RECHTBANK limburg Zittingsplaats Maastricht Bestuursrecht zaaknummer: AWB/ROE 14/1088 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 juli 2015 in de zaak tussen [eiser], te [woonplaats], eiser, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eijsden-Margraten, verweerder, (gemachtigde: mr. V. Gustings); Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [derde belanghebbende], te [plaats 1]. Procesverloop Bij besluit van 4 februari 2014 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan derde-partij (hierna: vergunninghouder) een omgevingsvergunning verleend op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder a, b, c en f, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) voor het uitbreiden van de kantoorruimte en het aanleggen van een parkeerplaats achter het pand [adres 1] te [plaats 2]. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 januari 2015. Het beroep is gevoegd ter zitting behandeld met het beroep met nr. AWB/ROE 14/978. Eiser is in persoon verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Vergunninghouder is verschenen. Het onderzoek ter zitting is geschorst ten einde verweerder in de gelegenheid te stellen nadere stukken over te leggen alsmede een nadere schriftelijke reactie te geven. Die nadere stukken zijn toegezonden en bij brief van 10 februari 2015 heeft verweerder de gevraagde schriftelijke reactie gegeven. Bij brief van 22 februari 2015 heeft eiser hierop gereageerd. Bij brief van 14 maart 2015 heeft vergunninghouder hierop gereageerd. Partijen hebben de rechtbank toestemming gegeven tot het achterwege laten van een nadere zitting. De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek op 9 april 2015 gesloten. Overwegingen 1. Vergunninghouder heeft op 24 mei 2011 een aanvraag ingediend voor het uitbreiden van een kantoorruimte en het aanleggen van een daarbij behorende parkeervoorziening achter het pand [adres 1] te [plaats 2]. Verweerder heeft de omgevingsvergunning verleend na toepassing van de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Eiser heeft tegen het ontwerp-besluit tot verlening van de omgevingsvergunning, dat vanaf 17 januari 2013 gedurende 6 weken ter inzage is gelegd, tijdig een zienswijze ingediend. Vervolgens heeft verweerder het bestreden besluit genomen. Bij het bestreden besluit behoort een ruimtelijke onderbouwing van 1 oktober 2013 opgesteld door Tonnaer Adviseurs in Omgevingsrecht (Tonnaer). 2. Eiser heeft het thans als kantoor gebruikte pand [adres 1] aan vergunninghouder verkocht in 1992. Een gedeelte van de achtertuin is in het bezit van eiser (destijds wonende [adres 2]) gebleven om daar een garage te bouwen onder de voorwaarde dat eiser het verharde parkeerterrein zou kunnen blijven gebruiken voor het af- en aanrijden naar de garage/camperstalling. Daartoe is een erfdienstbaarheid gevestigd. Eiser voert in beroep - samengevat weergegeven - het volgende aan. Hij vindt dat de instandhouding van de huidige parkeerplaats door het bestreden besluit genegeerd wordt. De toekomstige terreinafwerking is namelijk niet op de bij de omgevingsvergunning behorende desbetreffende tekening aangegeven en vergunninghouder beperkt het gebruik van het huidige parkeerterrein door een inadequate route voor het bereiken van de garage. Ten aanzien van de geplande uitbreiding geeft eiser aan dat op de desbetreffende tekening wel een Berliner wand is aangegeven conform opgave van de constructeur, maar dat de constructeur onvermeld blijft evenals de verplichting om vooraf stabiliteits- en sterkteberekeningen voor deze grondkerende constructie ter goedkeuring aan de gemeente te overleggen en deze op te nemen in de lijst van in te dienen gegevens en bescheiden. Vanwege de ontgravingsdiepte koestert eiser gerede bedenkingen ten aanzien van het gebruik. Voorts wordt nergens in de bouwput een grondkerende hulpconstructie verlangd, wat lichtzinnig is in verband met de risico’s voor personeel in de bouwput. Vanwege de bouwwerkzaamheden is het uitgesloten dat de garage van eiser behoorlijk bereikbaar is. Eiser vindt dat daarvoor een vergoeding noodzakelijk is en anders dan verweerder vindt hij dat niet van privaatrechtelijke aard. Eiser vindt dat het op de weg van verweerder ligt om af te dwingen dat er een vrije toegangsroute naar de garage van eiser mogelijk is conform een overgelegde schets van 2 april 2014. In het licht van het vorenstaande is eiser primair van oordeel dat het bestreden besluit nietig dient te worden verklaard dan wel subsidiair in het bestreden besluit voorzien dient te worden in een duidelijke toegangsroute naar de garage dan wel dat er planschade wordt toegekend en een compensatie dient plaats te vinden voor het tijdelijk niet kunnen gebruiken van zijn garage. Ook (subsidiair) dient de gemeente er voor te zorgen dat voor de toe te passen grondkerende hulpconstructies vooraf, tijdig en te harer goedkeuring sterkte- en stabiliteitsberekeningen door een ter zake kundige (grondmechanisch) onafhankelijk instantie worden overgelegd waaruit overtuigend blijkt dat de te kiezen hulpconstructie en werkwijze de stabiliteit en integriteit van de garage tijdens en na de bouw voldoende waarborgen en dat deze documenten opgenomen dienen te worden in de lijst van in te dienen gegevens en bescheiden bij de paragraaf ‘overwegingen en toetsing’ van het vergunningblad. Voorts is toezicht op de uitvoering noodzakelijk. In verband met een mogelijke calamiteit dient de vergunninghouder ten genoegen van eiser een door de gemeente gewaarmerkte originele kopie over te leggen van een voor het onderhavig bouwproject af te sluiten Constructie All Risk verzekering, waaruit de mededekking van aangrenzende gebouwen blijkt en bij gebreke daarvan een bankgarantie ter grootte van € 50.000,-. 3. Verweerder heeft - samengevat weergegeven - betoogd dat voldoende is komen vast te staan dat uitbreiding ter plaatse economisch noodzakelijk is. Hij heeft daartoe verwezen naar de door Tonnaer in verband met het bestreden besluit opgestelde ruimtelijke onderbouwing. Hieruit blijkt dat in het bestaande kantoor (400m2) 2 vennootschappen zijn gevestigd waarbij 25 personen werkzaam zijn en het huidige pand te weinig ruimte heeft om te voldoen aan de gestelde bouwkundige en arbotechnische vereisten. Ten aanzien van de door eiser gestelde onduidelijke bestaande situatie heeft verweerder aangegeven dat er op basis van de bij de aanvraag behorende tekeningen voldoende inzicht was ten aanzien van die situatie. Ten aanzien van het vooraf niet overleggen van stabiliteits- en sterkteberekeningen geeft verweerder aan dat er conform punt 8 van het vergunningblad ‘Bouwen van een bouwwerk’ uiterlijk binnen drie weken voor aanvang van de werkzaamheden aanvullende gegevens en bescheiden worden aangeleverd conform het hiervoor gestelde in artikel 2.7 van de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor). Tevens wordt onder punt 8c een bouwveiligheidsplan geëist. Nu de grondkerende constructie deel uit maakt van een constructie voor het hele plan zullen ook daarvoor gegevens moeten worden ingediend uiterlijk drie weken voor de aanvang van de werkzaamheden, zodat die door verweerder getoetst kunnen worden. Ten aanzien van de toegang tot de garage bestrijdt verweerder de erfdienstbaarheid niet en geeft hierbij aan dat het geen privaatrechtelijke belemmering is die aan het bestreden besluit in de weg staat. Op basis van de situering van de uitbreiding van het kantoor blijft de garage immers bereikbaar en wordt die daardoor niet illusoir. 4. De rechtbank overweegt als volgt. 5. Ter zitting heeft eiser een aantal beroepsgronden ingetrokken. Hieraan gaat de rechtbank derhalve voorbij. In geschil zijn nog de beroepsgronden die betrekking hebben op de grondkerende hulpconstructies (inclusies stabiliteits- en sterkteberekeningen en zoals ter zitting aangegeven in het bijzonder een nulmeting) alsmede de verzekering. 5.1 In de reeds genoemde brief van verweerder van 10 februari 2015 aan de rechtbank heeft verweerder over de (nulmeting in relatie tot
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.