RECHTBANK LEEUWARDEN Sector Strafzaken KLAAGSCHRIFT INBESLAGGENOMEN GOEDEREN Rekestnummer: 06/276 BESCHIKKING van de rechtbank te Leeuwarden, meervoudige raadkamer, op het klaagschrift van: [klager 1], [adres] en [klager 2] gevestigd te [adres], gemachtigde: mr. D.V.A. Brouwer. Procesverloop Op 30 juni 2006 hebben [klager 1] en [klager 2], verder te noemen klagers, een klaagschrift ingediend tegen inbeslagneming. Op 3 augustus 2006 heeft de officier van justitie schriftelijk gereageerd op het klaagschrift. Behandeling van het klaagschrift heeft plaatsgevonden in raadkamer van 16 augustus 2006, waar klagers zich hebben doen vertegenwoordigen door hun gemachtigde. Klagers en de officier van justitie zijn gehoord. De rechtbank heeft de uitspraak bepaald op heden. De feiten De rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, heeft op 16 mei 2006 doorzoeking ter inbeslagneming verricht in perceel [adres], waar klagers woonachtig, respectievelijk gevestigd zijn. De rechter-commissaris heeft een aantal goederen en bescheiden in beslag genomen. Een en ander blijkt uit het daarvan door de rechter-commissaris opgemaakt proces-verbaal. Het standpunt van klagers Klager [1] stelt dat hem als apotheker en zaakvoerder van [klager 2] verschoningsrecht toekomt als bedoeld in artikel 218 Sv., ten aanzien van datgene waarvan de wetenschap hem in zijn hoedanigheid als apotheker is toevertrouwd. Aan [klager 2] komt in die verhouding tenminste een afgeleid verschoningsrecht toe. Onder klagers zijn onder meer inbeslaggenomen medicatielijsten en recepten, geschriften tot welke de plicht tot geheimhouding van klagers zich uitstrekt zoals bedoeld in artikel 98, eerste lid, Sv. Nu klagers geen toestemming hebben gegeven tot inbeslagneming, was die inbeslagneming niet toegestaan. Ter zitting hebben klagers hieraan toegevoegd dat de inbeslaggenomen recepten geen geschriften zijn die het voorwerp van het strafbare feit uitmaken of tot het begaan daarvan gediend hebben. Bij dergelijke geschriften moet veeleer aan de declaraties bij de zorgverzekeraar worden gedacht. Klagers menen dat geen sprake is van dusdanige uitzonderlijke omstandigheden dat het verschoningsrecht kan worden doorbroken. Klagers concluderen tot gegrondverklaring van het klaagschrift en teruggave van de in beslaggenomen stukken. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft om te beginnen aangevoerd dat klagers niet ontvankelijk zijn in hun klacht, nu het klaagschrift in strijd met een afspraak tussen de rechter-commissaris en de raadsvrouwe van klagers niet binnen twee weken is ingediend. Klagers kunnen zich beroepen op een afgeleid verschoningsrecht. De inbeslaggenomen recepten zijn geschriften die voorwerp van het strafbaar feit uitmaken of tot het begaan daarvan gediend hebben. Het gaat niet om een civielrechtelijk geschil tussen klagers en de zorgverzekeraar over de ingediende declaraties, maar over fraude in de vorm van valsheid in geschrift. Voor zover het gaat om geschriften die onder het verschoningsrecht vallen, is sprake van zeer uitzonderlijke omstandigheden op grond waarvan het belang van de waarheid moet prevaleren boven het belang van verschoning. Daarbij moet worden gedacht aan een groot belang van de volksgezondheid, namelijk het vermijden van onnodige kosten. De inbreuk op het verschoningsrecht is beperkt, omdat de recepten worden geanonimiseerd. De officier van justitie concludeert tot ongegrondverklaring van het klaagschrift. Beoordeling De officier van justitie heeft op de hiervoor vermelde grond aangevoerd dat klagers niet-ontvankelijk zijn. Het proces-verbaal van de doorzoeking op 16 mei 2006 bevat de volgende passage: "De rechter-commissaris heeft vervolgens telefonisch met de raadsvrouw afgesproken dat de in beslag te nemen zaken verzegeld meegenomen worden. Zij zal zo nodig een klaagschrift artikel 552 Sv. indienen, binnen 2 weken na heden." Het klaagschrift is ingediend op 30 juni 2006, derhalve na genoemde termijn. Ingevolge artikel 552a, derde lid Sv. is het klaagschrift niet ontvankelijk indien het is ingediend op een tijdstip waarop drie maanden zijn verstreken sedert de vervolgde zaak tot een einde is gekomen. De mededeling van de raadsvrouwe dat zij zonodig een klaagschrift zal indienen binnen twee weken na de doorzoeking doet daaraan niet af. Een dergelijke mededeling zet de wettelijke regeling niet opzij. Nu het klaagschrift binnen de in artikel 552a, derde lid Sv. genoemde termijn is ingediend zijn klagers ontvankelijk in hun klacht. Klager [1] is apotheker en zaakvoerder van [klager 2] Op grond van artikel 88 Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) is hij verplicht tot geheimhouding. Voor de beoordeling of aan klagers verschoningsrecht toekomt is voorts de vraag van belang of bij apothekers het maatschappelijk belang dat de waarheid in rechte aan het licht komt, moet wijken voor het maatschappelijk belang dat een ieder zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking van het besprokene om bijstand en advies tot hen moet kunnen wenden. De rechtbank verwijst in dit verband naar Hoge Raad 1 maart 1985, NJ 1986,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.