← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2015:1949

RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Burgerlijk recht Zaaknummer: 3832226 CV EXPL 15-1184 Vonnis van 5 maart 2015 in de zaak van [eiser], wonend te [woonplaats 1], eisende partij, gemachtigde: mr. J.J.H.S. Thomassen tegen [gedaagde], wonend te [woonplaats 2], gedaagde partij, niet verschenen. Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het exploot van dagvaarding d.d. 12 februari 2015 de mondelinge behandeling ter zitting d.d. 5 maart
  2. 1.
  3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  4. [gedaagde] huurt vanaf 1 juni 2014 van [eiser] de woning, staande en gelegen aan het adres [adres] te [woonplaats 2], tegen een bij vooruitbetaling verschuldigde huurprijs van € 699,00 per maand. 2.
  5. [gedaagde] heeft de huur vanaf 1 november 2014 onbetaald gelaten. 3De vordering 3.
  6. Op grond van een betalingsachterstand vordert [eiser]: de veroordeling van [gedaagde] om het gehuurde binnen acht dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en ontruimd te houden en onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van [eiser] te stellen, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag of dagdeel dat [gedaagde] daarmee in gebreke blijft; de veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 2.796,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de respectieve verzuimdata van de huurtermijnen, alsmede met € 699,00 per maand vanaf 1 maart 2015 tot aan de dag waarop [gedaagde] het gehuurde heeft ontruimd; de veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 544,50 als vergoeding van buitengerechtelijke kosten; de veroordeling van [gedaagde] tot betaling van de proceskosten. 4De beoordeling 4.
  7. Het door [eiser] gestelde spoedeisende belang wordt aannemelijk geacht. 4.
  8. De vorderingen komen de voorzieningenrechter onrechtmatig noch ongegrond voor en zullen, nu tegen [gedaagde] verstek is verleend, toegewezen worden, zij het dat de ontruimingstermijn op veertien dagen gesteld wordt en de vergoeding van buitengerechtelijke kosten op € 489,57 inclusief btw ((€ 375,00 + € 29,60) x 1,21) conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. 4.
  9. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot de datum van dit vonnis begroot op € 715,19, bestaande uit € 400,00 aan salaris gemachtigde, € 221,00 aan griffierecht en € 94,19 aan explootkosten. 5De beslissing De voorzieningenrechter 5.
  10. veroordeelt [gedaagde] om de woning, staande en gelegen aan het adres [adres] te [woonplaats 2], binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en ontruimd te houden en onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van [eiser] te stellen, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag of dagdeel dat [gedaagde] daarmee in gebreke blijft, 5.
  11. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 2.796,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de respectieve verzuimdata van de huurtermijnen, alsmede met € 699,00 per maand vanaf 1 maart 2015 tot aan de dag waarop [gedaagde] het gehuurde heeft ontruimd; 5.
  12. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 489,57 als vergoeding van buitengerechtelijke kosten, 5.
  13. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot de datum van dit vonnis begroot op € 715,19, 5.
  14. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 5.
  15. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. W.E. Elzinga en is in het openbaar uitgesproken. type: RK

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.