RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Strafrecht parketnummer: 03/703221-11 Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 30 januari 2013 in de strafzaak tegen [naam verdachte], geboren te [geboortegegevens verdachte], wonend te [adresgegevens verdachte]. Raadsman is mr. I.T.H.L. van de Bergh, advocaat te Maastricht. 1 Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 14 en 16 januari 2013, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2 De tenlastelegging De (gewijzigde) tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met anderen of alleen: Feit 1: [slachtoffer] op 6 juni 2011 wederrechtelijk van zijn vrijheid heeft beroofd en beroofd heeft gehouden; Feit 2: [slachtoffer] heeft proberen af te persen in de periode van 18 mei 2011 tot en met 6 juni 2011; Feit 3: [slachtoffer] op 6 juni 2011 heeft mishandeld; Feit 4: zich in de periode van 21 april 2010 tot en met 19 juli 2011 heeft schuldig gemaakt aan mensenhandel in de vorm van gedwongen prostitutie. 3 De beoordeling van het bewijs 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht alle feiten wettig en overtuigend bewezen. 3.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft de rechtbank verzocht verdachte vrij te spreken van feit 4. Ten aanzien van de overige feiten heeft hij zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, met uitzondering van een aantal specifieke onderdelen van de tenlastelegging, waarvan verdachte zou moeten worden vrijgesproken. Van betrokkenheid bij mensenhandel moet verdachte volledig worden vrijgesproken volgens de raadsman. Een bewezenverklaring zou naar zijn mening namelijk in overwegende mate komen te rusten op de verklaring van één persoon, aangeefster [naam prostituee 1]. De verdediging is echter niet in de gelegenheid gesteld deze vrouw vragen te stellen over haar belastende verklaringen bij de politie. In het licht van de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, waaronder de uitspraak van 10 juli 2012 in de zaak Vidgen versus Nederland, moet er daarom ook bewijs uit andere bron zijn. Nu dat bewijs ontbreekt, kan verdachte niet worden veroordeeld, aldus de raadsman. 3.3 Het oordeel van de rechtbank Inleiding De rechtbank moet zich in deze zaak buigen over de vraag of verdachte schuldig kan worden bevonden aan wederrechtelijke vrijheidsberoving, afpersing, mishandeling en mensenhandel. Volgens de officier van justitie staan de eerste drie feiten, die verdachte in grote lijnen heeft bekend, in directe relatie tot de beschuldiging van mensenhandel. Daarom zal de rechtbank eerst bespreken wat er op 6 juni 2011 is gebeurd en daarna ingaan op het motief voor de feiten 1 tot en met 3 om vervolgens te beoordelen of er sprake is geweest van mensenhandel. De aangifte van [slachtoffer], diens letsel en de verklaring van verdachte De aangifte van [slachtoffer] houdt onder meer het volgende in. [slachtoffer] moest 5000 euro aan een persoon genaamd [naam verdachte] betalen. [slachtoffer] had een relatie gekregen met een prostituee, genaamd [naam prostituee 1]. [slachtoffer] werd door een Russische jongen benaderd en hem werd gezegd dat als [slachtoffer] [naam prostituee 1] wilde hebben, [slachtoffer] 5000 euro moest betalen. Op 18 mei 2011, de dag waarop [naam prostituee 1] met de politie een intakegesprek heeft gehad aangaande mensenhandel, heeft [slachtoffer] [naam verdachte] ontmoet en bij die gelegenheid heeft [naam verdachte] [slachtoffer] verteld dat hij 5000 euro moest betalen en dat [naam prostituee 1] dan voor hem zou zijn. Omdat [slachtoffer] dit bedrag niet betaalde, volgden de vrijheidsberoving en mishandeling op 6 juni 2011. [slachtoffer] was op 6 juni 2011 bij een vriend, genaamd [bijnaam getuige 1] in Heerlen. Om ongeveer 14.00 uur verlieten beiden de woning van [bijnaam getuige 1] om met de auto van [bijnaam getuige 1] naar Kerkrade te gaan. Toen [bijnaam getuige 1] wilde optrekken, zag [slachtoffer] plotseling een andere personenauto, een zwarte Audi A4, die hen klemreed. In de Audi zaten 3 personen. Twee mannen, de bijrijder en de passagier, stapten uit deze auto en liepen naar [slachtoffer]. [slachtoffer] herkende hen meteen. Ook de bestuurder van de Audi herkende [slachtoffer]. [slachtoffer] was te laat om zijn portier te sluiten en het portier werd door een van de mannen, genaamd [naam verdachte], opengetrokken en [slachtoffer] werd meteen met een vuist meermalen door deze man in zijn gezicht geslagen. [slachtoffer] voelde hevige pijn in zijn gezicht en aan zijn hoofd en oor. [slachtoffer] werd verder meermalen geschopt, waardoor hij hevige pijn in zijn rug en nek voelde. Vervolgens zijn de twee mannen achter in de auto van [bijnaam getuige 1] gestapt. Zij hebben [bijnaam getuige 1] gedwongen om naar Kerkrade te rijden. [slachtoffer] heeft onderweg geprobeerd uit de rijdende auto te springen, maar hij werd van achter bij zijn keel vastgehouden door een van de twee mannen. [bijnaam getuige 1] moest een bospad inrijden nabij het station van Kerkrade. [bijnaam getuige 1] moest op een gegeven moment stoppen en [slachtoffer] kreeg te horen dat ze moesten uitstappen. Nadat hij was uitgestapt, kreeg [slachtoffer] opnieuw klappen in zijn gezicht van [naam verdachte]. [slachtoffer] heeft geprobeerd weg te rennen, maar werd door de andere man vastgepakt. Deze man zei tegen [slachtoffer] dat hij beter niet kon rennen; anders werd het alleen maar erger. [naam verdachte] heeft [slachtoffer] toen bedreigd: wanneer [slachtoffer] niet nu 5000 euro zou betalen, dan zou [naam verdachte] het hoofdje van de dochter van [slachtoffer] naar [slachtoffer] brengen. Vervolgens kwam de Audi ter plaatse met daarin dezelfde bestuurder. Deze bestuurder is naar [slachtoffer] toegekomen en heeft [slachtoffer] gezegd dat hij ook nog met hem te doen zou krijgen, als [slachtoffer] het nu niet geregeld zou krijgen. De mannen zijn vervolgens vertrokken in de Audi A4, nadat met [naam verdachte] was afgesproken dat [slachtoffer] enkele dagen later de 5000 euro zou betalen. Van het letsel van [slachtoffer] zijn foto’s gemaakt. Daarop is te zien dat [slachtoffer] een blauw oog heeft en letsel aan zijn oor, hals en hoofd. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij betrokken is geweest bij hetgeen [slachtoffer] heeft beschreven en dat hij de persoon genaamd [naam verdachte] was. Aanvankelijk was het de bedoeling om alleen te praten met [slachtoffer], maar een en ander is uit de hand gelopen, aldus verdachte. Verdachte heeft gevochten met [slachtoffer]. Conclusies van de rechtbank Met het hiervoor weergegeven bewijs staat voor de rechtbank vast dat de feiten 1, 2 en 3 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard. Verdachte heeft samen met een ander [slachtoffer] van zijn vrijheid beroofd en beroofd gehouden en [slachtoffer] mishandeld met het oogmerk om [slachtoffer] 5000 euro te laten betalen. De feiten zijn gepleegd in een voortgezette handeling. Uit het dossier blijkt verder dat het bij een poging tot afpersing is gebleven. Er is geen geld aan verdachte overhandigd. De rechtbank zal de feiten 1, 2 en 3 dan ook bewezen verklaren, zij het dat zij niet bewezen acht dat bij de afpersing een wapen aan [slachtoffer] is getoond. [slachtoffer] heeft immers verklaard dat hij geen wapen heeft gezien. Wel zou [bijnaam getuige 1] een gebaar hebben gemaakt dat erop duidde dat er een vuurwapen was, maar [bijnaam getuige 1] (de rechtbank: i.e. [naam getuige 1]) heeft dit niet bevestigd en het dossier bevat verder geen enkel bewijs waaruit kan worden afgeleid dat er daadwerkelijk een wapen aanwezig is geweest bij de vrijheidsberoving van [slachtoffer], laat staan dat dit getoond zou zijn. Wel acht de rechtbank bewezen dat verdachte [slachtoffer] heeft geschopt, niettegenstaande het vrijspraakverweer van de raadsman. Voor de rechtbank is er geen reden de verklaring van [slachtoffer] op dit punt buiten beschouwing te laten. Het motief voor de feiten 1, 2 en 3 en mensenhandel Zoals hiervoor weergegeven, geeft [slachtoffer] in zijn aangifte aan waarom hij werd mishandeld en van zijn vrijheid werd beroofd: -kort samengevat- [slachtoffer] moest van verdachte 5000 euro betalen in verband met zijn relatie met [naam prostituee 1]. Omdat [slachtoffer] dit bedrag niet betaalde, volgden de vrijheidsberoving en mishandeling. Deze versie van [slachtoffer] over de reden voor het betalen van het geld wijkt af van de versie van verdachte ter zitting. Verdachte heeft namelijk ter zitting verklaard dat [slachtoffer] geld en goederen had afgenomen van de vriendin van verdachte en dat [slachtoffer] hiervoor een vergoeding zou betalen van 5000 euro. Beide versies leveren hoe dan ook geen rechtvaardiging op voor het handelen van verdachte, maar belangrijker is dat de rechtbank de versie van verdachte niet aannemelijk acht. Het is immers niet alleen [slachtoffer] die spreekt over het betalen van geld voor [naam prostituee 1], maar ook [naam prostituee 1] heeft verklaard dat verdachte tegen haar gezegd heeft dat [slachtoffer] “losgeld” voor haar moest betalen. Volgens [naam prostituee 1] ging het om een bedrag van 5000 euro. Verder heeft [naam prostituee 1] verklaard dat verdachte tegen haar gezegd heeft dat als [slachtoffer] niet betaalde, verdachte ervoor zou zorgen dat [naam prostituee 1] weg zou zijn, zou verdwijnen of dat verdachte [naam prostituee 1] misschien wel zou doorverkopen. Dit levert voldoende bewijs op dat verdachte doende was letterlijk, goedschiks of kwaadschiks, [naam prostituee 1] aan [slachtoffer] te verkopen en dat voorbij gegaan moet worden aan de versie van verdachte. Voor de rechtbank lijkt het erop dat verdachte, die voor het overige veelvuldig een beroep heeft gedaan op zijn zwijgrecht, met deze versie geen ander doel heeft gehad dan te proberen te ontkrachten dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan vrouwenhandel. Het dossier bevat echter hard bewijs hiervoor, niet alleen in de vorm van de verklaringen van [slachtoffer] en [naam prostituee 1], maar ook uit andere bron. Het is namelijk verdachte zelf die onverbloemd over zijn handel in vrouwen spreekt. Dit blijkt uit de navolgende tapgesprekken met een persoon genaamd [betrokkene 1]: Gesprek d.d. 8 juni 2011 te 23:37:44 uur: [naam verdachte] had een afspraak met hem dat ‘zij’ om 7 uur ‘er’ zal zijn. [naam verdachte] vraagt wanneer zij hier zal zijn. [betrokkene 1] zegt dat ‘zij’ er maandag zal zijn. [betrokkene 1] gaat morgen een ticket voor haar kopen. ‘Zij’ komt in Amsterdam aan. [naam verdachte] vraagt of zij niet naar Düsseldorf kan vliegen. [naam verdachte] zegt dat het te ver is om voor haar alleen naar Amsterdam te gaan. [betrokkene 1] moet er voor zorgen dat ‘zij’ maandag zeker ‘hier’ zal zijn. Gesprek d.d. 9 juni 2011 te 14:08:14 uur: [betrokkene 1] heeft gisteren geen tijd gehad om een ticket te kopen. [betrokkene 1] heeft nu een ticket gekocht voor de 14de. [betrokkene 1] zal [naam verdachte] mailen hoe ‘zij’ er nu uitziet, zodat [naam verdachte] haar zal herkennen. [naam verdachte] vraagt of ’zij’ niet lelijk is. [betrokkene 1] zeg nee. [naam verdachte] heeft haar immers gezien. ‘Zij’ was degene die achter de koelkast zat. [naam verdachte] vraagt of [betrokkene 1] al foto’s heeft gestuurd van de ‘tweede’. Dat heeft [betrokkene 1] nog niet gedaan, omdat de foto’s vandaag gemaakt zullen worden. [betrokkene 1] zegt dat het zo goed is, een foto in een badpak. [naam verdachte] is het met hem eens. Want als er een met een “kapotte” buik komt, wat moet hij dan met haar? [naam verdachte] zegt als de zaken normaal zullen lopen, zal ik minimaal 3 stuks bij jou kopen. Ik heb er nu 5 stuks. Je moet niet naar ‘rechts of links springen.’ Zolang ik ze bij jou afneem, moet je ze aan mij geven. Daarna, wanneer ik stop, mag je ze aan iedereen geven, aan Turken, aan wie je wilt. [betrokkene 1] zegt: Als je er 3 af neemt, zal ik 1500 euro per hoofd vragen. Verdachte heeft ter zitting niet willen zeggen waar deze gesprekken over gingen. Voor de rechtbank is het, zeker na het uitblijven van uitleg aan de kant van verdachte, volstrekt helder dat de gesprekken betrekking hebben op de aankoop van vrouwen. Op 9 juni 2011 is verdachte bovendien ook nog bezig met de verkoop aan [slachtoffer] van [naam prostituee 1], nu verdachte telefonisch met [slachtoffer] onderhandeld heeft over de betaling van 1500 euro, zoals blijkt uit het navolgende gesprek: Gesprek d.d. 9 juni 2011 te 16:53 uur: [naam verdachte] wordt gebeld door [voornaam slachtoffer]. [voornaam slachtoffer] zegt dat hij niet weet hoe hij het op dit moment moet regelen, maar hij denkt niet dat dat gaat lukken. [naam verdachte] vraagt of hij het deze week niet kan regelen. [voornaam slachtoffer] zegt dat het niet gaat lukken. [naam verdachte] zegt oke en vraagt tot wanneer hij dan tijd nodig heeft. [voornaam slachtoffer] zegt dat hij dat niet weet. [voornaam slachtoffer] zegt dat hij vanavond misschien 1500 euro voor hem kan regelen en meer kan hij niet gaan regelen voor hem. Dat gaat echt niet lukken. [naam verdachte] zegt: als jij normaal doet doen wij ook normaal. Hoe lang heb je tijd nodig. Als je vandaag wat kan regelen dan is het ook goed, dan hebben wij ook een beetje. (….) [naam verdachte] zegt: ik geef je tijd genoeg tot jij hebt.(…) [voornaam slachtoffer] zegt dat hij ook geen zin heeft nog klappen te krijgen. [naam verdachte] zegt dat hij de vorige keer gewoon heel kwaad was. [naam verdachte] zegt: maar als je normaal doet waarom zou ik je slaan.(…) [voornaam slachtoffer] zegt dat als hij vanavond die 1500 euro bij elkaar heeft hij gewoon weer bij Hornbach af wil spreken (…) [naam verdachte] zegt dat het goed is. [voornaam slachtoffer] zegt dat hij ook niet alleen gaat komen, dat weet hij 100% zeker. Hij gaat echt niet meer alleen. Hij laat zich niet nog een keer op zijn gezicht vegen.(…) [naam verdachte] zegt ik geef je wel een advies, je moet die hoer beter weggooien anders krijg je nog meer problemen. [voornaam slachtoffer] heeft geen zin in problemen heeft gezegd dat dat meisje gewoon bij hem blijft en voor de rest niets(...). Verdachte heeft blijkens het zo-even weergegeven tapgesprek van 14:08 uur 5 vrouwen en is van plan dat aantal uit te breiden. Het uiterlijk van de vrouwen is kennelijk van commercieel van belang voor verdachte: als de buik van de vrouw kapot is, weet verdachte niet wat hij met haar moet. Er is dan ook letterlijk sprake van mensenhandel en een vorm van uitbuiting van vrouwen. Nergens blijkt immers uit dat de desbetreffende vrouwen akkoord gingen met de transacties en/of deelden in de opbrengsten van deze handel. Uit het dossier volgt voorts dat het gaat om de aankoop van vrouwen met het oog op prostitutie. Zo is er de verklaring van [naam prostituee 1]. Zij heeft in haar verklaring bij de politie onder meer het volgende verklaard. [naam prostituee 1] is door haar vriendin [naam vriendin] gevraagd vanuit Letland mee te gaan naar Nederland om te werken. Met een ander meisje genaamd [betrokkene 2] is zij op 21 april 2010 in Nederland aangekomen en opgevangen in een woning in Roermond. In deze woning waren ook drie Russen, [naam verdachte] (de rechtbank: [naam prostituee 1] bedoelt verdachte), [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 1]. Na twee of drie dagen werd zij naar [naam club] in Linne (gemeente Maasgouw) gebracht, alwaar werd uitgelegd dat [naam prostituee 1] werkzaamheden als prostituee moest verrichten. Als [naam prostituee 1] uit de club wegwilde, kwamen de drie Russen haar en andere vrouwen halen. Het werk ging altijd door, ook als zij ongesteld was. De benodigde condooms, gel en sponsjes bekostigden de vrouwen zelf bij een seksshop. De drie Russen brachten de vrouwen daar naartoe. [naam prostituee 1] werkte ook in sauna- en seksclubs in Roermond, St. Truiden in België en in Herzogenrath in Duitsland voor de drie Russen. [naam prostituee 1] verdiende met haar werkzaamheden 200 à 300 euro per dag. Dat geld moest zij -tegen haar wil- delen, aanvankelijk met 5 jongens, later met [naam verdachte], [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 1], die de helft kregen. De andere vrouwen waren [naam prostituee 2] en [naam prostituee 3]. Ook zij deelden hun verdiensten met de jongens, volgens [naam prostituee 1]. [naam prostituee 1] heeft aangegeven dat haar eigenaren drie Russische jongens waren, te weten [naam verdachte], [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2]. Bij haar intakegesprek met de politie op 18 mei 2011 heeft zij de politie foto’s ter beschikking gesteld van die drie Russen. Het betreft de medeverdachten [naam medeverdachte 1], [naam medeverdachte 2] en verdachte. De verklaring van [naam prostituee 1], dat zij de helft van haar verdiensten moest afstaan aan de eigenaar van de club waar zij werkte en dat zij de andere helft, zijnde 200 tot 300 euro per dag nog moest delen met verdachten, wordt ondersteund door het navolgende. In de woning aan de [adres 1] te H. werd op 9 juni 2011 een USB-stick aangetroffen. Deze USB-stick werd onderzocht en daarop werden onder meer fotobestanden en tekstbestanden aangetroffen, waaronder een tekstbestand met de naam en adresgegevens van [naam verdachte] en een tweetal spreadsheets betreffende “Septembris 2010 en Oktobris 2010”. [naam prostituee 1] heeft over deze spreadsheets verklaard dat het een door haar opgesteld overzicht van haar inkomsten uit prostitutie betrof over de maanden september en oktober 2010, waarbij de eerste kolom haar inkomsten betroffen (zijnde 50% van de totale inkomsten – derhalve na aftrek van de 50 % voor de club eigenaar). In de tweede kolom was het gedeelte opgenomen van dit bedrag, dat zij had moeten afstaan aan derden. In het dossier bevindt zich voorts het navolgende telefoongesprek dat werd gevoerd kort voor de aanhouding van [naam verdachte] en voor de doorzoeking in de woning [adres 1] te H.: Gesprek d.d. 9 juni 2011 te 17:13: [naam verdachte] belt uit met NN-vrouw 1104. [naam verdachte] vraagt of daar nog iets is. NN-vrouw zegt: haar werkdagboek, zij hield dagelijks de kas bij. Het is over 2010. Verder is er nog een plaatje met alle gegevens van [naam verdachte]. [naam verdachte] scheldt en vraag zich af hoe “zij”er aan komt. (...) [naam verdachte] zegt dat het slecht met hem gaat. Voorts is verdachte door de politie geobserveerd en gezien werd op 9 juni 2011 om 16.50 uur dat verdachte met 2 vrouwen een woning aan de [adres 1] te H. binnenging. Verdachte is vervolgens elders in Heerlen aangehouden om 17.45 uur. In de voornoemde woning aan de [adres 1] werden op dezelfde dag om 18.00 uur in een van de binnenzijde afgesloten badkamer [naam prostituee 2], [naam prostituee 4] en [naam prostituee 3] aangetroffen. In de woning werden visitekaartjes van seksclubs en sauna’s in beslag genomen. Verder zijn in de woning foto’s gemaakt van vrouwenlingerie en een grote hoeveelheid condooms. De 3 aangetroffen vrouwen hebben bij hun intakegesprek bij de politie verklaard dat zij in de prostitutie werkzaam waren. Dit alles laat de conclusie toe dat naast [naam prostituee 1], ook [naam prostituee 2], [naam prostituee 4] en [naam prostituee 3] behoorden tot de “5 stuks” van verdachte en dat deze vrouwen voor verdachte werkten in de prostitutie. Op zichzelf volgt uit het voorgaande nog niet onomstotelijk dat verdachte en met hem medeverdachten [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 1] ook financieel profiteerden van de werkzaamheden van de andere dames, [naam prostituee 2], [naam prostituee 4] en [naam prostituee 3]. Zij hebben immers, anders dan [naam prostituee 1], niet verklaard dat zij inkomsten afstonden aan verdachte en zijn medeverdachten. Uit de verklaring van [naam prostituee 1] kan weliswaar worden geconcludeerd dat verdachte en zijn medeverdachten deze vrouwen financieel uitbuitten op dezelfde manier als bij haar het geval was, maar alleen op basis van deze verklaring kan dit niet worden bewezen verklaard. Er is echter meer bewijs voorhanden. Uit de telefoongegevens van de gsm van verdachte blijkt namelijk dat er geregeld contact is met de vrouwen [betrokkene 3], [bijnaam prostituee 3] en [bijnaam prostituee 4]. Daarbij zijn er voldoende aanwijzingen dat [bijnaam prostituee 3], [naam prostituee 3] is geweest en [bijnaam prostituee 4], [naam prostituee 4]. Verdachte krijgt van hen bij herhaling sms’jes: - 23 mei 2011: (sms 6 van 06-XXXXXXXX [bijnaam prostituee 3]) te 00.10 uur - [naam verdachte] als ik vandaag een goede dag heb op het werk. Zal het mogelijk zijn om het geld morgen naar huis op te sturen? - 28 mei 2011: (sms 6 van 06-XXXXXXXX [betrokkene 3]) te 20.04 uur - (...) Hoe gaat het? Bij ons zijn gangetje, [bijnaam prostituee 4] 200, ik 150; - 28 mei 2011: (sms 2 van 06-XXXXXXXX [betrokkene 3]) te 20:09 uur - We doen elke dag ons best; - 29 mei 2011: (sms 3 van 06-XXXXXXXX [bijnaam prostituee 3]) te 12.06 uur - Normaal. Alleen gisteren was er niemand; - 29 mei 2011: (sms 4 van 06-XXXXXXXX [betrokkene 3]) te 22.34 uur - [bijnaam prostituee 4] is naar de kamer, ik 110, zij heeft 3 kamer; - 30 mei 2011: (sms 3 van 06-XXXXXXXX ([bijnaam prostituee 3]) 16:44 uur - (…) [naam verdachte] er is een probleem in de bar. Er is geen licht. En [betrokkene 5] zegt dat zij hem dicht gooit. En dat hier blijven niet kan!; - 31 mei 2011: (sms 2 van 06-XXXXXXXX[bijnaam prostituee 4]) te 10.09 uur - Goedemorgen! Mogen we ALSJEBLIEFT vandaag vrij nemen. Het is toch slecht weer ik denk dat er geen mens komt; - 1 juni 2011: (sms 3 van 06-XXXXXXXX [betrokkene 3]) te 13:00 uur - Goedemorgen! Gaan we vandaag naar het werk? Hoe laat kom je? - 2 juni 2011: (sms 2 van 06-XXXXXXXX [bijnaam prostituee 3]) te 17.11 uur - Voorlopig 50 de rest bij [betrokkene 4]! - 2 juni 2011: (sms 4 van 06-XXXXXXXX [bijnaam prostituee 3]) te 17.27 uur - [naam verdachte] ik heb slechts 50; - 2 juni 2011: (sms 4 van 06-XXXXXXXX [bijnaam prostituee 3]) te 17.41 uur - Nee, gewoon, [naam medeverdachte 1] zei gisteren tegen de meisjes dat wat zij bij [betrokkene 4] verdienen, ze zelf houden! Ik informeer of het bij jou ook zo is of niet! - 3 juni 2011: (sms 5 van 06-XXXXXXXX [betrokkene 3]) te 17:42 uur - (...) Ik heb 3 kamers, [bijnaam prostituee 4] 2. Hoe gaat het met je? - 3 juni 2011: ( sms 6 van 06-XXXXXXXX [betrokkene 3]) te 17:47 uur - Kom je ons vanavond ophalen? - 3 juni 2011: (sms 3 van 06-XXXXXXXX [betrokkene 3]) te 22.07 uur - Ok, alles is normaal. Ik heb 350, [bijnaam prostituee 4] 220; - 3 juni 2011: (sms 6 van 06-XXXXXXXX[betrokkene 3]) te 23.29 uur- Ik heb 350, [bijnaam prostituee 4] 270; - 4 juni 2011: (sms 2 van 06-XXXXXXXX [betrokkene 3]) te 21.35 uur - Bij ons zijn gangetje. Ik heb 250 [bijnaam prostituee 4] 200. Het is druk maar je moet 40 minuten 1 uur op een kamer wachten. Schrijf straks hoe alles is gegaan, ok? - 4 juni 2011: (sms 4 van 06-XXXXXXXX [bijnaam prostituee 4]) 23.12 uur- Ik heb 300. [betrokkene 3] heb ik lang niet gezien. Ook hier geldt weer dat verdachte niet heeft willen zeggen hoe deze berichten begrepen moeten worden. Voor de rechtbank spreekt de inhoud van de berichten in het licht van wat in de [adres 1] in H. is aangetroffen voor zichzelf: in deze berichten worden verdiensten in euro’s uit prostitutie vermeld. Het gaat over verdiend geld, over kamers en over klanten. Kennelijk worden de verdiensten tot in de late avonduren vergaard en het mag als een feit van algemene bekendheid worden beschouwd dat dit uren zijn waarop seksclubs open zijn. Verder wordt in deze berichten aan verdachte gevraagd of de vrouwen vrij mogen nemen, verdiensten zelf mogen behouden of mogen besteden. De bedragen die in de sms’jes vermeld worden, zijn vergelijkbaar met de bedragen die [naam prostituee 1] zegt te hebben verdiend per dag. Haar verklaring, bezien in samenhang met deze sms’jes, de uitlatingen van verdachte in de tapgesprekken met [betrokkene 1] en de wijze van aantreffen van [naam prostituee 2], [naam prostituee 4] en [naam prostituee 3] in de woning aan de [adres 1] in Heerlen, brengen de rechtbank tot de conclusie dat verdachte [naam prostituee 1], [naam prostituee 2], [naam prostituee 4] en [naam prostituee 3] heeft gehuisvest en opgenomen met het oogmerk van uitbuiting door misbruik van hun kwetsbare positie en dat hij van deze vier vrouwen een deel kreeg van wat zij als prostituee verdienden. Dit valt rechtstreeks op te maken uit de vraag van [bijnaam prostituee 3] op 2 juni 2011: zij heeft het in haar sms over meisjes die bij [betrokkene 4] hun verdiensten zelf mogen houden en wil kennelijk weten of zij (meervoud dus) ook bij verdachte verdiensten zelf mogen houden of juist niet. Bovendien valt niet in te zien, waarom deze vrouwen anders vrijwel dagelijks aan verdachte meldden wat zij verdiend hadden. Daarbij worden de bedragen aan verdachte kennelijk verantwoord: “[naam verdachte], ik heb slechts 50,” zegt [bijnaam prostituee 3] en [betrokkene 3] legt op 4 juni 2011 uit dat het weliswaar druk is, maar dat ze lang moeten wachten op een kamer en dat ze straks schrijft hoe alles is gegaan, waarna ze aan verdachte vraagt of hij dat “ok” vindt. Hieruit blijkt dat de vrouwen zich verplicht voelden verdachte te waarschuwen voor tegenvallende inkomsten. Het vragen om toestemming om geld naar huis te mogen sturen, duidt eveneens op het afleggen van verantwoording. Verdachte ontving dus geld van de vrouwen en had vergaande controle/zeggenschap over de verdiensten. De officier van justitie is onder meer om die reden van oordeel dat er bij deze uitbuiting sprake is geweest van dwang, zodanig dat gezegd kan worden dat de vrouwen onvrijwillig in de prostitutie beland zijn en werkten en onvrijwillig hun inkomsten afstonden. Volgens de officier van justitie kan ook bewezen worden dat er fysiek geweld en bedreiging met geweld aan te pas gekomen is. De rechtbank overweegt ter zake als volgt. De rechtbank is van oordeel dat er sprake is geweest van dwang en van feitelijkheden in de vorm van ontoelaatbare controle over de vrouwen, zodanig dat gezegd kan worden dat zij hun verdiensten gedwongen moesten afstaan en gedwongen werkten voor verdachte en genoemde [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 1]. Niet bewezen kan worden dat verdachte de vrouwen gedwongen heeft te starten met werkzaamheden in de prostitutie, noch dat hij en/of [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 1] geweld hebben gebruikt of gedreigd hebben geweld te gebruiken. Hiervoor is geen ander bewijs voorhanden dan de verklaring van [naam prostituee 1], waarmee niet voldaan is aan het wettelijk vereiste bewijsminimum. Voor het overige overweegt de rechtbank ten aanzien van dwang als volgt. Niet alleen moesten de vrouwen vergaand verantwoording afleggen over het geld dat zij verdienden, hetgeen de rechtbank als een vorm van dwang aanmerkt, verdachte besliste ook over het gaan en staan van de vrouwen, over hun vrijheid derhalve. [bijnaam prostituee 4] vraagt op 31 mei 2011 of ze alsjeblieft vrij mogen nemen. In het licht van de verklaring van [naam prostituee 1] dat het werk altijd, 7 dagen per week, doorging, is het op zijn minst opmerkelijk dat de vrouwen aan verdachte groen licht vragen om een keer niet te hoeven werken. Dit is echter niet het enige voorbeeld van een onaanvaardbare, vergaande greep van verdachte op de vrijheid van de vrouwen. Dit blijkt uit het volgende. Opvallend zijn enkele sms’jes en tapgesprekken: - 3 juni 2011: (sms 1 van 06-XXXXXXXX [bijnaam prostituee 3]) [naam verdachte] we hebben alles opgeruimd. Mogen we snel naar de winkel? - 7 juni 2011: (sms 5 van 06-XXXXXXXX [bijnaam prostituee 4]): Mag ik naar de apotheek een pleister kopen? - 9 juni 2011: (sms 2 van 06-XXXXXXXX [bijnaam prostituee 4]): Mag ik met [betrokkene 6] naar de kapper Gesprek d.d. 9 juni 2011 te 15:09 uur: [naam verdachte] belt uit naar nn-vrouw 1104. NN-vrouw zegt dat ze bij de apotheek bij Action zijn. Daarna gaan ze naar de kapper en dan naar de winkel. Ze zijn nu met z’n tweeën, NN-vrouw en [bijnaam prostituee 4]. [naam verdachte] vraagt waar [bijnaam prostituee 3] is. [bijnaam prostituee 3] ligt op de bank, zegt NN-vrouw. [naam verdachte] zal zo komen maar hij kan niets kopen, want hij is nu niet alleen.(…) [naam verdachte] zegt: ‘Jullie mogen niet gezien worden.’ Gesprek d.d. 9 juni 2011 te 16:14 uur: [naam verdachte] wordt gebeld door nn-vrouw 1104. [naam verdachte] vraagt waar ze zijn. Ze zijn om de hoek van het cafeetje waar ze altijd eten. [naam verdachte] wil weten waarom NN-vrouw zo gek als een deur is. [naam verdachte] zou naar de kapper komen. NN-vrouw had hem moeten bellen en zeggen dat ze daar zijn weggegaan. [naam verdachte] had immers geen beltegoed. NN-vrouw zegt dat ze bij een andere kapper zijn. NN-vrouw had het tegen [naam verdachte] moeten zeggen. NN-vrouw zegt sorry. De rechtbank constateert dat de vrouwen in deze berichten en gesprekken voor volkomen dagelijkse en bijna futiele dingen verantwoording afleggen en toestemming vragen aan verdachte. Verdachte wil weten waar ze zijn en wordt vervolgens boos, als de NN-vrouw niet bij de kapper blijkt te zijn, maar elders en verdachte kennelijk niet weet waar zij en de andere vrouw(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.