Rechtbank Haarlem – ECLI:NL:RBHAA:2012:BY6505
RECHTBANK HAARLEM Sector kanton Locatie Haarlem zaak/rolnr.: 574843 \ HZ VERZ 12-26 datum uitspraak: 1 november 2012 BESCHIKKING VAN DE KANTONRECHTER inzake [X] te [woonplaats] verzoekende partij hierna te noemen [X] gemachtigde mr. M.P. van Asch tegen de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Mixed Hockey Club Alliance te Heemstede verwerende partij hierna te noemen Alliance gemachtigde mr. J. Tophoff De procedure Voor de loop van het geding verwijst de kantonrechter naar de volgende stuk¬ken:
De feiten a. [X] is een hockeyclub in Heemstede; zij bezit een clubhuis met terras aan de Sportparklaan 8. In het clubhuis is een kantine aanwezig. b. Op 29 juli 2004 hebben partijen een “Overeenkomst tot verlening van het recht tot exploitatie” (hierna de exploitatieovereenkomst) gesloten met betrekking tot de exploitatie van de kantine van het clubhuis van [X] door Alliance. c. De exploitatieovereenkomst bevat de volgende bepalingen: “(…) Artikel 1. Definities (…) 4. Exploitatie. Het door de exploitant voor eigen rekening en risico voeren van een horeca-activiteit in de kantine van de vereniging uitsluitend ten dienste van de leden van de vereniging, dan wel hun bezoekers, dan wel hun introducé(e)s. (…) Artikel 2. Exploitatietermijn 1. Het recht tot exploitatie gaat in op 1-8-2004 en eindigt op 31-7-2007.
Voorts is onjuist dat cliënt afspraken niet zou zijn nagekomen. (…) Cliënt heeft zich steeds op het gerechtvaardigde standpunt gesteld dat zijn overeenkomst met uw cliënte dwingendrechtelijk dient te worden gekwalificeerd als de huur en verhuur van middenstandsbedrijfsruimte ex art. 7:290 BW. (…) Het vorenstaande maakt niet dat cliënt niet openstaat voor een minnelijke regeling waarbij een vergoeding wordt voldaan die recht doet aan de waarde van zijn exploitatie en de wens van uw cliënte deze exploitatie over te nemen. (…)”
Het verzoek Voor het geval [X] geen opzegbescherming in de zin van artikel 7:290 e.v. BW toekomt, verzoekt [X] dat de kantonrechter bij beschikking:
Het gehuurde is toegankelijk voor één ieder, zoals bijvoorbeeld: leden, bezoekers, introducés, familieleden, geïnteresseerden, deelnemers aan kinderkampen. Er is dus sprake van “een voor het publiek toegankelijk lokaal” in de zin van artikel 7:290 BW. Partijen hebben bij het sluiten van de overeenkomst geen andersluidende afspraken gemaakt, laat staan dat het hen destijds anders voor ogen stond.
Voor het geval komt vast te staan dat geen sprake is van de huur van middenstandsbedrijfs-ruimte, maar van de huur in de zin van artikel 7:230a BW, verzoekt [X] schorsing van de ontruimingstermijn, alsmede verlenging van de ontruimingstermijn. [X] heeft belang bij de ontruimingsbescherming en stelt daartoe het volgende: [X] is voor zijn levensonderhoud afhankelijk van zijn in het gehuurde gedreven exploitatie. De exploitatie vertegenwoordigt een aanzienlijke waarde die hij bij vertrek niet te gelde kan maken. Daarbij komt nog het verlies aan investeringen.
De opstelling van Alliance is in het verleden weinig consistent gebleken. Het is niet ondenk-beeldig dat de veronderstelde plannen van Alliance aangaande de exploitatie van het clubhuis over bijvoorbeeld een jaar weer anders luiden.
Op dit ogenblik is niet duidelijk wat de concrete plannen van Alliance zijn ten aanzien van de exploitatie. [X] zal niet in staat zijn op korte termijn elders een nieuwe exploitatie op te bouwen, zodat hij genoodzaakt zal zijn een baan in loondienst te zoeken. Dat biedt in de huidige economische situatie geen rooskleurig vooruitzicht. Hetzelfde geldt voor de 9 personeelsleden van [X].
Het verweer Alliance betwist het verzoek en voert daartoe het volgende aan:
De kantine is echt een clubkantine in de enge zin van het woord. De kantine is open op de momenten dat er trainingen en/of wedstrijden zijn op de club. De kantine wordt bezocht door de spelers en -eventueel- de mensen die de spelers aanmoedigen, voornamelijk gezinsleden.
Het gebeurt nooit dat het clubhuis wordt bezocht door passanten of mensen die niet op dat moment hockeyen of naar iemand komen kijken. Daarmee voldoet de kantine dus niet aan de criteria van artikel 2:290 BW.
Met betrekking tot het belang van Alliance bij ontruiming van de gehuurde ruimte heeft zij het volgende aangevoerd:
Het bestuur van Alliance staat voor een gezellige, schone en uitnodigende kantine waar de leden zich prettig en vrij voelen en waar de clubsfeer tot uiting komt.
Die goede sfeer is er te lang niet geweest. Leden en het bestuur voelen zich niet vrij en de relatie met [X] is zo slecht dat evenementen als toernooien, vrijwilligersfeest en kinderkampen keer op keer onder druk komen te staan. Het kost het bestuur en de leden veel tijd en energie om hiermee adequaat om te gaan.
Alliance wil de exploitatie van de kantine zelf ter hand nemen. Dat is zeer noodzakelijk, omdat Alliance de inkomsten nodig heeft om haar begroting rond te krijgen.
Vanuit gemeenten worden subsidies topgezet. De omzet van de kantine is zeer van belang.
Daarnaast wil Alliance door de inzet van vrijwilligers achter de bar de gemoedelijke clubsfeer vergroten.
Als het [X] wordt toegestaan om nog 10 maanden te blijven dan is dat voor Alliance een enorme tegenslag. Dit brengt een grote financiële strop met zich.
Die strop is niet alleen financieel maar ook emotioneel. Een extra jaar exploitatie door [X] betekent dat ook dit jaar de nodige conflicten op de loer liggen.
Alles overziend is Alliance van mening dat de belangenafweging in haar voordeel dient uit te vallen en dat de kantonrechter aan [X] geen verlenging van de ontruimingstermijn dient te gunnen.
De beoordeling van het geschil 1. In de tussen partijen bij de kantonrechter onder nummer 557500 CV EXPL 12-6322 gevoerde procedure wordt bij uitspraak van heden overwogen en beslist dat sprake is van verhuur van een bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW.
Beslissing De kantonrechter:
Verstaat dat het verzoek niet is ingediend.
Deze beschikking is gegeven door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde uitspraakdatum.
Coll.