RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Burgerlijk recht / Kantonrechter Zaaknummer: 3936622 AZ VERZ 15-58 Beschikking van 28 april 2015 in de zaak de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid WASSERIJ EN STOMERIJ PARKSTAD B.V. statutair gevestigd te Landgraaf en zaakdoend te (6372 CK) Landgraaf, aan de Voltastraat 13-17 verzoekende partij gemachtigde: mr. E.G.M.G. Huntjens, medewerker ARAG Rechtsbijstand te Roermond tegen [verweerster] wonend te [woonplaats], aan de [adres] verwerende partij gemachtigde: mr. W.N.F. Weimar, medewerker SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer Partijen zullen hierna WSP en [verweerster] genoemd worden. 1Het verloop van de procedure 1.
- Door partijen zijn de navolgende processtukken ingediend: een verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 9 maart 2015; de door WSP op 2 en 9 april 2015 overgelegde aanvullende bijlagen; een verweerschrift, ingekomen ter griffie op 8 april
- 1.
- Op 13 april 2015 heeft mr. Huntjens per faxbericht de wens geuit het tegen mevrouw [verweerster] gerichte verzoekschrift tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ‘in te trekken’. 1.
- Op 14 april 2015 heeft een (gecombineerde) mondelinge behandeling plaatsgevonden ten aanzien van vijf van de zeven door WSP ingediende verzoeken tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. [verweerster] en haar gemachtigde zijn tijdens deze (gecombineerde) zitting niet verschenen. 1.
- De gemachtigde van [verweerster] is vervolgens in de gelegenheid gesteld te reageren op het faxbericht van mr. Huntjens. 1.
- Bij brief van 22 april 2015 heeft mr. Weimar meegedeeld geen bezwaar tegen ‘intrekking’ van het door WSP ingediende ontbindingsverzoek te hebben, doch drong hij er wel op aan WSP te veroordelen tot betaling van de proceskosten. 1.
- Mr. Huntjens is in de gelegenheid gesteld zich omtrent het vorenstaande uit te laten. Hij refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter. 1.
- Daarna is de beschikking bepaald op heden. 2De beoordeling 2.
- Nu mr. Weimar namens [verweerster] een verweerschrift ingediend heeft, zal WSP - in het licht van het feit dat een verdere beslissing niet vereist is omdat partijen het eens zijn over beëindiging van de procedure - veroordeeld worden tot betaling van de kosten van deze procedure. Die kosten worden aan de zijde van [verweerster] bepaald op een bedrag van € 200,00 aan salaris voor haar gemachtigde. 3De beslissing De kantonrechter 3.
- Verstaat dat de procedure ten einde gekomen is zonder dat op het verzoek beslist hoeft te worden. 3.
- Veroordeelt WSP tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [verweerster] bepaald op € 200,00 aan salaris gemachtigde. Deze beschikking is gegeven door mr. H.W.M.A. Staal en is in het openbaar uitgesproken. Type: CJ