RECHTBANK LEEUWARDEN Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 94462 / HA ZA 09-99 Vonnis van 20 januari 2010 in de zaak van [X], wonende te [woonplaats], eiser in conventie, verweerder in reconventie, advocaat: mr. A.A. Bos, kantoorhoudende te Zwolle, tegen de coöperatie U.A. COÖPERATIE VOOR AGRARISCHE BEDRIJFSVERZORGING FRYSLÂN U.A., gevestigd te Sneek, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, advocaat: mr. P. Stehouwer, kantoorhoudende te Leeuwarden. Partijen zullen hierna "[X]" en "AB" genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de akte overlegging producties - de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie - de akte van depot d.d. 30 maart 2009 (depot ijzeren bout) - de conclusie van antwoord in reconventie - het proces-verbaal van comparitie d.d. 10 juni 2009 - de conclusie na comparitie van [X] - de antwoordconclusie na comparitie van AB - de akte uitlating producties van [X] 1.2. Vervolgens is vonnis bepaald. 2. De vaststaande feiten In deze procedure zal van de volgende vaststaande feiten worden uitgegaan. 2.1. AB is een coöperatie die zich statutair ten doel stelt de belangen van haar leden te behartigen, in het bijzonder op het gebied van de agrarische bedrijfsverzorging, onder meer door het aan de leden van de coöperatie ter beschikking stellen van arbeidskrachten, bedrijfsleiders en/of hulpwerktuigen (artikel 2 lid 1 en lid 2 sub a van de huidige statuten van AB). In de huidige statuten (geldend vanaf 1 januari 2008) is voorts - voor zover hier van belang - het volgende bepaald: (…) Bedrijfsreglement Artikel 3. 1. Het bestuur van de coöperatie is bevoegd om na voorafgaande goedkeuring van de ledenraad een bedrijfsreglement vast te stellen. Het bestuur is bevoegd voormeld bedrijfsreglement na voorafgaande goedkeuring van de ledenraad te wijzigen. 2. In het reglement zullen in het bijzonder worden omschreven de rechten en verplichtingen van de leden (…) Artikel 6. 1. Het lidmaatschap eindigt door: a. ingeval van een lid-rechtspersoon, doordat het lid ophoudt te bestaan; b. opzegging door het lid; c. opzegging namens de coöperatie d. ontzetting (…) 4. Indien een lid naar het oordeel van het bestuur van de coöperatie handelt in strijd met de statuten, het bedrijfsreglement, de besluiten van de coöperatie niet nakomt, dan wel de coöperatie op onredelijke wijze benadeelt, kan een lid door het bestuur uit zijn lidmaatschap worden ontzet, behoudens beroep op de raad van commissarissen binnen een maand, nadat het lid van deze ontzetting bericht heeft ontvangen. Ontzetting door het bestuur moet schriftelijk geschieden met opgave van redenen. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst. 5. De raad van commissarissen bepaalt de datum van ontzetting. Artikel 7. (…) 2. Bij beëindiging van het lidmaatschap, op welke wijze dan ook, vervallen voorts voor het desbetreffende lid alle rechten, welke aan het lidmaatschap verbonden zijn. (…) Slotartikelen Artikel 27. 1. De coöperatie is jegens de leden niet aansprakelijk voor schaden en verliezen die de ter beschikking gestelde arbeidskrachten of werktuigen toebrengen aan de leden of aan derden, tenzij er sprake is van grove schuld en/of nalatigheid. 2. De leden vrijwaren bij voorbaat de coöperatie voor elke aansprakelijkheid (inclusief kosten met inbegrip van de daadwerkelijke kosten van rechtsbijstand) voortvloeiende uit schaden en verliezen die ter beschikking gestelde arbeidskrachten of werktuigen toebrengen aan de leden of aan derden, tenzij er sprake is van grove schuld en/of nalatigheid. (…) Artikel 28. Wat betreft de vernietigbaarheid dan wel nietigheid van een besluit van één der organen van de coöperatie is het bepaalde in de artikelen 14 tot en met 16 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing. 2.2. In het bedrijfsreglement van AB is onder meer bepaald: (…) Artikel 8 a. De leden zullen de lokalen, werktuigen en gereedschappen waarin of waarmee de leden de ter beschikking gestelde arbeidskracht arbeid laten verrichten, zodanig inrichten en onderhouden alsmede voor het verrichten van de arbeid zodanige maatregelen treffen en aanwijzingen verstrekken als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de ter beschikking gestelde arbeidskracht in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt. 2.3. [X] exploiteert een melkveehouderij met ongeveer 70 koeien te [woonplaats]. Hij is sinds 2000 lid van AB. 2.4. [X] zou in de zomervakantie van 2007 van 8 tot en met 18 augustus met zijn gezin op vakantie naar Frankrijk gaan. In verband daarmee heeft [X] aan AB verzocht om een bedrijfsverzorger ter beschikking te stellen, die het bedrijf van [X] tijdens diens vakantie zou waarnemen. AB heeft vervolgens de heer [Y] als bedrijfsverzorger aangewezen. 2.5. De werkzaamheden van [Y] zijn aangevangen op 8 augustus 2007, de dag waarop [X] met vakantie is gegaan. Diezelfde dag nog deed zich een storing voor aan de melkpomp, welke door [Y] telefonisch aan [X] is gemeld. De storing is vervolgens verholpen door monteurs van Farm Service. Volgens de opdrachtbon van Farm Service heeft de melkpomp op twee fasen gedraaid door een stroomstoring op het bedrijf van [X]. 2.6. Op 9 augustus 2007 heeft zich opnieuw een storing met betrekking tot de melkpomp voorgedaan. Er waren problemen met een vacuümpomp en een elektromotor was doorgebrand. Wederom hebben monteurs van Farm Service de storing verholpen. [Y] heeft de storing telefonisch aan [X] gemeld. Voorts heeft Installatiebedrijf Hoekstra op verzoek van [Y] werkzaamheden verricht, bestaande uit het verhelpen van een elektra storing. 2.7. Op 10 augustus 2007 heeft [Y] telefonisch aan [X] gemeld dat de pulsatoren niet zouden werken en dat hij zijn werkzaamheden voor [X] per direct zou beëindigen. [X] heeft vervolgens zijn vakantie afgebroken en is naar zijn bedrijf teruggekeerd. Ook op 10 augustus 2007 is Farm Service langs geweest voor het verhelpen van de voorgevallen storing. 2.8. De bij AB werkzame medewerker [A] heeft op 13 augustus 2007 schriftelijk verklaard: "Vrijdagavond (10 augustus 2007) om 19.00 uur gebeld door [B] (locatie Drachten) direct naar lid [X] gereden, aanwezig om 19.15 uur. Meegewerkt met [Y], hierbij heeft [Y] het werk overgedragen aan [A]. Om 20.30 uur gezamenlijk weggereden. Zaterdagochtend om 05.20 wederom naar [X] gereden, omgekleed en in stal gegaan, hierbij geconstateerd dat boer inmiddels bezig was om vee binnen te halen. Hierna om 05.45 teruggekeerd naar huis." 2.9. AB heeft [X] bij nota van 16 augustus 2007 een bedrag van € 832,13 in rekening gebracht in verband met de geleverde dienstverlening van haar bedrijfshulp [Y]. Deze factuur is vervolgens automatisch geïncasseerd door AB, maar [X] heeft het bedrag op 29 augustus 2007 laten storneren. 2.10. De toenmalige gemachtigde van [X] heeft AB bij brief van 5 oktober 2007 onder meer medegedeeld: “Zonder opgaaf van redenen heeft u de bedrijfshulp gestaakt, terwijl cliënt op dat moment ver van zijn bedrijf was. Namens cliënt stel ik u hierbij aansprakelijk voor de schade die cliënt heeft geleden en wellicht nog zal lijden als gevolg van de door u gepleegde wanprestatie. U heeft een ondeskundige bedrijfshulp gestuurd en deze gestaakt terwijl erop dat moment geen andere waarneming was en het wel gaat om levende have. Het vee heeft geleden onder de ondeskundige begeleiding. Cliënt zal de schade door een deskundige laten beramen.(…)” 2.11. De heer [C] van Farm Service heeft AB bij e-mail van 31 oktober 2007 medegedeeld: "Hierbij reageer ik op onderstaande mail betreffende klant [X] [woonplaats]. De oorzaak van de storingen is een zeer slechte stroomtoevoer vanaf de meterkast in het woonhuis. Onze storing monteurs hebben hier samen met een elektriciën i.p.v. een smeltveiligheid (stoppen) diverse bouten aangetroffen. Zoals je zult begrijpen zullen deze er nooit uitspringen als hier noodzaak voor is. Stoppen c.q. zekeringen zijn er juist voor om de apparatuur zoals elektromotoren te beschermen. De storingen kunnen volgens onze technische mensen onmogelijk veroorzaakt zijn door ondeskundig handelen van uw medewerker. (…)" 2.12. AB heeft [X] bij brief van 22 januari 2008 medegedeeld: “Het bestuur van AB Friesland U.A., hierna AB, is van oordeel dat u heeft gehandeld in strijd met de statuten en het bedrijfsreglement van AB, en de coöperatie op onredelijke wijze heeft benadeeld. Op grond van de statuten en het bedrijfsreglement van AB (waaronder artikel 8 van het bedrijfsreglement) dienen de leden de lokalen, werktuigen en gereedschappen waarin of waarmee de leden de ter beschikking gestelde arbeidskrachten arbeid laten verrichten, zodanig in te richten en te onderhouden, alsmede voor het verrichten van de arbeid zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te verstrekken als redelijkerwijs nodig is, om te voorkomen dat de ter beschikking gestelde arbeidskracht in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt. AB is van mening dat u de verplichtingen die uit dit artikel voortvloeien niet bent nagekomen. In verband met een naar het oordeel van AB onveilige werksituatie voor de ter beschikking gestelde medewerker is op 11 augustus 2007 de vakantievervanging op uw bedrijf gestaakt. Middels brief van 13 september 2007 heeft AB u voorgesteld om met een onafhankelijke arbeidsdeskundige, en op kosten van AB, een bezoek te brengen aan uw bedrijf. Op dit door AB gedane aanbod bent u tot op heden helaas niet ingegaan. Van hervatting van de hulp op uw bedrijf kan dan ook geen sprake zijn. Daarnaast heeft u AB benadeeld door uw financiële verplichtingen jegens haar niet na te komen. Op grond van het bedrijfsreglement artikel 13 worden de nota’s per week opgemaakt en dienen deze binnen een periode van twee weken te worden voldaan. U heeft de nota van 16 augustus 2007 ter waarde van € 832,13 gestorneerd en, ondanks het dringende verzoek daartoe van AB en de door haar inegschakelde advocaat, nog niet zorggedragen voor een correcte betaling van de nota, de wettelijke rente en de incassokosten. Bovenstaande redenen hebben het bestuur en de raad van commissarissen van AB doen besluiten u met ingang van 1 januari 2008 uit uw lidmaatschap te ontzetten. Tegen deze ontzetting kunt u in beroep gaan bij de raad van commissarissen binnen een maand nadat u deze brief heeft ontvangen (…).” 2.13. [X] heeft bij brief van zijn gemachtigde van 1 februari 2008 bij de raad van commissarissen van AB beroep ingesteld tegen voornoemd ontzettingsbesluit. Bij beslissing van 27 februari 2008 heeft de raad van commissarissen van AB het beroep ongegrond verklaard. 2.14. Bij brief van 26 augustus 2008 heeft de advocaat van [X] aan AB bericht dat zijn cliënt zich niet kan verenigen met de ongegrondverklaring van zijn beroep. Het besluit tot ontzetting is volgens [X] nietig, althans vernietigbaar, omdat het door bestuur en raad van commissarissen gezamenlijk is genomen en omdat het in strijd met de redelijkheid en billijkheid is. Voorts is AB verzocht om door [X] geleden schade ten bedrage van € 6.316,98 te vergoeden. 2.15. Bij brief van 18 september 2008 heeft AB haar aansprakelijkheid voor de door [X] geclaimde schade betwist. 3. De vorderingen in conventie 3.1. De vordering van [X] strekt ertoe dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: I. het besluit tot ontzetting uit het lidmaatschap van 22 januari 2008 nietig verklaart dan wel vernietigt; II. AB veroordeelt om deze nietigverklaring dan wel vernietiging te gehengen en te gedogen; III. AB veroordeelt om [X] binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis te herstellen in al zijn rechten als lid van de coöperatie onder het ter beschikking stellen van de daarbij behorende faciliteiten, een en ander op straffe van verbeurte van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 5.000,- voor iedere gehele of gedeeltelijke overtreding van dit gebod, dan wel voor iedere dag dat de overtreding voortduurt; IV. AB veroordeelt tot betaling aan [X] van een bedrag van € 7.084,98, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 september 2008, althans vanaf datum dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening; V. AB veroordeelt in de proceskosten. 3.2. AB concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [X], met veroordeling van [X] - uitvoerbaar bij voorraad - in de kosten van het geding. in reconventie 3.3. De vordering van AB strekt ertoe dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, [X] veroordeelt tot betaling aan AB van een bedrag van € 832,12, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 22 augustus 2007 tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede een bedrag van € 124,82 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 4 december 2007 tot aan de dag der algehele voldoening, één en ander met veroordeling van [X] in de kosten van het geding. 3.4. [X] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van AB, met veroordeling van AB - uitvoerbaar bij voorraad - in de kosten van het geding. voorts in conventie Het standpunt van [X] 4.1. [X] stelt in de eerste plaats dat het besluit tot ontzetting uit het lidmaatschap nietig, althans vernietigbaar is, omdat het genomen is door het bestuur en de raad van commissarissen van AB gezamenlijk. Op grond van de wet en de statuten van AB komt echter alleen aan het bestuur de bevoegdheid tot ontzetting toe. Een en ander klemt te meer, nu de statuten voorschrijven dat het beroep tegen het ontzettingsbesluit door de raad van commissarissen moet worden beoordeeld. Thans heeft de raad van commissarissen in beroep over het eerdere mede door haar genomen besluit geoordeeld, aldus [X]. 4.2. [X] stelt in de tweede plaats dat het besluit tot ontzetting uit het lidmaatschap vernietigbaar is, omdat het in strijd is met de redelijkheid en billijkheid. Aan het besluit liggen een vermeend onveilige situatie op het bedrijf van [X] en financiële benadeling van AB ten grondslag. 4.2.1. Volgens [X] is er geen sprake geweest van een onveilige situatie op zijn bedrijf toen de bedrijfsverzorger van AB daar aan het werk was. De in dat verband door AB overgelegde foto's geven een onjuist beeld van de situatie en zijn bovendien op onrechtmatige wijze verkregen, zodat zij niet tot het bewijs kunnen bijdragen. Indien de elektrische installatie ondeugdelijk zou zijn geweest, is dat probleem door de door AB ingeschakelde elektriciën verholpen. De stroomtoevoer vanuit het woonhuis is niet relevant voor het functioneren van de machines, omdat de stal een zelfstandige en deugdelijk onderhouden elektrische installatie heeft. AB heeft [X] ook nimmer duidelijk gemaakt wat de vermeend onveilige situatie zou inhouden. Voorts betwist [X] dat er, zoals AB heeft gesteld, in 2003 ook al eens sprake was van een onveilige situatie op zijn bedrijf. In 2004 heeft een vertegenwoordiger van AB het bedrijf van [X] bezocht en toen was alles in orde. Bovendien kan een situatie in 2003 geen rol spelen bij het besluit om [X] jaren later uit zijn lidmaatschap te ontzetten. De problemen tijdens de vakantie van [X] zijn juist ontstaan door de ondeskundigheid van de bedrijfsverzorger in kwestie. Door zijn toedoen raakten de installaties onklaar. 4.2.2. Van financiële benadeling van AB is geen sprake, aldus [X]. [X] heeft terecht de betaling van de nota van AB opgeschort, daar AB toerekenbaar tekortgeschoten is jegens hem, nu de ter beschikking gestelde bedrijfsverzorger onrechtmatig heeft gehandeld door zijn werkzaamheden per direct neer te leggen. 4.2.3. Het besluit tot ontzetting uit het lidmaatschap is disproportioneel. Zonder enige waarschuwing vooraf heeft AB de zwaarst mogelijke sanctie jegens [X] getroffen. Er had ook voor een andere oplossing kunnen worden gekozen, zoals tijdelijke opschorting van de bedrijfshulp. Bovendien heeft [X] zo nu en dan last van knieproblemen, waardoor hij zijn werk niet goed kan uitoefenen. Bij ziekte stelt AB tegen een gereduceerd tarief arbeidskracht ter beschikking. Van die mogelijkheid kan [X] nu geen gebruik maken. Daar komt nog bij dat [X] voor zijn bedrijfshulp volledig op AB is aangewezen. In de regio is geen vergelijkbare dienstverlener gevestigd. 4.3. [X] heeft schade geleden als gevolg van de wanprestatie/onrechtmatige handelwijze van de bedrijfsverzorger van AB. Deze schade dient door AB te worden vergoed en kan als volgt worden gespecificeerd: - factuur Farmservice d.d. 11 september 2007 ten bedrage van EUR 1.529,08 - factuur Installatiebedrijf Hoekstra d.d. 20 augustus 2007 ten bedrage van EUR 440,90 - factuur [D] d.d. 30 oktober 2007 ten bedrage van EUR 610,00 - factuur [E] d.d. 30 oktober 2007 ten bedrage van EUR 750,00 - factuur Vacansoleil d.d. 14 juli 2007 ten bedrage van EUR 1.083,00 - reiskosten vakantieadres - thuis v.v. 2.000 km x EUR 0,28 = EUR 560,00 - tolkosten ten bedrage van EUR 80,00 - telefoonkosten ten bedrage van EUR 180,00 - verminderde melkopbrengst 2.000 liter x EUR 0,35 = EUR 700,00 - kosten extra voer ten bedrage van EUR 384,00 - buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van EUR 768,00 - wettelijke rente P.M. Totaal: EUR 7.084,98 + P.M. 4.4. Het door AB ter afwering van de gevorderde schadevergoeding gedane beroep op de in haar statuten opgenomen exoneratieclausule gaat niet op, aldus [X]. Pas ter comparitie heeft AB voor de eerste keer dit verweer gevoerd, terwijl de exoneratieclausule nooit eerder door haar aan de orde is gesteld. Dit verweer van AB moet daarom als tardief worden gepasseerd, aldus [X]. Daar komt nog bij dat AB naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid geen beroep kan doen op de exoneratieclausule, nu de schade is veroorzaakt door grove schuld en/of nalatigheid van de bedrijfsverzorger van AB. Het standpunt van AB 5.1. De aan [X] ter beschikking gestelde bedrijfsverzorger ([Y]) was zonder meer gekwalificeerd om het bedrijf van [X] tijdens diens vakantie waar te nemen. Deze bedrijfsverzorger was al enkele jaren in dienst bij AB en had regelmatig bij boeren gemolken. Op 8, 9 en 10 augustus 2007 hebben zich storingen voorgedaan op het bedrijf van [X]. De oorzaak van deze storingen moet worden gezocht in een zeer slechte stroomtoevoer vanaf de meterkast in het woonhuis van [X] en heeft niets te maken met ondeskundig handelen van de ter beschikking gestelde bedrijfsverzorger. De storingsmonteurs hebben een bout aangetroffen in de meterkast op de plaats waar normaliter een stop behoort te zitten. 5.2. Gelet op het vorenstaande was er volgens AB sprake van een onveilige en onwerkbare situatie op het bedrijf van [X]. Door het plaatsen van een bout in de meterkast kunnen er levensgevaarlijke situaties ontstaan. Ook zat de bedrading van de melkpomp los, wat gevaarlijk is. Bovendien had [X] op zijn bedrijf al geruime tijd geen onderhoud meer laten verrichten. Ter onderbouwing van haar stellingen heeft AB een 11-tal kleurenfoto's van de toestand op het bedrijf van [X] in het geding gebracht, zoals die ten tijde van de incidenten in augustus 2007 werd aangetroffen door medewerkers van AB. Hierop zijn onder meer een verrotte stekker, losse bedrading, verroeste melkleidingen, een niet afgedekte V-snaar, losse bedrading uit een meterkast en de ijzeren bout te zien. 5.3. Als gevolg van de onveilige en onwerkbare situatie op het bedrijf van [X] heeft de bedrijfsverzorger op 10 augustus 2007 aan zijn leidinggevende medegedeeld dat hij met zijn werkzaamheden wilde ophouden. AB heeft vervolgens de taken van deze bedrijfsverzorger overgedragen aan de heer [A]. [A] heeft hierna de bedrijfsverzorger tot het einde van die dag geholpen en is de daaropvolgende dag weer naar het bedrijf van [X] gegaan, die op dat moment al terug was van vakantie uit Frankrijk. AB was gezien de onveilige en onwerkbare situatie op het bedrijf van [X] bevoegd om haar dienstverlening per direct op te schorten. 5.4. Met de onveilige situatie op zijn bedrijf heeft [X] naar de mening van AB gehandeld in strijd met artikel 8 sub a van het bedrijfsreglement van AB. Ook heeft [X] de toepasselijke wet- en regelgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden niet nageleefd. Op grond daarvan, en het feit dat [X] de factuur van AB niet heeft betaald, waarmee hij AB onredelijk heeft benadeeld, heeft AB - mede omwille van de veiligheid van haar werknemers - moeten besluiten om [X] uit het lidmaatschap te ontzetten. 5.5. AB heeft bij de ontzetting uit het lidmaatschap procedureel correct gehandeld. Na het besluit van het bestuur heeft [X] beroep gebruik gemaakt van zijn recht om bij de raad van commissarissen in beroep te gaan. De vermelding van de raad van commissarissen bij het besluit tot ontzetting ziet slechts op de datum van ontzetting, die op grond van de statuten door de raad van commissarissen moet worden bepaald. Het besluit tot ontzetting als zodanig is slechts door het bestuur genomen. Het besluit is daarom niet nietig althans vernietigbaar. Voorts kan het besluit tot ontzetting - gezien de onveilige situatie op het bedrijf van [X] - de toets aan de redelijkheid en billijkheid doorstaan, aldus AB. 5.6. AB kan door [X] niet aansprakelijk worden gehouden voor de door hem vermeend geleden schade, gelet op de in artikel 27 van de statuten van AB opgenomen exoneratieclausule. AB betwist ten slotte op diverse inhoudelijke gronden de door [X] gevorderde schadevergoeding. De beoordeling van het geschil De veiligheid op het bedrijf van [X] 6.1. Vast staat dat er tijdens de vakantie van [X], waarin zijn bedrijf werd waargenomen door de bedrijfshulp [Y] van AB, binnen een tijdsbestek van drie dagen herhaaldelijk problemen zijn geweest met de elektriciteitsvoorziening van bedrijfsinstallaties. De rechtbank acht op grond van (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.