← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2014:4148

RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Strafrecht Rekestnummer : 13/529 Beschikking van de enkelvoudige raadkamer van de rechtbank Limburg op het verzoekschrift ex artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering van [naam] (verzoeker), geboren op [adres 2], wonende te [adres 1]. 1De inhoud van het verzoekschrift Het verzoek strekt tot het toekennen van een vergoeding ten laste van de Staat ten bedrage van € 302,50 voor de kosten van een raadsvrouw. De verzoeker stelt deze kosten te hebben gemaakt in het kader van een klaagschriftprocedure ex artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: ‘WVW’). 2De procesgang Het verzoekschrift is op 19 november 2013 ter griffie van deze rechtbank ingediend. De rechtbank heeft onderhavig verzoekschrift op 22 april 2014 in openbare raadkamer behandeld. De rechtbank heeft toen de verzoeker en de officier van justitie in openbare raadkamer gehoord. 3Standpunten der partijen De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat uit de declaratie van de raadsvrouw niet kan worden afgeleid dat deze betrekking heeft op de klaagschriftprocedure ex artikel 164 WVW. De officier van justitie heeft derhalve primair gesteld dat de behandeling dient te worden aangehouden zodat het verzochte bedrag nader kan worden gespecificeerd. De officier van justitie heeft zich subsidiair gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Verzoeker heeft gepersisteerd bij zijn verzoekschrift. 4De beoordeling 4.1 Op 17 oktober 2013 is bij de rechtbank een klaagschrift ingediend gericht tegen de invordering van het rijbewijs van verzoeker. Dit klaagschrift is op 29 oktober 2013 gegrond verklaard. 4.2 De rechtbank is bevoegd en het verzoekschrift is tijdig ter griffie ingediend. 4.3 Zijdens verzoeker is verzocht om vergoeding van de kosten van een raadsman ex artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering. Deze kosten hebben betrekking op de klaagschriftprocedure ex artikel 164, achtste lid van de Wegenverkeerswet

  1. Artikel 591a, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering luidt als volgt: “Indien de zaak eindigt zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht kan aan de gewezen verdachte (…) uit ’s Rijks kas een vergoeding worden toegekend (…) in de kosten van een raadsman (…).” De rechtbank is van oordeel dat in deze bepaling met het begrip ‘zaak’, tenzij nadrukkelijk anders wordt bepaald, de strafzaak wordt bedoeld en niet ook de procedure ex artikel 164, achtste lid van de Wegenverkeerswet
  2. Bij deze procedure is immers geen sprake van ‘oplegging van straf of maatregel’ of van ‘gewezen verdachte’. Bij de klaagschriftprocedure ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering is evenmin sprake van ‘oplegging van straf of maatregel’ of van ‘gewezen verdachte’, terwijl artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering bij een gegrondverklaring in een dergelijke beklagzaak wél van toepassing is. Het verschil is echter gelegen in het feit dat artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, anders dan artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994, op grond van artikel 591a, lid 4, juncto artikel 591, lid 5, van het Wetboek van Strafvordering expliciet van overeenkomstige toepassing is verklaard. De rechtbank Limburg heeft eerder, bij beschikking van 10 juli 2013, beslist dat verzoeker in een dergelijk geval niet ontvankelijk is, welke beschikking is bevestigd door een beschikking van het Hof ’s-Hertogenbosch d.d. 17 februari 2014 met bijzondere zaak-nummer 0013670-
  3. De rechtbank zal verzoeker dan ook niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoek ex artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering. 5Beslissing De rechtbank: - verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoekschrift. Deze beschikking is gegeven door mr. L.P. Bosma, rechter, in tegenwoordigheid van mr. F.A.E. van de Venne, griffier, en uitgesproken in openbare raadkamer van deze rechtbank van 6 mei
  4. Buiten staat De griffier is niet in de gelegenheid deze beschikking mede te ondertekenen. Tegen deze beschikking staat voor verzoeker hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch, in te stellen bij deze rechtbank, binnen een maand na betekening van deze beslissing.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.