RECHTBANK LEEUWARDEN Sector bestuursrecht, belastingkamer procedurenummer: AWB 07/1701 uitspraak van de meervoudige kamer van 21 januari 2009 als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen [eiser], wonende te [woonplaats], eiser, en de heffingsambtenaar van Wetterskip Fryslân, verweerder, gemachtigde [gemachtigde]. Procesverloop Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2007 met dagtekening 28 februari 2007 een aanslag (aanslagnummer [nummer]) verontreinigingsheffing opgelegd. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 6 juli 2007 de aanslag gehandhaafd. Eiser heeft daartegen bij brief van 11 juli 2007, ontvangen bij de rechtbank op 13 juli 2007 beroep ingesteld. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend. Partijen hebben vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn telkens in afschrift verstrekt aan de wederpartij. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 november 2008 te Leeuwarden. Eiser is bij aangetekende brief uitgenodigd om hierbij aanwezig te zijn, maar is niet ter zitting verschenen. Namens verweerder is zijn gemachtigde verschenen. Motivering Feiten Op grond van de stukken van het geding stelt de rechtbank als tussen partijen niet in geschil, de volgende feiten vast: 1.1 Eiser staat op 1 januari 2007 samen met [X] in de gemeentelijke basisadministratie (GBA) ingeschreven op het adres [adres 1]. Van deze beide personen is eiser de langst ingeschrevene op dit adres. 1.2 Per 1 maart 2007 is eiser verhuisd naar het adres [adres 2]. Hij is vanaf dat moment alleenwonend. [X] is op het onder 1.1 vermelde adres blijven wonen. 1.3 Eiser heeft de woning op het onder 1.2 vermelde adres gekocht. Bij de notariële afrekening zijn de eigenaarslasten van die woning tussen koper en verkoper verrekend. Verweerder heeft voor het jaar 2007 geen aanslag opgelegd aan eiser voor het gebruik van de woonruimte gelegen aan [adres 2]. 1.4 De achterblijvende bewoner/gebruiker van de woonruimte aan [adres 1] is door verweerder per 1 maart 2007 tijdsevenredig in de heffing betrokken. Geschil 2.1 Tussen partijen is de hoogte van de aanslag verontreinigingsheffing is geschil. 2.2 Eiser is van mening dat de aanslag moet worden verminderd, omdat hij vanaf 1 maart 2007 als een eenpersoonshuishouden moeten worden aangemerkt. Eiser concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vermindering van de belastingaanslag. 2.3 Verweerder is van opvatting dat eisers verhuizing en de daarmee samenhangende wijziging van het aantal personen van eisers huishouding niet tot vermindering van de aanslag kan leiden, omdat in artikel 4 van de Heffingsverordening Wetterskip Fryslân 2007 (Vo) is bepaald dat geen vermindering wordt verleend op de oorspronkelijke aanslag ingeval de heffingsplichtige gebruiker binnen het verzorgingsgebied van het waterschap verhuist van de ene naar de andere zelfstandige woonruimte. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep. 2.4 Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden die daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken. Beoordeling van het geschil 3.1 Krachtens artikel 3 Vo wordt onder de naam "verontreinigingsheffing" ter zake van (onder meer) het afvoeren van stoffen vanuit een woonruimte een directe belasting geheven van degene die het gebruik heeft van die ruimte. Het gebruik van een woonruimte door de leden van een huishouden wordt voor de toepassing van deze heffing aangemerkt als gebruik van het door de ambtenaar belast met de heffing aangewezen lid van dat huishouden. 3.2 In de toelichting bij de Vo is voor het tweede en derde lid van artikel 3 aangegeven dat aan de hand van de feitelijke omstandigheden moet worden beoordeeld wie gebruiker is. In geval er meerdere gebruikers zijn, is het noodzakelijk, aldus de toelichting, dat de ambtenaar belast met de heffing op het dagelijks bestuur beleidsregels opstelt op grond waarvan één van de gebruikers als belastingplichtige kan worden aangewezen. In het Besluit tot vaststelling van beleidsregels voor het aanwijzen van heffingsplichtigen WVO-woonruimten en ingezetenenomslag heeft de heffingsambtenaar beleidsregels vastgesteld voor het aanwijzen van een heffingsplichtige gebruiker van woonruimte. Krachtens artikel 1 lid 1.1 van dat besluit wordt de aanslag voor het gebruik van woonruimte opgelegd ten name van degene die blijkens de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het betreffende adres als de langst ingeschreven actuele bewoner staat ingeschreven. 3.3 In artikel 14 lid 1 Vo is, voor zover thans van belang, bepaald dat de vervuilingswaarde van een woonruimte drie vervuilingseenheden is indien die woonruimte bij het begin van het heffingsjaar wordt gebruikt door meer dan één persoon. Van een woonruimte die op genoemd tijdstip door één persoon wordt gebruikt, wordt op aanvraag van de gebruiker, de vervuilingswaarde op één vervuilingseenheid vastgesteld. 3.4 In artikel 4 Vo is, voor zover thans van belang, het volgende bepaald:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.