vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht zaaknummer / rolnummer: C/03/194518 / KG ZA 14-419 Vonnis in kort geding van 2 december 2014 in de zaak van [eiseres] , wonende te [woonplaats], eiseres, advocaat mr. S.L. Bruijns-Emons te Maastricht, tegen de stichting FAMILIESTICHTING [naam], statutair gevestigd te Heerlen en kantoor houdende te 3620 Rekem-Lanaken (België), gedaagde, advocaat mr. E-J. Dubbeldam te Sittard. Partijen zullen hierna [eiseres] en de Stichting genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding de mondelinge behandeling de pleitnota van [eiseres] de pleitnota van de Stichting. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald op heden. 2Het geschil 2.1. [eiseres] vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: de Stichting te veroordelen om uiterlijk binnen twee weken na dit vonnis een bedrag van € 28.405,54 aan achterstallige lijfrente-uitkeringen aan haar te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vervaldata van de respectieve maandelijkse termijnen, subsidiair vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening; de Stichting te veroordelen tot hervatting en voortzetting van de maandelijkse lijfrente-uitkering van € 39.264,00 per jaar, te betalen in twaalf gelijke maandelijkse termijnen tot het moment van haar overlijden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag voor elke dag dat de Stichting daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 25.000,00; de Stichting te veroordeling tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van € 1.026,34 excl. btw, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening; de Stichting te veroordelen in de kosten van dit geding, te vermeerderen met de nakosten en de wettelijke rente over de kosten en nakosten vanaf veertien dagen na dagtekening van dit vonnis. 2.2. De Stichting voert verweer. 2.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 3De beoordeling 3.1. De Stichting heeft het spoedeisendheid belang van [eiseres] bij haar vordering betwist. 3.1.1. Gelet op wat [eiseres] ter terechtzitting nader heeft gesteld omtrent haar huidige financiële positie, is de voorzieningenrechter echter van oordeel dat [eiseres] wel een spoedeisend belang heeft bij haar vordering, zodat dit verweer van de Stichting wordt gepasseerd. 3.2. In deze zaak draait het om de vraag of de Stichting gerechtigd is de lijfrente-uitkering aan [eiseres] geheel of gedeeltelijk in te houden. 3.2.1. De Stichting baseert haar recht daartoe op een aan haar gecedeerde vordering van de erfgenamen van dhr. [naam] (de op 5 maart 2013 overleden echtgenoot van [eiseres], hierna te noemen: "[naam]") op [eiseres]. Deze erfgenamen pretenderen een vordering te hebben op [eiseres] tot betaling van de hypotheekrente op grond van het door [naam] aan [eiseres] gelegateerde vruchtgebruik van de woning c.a. aan de [adres] (hierna: "de woning"). Op grond van het testament van [naam] zijn de erfgenamen eigenaar geworden van de woning. 3.2.2. Ter terechtzitting is echter komen vast te staan dat het door [naam] aan [eiseres] gelegateerde recht van vruchtgebruik (nog) niet is gevestigd door [eiseres]. Consequentie daarvan is dat de erfgenamen thans (nog) geen vordering op [eiseres] (kunnen) hebben op grond van artikel 3:220 BW, en dat zij hun vordering uit dien hoofde dus ook niet aan de Stichting kunnen hebben gecedeerd. Gelet daarop heeft de Stichting op dit moment dus evenmin een vordering op [eiseres]. 3.3. De Stichting niet heeft betwist dat zij een lijfrenteverplichting heeft aan [eiseres] ten bedrage van € 3.272,03 per maand, en dat zij daarop van november 2013 t/m februari 2014 een bedrag van € 8.773,36 heeft ingehouden, en van maart 2014 t/m augustus 2014 een bedrag van € 19.632,18. Gelet op het vorenstaande heeft de Stichting die bedragen dus ten onrechte ingehouden. De vordering van [eiseres] onder 1. ligt daarmee voor toewijzing gereed als hierna in het dictum te vermelden. 3.4. Gelet op het vorenstaande zal de Stichting vanaf september 2014 ook de overeengekomen maandelijkse lijfrente-uitkering aan [eiseres] moeten blijven voldoen, in elk geval tot het moment dat zij (een) rechtsgeldige grond(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.