← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2015:2135

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: C/03/201920 KG ZA 15-46 Vonnis in kort geding van de voorzieningenrechter van 11 maart 2015 in de zaak van: de stichting WONINGSTICHTING SERVATIUS, gevestigd te Maastricht, eiseres, advocaat mr. N. Kooistra, tegen: [gedaagde], zonder bekende woon- of verblijfplaats, gedaagde, niet verschenen. Partijen zullen hierna Servatius en [gedaagde] genoemd worden. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 6 februari 2015 de op 9 maart 2015 gehouden mondelinge behandeling, waar Servatius bij [naam] is verschenen en bijgestaan is door mr. N. Kooistra en [gedaagde] niet is verschenen. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
  3. Ten aanzien van de niet verschenen gedaagde [gedaagde] zijn de voorgeschreven formaliteiten en termijnen voor oproeping in acht genomen, zodat tegen hem verstek wordt verleend. 2.
  4. Gebleken is dat Servatius spoedeisend belang heeft bij de vordering tot ontruiming van de woning gelegen aan de [adres]. De ontruimings-vordering komt de voorzieningenrechter onrechtmatig noch ongegrond voor, zodat deze zal worden toegewezen, met dien verstande dat de gevraagde machtiging om de ontruiming te bewerkstelligen met behulp van de sterke arm zal worden afgewezen, omdat deze bevoegdheid reeds voortvloeit uit de artikelen 444 jo. 556 lid 1 Rv. 2.
  5. Het spoedeisend belang bij de vordering tot betaling van € 477,99 per maand vanaf dat datum van ontbinding van de huurovereenkomst, 11 maart 2014, tot en met de ontruiming, is - nu Servatius ter mondelinge behandeling heeft gesteld dat de verhaalsmogelijkheden op [gedaagde] onzeker zijn en zij executoriaal beslag wenst te leggen op de zich in de woning bevindende inventaris - eveneens aannemelijk geworden. Nu deze vordering de voorzieningenrechter onrechtmatig noch ongegrond voorkomt, zal ook deze worden toegewezen. 2.
  6. [gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van Servatius worden tot op heden begroot op: dagvaarding: € 95,82 griffierecht: € 613,00 salaris gemachtigde: € 527,00 totaal: € 1.235,82 2.
  7. De gevorderde wettelijke rente en de nakosten zullen op de hierna in het dictum weergegeven wijze worden toegewezen. 3De beslissing De voorzieningenrechter 3.
  8. veroordeelt [gedaagde] de woning gelegen aan de [adres], met al het zijne en de zijnen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en ontruimd te houden, 3.
  9. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 477,99 voor elke ingegane maand vanaf 11 maart 2014 tot aan de dag van ontruiming, 3.
  10. veroordeelt [gedaagde] in de aan de zijde van Servatius gerezen proceskosten, begroot op € 1.235,82, bij gebreke van voldoening te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening, 3.
  11. veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,- aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [gedaagde] niet binnen veertien dagen na aanschrijving door Servatius volledig aan dit vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,- aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening, en te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening, 3.
  12. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 3.
  13. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. E.P. van Unen en in het openbaar uitgesproken. Type: NG

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.