RECHTBANK ASSEN Sector bestuursrecht, belastingkamer Procedurenummer: AWB07/95 Uitspraakdatum: 24 september 2007 Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen [eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats], eiseres, gemachtigde M.F.J. van Arragon, werkzaam bij Ten Kate Taxatie & Consult, gevestigd te Groningen en de heffingsambtenaar van de gemeente Assen, verweerder. Procesverloop 1.1 Verweerder heeft aan eiseres voor het jaar 2006 een aanslag (aanslagnummer [nummer]) onroerende-zaakbelastingen opgelegd . 1.2 Eiseres heeft bij brief van 5 april 2006 een bezwaar ingesteld tegen de daarin begrepen gebruikersheffing. 1.3 Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 1 december 2006 de aanslag, voor zover het de hiervoor - onder 1.2 - bedoelde gebruikersheffing betreft, verminderd tot een aanslag berekend over een heffingsgrondslag van € 2.350.049,-- 1.4 Eiseres heeft daartegen bij brief van 10 januari 2007, ontvangen bij de rechtbank op 11 januari 2007, beroep ingesteld. 1.5 Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend. 1.6 Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 juli 2007 te Leeuwarden. Eiseres is daar bij haar gemachtigde verschenen. Namens verweerder zijn verschenen J.L. Jans en J.A.A.M. Dierckxsen. Motivering Feiten Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast: 2.1 Eiseres is eigenaresse en gebruikster van een verzorgings- c.q. bejaardentehuis, genaamd "[naam]", gelegen aan de [adres] (de onroerende zaak). 2.2 Bij beschikking van 28 februari 2006 is de waarde van de onroerende zaak in het kader van de Wet waardering onroerende zaken vastgesteld op € 3.916.652,--. 2.3 Bij uitspraak op bezwaar van 1 december 2006 heeft verweerder de ten aanzien van de gebruikersheffing onroerende zaakbelasting gehanteerde heffingsgrondslag verminderd tot op € 2.350.049,-- (kennelijk) ten einde op die wijze toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 220f, achtste lid, van de Gemeentewet. Geschil 3.1 In geschil is het antwoord op de vraag of verweerder ten aanzien van de gebruikersheffing onroerende zaakbelasting de juiste (vermindering van de) heffingsgrondslag heeft gehanteerd, waarbij het geschil zich toespitst op de vraag of verweerder bij het nemen van de bestreden verminderingsbeschikking de hiervoor - onder 2.2 - bedoelde waarde van de onroerende zaak op de juiste wijze heeft gesplitst in enerzijds een deel van de waarde van die gedeelten van het verzorgingshuis die noch in hoofdzaak tot woning dienen, noch in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woningdoelen (hierna: het niet-woondeel) en anderzijds een deel van de waarde van die gedeelten van het verzorgingshuis die wel in hoofdzaak tot woning dienen, dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woningdoelen (hierna: het woondeel). 3.2 Eiseres beantwoordt de hiervoor - onder 3.1 - geformuleerde vraag ontkennend en concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vermindering van de belastingaanslag tot een berekend over een maatstaf van € 1.637.161,--. 3.3 Verweerder beantwoordt de hiervoor - onder 3.1 - geformuleerde vraag bevestigend en concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep. Verweerder beroept zich hierbij op een door hem overgelegde cijfermatige uitwerking van de door hem gemaakte splitsing tussen het woondeel en het niet-woondeel aan de hand van een - eveneens door hem overgelegde - plattegrond van de onroerende zaak van de hand van Y Architecten Groep B.V. te Z. 3.4 Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden die daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken. Beoordeling van het geschil 4.1 De rechtbank stelt voorop dat de waarde die is vastgesteld op grond van de Wet waardering onroerende zaken, op basis waarvan de - onder 1.1 - bedoelde aanslag is opgelegd, tussen partijen - als zodanig - niet in geschil is. Slechts in geschil is de juistheid van de toegepaste vermindering als bedoeld onder 2.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.