RECHTBANK LEEUWARDEN Sector bestuursrecht, belastingkamer Procedurenummer: AWB 06/1827 Uitspraakdatum: 1 juni 2007 Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen [eiser], wonende te [woonplaats], eiser, en de inspecteur van de Belastingdienst/Noord/kantoor Groningen, verweerder. Procesverloop 1.1 Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2003 een aanslag (aanslagnummer [nummer].H36) inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 51.496,--. 1.2 Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 4 juli 2006 de aanslag gehandhaafd. 1.3 Eiser heeft daartegen op 1 augustus 2006 beroep ingesteld bij de rechtbank. Bij brief van 13 september 2006, ingekomen bij de rechtbank op 15 september 2006, heeft eiser zijn beroep aangevuld. 1.4 Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend. 1.5 Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 mei 2007 te Leeuwarden. De gemachtigde van eiser heeft bij brief van 19 april 2007 meegedeeld niet bij de zitting aanwezig te kunnen zijn. Namens verweerder is verschenen [gemachtigde]. Motivering Feiten 2.1 Op 1 januari 2002 heeft eiser met [X] B.V. een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd gesloten, welke arbeidsovereenkomst hierna wordt aangemerkt als "bovenliggende arbeidsovereenkomst". Zijn loon over 2003 bedroeg € 52.252,--. 2.2 In verband met werkzaamheden welke zijn uitgevoerd in [buitenland], heeft eiser naast de onder 2.1 vermelde bovenliggende arbeidsovereenkomst met [Y] B.V. (hierna: [Y] B.V.) een arbeids-overeenkomst gesloten, welke hierna wordt aangemerkt als "onderliggende arbeidsovereenkomst". 2.3 In de met [X] B.V. afgesloten arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zijn onder andere de volgende passages opgenomen: "[X] sluit voor de uitvoering van de werkzaamheden arbeidscontracten met individuele medewerkers, waarbij het mogelijk is dat de betrokken medewerkers contractueel worden ondergebracht bij dochterondernemingen, aanverwante bedrijven en eventueel buitenlandse vennootschappen (bijvoorbeeld [Y] B.V.). In de verhouding tussen betrokken medewerkers en [X] prevaleert immer de bepalingen uit de individuele arbeidsovereenkomst tussen [X] en de medewerker boven de arbeidsovereenkomst tussen betrokken medewerker en de betreffende vennootschap." "Beide partijen kunnen nimmer rechten ontlenen aan onderliggende overeenkomst." "Artikel 1" "lid 2 Medewerker sluit een arbeidsovereenkomst met "[Y] B.V.", welke arbeidsovereenkomst wordt aangemerkt als onderliggende overeenkomst." "lid 3 Medewerker is op de hoogte van het feit dat de in lid 2 genoemde overeenkomst slechts wordt gesloten vanwege administratief technische redenen en locale juridische regelgeving te [buitenland]." "Lid 4 Wanneer bepalingen uit de onderliggende overeenkomst strijdig zijn met de bovenliggende overeenkomst zijn te alle tijden de bepalingen uit bovenliggende overeenkomst van kracht." "lid 5 Bij beëindiging van de bovenliggende overeenkomst, om welke grond dan ook, eindigt tevens van rechtswege de onderliggende overeenkomst, welke uit dien hoofde tussen partijen altijd is aan te merken als een overeenkomst voor bepaalde tijd, te weten de tijd die de bovenliggende overeenkomst duurt." "Artikel 13" "Lid 1 Bij geschillen omtrent de [buitenlandse] vertalingen van dit contract en het supplement prevaleert het contract in de Nederlandse taal, dit geldt eveneens voor de onderliggende overeenkomst." "Lid 2 Bij geschillen tussen partijen wordt Nederlands recht van toepassing verklaard en is de Rechtbank te Groningen bevoegd kennis te nemen van het geschil. Dit geldt eveneens voor de onderliggende arbeidsovereenkomst." 2.4 Eiser heeft zijn salaris genoten van [X] B.V. Deze vennootschap heeft dit salaris doorbelast aan [Y] B.V. Geschil 3.1 Tussen partijen is in geschil het antwoord op de vraag of aan de onderliggende arbeidsovereenkomst tussen eiser en [Y] B.V., voldoende zelfstandige betekenis toekomt om [Y] B.V. als buitenlandse werkgever aan te merken, ten gevolge waarvan eiser zijn arbeid niet uitsluitend heeft verricht uit hoofde van een dienstbetrekking met een in Nederland gevestigde werkgever. Niet in geschil is dat artikel 12 van het Besluit uitbreiding en beperking verzekerden volksverzekeringen 1999 in het onderhavige geval van toepassing is. 3.2 Eiser stelt zich op het standpunt dat hij in aanmerking komt voor vrijstelling van premies volksverzekeringen over de periode dat hij in [buitenland] werkzaam was omdat hij (mede) een arbeidsovereenkomst is aangegaan met een buitenlandse werkgever, [Y] B.V. 3.3 Verweerder is van opvatting dat eiser uitsluitend in dienstbetrekking stond tot een Nederlandse werkgever, [X] B.V., en derhalve niet is uitgesloten van verzekering voor de volksverzekeringen. 3.4 Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden die daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken. Beoordeling van het geschil 4.1 Artikel 12 van het Besluit uitbreiding en beperking verzekerden volksverzekeringen 1999 (BUB) luidt: "
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.