ECLI:NL:RBLEE:2003:AO1396
RECHTBANK LEEUWARDEN sector civiel recht afdeling familierecht Uitspraak: 17 december 2003 Rekestnummer: 1315/03 Zaaknummer: 59908 art. 1:27 BW BESCHIKKING van de rechtbank te Leeuwarden, meervoudige familiekamer, in de zaak van:
PROCESGANG De ABS heeft verzoekers bij brief van 21 juli 2003 meegedeeld dat hij weigert medewerking te verlenen aan het opmaken van een akte van huwelijksaangifte, betreffende het voorgenomen huwelijk van verzoekers.
Verzoekers hebben zich tot de rechtbank gewend met een verzoekschrift, ertoe strekkende dat zal worden bepaald dat de weigering van de ABS ongegrond is en te bepalen en/of te gelasten dat [verzoekster] wordt toegelaten tot het afleggen van een verklaring ex artikel 1:45 lid 3 BW en dat alsnog een akte van huwelijksaangifte dient te worden op gemaakt en dat het huwelijk tussen verzoekers dient te worden voltrokken, althans te bepalen dat de door de ABS aangevoerde omstandigheden niet in de weg mogen staan aan het opmaken van de akte van huwelijksaangifte en de voltrekking van het huwelijk.
De ABS heeft een verweerschrift ingediend.
Behandeling vond plaats ter terechtzitting met gesloten deuren van de meervoudige kamer van deze rechtbank op 4 november 2003.
RECHTSOVERWEGINGEN Gelet op hetgeen ter terechtzitting is behandeld en op de inhoud van het dossier, overweegt de rechtbank het volgende.
Daaromtrent overweegt de rechtbank als volgt.
Naar het oordeel van de rechtbank behoorde de ABS bedoelde bescheiden ook ongenoegzaam te oordelen, omdat de weigering van de Nederlandse overheid om deze te legaliseren feitelijk het oordeel behelst dat deze bescheiden geen bewijs kunnen opleveren van de daarin opgenomen gegevens en dat deze als zodanig binnen de Nederlandse rechtsorde geen zelfstandige rol kunnen vervullen.
Het verzoek te bepalen dat genoemde weigering van de ABS ongegrond is, zal dan ook worden afgewezen.
4.1 Hoewel meergenoemd verificatie-onderzoek de juistheid van de gegevens, opgenomen in de overgelegde ‘National Birth Certificate’ en ‘non-certificate of marriage’ niet heeft kunnen bevestigen, blijkt daaruit ook niet van contra-indicaties terzake of van de onjuistheid van die gegevens.
4.2 Gelet hierop zijn er geen aanwijzingen dat [verzoekster] was gehuwd toen zij naar Nederland kwam. Er is dan ook geen aanleiding aan te nemen dat er sprake is van een huwelijksbeletsel in verband met de huwelijksbevoegdheid van [verzoekster].
4.3 Voorts blijkt wèl uit dat onderzoek dat [verzoekster] in 1979 is ingeschreven op de ‘[school]. Gelet op dit laatste acht de rechtbank het waarschijnlijk dat [verzoekster] is geboren te Urora, op of omstreeks de door haar genoemde geboortedatum. Dit rechtvaardigt in ieder geval de conclusie dat ook in de leeftijd of de afkomst van [verzoekster] geen huwelijksbeletsel ligt besloten.
5.1 Wat betreft de vraag naar de huwelijksbevoegdheid dient, gelet hierop, in deze zaak thans te worden voorbijgegaan aan het vereiste van overlegging van bewijsstukken als bedoeld in artikel 1:44 lid 1 sub d BW.
5.2 Wat betreft de vraag naar de geboortegegevens geldt dat artikel 1:45 lid 3 BW de mogelijkheid biedt, het gemis van een geboorteakte als bedoeld in artikel 1:44 lid 1 sub a BW te verhelpen. Nu die mogelijkheid er is, is er naar het oordeel van de rechtbank aanleiding deze te benutten. Opgemerkt zij dat de door [verzoekster] geproduceerde Nigeriaanse geboorteakte (‘National Birth Certificate’) niet kan worden aangemerkt als een geboorteakte als bedoeld in artikel 1:44 lid 1 sub a BW, nu legalisatie daarvan is geweigerd en deze dus ontoereikend is bevonden om als een zodanige akte te kunnen gelden. Voor zover de ABS heeft willen betogen dat er geen ruimte is voor het laten afleggen van een beëdigde verklaring als bedoeld, omdat er wèl –zij het ontoereikende- geboortebescheiden in de zin van artikel 1:44 lid 1 sub a BW zijn overgelegd, legt de rechtbank dit betoog als onbegrijpelijk naast zich neer.
Gezien het voorgaande acht de rechtbank het verzoek te gelasten dat [verzoekster] zal worden toegelaten tot het afleggen van een verklaring ex artikel 1:45 lid 3 BW toewijsbaar.
6.1 Aangezien een verklaring van de korpschef als bedoeld in artikel 1:44 lid 1 sub k BW eerst wordt aangevraagd als aan de overige vereisten van genoemd artikel is voldaan, zal op dit punt een voorbehoud worden gemaakt.
BESLISSING De rechtbank: gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Heerenveen over te gaan tot het opmaken van een akte van huwelijksaangifte van [verzoeker] en [verzoekster] waarbij [verzoekster] zal worden toegelaten tot het afleggen van een beëdigde verklaring als bedoeld in artikel 1:45 lid 3 BW en waarbij voorbij zal worden gegaan aan het vereiste bewijsstukken over te leggen als bedoeld in artikel 1:44 lid 1 sub d BW, voor zover [verzoekster] betreffende, één en ander onder voorbehoud dat een verklaring als bedoeld in artikel 1:44 lid 1 sub k BW zal worden overgelegd; compenseert de proceskosten aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt; wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven te Leeuwarden door mr. J.D.S.L. Bosch, voorzitter, en mrs. A.E. Olthuis en A. Nijland, rechters, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op woensdag 17 december 2003, in tegenwoordigheid van de griffier. (cc: 18) Van de einduitspraak in deze beschikking kan binnen 3 maanden hoger beroep worden inge-steld bij het gerechtshof te Leeuwarden. Indien u in deze procedure bent verschenen start deze termijn op de dag van de uitspraak. Als u niet in de procedure bent verschenen kan de termijn op een latere datum beginnen. Volgens de wet bent u verplicht om voor het instellen van hoger beroep een advocaat in te schakelen. In verband met de beperkte termijn dient u zo spoedig mogelijk contact met uw/een advocaat op te nemen!
De griffier.