RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Afdeling strafrecht Parketnummer: 03/703907-11 Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 26 juni 2013 in de strafzaak tegen: [verdachte 3], geboren te [geboortegegevens], wonende te [adres verdachte]. thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Limburg Zuid – De Geerhorst te Sittard Raadsman is mr. S. Weening, advocaat te Maastricht. 1Onderzoek van de zaak De zaak is (inhoudelijk) behandeld op de zittingen van 22 mei 2012, 14 en 17 augustus 2012, 23 en 25 oktober 2012, 15 en 21 januari 2013, 12 en 19 maart 2013, 14 mei 2013 en 4, 5, 7 en 12 juni 2013, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2De tenlastelegging De ter terechtzitting van 3 juni 2013 nader omschreven en ter terechtzitting van 4 en 5 juni 2013 gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte: Feit 1: met voorbedachten rade [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd. Feit 2: samen met (een) ander(
(1)als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen. Gezondheidspsycholoog drs. S. Labrijn heeft een psychologisch onderzoek uitgevoerd omtrent de persoon van verdachte. Van dat onderzoek heeft zij een rapport opgemaakt, gedateerd 29 mei 2013, welk rapport onder meer vermeldt – zakelijk weergegeven –: (…) Er is sprake van een ziekelijk stoornis, te weten de stoornis van Asperger. (…) Duidelijk is dat er sprake is van doorwerking ten tijde van het tenlastegelegde van de ernstige stoornis. Geadviseerd wordt betrokkene het tenlastegelegde verminderd toe te rekenen, waarbij over het kwantitatieve aspect van vermindering, vanwege de onlosmakelijke verwevenheid met de situatie, geen nadere uitspraak kan worden gedaan. De rechtbank begrijpt, gelet op de daarvoor in de rapporten gegeven gronden, de conclusie van de deskundigen dat verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd en neemt deze conclusie over. Conclusie Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 6De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 18 jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. 6.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft primair verzocht om toepassing van artikel 77c van het wetboek van Strafrecht (Sr). Subsidiair heeft hij verzocht om bij het bepalen van de straf in aanzienlijke mate rekening te houden met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte en met zijn jeugdige leeftijd ten tijde van het plegen van het delict. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Toepassing jeugdstrafrecht De rechtbank wijst af het verzoek van de raadsman om toepassing van artikel 77c Sr, omdat in de rapportages met betrekking tot de persoon van verdachte onvoldoende reden is te vinden voor een dergelijke toepassing. Evenmin heeft de rechtbank uit het verhandelde ter terechtzitting de overtuiging gekregen dat toepassing van het minderjarigenstrafrecht aangewezen zou zijn terwijl de ernst van het bewezenverklaarde feit een contra-indicatie op dit punt vormt. De op te leggen straf Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van wat bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. De rechtbank overweegt op de eerste plaats dat bij moord in de regel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 tot 15 jaren wordt opgelegd. Aan dit uitgangspunt ligt ten grondslag dat moord algemeen wordt beschouwd als de meest ernstige en onomkeerbare aantasting van het hoogste rechtsgoed, te weten het recht op leven. Verdachte heeft in de zomer van 2009 op de binnenplaats van zijn woning in Tudderen [slachtoffer 1] om het leven gebracht door hem met een mes in de hals te snijden en vervolgens, terwijl [slachtoffer 1] op de grond lag en nog geluid maakte, meermalen met een pikhouweel op zijn lichaam te slaan. Als reden voor zijn daad heeft verdachte aangevoerd dat [slachtoffer 1] hem jarenlang seksueel misbruikt heeft. Toen [slachtoffer 1] hem die dag op de binnenplaats vastpakte en zijn rug wilde kraken, kwam bij verdachte enorme angst en woede omhoog. Hij was bang dat “het” weer zou gebeuren. Volgens de officier van justitie komt uit het dossier een ander scenario naar voren, namelijk dat de verdachte al langere tijd het voornemen had om [slachtoffer 1] van het leven te beroven en dat zich op de betreffende dag de ideale gelegenheid voordeed. De rechtbank merkt ten aanzien van dit alles op dat het voor haar onvoldoende duidelijk is geworden wat uiteindelijk het daadwerkelijke motief van verdachte is geweest. Voor zowel de verklaring van verdachte, als het standpunt van de officier van justitie zijn immers diverse aanknopingspunten te vinden in het dossier. Maar wat daarvan ook zij, van een onmiddellijke dreiging door [slachtoffer 1], die het handelen van de verdachte zou kunnen rechtvaardigen is naar het oordeel van de rechtbank niet gebleken. Vast staat dat verdachte [slachtoffer 1] op gruwelijke wijze heeft vermoord. Door aldus te handelen heeft hij niet alleen onherstelbaar leed toegebracht aan de nabestaanden van [slachtoffer 1] maar ook de rechtsorde ernstig geschokt en grote onrust in de samenleving veroorzaakt. De rechtbank heeft bij de strafmaat ten voordele van verdachte laten meewegen dat het delict hem slechts in verminderde mate kan worden toegerekend. Ook heeft de rechtbank rekening gehouden met de jeugdige leeftijd van verdachte ten tijde van het plegen van het delict en het feit dat hij blijkens het uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 13 mei 2013 niet eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. De rechtbank is, alles afwegende, van oordeel dat in dit geval een gevangenisstraf passend en geboden is voor de duur van 13 jaren. Zij zal deze straf dan ook aan verdachte opleggen. 7De benadeelde partijen Namens drie nabestaanden van [slachtoffer 1] is een vordering tot schadevergoeding ingediend. Zij vorderen ieder een bedrag van € 15.000,00. Ter onderbouwing van deze vorderingen is aangevoerd dat verdachte, door het wegmaken van het stoffelijk overschot van [slachtoffer 1], inbreuk heeft gemaakt op het recht van de nabestaanden van [slachtoffer 1] om te kunnen beschikken over diens stoffelijk overschot. Nu verdachte van het wegmaken van het lijk van [slachtoffer 1] wordt vrijgesproken, zal de rechtbank de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. 8De wettelijke voorschriften De beslissing berust op artikel 289 van het Wetboek van Strafrecht, zoals dit artikel luidde ten tijde van het bewezenverklaarde. 9De beslissing De rechtbank: Vrijspraak - spreekt verdachte vrij van de onder 2, 3 primair en subsidiair en 4 tenlastegelegde feiten; Bewezenverklaring verklaart het onder 1 tenlastegelegd feit bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven; spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is tenlastegelegd; Strafbaarheid - verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 5 is omschreven; - verklaart verdachte strafbaar; Straf - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 13 jaren; - bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf; Benadeelde partijen verklaart de benadeelde partijen B. [nabestaande 1], [nabestaande 2] en [nabestaande 3] in de vordering niet-ontvankelijk; veroordeelt de benadeelde partijen in de kosten, door verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. R.A.J. van Leeuwen, voorzitter, mr. J.M.E. Kessels en mr. S.V. Pelsser, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K. Mahovic en mr. M. Romme, griffiers, en is uitgesproken ter openbare zitting op 26 juni 2013. BIJLAGE I: De tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: 1. hij in of omstreeks de periode van 26 juni 2009 tot en met 1 januari 2010 te Tudderen (Selfkant), in elk geval in Duitsland opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, de keel van die [slachtoffer 1] doorgesneden, althans met een mes, in elk geval met een scherp en/of puntig voorwerp in het lichaam van die [slachtoffer 1] gestoken en/of gesneden en/of heeft verdachte (meermalen) met een pikhouweel, in elk geval met een soortgelijk voorwerp, in/op het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] geslagen, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden; 2. hij in of omstreeks de periode van 26 juni 2009 tot en met 25 november 2011 in Tudderen (Selfkant), in elk geval in Duitsland en/of in Nederland en/of in België tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een lijk, te weten het stoffelijk overschot van een overledene in leven genaamd [slachtoffer 1] heeft verborgen en/of weggevoerd en/of weggemaakt en/of vernietigd met het oogmerk om het feit en/of de oorzaak van het overlijden te verhelen, hierin bestaande dat verdachte en/of zijn mededader(s): - het stoffelijk overschot van die [slachtoffer 1] in plastic heeft/hebben verpakt/gewikkeld althans het stoffelijk overschot van die [slachtoffer 1] met plastic heeft/hebben bedekt en/of vervolgens - [verdachte 4] heeft/hebben gebeld -zakelijk weergegeven- met de mededeling dat hij naar huis moest komen en/of - het stoffelijk overschot van die [slachtoffer 1] in een vrieskast/vrieskist heeft/hebben gestopt en/of verstopt (teneinde het aan [verdachte 1] te kunnen tonen) en/of waarbij een of meerdere ledematen althans botten van het stoffelijk overschot van die [slachtoffer 1] werden gebroken teneinde het stoffelijk overschot van die [slachtoffer 1] in die vrieskast/vrieskist te kunnen plaatsen en/of (vervolgens) - vanwege een defect aan voornoemde vrieskast/vrieskist een nieuwe/andere vrieskast/vrieskist heeft/hebben gehaald en/of (vervolgens) - het (reeds ontbindende) stoffelijk overschot van die [slachtoffer 1] uit de defecte vrieskast/vrieskist heeft/hebben gehaald en dat stoffelijk overschot vervolgens in de andere vrieskast/vrieskist heeft/hebben geplaatst en/of (vervolgens) - het stoffelijk overschot van die [slachtoffer 1] heeft/hebben getoond aan [verdachte 1] en/of (vervolgens) - het stoffelijk overschot van die [slachtoffer 1] (deels) te ontleden en/of - het stoffelijk overschot van die [slachtoffer 1] in een ton heeft/hebben gestopt en/of verstopt en/of (vervolgens) - ( die ton met daarin) het stoffelijk overschot van die [slachtoffer 1] heeft/hebben vervoerd naar België en/of (vervolgens) - chemicaliën heeft/hebben gekocht teneinde deze te gebruiken om het stoffelijk overschot van die [slachtoffer 1] te doen oplossen en/of (vervolgens) - bij het (zich in de ton bevindende) stoffelijk overschot van die [slachtoffer 1] (zout)zuur, in elk geval een bijtende stof, heeft/hebben gegoten en/of (vervolgens) - regelmatig in die ton met daarin het stoffelijk overschot van die [slachtoffer 1] en het (zout)zuur heeft/hebben geroerd en/of (vervolgens) - na een bepaalde periode de inhoud van deze ton (met maatbekers en/of emmers) heeft/hebben verdeeld over kleinere emmers en/of tonnen en/of (vervolgens) - de inhoud van deze kleinere emmers en/of tonnen (na te hebben vastgesteld dat alle resten van het stoffelijk overschot van die [slachtoffer 1] volledig waren opgelost) in een riool althans een afvoerput heeft/hebben gegoten althans gedeponeerd, in elk geval in enig rioleringswerk heeft/hebben laten verdwijnen; 3. hij op of omstreeks 06 augustus 2011 te Tudderen (Selfkant), in elk geval in Duitsland en/of in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade (een persoon zich bij leven noemende) [slachtoffer 2] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(
- s)met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, - meermalen, althans eenmaal met een vuurwapen op die [slachtoffer 2] geschoten en/of - heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(
- s)een in werking zijnd(
- e)stroomstootwapen/paralyser in de nek, althans tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] gehouden en aldus die [slachtoffer 2] meerdere althans één stroomsto(o)t(
- en)toegediend en/of - heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(
- s)het/een vuurwapen van die [slachtoffer 2] afgepakt, althans hem het/een vuurwapen afhandig gemaakt en/of - heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(
- s)die [slachtoffer 2] naar de grond gewerkt en/of tegengehouden toen hij wilde vluchten, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 2] is overleden; Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat: [verdachte 1] en/of [verdachte 4] en/of [verdachte 5] en/of[verdachte 2] en/of R. [verdachte 6] op of omstreeks 06 augustus 2011 te Tudderen (Selfkant), in elk geval in Duitsland en/of in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade (een persoon zich bij leven noemende) [slachtoffer 2] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben [verdachte 1] en/of [verdachte 4] en/of [verdachte 5] en/of[verdachte 2] en/of R. [verdachte 6] met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg - meermalen, althans eenmaal met een vuurwapen op die [slachtoffer 2] geschoten en/of - heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(
- s)een in werking zijnd(
- e)stroomstootwapen/paralyser in de nek, althans tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] gehouden en aldus die [slachtoffer 2] meerdere althans één stroomsto(o)t(
- en)toegediend, - heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(
- s)het/een vuurwapen van die [slachtoffer 2] afgepakt, althans hem het/een vuurwapen afhandig gemaakt en/of - heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(
- s)die [slachtoffer 2] naar de grond gewerkt en/of tegengehouden toen hij wilde vluchten, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 2] is overleden, bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op of omstreeks 6 augustus 2011 in Tudderen (Selfkant) opzettelijk behulpzaam is geweest door ten behoeve van het plegen van voornoemd misdrijf een vuurwapen en/of een stroomstootwapen/paralyser van zijn slaapkamer, althans vanaf de bovenverdieping, naar de benedenverdieping te brengen en/of door tijdens het plegen van voornoemd misdrijf meermalen althans eenmaal een in werking zijnd stroomstootwapen/paralyser in de nek, althans tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] te houden en aldus die [slachtoffer 2] meerdere althans één stroomsto(o)t(
- en)toe te dienen; 4. hij in de periode van 6 augustus 2011 tot en met 25 november 2011, in Tudderen (Selfkant), in elk geval in Duitsland en/of in Nederland en/of in Gellik, in elk geval in België tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een lijk, te weten het stoffelijk overschot van een overledene in leven genaamd,althans zich bij het leven noemende [slachtoffer 2] heeft verborgen en/of weggevoerd en/of weggemaakt en/of vernietigd met het oogmerk om het feit en/of de oorzaak van het overlijden te verhelen, hierin bestaande dat verdachte en/of zijn mededader(s): - het stoffelijk overschot van die [slachtoffer 2] heeft/hebben verplaatst en/of in een kist/container heeft/hebben gestopt en/of (vervolgens) - het stoffelijk overschot van die [slachtoffer 2] heeft/hebben verpakt in plastic en/of (vervolgens) - die ton met daarin het stoffelijk overschot van die [slachtoffer 2] heeft/hebben vervoerd naar België en/of (vervolgens) - het stoffelijk overschot van die [slachtoffer 2] te verpakken in plastic en/of - chemicaliën heeft/hebben gekocht teneinde deze te gebruiken om het stoffelijk overschot van die [slachtoffer 2] te doen oplossen en/of (vervolgens) - het stoffelijk overschot van die [slachtoffer 2] in een (andere) ton heeft/hebben gestopt en daarbij (zout)zuur, in elk geval een bijtende stof, heeft/hebben gegoten en/of (vervolgens) - regelmatig in die ton met daarin het stoffelijk overschot van die [slachtoffer 2] en het (zout)zuur heeft/hebben geroerd en/of (vervolgens) - na een bepaalde periode de inhoud van deze ton (met maatbekers en/of emmers) heeft/hebben verdeeld over kleinere emmers en/of tonnen en/of (vervolgens) - de inhoud van deze kleinere emmers en/of tonnen (na te hebben vastgesteld dat alle resten van het stoffelijk overschot van die [slachtoffer 2] volledig waren opgelost) in een riool althans een afvoerput heeft/hebben gegoten althans gedeponeerd, in elk geval in enig rioleringswerk heeft/hebben laten verdwijnen. RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Afdeling strafrecht Parketnummer: 03/703907-11 Proces-verbaal van het voorgevallene ter openbare zitting van de meervoudige kamer van de rechtbank voornoemd van 26 juni 2013 in de zaak tegen: [verdachte 3], geboren te [geboortegegevens], wonende te [adres verdachte], thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard. Tegenwoordig: mr. R.A.J. van Leeuwen , voorzitter, mr. J.M.E. Kessels en mr. S.V. Pelsser , rechters mr. D.W.A. van Kuppeveld , officier van justitie, mr. K. Mahovic , griffier. De voorzitter doet de zaak uitroepen. De verdachte is in de zaal van de zitting aanwezig. De rechtbank heeft afgelopen week vernomen dat [verdachte 5] is aangehouden. Uiteraard heeft de rechtbank zich toen afgevraagd of dat consequenties moet hebben voor het doen van de einduitspraak. Gisteren heeft de rechtbank een brief gekregen van de officier van justitie. Een verzoek tot heropening staat daar niet in. Wel geeft de officier van justitie de rechtbank in overweging het onderzoek te heropenen. Opmerkelijk is dat de officier van justitie bij ieder argument dat hij noemt voor heropening van het onderzoek hij er ook een noemt om dat juist niet te doen. Zo bezien zou de brief ook gelezen kunnen worden als een oproep om het onderzoek niet te heropenen. Wat daarvan ook moge zijn, grond voor heropening van het onderzoek is de constatering in raadkamer dat het onderzoek ter terechtzitting niet volledig is geweest. Dat zou het geval kunnen zijn indien nieuwe feiten of omstandigheden een nieuw licht op de zaak zouden werpen. De aanhouding van [verdachte 5] is dat op zich niet. Een verklaring van haar die in belastende of ontlastende zin nieuwe inzichten oplevert zou dat wellicht wel zijn. Maar van zo’n verklaring is de rechtbank niets bekend. Daarnaast moet de rechtbank natuurlijk ook waken voor de belangen van de verdachten en de benadeelde partijen die al zeer lang wachten op een einduitspraak in deze zaak. Daarom heeft de rechtbank besloten niet tot heropening van het onderzoek over te gaan en zal zij vandaag inhoudelijk uitspraak doen. De voorzitter spreekt het vonnis uit en geeft de verdachte kennis dat hij daartegen binnen 14 dagen hoger beroep kan instellen. Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en getekend door de voorzitter en de griffier. Raadsman: mr. S. Weening, advocaat te Maastricht. Voor zover de in het vonnis vermelde feiten en omstandigheden door de rechtbank redengevend worden geacht voor de bewezenverklaring van het tenlastegelegde, wordt hierna in de voetnoten verwezen naar de wettige bewijsmiddelen waaraan de rechtbank deze feiten en omstandigheden ontleent. Tenzij anders vermeld, maken deze bewijsmiddelen deel uit van het proces-verbaal van de politie regio Limburg Zuid, divisie Regionale Recherche, Team Grootschalige Opsporing, met Onderzoeksnaam: TGO-11013, dat is doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 21411 en in de wettelijke vorm is opgemaakt. Vragenlijst vermiste personen, p. 1425-1428 en Landelijk meldingsformulier vermiste persoon/onbekend lijk, p. 1429-1432. Proces-verbaal van bevindingen, p. 1343. Het proces-verbaal van getuigenverhoor van [verdachte 3] bij de rechter-commissaris, d.d. 24 april 2013, verbatim uitgewerkt door politie Brabant Zuid-Oost, Studio Eindhoven, pag. 14, 16-20, 24 - 29, 32-38 en 40 dat geen deel uitmaakt van de doornummering. Proces-verbaal van bevindingen m.b.t. verhoor 2 [verdachte 4], p. 17558-17559.