← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2016:1314

RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Burgerlijk recht Zaaknummer: 4770759 CV EXPL 16-1014 Vonnis in kort geding van 16 februari 2016 in de zaak van [eiser] , wonend te [woonplaats 1] , eisende partij, gemachtigde mr. R.M.I. Cornelissen tegen [gedaagde] , wonend te [woonplaats 2] , gedaagde partij, niet verschenen. Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het exploot van dagvaarding van 29 januari 2016 de mondelinge behandeling ter zitting van 15 februari 2016, waar [eiser] heeft gepersisteerd bij de vordering en [gedaagde] niet is verschenen zodat tegen hem verstek is verleend. [gedaagde] heeft tien minuten voor aanvang van de zitting telefonisch aan de rechtbank medegedeeld dat hij vanwege rug- en nekklachten verhinderd is, doch deze enkele mededeling geldt niet als verschijning en evenmin als (bewijs van) overmacht. 1.
  2. Daarna is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
  3. Het gestelde spoedeisende belang is niet weersproken en vloeit voort uit de aard van de vordering. Doordat [gedaagde] niet ter zitting is verschenen, is de vordering in deze procedure onweersproken gebleven. Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal derhalve worden toegewezen als onder 3, zij het dat de ontruimingstermijn op het wettelijke minimum van drie dagen gesteld wordt. 2.
  4. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot de datum van dit vonnis begroot op € 719,06, bestaande uit € 400,00 aan salaris gemachtigde, € 223,00 aan griffierecht en € 96,06 aan explootkosten. 3De beslissing De kantonrechter 3.
  5. veroordeelt [gedaagde] om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de woonruimte staande en gelegen te [woonplaats 2] aan de [adres] (begane grond achter) met al de zijnen en al het zijne te ontruimen en ontruimd te houden en onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van [eiser] te stellen; 3.
  6. veroordeelt [gedaagde] om tegen bewijs van kwijting aan [eiser] € 1.960,00 te betalen, te vermeerderen met de overeengekomen rente van 1% per maand vanaf de vervaldata van de respectieve huurtermijnen tot aan de dag van voldoening, 3.
  7. veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van € 155,00 voor elke ingegane maand vanaf 1 februari 2016 tot aan de dag dat de overeenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd althans tot aan de dag van ontruiming, 3.
  8. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot de datum van dit vonnis begroot op € 719,06, 3.
  9. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.
  10. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. E.P. van Unen en is in het openbaar uitgesproken. RK

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.