vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht zaaknummer / rolnummer: C/03/194175 / KG ZA 14-409 Vonnis in kort geding van 20 augustus 2014 in de zaak van: 1de besloten vennootschap DOUVERHAAVE BEHEER B.V., gevestigd te Heerlen,
(2)gevorderde ongedaanmaking van de transactie tot overdracht in strikte zin niet aan de orde is. Niettemin zal de vordering, mede gelet op de overige bewoordingen daarvan, worden toegewezen en wel voor zover nodig, zulks ook met het oog op het gegeven dat inschrijving van de eigendom in de openbare registers heeft plaatsgevonden en bij notariële akte van 19 augustus 2013 een recht van hypotheek ten behoeve van de Sparkasse Aachen op het appartement is gevestigd, dat in de openbare registers is ingeschreven.” en (voor zover van belang) de volgende beslissingen genomen: “5.1. verbiedt [eiser 2] en [eiser 3] het appartement aan de [adresgegevens appartement], kadastraal bekend Heerlen [kadastergegevens] te verkopen en over te dragen aan een derde, te bezwaren of te verhuren (of anderszins in gebruik te geven), zulks op verbeurte van een dwangsom van € 225.000,00 per overtreding met een maximum van € 450.000,00, 5.2. veroordeelt [eiser 2], [eiser 3] en Douverhaave, voor zover nodig, de transactie tot de overdracht van het appartement aan de [adresgegevens appartement], kadastraal bekend Heerlen [kadastergegevens] ongedaan te maken (herstel in de toestand zoals deze bestond op 19 augustus 2013) en wel zodanig dat de volle en onbezwaarde eigendom van voornoemd appartement (mitsdien vrij van hypotheken en beslagen en huur en ieder ander gebruiksrecht) terugkeert in het vermogen van Douverhaave, binnen twee manden na betekening van het vonnis, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 225.000,00 per overtreding, met een maximum van € 450.0000,00” Deze veroordelingen zullen hierna aangeduid worden als veroordeling 5.1 respectievelijk veroordeling 5.2. 2.9. [gedaagde] heeft het vonnis van 27 februari 2014 op 28 februari 2014 laten betekenen aan [eisers] 2.10. De Sparkasse heeft het hypotheekrecht op het appartement op enig moment doorgehaald. Bij notariële akte van 15 mei 2014 hebben [eiser 2] en [eiser 3] vervolgens het appartement geleverd aan Douverhaave tegen een koopprijs van € 205.000,00. Met betrekking tot de voldoening van de koopprijs vermeldt de akte (onder meer) dat het onder 2.4 genoemde bedrag van € 154.000,00 door Douverhaave niet aan [eiser 2] en [eiser 3] is voldaan. Douverhaave verklaart in de akte uitdrukkelijk dit bedrag aan hen schuldig te zijn. 2.11. [gedaagde] heeft in de periode 7 mei 2014 tot en met 31 juli 2014 in totaal 36 keer executoriaal (derden)beslag laten leggen ten laste van respectievelijk [eiser 2], [eiser 3] en Douverhave. Het gaat (onder meer) om beslag op onroerende zaken van [eiser 2], [eiser 3] en Douverhave, derdenbeslagen onder diverse banken, beslag op de aandelen van [eiser 2] in Egteluyden en de aandelen van [eiser 3] in Lumo, derdenbeslag onder Movir ten laste van [eiser 2] en beslag op de aandelen van [eiser 2] en [eiser 3] in de nalatenschap van [naam 1]. Diverse beslagen hebben geen doel getroffen. 3Het geschil 3.1. [eisers] vorderen bij dagvaarding – kort samengevat – dat de voorzieningenrecht bij vonnis de volgende voorlopige voorzieningen zal treffen:primair:(
- a)schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van 27 februari 2014 totdat door de rechtbank beslist zal zijn op de door [eisers] in te stellen bodemprocedure op straffe van verbeurte van een dwangsom, (
- b)opheffing door [gedaagde] van de gelegde executoriale beslagen en [gedaagde] te verbieden om nieuwe executoriale beslagen te leggen, op straffe van verbeurte van een dwangsom, subsidiair: opheffing althans opschorting althans vermindering tot nihil van dwangsommen die [eisers] verbeurd hebben doordat zij niet tijdig, althans niet volledig uitvoering hebben gegeven aan het vonnis van 27 februari 2014, meer subsidiair: [gedaagde] te verbieden om executiemaatregelen te treffen voor zover die zien op meer dan één overtreding dan wel op meer dan een bedrag van € 225.000,00 op straffe van verbeurte van een dwangsom, een en ander met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf dagtekening van het vonnis. 3.2. Samengevat stellen [eisers] ter onderbouwing van hun vorderingen het volgende. Veroordeling 5.1 is niet overtreden. Veroordeling 5.2 is weliswaar niet op tijd nageleefd, maar hen treft geen verwijt. Door toedoen van [gedaagde] konden zij pas op 15 mei 2014 veroordeling 5.2 naleven. Hoewel sinds die dag voldaan is aan veroordeling 5.2, blijft [gedaagde] executoriaal beslag leggen. Tegen deze achtergrond zijn [eisers] van mening dat [gedaagde] misbruik maakt van zijn executiebevoegdheid en dat de gelegde beslagen vexatoir zijn (primaire vorderingen) en dat er termen zijn om eventueel verbeurde dwangsommen op te heffen, dan wel op te schorten dan wel te verminderen (subsidiaire vordering). 3.3. [gedaagde] heeft verweer gevoerd. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt, voor zover nodig, hieronder nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. Gelet op de aard van de zaak staat de spoedeisendheid van de vorderingen vast. 4.2. De voorzieningenrechter heeft ter zitting aan [gedaagde] voorgehouden dat in de processen-verbaal van beslaglegging niet concreet staat omschreven welke veroordeling(
- en)in het vonnis van 27 februari 2014 volgens hem niet is (zijn) nageleefd. Als verbeurde dwangsom(men) vermelden de processen-verbaal steeds een bedrag van € 150.000,00. [gedaagde] heeft ter zitting vervolgens expliciet verklaard dat beslaglegging heeft plaatsgevonden uitsluitend vanwege het niet naleven van veroordeling 5.2 en niet vanwege veroordeling 5.1, die volgens hem overigens ook niet is nageleefd. 4.2.1. Gelet op deze uitlating van [gedaagde] zullen de vorderingen van [eisers] uitsluitend beoordeeld worden in het kader van de stelling van [gedaagde] dat [eisers] veroordeling 5.2 niet hebben nageleefd. Hetgeen partijen hebben aangevoerd met betrekking tot veroordeling 5.1 kan dan ook verder onbesproken blijven. 4.3. Volgens [gedaagde] is er sprake van twee afzonderlijke overtredingen van veroordeling 5.2 door [eisers]: