← Nederland

ECLI:NL:RBLEE:2010:BN6858

RECHTBANK LEEUWARDEN Sector bestuursrecht procedurenummer: AWB 10/406 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 september 2010 als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen de Stichting Sport- en Activiteitenhal Utingeradeelhal, gevestigd te Akkrum, eiseres (hierna: de Stichting), gemachtigde: [naam], bestuurslid, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Boarnsterhim, verweerder (hierna: het college), gemachtigden: S. van der Wal en S. Haanstra, beiden werkzaam bij de gemeente Boarnsterhim. Procesverloop Bij brief van 20 januari 2010 heeft het college de Stichting mededeling gedaan van een besluit op bezwaar betreffende de toepassing van de Woningwet. Tegen dit besluit heeft de Stichting beroep aangetekend. Op grond van artikel 8:26, eerste lid, van de Awb heeft de rechtbank de Stichting Jeugd- en Jongerenwerk Akkrum/Nes (hierna: de STAJ) in de gelegenheid gesteld als partij aan het geding deel te nemen. Zij heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt en heeft op 15 juli 2010 een schriftelijke uiteenzetting over de zaak gegeven. De zaak is behandeld ter zitting van de rechtbank, gehouden op 3 september

  1. De Stichting en het college hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. De STAJ heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam], voorzitter, en [naam], penningmeester. Motivering Feiten 1.1 Bij besluit van 25 november 2005 heeft het college een vergunning verleend voor het plaatsen van een tijdelijke jeugdsoos op het perceel, kadastraal bekend AKMO2, sectie B, nummer 3434, plaatselijk bekend Spikerboor 10 te Akkrum (hierna: het perceel). In het besluit is aangegeven dat de vergunning geldig is tot uiterlijk 22 november 2009 en dat op deze datum de jeugdsoos moet zijn verwijderd en dat het perceel in de oorspronkelijke staat moet zijn teruggebracht. 1.2 Op 14 april 2009 heeft de gemeente Boarnsterhim een permanente bouwvergunning aangevraagd voor de jeugdsoos. Het college heeft deze aanvraag op 18 april 2009 gepubliceerd. Naar aanleiding van deze publicatie heeft de Stichting het college bij brief van 9 mei 2009 verzocht geen bouwvergunning te verlenen, omdat de jeugdsoos op de huidige locatie de uitbreiding van de Utingeradeelhal blokkeert. Op 27 mei 2009 heeft de gemeente Boarnsterhim de aanvraag van 14 april 2009 ingetrokken. 1.3 Op 4 juni 2009 heeft de gemeente Boarnsterhim het college verzocht de tijdelijke vergunning te verlengen tot november
  2. Bij besluit van 13 augustus 2009 heeft het college dit verzoek ingewilligd en de tijdelijke vergunning verlengd tot uiterlijk 22 november
  3. Daarbij is overwogen dat de jeugdsoos past binnen het vigerende bestemmingsplan "Akkrum bedrijventerrein Spikerboor en Polsleatwei" (hierna: het bestemmingsplan). 1.4 Bij het bestreden besluit heeft het college zijn besluit van 13 augustus 2009 overeenkomstig het advies van 9 november 2009 van de bezwaarschriftencommissie, met een verbeterde motivering, gehandhaafd. Geschil 2.1 Het college stelt zich - onder meer en samengevat - op het standpunt dat uit de belangenafweging naar voren komt dat het niet verlengen van de tijdelijke vergunning tot gevolg heeft dat de jeugdsoos verdwijnt. Dat terwijl er nog geen onderzoek is gedaan naar het belang van een jeugdsoos in Akkrum. Omdat omwonenden aangeven last te ondervinden van de jeugdsoos, zal onderzoek worden gedaan naar alternatieve locaties. Verder heeft de Stichting nog geen concrete plannen voor uitbreiding bij het college ingediend. Het is dan ook niet aannemelijk dat eventuele bouwwerkzaamheden starten voor 22 november
  4. Bovendien is de jeugdsoos inbestemd in het bestemmingsplan. Al met al heeft het college geconcludeerd dat het bestaansrecht van de jeugdsoos op dit moment zwaarder weegt dan de belangen van de Stichting. Komend jaar zal onderzoek gedaan worden naar het belang van een jeugdsoos en naar alternatieve locaties. Daarna zal er een nieuwe belangenafweging plaatsvinden. 2.2 De Stichting heeft - onder meer en samengevat - aangevoerd dat zij oorspronkelijk heeft ingestemd met de plaatsing van de jeugdsoos direct naast de sporthal omdat in het kader van het project Brede School een nieuwe sporthal was voorzien in combinatie met de huisvesting van de Akkrumer scholen en andere partijen. Ook de jeugdsoos maakte deel uit van dit project. Nu de gemeente in 2009 heeft afgezien van de realisatie van het project, moet de Stichting zelf voorzien in een adequate huisvesting. De huidige vestigingsplaats van de jeugdsoos blokkeert de toekomstige uitvoering van de uitbreidingsplannen. Dit is een obstakel dat de Stichting niet meer hoeft te accepteren. Weliswaar heeft de Stichting geen concrete bouwplannen ingediend, maar dat doet volgens haar niets af aan het feit dat deze plannen wel degelijk in voorbereiding zijn genomen. 2.3 De STAJ heeft er - onder meer en samengevat - op gewezen dat zij al een groot aantal jaren een constante factor is binnen het plaatselijke jeugd- en jongerenwerk. Een zoektocht naar een alternatieve locatie heeft nog geen resultaat opgeleverd. Daarom bekijkt de STAJ of er op dit moment de mogelijkheid is om een definitieve vergunning op de huidige locatie te krijgen. Ten slotte wijst de STAJ erop dat er overleg plaatsvindt met de Stichting om de mogelijkheid om de jeugdsoos, na eventuele uitbreiding, in de sporthal onder te brengen. Beoordeling van het geschil 3.1 De rechtbank stelt vast dat de jeugdsoos niet in strijd is met het bestemmingsplan, waarin op het perceel de bestemming "werken en wonen" met de aanduiding "sporthal/jeugdhonk" rust. Dit is tussen partijen ook niet in geschil. 3.2 Artikel 45 van de Woningwet bepaalt in welke gevallen en voor hoelang een tijdelijke bouwvergunning moet worden verleend. Verder geeft dit artikel het college de bevoegdheid om de geldigheidsduur van zo'n tijdelijke bouwvergunning in voorkomende gevallen te verlengen. Bij het gebruikmaken van die bevoegdheid komt het college vrijheid toe en moet het een belangenafweging maken. Dat betekent dat de bestuursrechter de beslissing om al of niet in te stemmen met een verlenging terughoudend moet toetsen. In dit geding moet de rechtbank dan ook de vraag beantwoorden of het college na afweging van onder meer de belangen van de Stichting en de STAJ, mocht besluiten tot verlenging van de vergunning. 3.3 De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend. Daarbij benadrukt de rechtbank dat zij slechts kan oordelen over het geschil zoals dat haar is voorgelegd, namelijk over de vraag of het college in redelijkheid de vergunning heeft kunnen verlengen tot 22 november
  5. Uit het bestreden besluit blijkt dat het college thans een voldoende belangenafweging heeft gemaakt. Het heeft de belangen van de jeugdsoos bij haar tijdelijke voortbestaan op het perceel afgewogen tegen de belangen van de Stichting, welke onder meer bestaan uit de wens tot uitbreiding. Het heeft in redelijkheid zwaarder kunnen laten wegen dat de Stichting nog geen concrete plannen op tafel heeft gelegd, dat naar een alternatieve locatie voor de jeugdsoos zal worden gezocht en dat de geldigheidsduur van de onderhavige vergunning beperkt is tot uiterlijk 22 november
  6. Terughoudend toetsend concludeert de rechtbank dat het college in redelijkheid tot de verlenging heeft kunnen komen. De Stichting heeft geen argumenten aangevoerd die de rechtbank tot een ander oordeel kunnen brengen. 3.4 De rechtbank hecht er aan nog het volgende op te merken. Zij realiseert zich dat achter de juridische kwestie waarover zij in deze uitspraak beslist, ook de vraag schuilgaat hoe het nu in de praktijk verder moet met de jeugdsoos en de sporthal na 21 november
  7. Bij de beantwoording van die vraag spelen, zo is op de zitting ter sprake gekomen, ook financiële aspecten een rol. Uit de stukken en op de zitting is gebleken dat de Stichting en de STAJ met elkaar overleg hebben gehad over een oplossing, onder meer bestaande uit het opnemen van de jeugdsoos in een eventuele uitbreiding van de sporthal. De rechtbank heeft niet de indruk gekregen dat verder overleg bij voorbaat zinloos is. Zij spreekt dan ook de hoop uit dat de Stichting, de STAJ en het college bereid blijven om via overleg tot een definitieve oplossing te komen. 3.5 De rechtbank zal het beroep ongegrond verklaren. Zij ziet geen aanleiding om een proceskostenveroordeling uit te spreken. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep ongegrond. Aldus gegeven door mr. P.G. Wijtsma, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J.R. Leegsma als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 september
  8. w.g. J.R. Leegsma w.g. P.G. Wijtsma Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat voor partijen hoger beroep open. Gelijke bevoegdheid komt toe aan andere belanghebbenden, zulks behoudens het bepaalde in artikel 6:13 juncto artikel 6:24 van de Awb. Indien u daarvan gebruik wenst te maken dient u binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak een brief (beroepschrift) alsmede een afschrift van deze uitspraak te zenden aan: de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Postbus 20019 2500 EA Den Haag In het beroepschrift vermeldt u waarom u de uitspraak niet juist vindt.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.