RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 3897844 CV EXPL 15-1909 Vonnis van de kantonrechter in kort geding van 3 april 2015 in de zaak van: 1 [eiser sub 1], wonend te [woonplaats], 2. [eiseres sub 2] wonend te [woonplaats], eisende partij, gemachtigde mr. Y.L.S. Schipper, tegen: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GRANDCAFÉ IN DE MORIAAN B.V., (statutair) gevestigd te Maastricht, Stokstraat 12, gedaagde partij, gemachtigde mr. M. Super. Partijen zullen hierna [eisers], respectievelijk [eiser sub 1] of [eiseres sub 2] en In de Moriaan genoemd worden. 1Het procesverloop 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - een exploot van dagvaarding met producties 1 t/m 11; - het schrijven van mr. Schipper met daarbij gevoegd de producties 11a t/m 13; - het schrijven van mr. Super met daarbij gevoegd de producties 1a t/m 10; - het schrijven van mr. Schipper met daarbij gevoegd de producties 14-16; - de pleitnota van mr. Schipper; - de pleitnota van mr. Super; - de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling op 19 maart 2015. Aanvankelijk zou ter gelegenheid van de mondelinge behandeling van 19 maart 2015 tevens worden behandeld het door In de Moriaan ingediende voorwaardelijk verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [eiser sub 1] wegens gewichtige redenen ex art. 7:685 BW. Vanwege het gegeven dat de arbeidsovereenkomst van [eiser sub 1] eindigt met ingang van 1 april 2015, is dit verzoek is echter ingetrokken. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald, waarvan de uitspraak op vandaag gesteld is. 2De feiten 2.1. Tussen partijen staat, als enerzijds gesteld en anderzijds niet althans onvoldoende gemotiveerd weersproken, het volgende vast. 2.2. [eiser sub 1] is met ingang van 1 april 2014 op basis van een nulurencontract voor bepaalde tijd in dienst getreden bij In de Moriaan in de functie van medewerker bediening. Zijn laatstelijk bruto loon bedroeg € 12,- per uur, exclusief vakantiebijslag en overige emolumenten. De arbeidsovereenkomst is op 1 april 2015 van rechtswege geëindigd. [eiser sub 1] werkte gemiddeld 35 uren per week. 2.3. [eiseres sub 2] is met ingang van 27 januari 2014 op basis van een nulurencontract voor bepaalde tijd in dienst getreden bij In de Moriaan in de functie van medewerker bediening. Haar laatstelijk bruto loon bedroeg € 12,- per uur, exclusief vakantiebijslag en overige emolumenten. De arbeidsovereenkomst is op 22 februari 2015 van rechtswege geëindigd. [eiseres sub 2] werkte gemiddeld 30 uren per week. 2.4. Per brief van 20 januari 2015 is zowel [eiser sub 1] als [eiseres sub 2] namens In de Moriaan meegedeeld dat zij op staande voet werden ontslagen. Bij brief van 21 januari 2015 heeft de gemachtigde van [eisers] namens deze de nietigheid ingeroepen van de gegeven ontslagen en gemeld dat zowel [eiser sub 1] als [eiseres sub 2] bereid en beschikbaar zijn om gedurende 40 uren per week hun werkzaamheden te verrichten. Ook is bij niet tijdige betaling van het loon aanspraak gemaakt op de wettelijke rente en de wettelijke verhoging. 2.5. [eiseres sub 2] heeft na het ontslag op staande voet elders gewerkt en daaruit inkomsten gegenereerd. 3Het geschil 3.1. [eisers] vorderen, mede tegen de achtergrond van de hiervoor weergegeven feiten, om In de Moriaan – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad – te veroordelen: 1. om binnen twee dagen na het in deze te wijzen vonnis, tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser sub 1] te voldoen, het hem toekomende loon vanaf 20 januari 2015 ten bedrage van € 2.080,- bruto per maand, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente tot op het moment dat de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst rechtsgeldig tot een einde zal zijn gekomen; 2. om binnen twee dagen na het in deze te wijzen vonnis, tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres sub 2] te voldoen, het haar toekomende loon vanaf 20 januari 2015 ten bedrage van € 2.080,- bruto per maand, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente tot op het moment dat de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst rechtsgeldig tot een einde zal zijn gekomen; 3. om [eiser sub 1] toe te laten tot zijn werk en hem in de gelegenheid te stellen de werkzaamheden te verrichten binnen 24 uur na het in deze te wijzen vonnis, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 500,-- voor elke dag dat In de Moriaan nalatig zal zijn om aan deze veroordeling te voldoen; 4. om [eiseres sub 2] toe te laten tot haar werk en hem in de gelegenheid te stellen de werkzaamheden te verrichten binnen 24 uur na het in deze te wijzen vonnis, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 500,-- voor elke dag dat In de Moriaan nalatig zal zijn om aan deze veroordeling te voldoen; 5. om ten aanzien van de onder 1 en 2 genoemde bedragen uit hoofde van achterstallig loon binnen twee dagen na heden (de kantonrechter leest na het in deze te wijzen vonnis) een deugdelijke bruto-netto specificatie over te leggen op verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag voor elke dag In de Moriaan nalatig zal zijn om aan deze veroordeling te voldoen; 4. in de kosten van dit geding. 3.2. De grondslagen van de vorderingen van [eisers] vloeien voort uit de hiervoor onder 2.2. en 2.3. vermelden feiten en de onder 3.1. weergegeven vorderingen. 3.3. Voor zover In de Moriaan verweer heeft gevoerd zal daarop hierna, voor zover nodig, nader worden ingegaan. 4De beoordeling 4.1. De vorderingen van [eisers] tot betaling van het achterstallige loon (inclusief de daarmee samenhangende nevenvorderingen) zijn naar hun aard spoedeisend. 4.2. Ter zitting heeft In de Moriaan de stellingen van [eisers], zoals verwoord in het exploot van dagvaarding, weersproken. Het loon van [eisers] is vanaf 20 januari 2015 niet betaald als gevolg van het aan beide gegeven ontslag op staande voet, aldus . 4.3. De kantonrechter overweegt als volgt. Om een voorziening te kunnen treffen als gevorderd, moet van tevoren worden vastgesteld of er een reële kans bestaat dat [eisers] het gelijk aan hun zijde zullen krijgen als één van de partijen een bodemprocedure begint. Daarbij dient de kantonrechter uit te gaan van de feiten met de beperkte onderzoeksmogelijkheden die het kort geding hem biedt, aangezien formele bewijslevering in deze procedure in beginsel niet plaatsvindt. 4.3.1. Dat [eisers] ten aanzien van het voortgezet zijn van hun beider arbeidsovereenkomst met na 20 januari 2015 in een bodemprocedure het gelijk aan hun zijde zullen krijgen, moet naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter worden aangenomen. Voorop wordt gesteld dat het ontslag op staande voet - nog afgezien van de vraag of het ontslag onverwijld is gegeven - slechts stand kan houden indien alle daaraan blijkens de brief van 20 januari 2015 ten grondslag gelegde feitelijke stellingen komen vast te staan. Ter zitting heeft expliciet gesteld dat al die stellingen in samenhang beschouwd zouden moeten leiden tot de conclusie dat er sprake was van een dringende reden, hetgeen bevestigt dat de beperkte uitzondering op de regel, dat het als reden voor ontslag medegedeelde feitencomplex moet komen vast te staan, in deze zaak niet aan de orde is. De in de brief van 20 januari 2015 vermelde redenen zijn, kort gezegd: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.