RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Strafrecht parketnummer: 03/700541-13 Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 4 maart 2014 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats en datum], thans gedetineerd in de PI Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard. Raadsvrouw is mr. S.C.H. Poelman, advocaat te Brunssum. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 10 december 2013 en 18 februari 2014, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte heeft geprobeerd brand te stichten in/aan een politiebureau. 3De beoordeling van het bewijs 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Hij is van mening dat er sprake is van een deugdelijke poging, gelet op het feit dat er brand in het politiebureau zou zijn ontstaan als de molotovcocktail daadwerkelijk door het glas was gegooid. De kennis van verdachte reikt niet zover dat hij zeker kon weten dat het glas niet kapot zou gaan en dit dus niet zou gebeuren. 3.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft primair vrijspraak bepleit. Zij heeft daartoe aangevoerd dat er sprake is van een absoluut ondeugdelijke poging tot brandstichting, gelet op het feit dat verdachte bewust slechts met één fles heeft gegooid tegen een ruit met dubbel glas. Er bestond geen kans dat die ruit kapot zou gaan en de fles met brandende vloeistof in het gebouw terecht zou komen. Hooguit als verdachte er nog water bij had gegooid (waardoor de ruit had kunnen barsten), maar dat heeft hij niet gedaan. In de ogen van de raadsvrouw had de actie van verdachte dus nooit tot enig gevaar voor goederen kunnen leiden. 3.3 Het oordeel van de rechtbank Op 5 september 2013 kreeg de politie een melding dat een mannelijk persoon een brandbom tegen de voorgevel van het politiebureau aan het Raadhuisplein 2 te Landgraaf had gegooid. Toen de verbalisanten ter plaatse kwamen zagen zij dat de ruiten direct naast de hoofdingang van genoemd politiebureau zwart geblakerd waren. Tevens lagen er glasscherven en smeulende resten op straat en roken zij de geur van benzine. Uit het sporenonderzoek is naar voren gekomen dat de brand vermoedelijk is gesticht met behulp van een zogenaamde molotovcocktail. Een fles gevuld met een brandbare vluchtige stof, voorzien van een lont, welke wordt ontstoken en weggegooid, waarna de fles breekt en er direct een felle brand over een groot oppervlak ontstaat. Door het opzettelijk inbrengen van vuur is er sprake van brandstichting met gemeen gevaar voor goederen. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op 5 september 2013 een molotovcocktail tegen de ruit van het politiebureau te Landgraaf heeft gegooid. Het verweer van de raadsvrouw, inhoudende dat er sprake zou zijn van een absoluut ondeugdelijke poging tot brandstichting, wordt door de rechtbank verworpen. Een molotovcocktail is immers niet zo ongeschikt dat van reële gevaarzetting geen sprake is. De feitelijke handelingen zoals die door verdachte zijn verricht, zijn te duiden als een begin van uitvoering waardoor zijn voornemen om brand te stichten in of aan het politiebureau is geopenbaard. De gegooide molotovcocktail heeft het gebouw ook geraakt. Dit blijkt uit het feit dat een aantal ruiten zwartgeblakerd waren. Dat de molotovcocktail niet helemaal door de ruit heen is gegaan, is een omstandigheid die geheel buiten verdachte ligt. Indien de brandende molotovcocktail wel door de ruit was gegaan, zou er zeker gemeen gevaar voor het politiebureau te duchten zijn geweest. Dit betekent dat geen sprake is van een middel dat in geen geval tot succes had kunnen leiden of dat verdachte anderszins nooit in zijn streven had kunnen slagen. De rechtbank is derhalve van oordeel dat geen sprake is van een absoluut ondeugdelijke poging, maar van een strafbare poging tot brandstichting, waarbij gemeen gevaar voor het pand is ontstaan. Zij acht het tenlastegelegde dan ook wettig en overtuigend bewezen. 3.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 5 september 2013 in de gemeente Landgraaf ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk brand te stichten in/aan het pand Raadhuisplein 2, zijnde een politiebureau, met dat opzet een brandende molotovcocktail tegen een ruit van dat pand heeft gegooid, terwijl daarvan gemeen gevaar voor dat pand te duchten was, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De strafbaarheid 4.1 De strafbaarheid van het feit Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op: poging tot opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. 4.2 De strafbaarheid van de verdachte Over verdachte is gerapporteerd door de deskundigen drs. B.Y. [T.], GZ-psycholoog en drs. [W.], psychiater. Psycholoog [T.] komt in zijn psychologische rapportage tot de conclusie dat verdachte lijdende is aan een ziekelijke stoornis, te classificeren als een paranoïde vorm van schizofrenie, alsmede een afhankelijkheid van amfetaminen en cannabis. De psycholoog beschrijft dat betrokkene ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde floride psychotisch was en er sterk van overtuigd was dat hij achtervolgd, in de gaten gehouden en belaagd werd. Betrokkene was ernstig verward, wendde zich tot de politie voor hulp, maar kreeg die in zijn beleving niet. Daarnaast wilde betrokkene 13 miljoen euro van de Staat afdwingen met zijn acties. Onder invloed van zijn psychose en zijn stemmen ging hij uiteindelijk over tot het plegen van het tenlastegelegde. Onderzoeker adviseert verdachte ten tijde van het ten laste gelegde als ontoerekeningsvatbaar te beoordelen. Ook psychiater [W.] komt in zijn psychiatrische rapportage tot de conclusie dat verdachte lijdende is aan een ziekelijke stoornis, te omschrijven als chronische schizofrenie van het paranoïde type en een afhankelijkheid van amfetamines en cannabis. De psychiater beschrijft dat verdachte vanuit zijn door ernstige oordeels- en kritiekstoornissen verstoorde denken werd gedreven door gevoelens van wraak en vergelding naar aanleiding van het vermeende onrecht en lijden dat hem werd aangedaan door de politie of de Staat. Hij wilde financiële genoegdoening en aandacht opeisen voor zijn situatie. Betrokkene kwam tot dit handelen geleid door een paranoïde vertekening van de werkelijkheid en zijn wanen. Het gebruik van cannabis en met name amfetamine heeft geleid tot een verergering van de paranoïde psychose. De psychiater adviseert om verdachte ten aanzien van het tenlastegelegde ontoerekeningsvatbaar te beschouwen. De rechtbank onderschrijft de adviezen van de beide deskundigen en de argumenten die tot die adviezen hebben geleid. Zij komt op grond van deze rapporten tot de conclusie dat verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar is en zodoende niet strafbaar. Hij zal dan ook worden ontslagen van alle rechtsvervolging. 5De maatregel Bij de bepaling van de op te leggen maatregel is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. De verdachte heeft, verkerend in een psychose en onder invloed van cannabis en amfetamine, een zogenoemde molotovcocktail tegen de ruit van het politiebureau te Landgraaf gegooid. De molotovcocktail is slechts door één laag van het dubbelglas heen gegaan, waardoor de schade beperkt is gebleven tot een nieuwe ruit. De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte de maatregel op te leggen van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis. De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Uit de in deze zaak opgemaakte gedragskundige rapporten valt, met het oog op beantwoording van de vraag of een dergelijke maatregel aangewezen is, het volgende af te leiden. Psycholoog [T.] beschrijft dat indien verdachte opnieuw zo psychotisch zou worden, de kans op recidive zal oplopen. Hij komt tot de inschatting dat de kans op recidive verhoogd is en adviseert om verdachte op te laten nemen op een afdeling van een psychiatrisch ziekenhuis. Psychiater [W.] brengt in zijn rapport naar voren dat verdachte lijdt aan schizofrenie, paranoïde type, chronisch. Deze stoornis leidt bij verdachte tot het optreden van wanen en akoestische hallucinaties en is er sprake van een ernstige paranoïdie. Verdachte kan zich vanuit zijn paranoïdie snel bedreigd voelen door bepaalde personen en instanties en de onwrikbare overtuiging ontwikkelen dat hem groot onrecht wordt aangedaan, hetgeen kan leiden tot wraakgevoelens en vergelding, waarbij verdachte in dit geval als middel brandstichting kiest. Ook de psychiater adviseert om verdachte te plaatsen in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van een jaar. De rechtbank is op grond van de inhoud van deze rapporten, het beeld dat de rechtbank naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van de verdachte heeft gekregen en de ernst van het bewezenverklaarde van oordeel dat de veiligheid van verdachte zelf, anderen en de algemene veiligheid van personen en goederen het opleggen van de maatregel van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis eist. De rechtbank heeft hierbij mede betrokken dat verdachte ter terechtzitting heeft verklaard dat hij nu iets nieuws zal moeten verzinnen om een statement te maken en dat dit wel eens meer zou kunnen zijn dan een brandstichting. De rechtbank zal dan ook overgaan tot het opleggen van de maatregel van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van een jaar. 6De benadeelde partij De benadeelde partij Nationale Politie Eenheid Limburg vordert een schadevergoeding van € 972,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.