012 de aanslag en de beschikking heffingsrente gehandhaafd. 1.3. Eiser heeft daartegen beroep ingesteld. Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend. 1.4. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 mei 2012. Eiser is daar in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde voornoemd. Namens verweerder zijn verschenen mr. H.R. Gras en mr. W. Koelewijn. 2. Tussen partijen vaststaande feiten 2.1. Eiser is begin 2006 in dienst getreden bij [BEDRIJF A]. Eiser heeft in 2006, tegen een prijs van € 5,65 per certificaat, 25.000 certificaten van aandelen [BEDRIJF A] gekocht. De certificaten zijn uitgegeven door [BEDRIJF B]. In het toepasselijke aan eiser verstrekte “Informatiedocument Participatieplan voor Medewerkers” (hierna: het Informatiedocument) is – voor zover van belang – opgenomen: “Belangrijke informatie (…) Dit informatiedocument wordt aan medewerkers van [BEDRIJF A] die in aanmerking komen voor een participatie in [BEDRIJF A] (de “Medewerkers”), ter beschikking gesteld met als enig doel de Medewerkers te voorzien van informatie ten behoeve van de keuze of zij al dan niet willen participeren in [BEDRIJF A]. (…) Medewerkers hebben geen enkele formele of morele ‘plicht’ om in [BEDRIJF A] te participeren. Er is sprake van participatie op volstrekt vrijwillige basis. (…) Inleiding (…) In dit Informatiedocument wordt het Participatieplan voor Medewerkers uiteen gezet. Hiermee krijgen Medewerkers van [BEDRIJF A] de mogelijkheid te participeren in het aandelenkapitaal van de bank, om op deze manier de betrokkenheid bij de bank te vergroten. (…) U wordt dringend aangeraden de informatie grondig te bestuderen voordat u een beslissing neemt om al dan niet te participeren in [BEDRIJF A]. (…) 2.1.1 Kenmerken en voorwaarden Certificaten (…) Blokkeringsregeling De Certificaten van Medewerkers kennen een blokkeringsperiode van drie jaar vanaf de datum van de feitelijke levering van de Certificaten. In deze periode kunnen de Certificaten niet worden verkocht, tenzij de dienstbetrekking, ongeacht de wijze en de gronden waarop, van de Medewerker eindigt. Bij beëindiging van de dienstbetrekking binnen drie jaar na de feitelijke levering van de Certificaten, is de Medewerker verplicht om de Certificaten aan te bieden aan [BEDRIJF B], conform de bepalingen in de Administratievoorwaarden van [BEDRIJF B] (…), tegen het lagere van I) 80% van de aankoopprijs of II) 80% van de eerstvolgend vast te stellen marktwaarde per Aandeel (of Certificaat). (…) 3. Overige aspecten van het Participatieplan (…) Participatie vormt geen onderdeel van de arbeidsvoorwaarden Het aanbieden van dit Participatieplan aan Medewerkers is discretionair en vormt geen onderdeel van de arbeidsvoorwaarden.” 2.2. Begin 2007 is [BEDRIJF A] overgenomen door [BEDRIJF C] N.V. (hierna: [BEDRIJF C]). In het kader van deze overname zijn certificaten van aandelen [BEDRIJF A] omgewisseld voor certificaten van aandelen [BEDRIJF C]. In het “Informatiedocument Bod van [BEDRIJF C]” is – voor zover van belang – opgenomen: “Inleiding (…) Dit Informatiedocument (…) heeft tot doel om de Certificaathouders te voorzien van informatie als hulpmiddel bij het nemen van de beslissing om al dan niet Toestemming te verlenen aan [BEDRIJF B] om namens de Certificaathouders in te gaan op het Bod. (…) 1 Het Bod van [BEDRIJF C] Op 17 oktober jongstleden hebben [BEDRIJF A] en [BEDRIJF C] overeenstemming bereikt over het Bod van [BEDRIJF C] op alle Aandelen. (…) 1.1 [BEDRIJF C] biedt € 14,665 per Aandeel of Certificaat De totale prijs voor [BEDRIJF A] in deze Transactie bedraagt € 300 miljoen, of wel € 14,665 (…) per Aandeel of Certificaat. (…) 2 Bod voor Certificaathouders In dit hoofdstuk wordt het Bod voor Certificaathouders in meer detail beschreven. Certificaathouders die besluiten in te gaan op het Bod van [BEDRIJF C] zullen een bedrag in contanten ontvangen en – indien van toepassing – Certificaten [BEDRIJF C]. (…) 2.2 Certificaten [BEDRIJF C] kennen een Lock-up Regeling en zijn vanaf het boekjaar 2006 dividendgerechtigd (…) Lock-up Regeling Certificaten [BEDRIJF C] die worden verkregen in het kader van deze Transactie kennen een blokkeringsperiode van drie jaar vanaf 1 januari 2007. In deze periode kunnen de Certificaten [BEDRIJF C] niet worden overgedragen, tenzij de dienstbetrekking van de Certificaathouder eindigt. Bij beëindiging van de dienstbetrekking binnen de driejaarstermijn, is de Certificaathouder verplicht om Certificaten [BEDRIJF C] aan te bieden aan [BEDRIJF C]. [BEDRIJF C] heeft de plicht bij aanbieding van Certificaten [BEDRIJF C] in het kader van deze Lock-up Regeling de Certificaten [BEDRIJF C] af te nemen tegen het lagere van de dan geldende marktwaarde en: • Bij vertrek in het eerste jaar van de blokkeringsperiode € 20 per aangeboden Certificaat [BEDRIJF C]; (…) 2.4 Er is een aantal specifieke aandachtspunten voor de Certificaathouders 2.4.1. [BEDRIJF C] kan stappen ondernemen die de rechten van Certificaathouders die geen Toestemming verlenen kunnen beïnvloeden [BEDRIJF C] beoogt 100% van de Aandelen te verwerven. Indien [BEDRIJF C] minder dan 100% verwerft, behoudt zij zich het recht voor stappen te ondernemen die de rechten van de Certificaathouders die besluiten geen Toestemming te verlenen kunnen beïnvloeden. Stappen kunnen bijvoorbeeld zijn: - het aangaan van een juridische fusie tussen [BEDRIJF A] en [BEDRIJF C] of een aan [BEDRIJF C] gelieerde vennootschap; - het verrichten van handelingen die gericht zijn op het mogelijk maken van een uitkoopprocedure. Na de Transactie zal [BEDRIJF B] of [BEDRIJF C] de enige partij blijven die de Certificaten kan kopen van Certificaathouders die besluiten geen Toestemming te verlenen. [BEDRIJF B] heeft echter geen plicht om te kopen. (…)” 2.3. Het dienstverband van eiser (dat na overname door [BEDRIJF C] is voortgezet bij laatstgenoemde) is per 1 oktober 2007 beëindigd. In 2008 heeft eiser 2.271 certificaten van aandelen aangeboden aan [BEDRIJF C]. Eiser heeft hiervoor op grond van de “Lock-up regeling” een bedrag van € 20 per certificaat ontvangen. De marktwaarde van het beursgenoteerde aandeel [BEDRIJF C] was € 65,35 op dat moment. 2.4. Aan eiser is op 15 januari 2008 een voorlopige aanslag ib/pvv 2008 opgelegd. 2.5. Eiser heeft op 24 augustus 2009 zijn aangifte 2008 ingediend. Daarbij heeft hij een bedrag aan negatief loon opgenomen in verband met de verkoop van 2.271 certificaten van € 102.990, zijnde het verschil op het moment van verkoop tussen de waarde in het economische verkeer van € 65,35 per certificaat en de verkoopopbrengst van € 20 per certificaat. 2.6. Op 25 november 2009 is een nadere voorlopige aanslag ib/pvv 2008 opgelegd in overeenstemming met de aangifte. 2.7. Met dagtekening 21 oktober 2011 is de definitieve aanslag ib/pvv opgelegd, waarbij verweerder bij het bepalen van de inkomsten uit werk en woning het in de aangifte in aanmerking genomen bedrag aan negatief loon van € 102.990 heeft gecorrigeerd. 3. Geschil 3.1. In geschil is of het door eiser berekende verlies van € 102.990 als negatief loon in aftrek kan worden gebracht en of terecht over een langere termijn dan drie maanden na het doen van aangifte, heffingsrente in rekening is gebracht. 3.2. Eiser concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar, vermindering van het belastbaar inkomen uit werk en woning tot -/- € 39.563, vermindering van de beschikking heffingsrente en tot vergoeding van de proceskosten in bezwaar. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep. 4. Beoordeling van het geschil Negatief loon 4.1. Ingevolge artikel 3.81 van de Wet IB 2001 wordt onder loon verstaan: loon overeenkomstig de wettelijke bepalingen van de Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: Wet LB). Artikel 10, eerste lid, van de Wet LB definieert loon als al hetgeen uit een dienstbetrekking of een vroegere dienstbetrekking wordt genoten. 4.2. Eiser heeft betoogd dat het verlies van € 102.990 dat hij op de certificaten heeft geleden negatief loon vormt in het jaar 2008. Hij heeft hieraan onder meer ten grondslag gelegd dat de verwerving van de certificaten in de loonsfeer plaatsvond. 4.3. Het door eiser gestelde verlies vloeit voort uit de voorwaarden zoals opgenomen in overeenkomst(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.