vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Roermond zaaknummer / rolnummer: C/03/191545 / HA ZA 14-285 Vonnis van 5 augustus 2015 in de zaak van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , wonende te [woonplaats vrouw] , eiseres in conventie, verweerster in reconventie, advocaat mr. Chr. Nome, tegen [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , wonende te [woonplaats man] , gedaagde in conventie, eiser in reconventie, advocaat mr. S. Smeets. Partijen zullen hierna de vrouw en de man genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met 4 producties - de conclusie van antwoord houdende een eis in (voorwaardelijke) reconventie met 4 producties - producties 5 tot en met 18 zijdens de man - de conclusie van antwoord in reconventie met producties 5 en 6 - het proces-verbaal van comparitie van 13 mei 2015 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Partijen hebben een affectieve relatie gehad die in februari 2011 is geëindigd. Uit deze relatie zijn drie kinderen geboren van thans 16, 12 en 10 jaar. 2.2. Partijen hadden aanvankelijk een gezamenlijke woning in [X] , die zij in 1997 hebben gekocht. In 2003 hebben zij de woning aan de [adres] te [plaats] gekocht. Na een grondige verbouwing hebben zij deze woning in 2007 betrokken. Toen is ook de woning te [X] verkocht. 2.3. Partijen zijn beide voor 50 procent eigenaar van de woning te [plaats] . De woning heeft, blijkens een niet ter discussie staand taxatierapport, een waarde van € 540.000,00. Op de woning rust een hypotheek van € 337.000,00. Partijen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor die lening. Daarnaast hebben partijen een Opmaat Verzekering van de Rabobank met een waarde per 1 mei 2014 van € 56.159,51. Dit betreft een aan de hypotheeklening gekoppelde levensverzekering. 2.4. Na beëindiging van de relatie is de vrouw aanvankelijk met de kinderen in de gezamenlijke woning blijven wonen. In 2013 heeft de vrouw de woning met de kinderen verlaten. 2.5. Partijen zijn het oneens over de verdeling en verrekening van de gemeenschappelijke goederen. 3Het geschil in conventie 3.1. De vrouw vordert Primair: 1. de man te veroordelen om tot verdeling van de woning aan de [adres] , te [plaats] over te gaan, waarbij de man de vrouw zal voldoen de helft van de overwaarde zijnde € 101.500,00, althans een door Uw Rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag; 2. de man te veroordelen het onder punt 1 genoemde binnen 2 maanden, althans een door Uw Rechtbank in goede justitie te bepalen termijn te bewerkstelligen onder verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag, althans een door Uw Rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, voor elke dag dat de man in gebreke blijft te voldoen aan het in dezen te wijzen vonnis; Subsidiair: 3. de man te veroordelen om bij een eventuele verkoop van de woning, na aftrek van de hypothecaire lening de overwaarde of de schuld tussen partijen bij helfte te verdelen; 4. de man te veroordelen tot het verlenen van de nodige medewerking aan de door de vrouw te verstrekken verkoopopdracht van de woning aan een makelaar indien en vanaf het moment dat de man de woning niet zelf kan overnemen onder verbeurte van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag dat de man in gebreke blijft te voldoen aan het in dezen te wijzen vonnis, althans een door Uw Rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag; 5. de man te veroordelen tot het verlenen van de nodige medewerking aan het toegang verschaffen aan de makelaar en potentiële verkopers in de woning onder verbeurte van een dwangsom van € 500,00 voor iedere keer dat de man in gebreke blijft te voldoen aan het in dezen te wijzen vonnis, althans een door Uw Rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag; 6. de man te veroordelen tot het aanvaarden van elk bod op de woning gelijk of hoger dan de meest actuele taxatiewaarde; 7. de man te veroordelen tot het verlenen van de nodige medewerking aan het opstellen en ondertekenen van de verkoopovereenkomst van de woning; 8. de man te veroordelen tot het verlenen van de nodige medewerking aan het opstellen en passeren van de transportakte van de woning; 9. te bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van een in wettige vorm opgemaakte akte strekkende tot ondertekening door de man van de koopovereenkomst, alsmede tot het notarieel transport van voornoemde woning, indien de man weigerachtig is aan hetgeen onder 6, 7 en 8 hierboven is bepaald te voldoen; Primair en subsidiair: 10. de man te veroordelen tot betaling van de helft van de waarde van de OpMaat Verzekering van de Rabobank op het moment van beëindiging van de hypotheek, welk bedrag per 1 mei 2014 volgens opgave € 28.079,74 bedroeg, althans een door Uw Rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, binnen 2 maanden na dagtekening van het in deze te wijzen vonnis aan de vrouw over te gaan, althans een door Uw Rechtbank in goede justitie te bepalen termijn. 3.2. De man voert verweer. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. in reconventie 3.4. De man vordert (met overname van de door de man gehanteerde nummering): B. Te bepalen dat uiterlijk binnen 4 maanden na het door de rechtbank te wijzen vonnis het aandeel van de vrouw in de woning op naam van de man zal worden gesteld (overgedragen) zodra ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de vrouw verleend zal kunnen worden onder nominale verrekening van de door de man gedane investeringen uit eigen middelen ad € 347.000,00 te vermeerderen met € 32.500,00 tevens onder gelijktijdige toedeling van de restschuld (verschil gedane privé-investeringen -/- overwaarde ad € 203.000,00) aan de vrouw. Voor zover de vrouw niet zal meewerken aan overdracht van haar aandeel in de woning verzoekt de man uw rechtbank hem volmacht te verlenen om alle benodigde handelingen daartoe te verrichten alsook dat de beschikking van de rechtbank daarvoor in de plaats zal kunnen treden voor het geval de vrouw weigerachtig zou blijven. C. Te bepalen dat indien op enig moment sprake zou zijn van verkoop van de woning, de man nominaal toekomt hetgeen hij heeft geïnvesteerd in de woning van partijen voor een bedrag groot € 347.000,00, welk bedrag hij bij eventuele toekomstige verkoop als eerste volledig mag verrekenen met de verkregen verkoopopbrengst. D. Te bepalen dat de roerende goederen: Tafel van Piet Hein Eek twv € 7.000,- Philips Ambilight Breedbeeld twv € 4.000,- Apple 1-Mac twv € 1.100,- Fiat Punto dagwaarde twv € 2.500,- alsmede Borg voor woning + eerste huur ad € 400,- Huur maart + april ad € 1.200, - "startgeld" cash ad € 5.250,- Tandartsrekeningen maart + april ad € 489,- Renteaflossing studieschuld ad € 250,- door de vrouw aan de man verschuldigd zijn althans voor verrekening in aanmerking komen. Indien de vrouw deze posten niet zal kunnen voldoen binnen 1 maand na het te wijzen vonnis dient afgifte in ieder geval van de roerende goederen aan de man plaats te vinden onder verbeurte van een dwangsom ad € 250,- per dag gedurende de tijd dat de vrouw daarmee in gebreke blijft. E. Te bepalen dat de waarde van de Opmaatpolis na verrekening van (een gelijk deel) van de restschuld volledig aan de man toekomt. 3.5. De vrouw voert verweer. 3.6. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling in conventie en reconventie 4.1. Met betrekking tot de woning en Opmaatverzekering is sprake van een eenvoudige gemeenschap in de zin van artikel 3:166 lid 1 BW en partijen hebben daarin - conform de hoofdregel van artikel 3:166 lid 2 BW - een gelijk aandeel. Bij de verdeling kunnen zij daarom aanspraak maken op de helft van de (over)waarde van het goed. De (over)waarde staat ook niet ter discussie tussen partijen. Zowel de overwaarde van de echtelijke woning als de waarde van de Opmaatverzekering staan vast tussen partijen. De overwaarde van de woning bedraagt € 203.000,00 en de waarde van de Opmaat verzekering bedroeg per 1 mei 2014 € 56.159,51. Dat betekent dat de vrouw in beginsel recht heeft op de helft van deze bedragen. 4.2. Vorenstaande laat onverlet de eventuele noodzaak om verschillen in de financiering van het goed te verevenen. Op grond van het bepaalde in artikel 3:172 BW hebben partijen immers nog een regresvordering op elkaar in verband met de door hen ingebrachte bedragen. Het moet dan gaan om uitgaven die voortvloeien uit handelingen welke bevoegdelijk ten behoeve van de gemeenschap zijn verricht. In bijzondere gevallen kan echter van deze regel worden afgeweken. Bijvoorbeeld indien het gedrag van de partners aanleiding geeft tot de conclusie dat (stilzwijgend) anders is overeengekomen (artikel 3:33 BW jo. artikel 3:37 BW) of wanneer een en ander is geschied om te voldoen aan een natuurlijke verbintenis van de ene deelgenoot tot verzorging van de andere. 4.3. De man heeft gesteld dat hij uit eigen middelen € 347.000,00 en € 32.500,00 in de (verbouwing van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.