RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Afdeling strafrecht Parketnummer: 03/702749-10 Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 10 september 2013 in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], wonende te [adres]. Raadsman is mr. J.H. Slighers, advocaat te Maastricht. 1Onderzoek van de zaak De zaak is (inhoudelijk) behandeld op de zittingen van 29 november 2011 en 27 augustus 2013. De verdachte is op laatstgenoemde zitting niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman. De officier van justitie en de raadsman hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte: Feit 1: in de periode van 9 juni 2006 tot en met 3 juli 2006 samen met (een) ander(
(2x)van [medeverdachte 1] gericht aan de gemeente Maastricht, waarin dit retentierecht wordt gepretendeerd, zijn dus valselijk opgemaakt. Verdachte was ten tijde van het opstellen van deze brieven bestuurder van [medeverdachte 1]. Volgens de officier van justitie heeft verdachte opdracht gegeven tot het opmaken en versturen van deze brieven, althans heeft hij er feitelijk leiding aan gegeven, althans heeft hij het zelf gedaan. In dat verband heeft hij gewezen op de drie brieven waaronder steeds staat: “[medeverdachte 2] i.o. [verdachte]”. De verdediging heeft het standpunt van de officier van justitie betwist. De rechtbank acht in dit kader van belang dat het enkele feit dat men bestuurder is nog niet maakt dat men opdracht tot - of feitelijk leiding heeft gegeven aan - de verboden handelingen (zie o.a. HR 24-08-2004; LJN AP1508). Uit de bewijsmiddelen moet van het een of het ander blijken. De rechtbank heeft echter in het dossier geen bewijsmiddelen aangetroffen waaruit volgt dat verdachte zelf de opdracht tot het valselijk opmaken heeft gegeven of daaraan feitelijk leiding heeft gegeven of een en ander zelf zou hebben gedaan. Daarbij merkt de rechtbank nog het volgende op. Één van de valselijk opgemaakte brieven is ondertekend door [medeverdachte 2]. Dit wordt ook door [medeverdachte 2] erkend. De herkomst van de handtekeningen onder de andere twee brieven is onbekend. Er is in ieder geval geen bewijs dat verdachte één of meer van deze brieven heeft ondertekend. De getuigen [getuige 1] en [getuige 2] hebben verklaringen afgelegd met betrekking tot de gang van zaken binnen [medeverdachte 1]. Zij verklaren niet over een daadwerkelijke rol van verdachte bij het opmaken van deze brieven. Bovendien verklaren zij dat de leiding feitelijk in handen was van [bestuurder medeverdachte 1], [naam 3] en [naam 4]. [getuige 1], die op het kantoor van [medeverdachte 1] werkte, had [verdachte] zelf nog nooit gezien. Getuige [getuige 2] zag hem als een stroman. Beiden beschrijven geen actieve rol voor verdachte binnen de onderneming. Met andere woorden, hetgeen uit het dossier blijkt over de dagelijkse gang van zaken binnen de onderneming wijst niet op betrokkenheid van [verdachte]. Alleen de medeverdachte [medeverdachte 2] heeft verklaard dat verdachte enige rol gespeeld heeft bij het onderteken van de brief van 9 juni 2006. Nadat [bestuurder medeverdachte 1] hem gevraagd had zich naar de “[naam schip]” te begeven en hij daar van de secretaris van [bestuurder medeverdachte 1], [naam 5], de brief overhandigd had gekregen met het verzoek deze te tekenen zou hij [verdachte] gebeld hebben met de vraag of dat goed was. Dit is echter de enige verklaring over de rol van [verdachte] in deze kwestie die bovendien is afgelegd door een medeverdachte die er belang bij kan hebben zijn rol zo onbeduidend mogelijk te maken. Daarmee is deze verklaring van [medeverdachte 2] niet boven iedere twijfel verheven. Nu er in de ogen van de rechtbank onvoldoende bewijs is voor enige betrokkenheid van verdachte bij het valselijk opmaken van de brieven, dient hij hiervan te worden vrijgesproken. Feit 2 Op de gronden die hiervoor zijn besproken dient verdachte eveneens voor de feiten, zoals hem onder feit 2 worden verweten te worden vrijgesproken. 4De beslissing De rechtbank: Vrijspraak - spreekt verdachte vrij van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten. Dit vonnis is gewezen door mr. R.A.J. van Leeuwen, voorzitter, mr. J.M.E. Kessels en mr. S.V. Pelsser, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Romme, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 10 september 2013. BIJLAGE I: De tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: 1. hij in of omstreeks de periode van 9 juni 2006 tot en met 3 juli 2006 te Maastricht, in elk geval in het arrondissement Maastricht, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) een of meerdere brief/brieven, - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(
- s)(telkens) valselijk, in strijd met de waarheid, - in een brief, gedateerd 9 juni 2006, opgenomen of doen opnemen dat [medeverdachte 1] wegens achterstallige huurgelden retentierechten (te weten een bedrag van 786.846 euro) uitoefent op een vaartuig ('de [naam schip]'); - in een brief met bijlage, gedateerd 3 juli 2006, (wederom) opgenomen of doen opnemen dat, [medeverdachte 1], wegens achterstallige huurgelden retentierechten (te weten een bedrag van 789,786 euro) uitoefent op een vaartuig ('de [naam schip]'); - in een brief, gedateerd 3 juli 2006, opgenomen of doen opnemen dat [medeverdachte 1], wegens achterstallige huurgelden retentierechten (te weten een bedrag van 789.786 euro) uitoefent op een vaartuig ('de [naam schip]') en/of (vervolgens) dat dit niet de kosten betreft van het in- en uitdokken en/of dat de kosten voor het in- en uitdokken worden begroot op het ogenblik dat het schip eventueel door nieuwe eigenaars wordt opgehaald, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(
- en)als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, zulks terwijl hij, verdachte, al dan niet in vereniging met (een) ander(
- en)tot bovenomschreven strafba(a)r(
- e)feit(
- en)opdracht heeft gegeven dan wel feitelijke leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en). 2. hij in of omstreeks de periode van 9 juni 2006 tot en met 3 juli 2006 te Maastricht, in elk geval in het arrondissement Maastricht tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
- en)wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,de gemeente Maastricht heeft bewogen tot de afgifte van een vaartuig (te weten '[naam schip]'), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(
- s)(telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid meermalen, in elk geval eenmaal,(in antwoord op het voornemen tot veiling/verkoop van het vaartuig voornoemd) - ( schriftelijk) te kennen gegeven dat [medeverdachte 1] vanwege achterstallige huurgelden, retentierechten (te weten een bedrag van 786.846 euro en/of 798.786 euro) uitoefent op het betreffende vaartuig, waardoor de gemeente voornoemd werd bewogen tot bovenomschreven afgifte, zulks terwijl hij, verdachte, al dan niet in vereniging met (een) ander(
- en)tot bovenomschreven strafba(a)r(
- e)feit(
- en)opdracht heeft gegeven dan wel feitelijke leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en); subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat: hij in of omstreeks de periode van 9 juni 2006 tot en met 3 juli 2006 te Maastricht, in elk geval in het arrondissement Maastricht ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
- en)wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de gemeente Maastricht heeft bewogen tot de afgifte van een vaartuig (te weten '[naam schip]'), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(
- s)(telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid meermalen, in elk geval eenmaal,(in antwoord op het voornemen tot veiling/verkoop van het vaartuig voornoemd) - ( schriftelijk) te kennen gegeven dat [medeverdachte 1] vanwege achterstallige huurgelden, retentierechten (te weten een bedrag van 786.846 euro en/of 798.786 euro) uitoefent op het betreffende vaartuig, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, zulks terwijl hij, verdachte, al dan niet in vereniging met (een) ander(
- en)tot bovenomschreven strafba(a)r(
- e)feit(
- en)opdracht heeft gegeven dan wel feitelijke leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en). RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Afdeling strafrecht Parketnummer: 03/702749-10 Proces-verbaal van het voorgevallene ter openbare zitting van de enkelvoudige kamer van de rechtbank voornoemd van 10 september 2013 in de zaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], wonende te [adres]. Tegenwoordig: mr. , rechter, mr. , officier van justitie, dhr./mevr. , griffier. De rechter doet de zaak uitroepen. De verdachte is in de zaal van de zitting aanwezig. De rechter spreekt het vonnis uit en geeft de verdachte kennis dat hij daartegen binnen 14 dagen hoger beroep kan instellen. Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en getekend door de rechter en de griffier. Raadsman: mr. J.H. Slighers, advocaat te Maastricht.