RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Strafrecht Parketnummer: 03/700207-15 Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 22 februari 2016 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , gedetineerd in Vught PPC te Vught. De verdachte wordt bijgestaan door mr. L. Geerman, advocaat, kantoorhoudende te Sittard. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 2 februari
(3)levensgevaar ontstaan, terwijl er bovendien als gevolg van de ontploffing iemand is overleden. De maximumstraffen lopen daarbij op van respectievelijk 12 jaar, 15 jaar tot 30 jaar of levenslang voor de laatste categorie: een ontploffing waarbij levensgevaar is ontstaan en iemand is overleden. Die laatste categorie is het soort ontploffing waar het hier om gaat: de rechtbank heeft bewezenverklaard dat er levensgevaar voor personen is geweest en dat er als gevolg van de ontploffing iemand, te weten de heer [slachtoffer] , is overleden. Dat betekent dat hiervoor een levenslange gevangenisstraf of een tijdelijke gevangenisstraf voor de duur van 30 jaren als strafmaximum geldt. Wat het opzettelijk veroorzaken van een dergelijke ontploffing zo ernstig maakt, is dat de gevolgen volstrekt niet te overzien zijn. Door een explosief mengsel te laten ontstaan, bijvoorbeeld door, zoals hier, de gaskraan vol open te zetten, is het namelijk volstrekt onvoorspelbaar wanneer dit mengsel tot explosie komt. Hierdoor kunnen op ieder moment (vele) mensen in een levensbedreigende situatie terechtkomen, met alle gevolgen van dien. De rechtbank zal bij de strafoplegging rekening houden met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte. Verdachte kan minder dan een willekeurig ander iemand een verwijt worden gemaakt van wat hij gedaan heeft, omdat hij in bepaalde mate beïnvloed werd door zijn depressieve stoornis. Uit de rapporten van de deskundigen blijkt dat zij behandeling van die stoornis noodzakelijk vinden om herhaling in de toekomst te voorkomen. Dat zou in eerste instantie een klinische behandeling op een forensisch psychiatrische afdeling moeten zijn, gevolgd door een ambulante behandeling. De reclassering heeft zich bij dit advies aangesloten. Een dergelijke behandeling kan aan verdachte worden opgelegd in het kader van een voorwaardelijk strafdeel. Gelet op artikel 14a Sr kan alleen een deels voorwaardelijke straf worden opgelegd, indien er maximaal vier jaar gevangenisstraf wordt opgelegd. Gelet op de ernst van het feit, die tot uitdrukking komt in het hiervoor genoemde strafmaximum én in de ernstige gevolgen, is de rechtbank van oordeel dat opleggen van een gevangenisstraf van ten hoogste 4 jaren absoluut niet aan de orde is. Ook de officier van justitie heeft zijn eis kennelijk grotendeels gebaseerd op de ernst van het feit en de ernstige gevolgen: de dood van het slachtoffer [slachtoffer] en de grote impact die dat heeft gehad op zijn nabestaanden. Daarnaast heeft hij in zijn eis meegewogen dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is, dat hij zelf letsel heeft opgelopen door de explosie, dat er grote materiële schade is ontstaan door de explosie en dat de explosie ook grote impact heeft gehad op de omwonenden en hulpverleners. De rechtbank acht de eis van de officier van justitie en de door hem daarin betrokken omstandigheden alleszins redelijk. De strafeis past binnen het wettelijk systeem, zoals hiervoor geschetst. De rechtbank ziet geen reden om hiervan af te wijken en zal deze dan ook overnemen. Dit betekent dat oplegging van een behandeling in het kader van een voorwaardelijk strafdeel niet mogelijk is. Gelet op de ernst van het feit en gelet op het recidiverisico, acht de rechtbank een behandeling, vanuit beveiligingsoogpunt, wel noodzakelijk. Dat zal dan echter moeten gebeuren in het kader van een voorwaardelijke invrijheidsstelling of wellicht tijdens de detentie. 7De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel De benadeelde partijen [benadeelde 1] , de eigenaar van het pand [adres 1] , en [benadeelde 2] , die op het moment van de explosie op bezoek was in de woning aan de [adres 3] , hebben zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding, om de schade die zij als gevolg van de explosie hebben geleden vergoed te krijgen. [benadeelde 1] vordert een bedrag van € 66.743,17 aan materiële schade. [benadeelde 2] vordert een bedrag van € 10.029,- aan materiële schade. De rechtbank stelt vast dat [benadeelde 1] en [benadeelde 2] als gevolg van het bewezenverklaarde feit direct schade hebben geleden. De vordering van [benadeelde 1] is door de verdediging niet betwist en kan dan ook geheel worden toegewezen. De vordering van [benadeelde 2] komt slechts gedeeltelijk voor vergoeding in aanmerking. Bij de door [benadeelde 2] gevorderde kosten voor schade aan zijn auto en laptop is niet komen vast te staan wat de restwaarde was van deze goederen. De rechtbank zal de schade daarom naar redelijkheid en billijkheid vaststellen op een bedrag van € 1.500,- voor elk van deze goederen. Ook heeft [benadeelde 2] kosten gevorderd wegens inkomstenderving ad € 2.600,-. Ter zitting heeft [benadeelde 2] toegelicht dat hij de inkomsten van een opdracht voor 40 uren à € 65,- per uur is misgelopen. Deze kosten komen dan ook voor vergoeding in aanmerking. De rechtbank zal dan ook toewijzen een bedrag van in totaal € 5.600,-. De rechtbank zal bij de (deels) toe te wijzen vorderingen van de benadeelden de schadevergoedingsmaatregel opleggen. 8De wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 24c, 36f en 157 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde. 9De beslissing De rechtbank: Bewezenverklaring verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven; spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; Strafbaarheid verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven; verklaart de verdachte strafbaar; Straf veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; Benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [benadeelde 1], wonende te [woonplaats 2] , te betalen € 66.743,17; veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil; legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 1] , van € 66.743,17 bij niet betaling en verhaal te vervangen door 300 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft; bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen; wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2], wonende te [woonplaats 3] , gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen € 5.600,-; verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] voor het overige in zijn vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde 2] dit gedeelte van de vordering slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen; legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 2] , van € 5.600,- bij niet betaling en verhaal te vervangen door 63 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft; bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen. Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Holthuis, voorzitter, mr. B.G.L. van der Aa en mr. C.G.A. Wouters, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.K. Spronk, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 22 februari
- BIJLAGE I: De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij, verdachte, op of omstreeks 20 maart 2015 te Urmond, in de gemeente Stein, in elk geval in Nederland, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door in een woning, gelegen aan de [adres 1] , in welk woning de elektriciteit/stroomvoorziening in werking was, een gaskraan zonder uitstroom-aansluiting/verbinding open te draaien en/op vervolgens gas uit die gaskraan heeft doen/laten stromen, in elk geval door gas in die woning te doen/laten stromen en/of (vervolgens) open vuur in aanraking heeft gebracht/heeft laten komen met dat gas, in elk geval dat gas heeft ontstoken/tot ontsteking heeft laten komen, in elk geval aldaar gas in voornoemde woning heeft doen/laten (uit)stromen op zodanige wijze dat aldaar door gasophoping een explosief mengsel is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor voornoemde woning en/of de zich in voornoemde woning bevindende goederen en/of (een) zich in de nabijheid van voornoemde woning bevinden(e) goed(eren), in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor zich in die belendende woningen en/of zich in de directe nabijheid van de woning [adres 1] bevindende personen, in elk geval levensgevaar of toebrenging van zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was, terwijl het voornoemde door hem, verdachte, gepleegde handelen de dood van [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad; Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat: hij, verdachte, op of omstreeks 20 maart 2015 te Urmond, in de gemeente Stein, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf, om opzettelijk brand te stichten en/of een ontploffing teweeg te brengen, met dat opzet in een woning, gelegen aan de [adres 1] , in welke woning de elektriciteit/stroomvoorziening in werking was, een gaskraan zonder uitstroom-aansluiting/verbinding heeft opengedraaid en/of vervolgens gas uit die gaskraan heeft doen/laten stromen, in elk geval door gas in die woning te doen/laten stromen en/of (vervolgens) open vuur in aanraking heeft gebracht/heeft laten komen met dat gas, in elk geval aldaar gas in voornoemde woning heeft doen/laten (uit)stromen op zodanige wijze dat aldaar door gasophoping een explosief gasmengsel is/zou ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor voornoemde woning en/of de zich in voornoemde woning bevindende goederen en/of voor belendende woningen en/of de zich daarin bevindende goederen en/of een (zich) in de nabijheid van voornoemde woning bevindend(e) goed(eren), in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor zich in die belendende woningen en/of zich in de directe nabijheid van de woning [adres 1] bevindende personen, in elk geval levensgevaar of toebrenging van zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; meer subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat: hij, verdachte, op of omstreeks 20 maart 2015 te Urmond, in de gemeente Stein, in elk geval in Nederland, grovelijk, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam, in een woning, gelegen aan de [adres 1] , in welk woning de elektriciteit/stroomvoorziening nog werkte/in werking was, een gaskraan zonder uitstroom-aansluiting/verbinding heeft opengedraaid en/of vervolgens gas uit die gaskraan heeft doen/laten stromen, in elk geval door gas in die woning te doen/laten stromen en/of heeft nagelaten te verhinderen dat aldaar door gasophoping/concentratie van gas, al dan niet in combinatie met in werking zijnde elektriciteit/elektrische verlichting/elektrische apparatuur een explosieve situatie zou/is ontstaan, ten gevolge waarvan het aan zijn, verdachtes, schuld te wijten is dat er een ontploffing heeft plaatsgevonden in voornoemde woning, terwijl daarvan gemeen gevaar voor voornoemde woning en/of de zich in voornoemde woning bevindende goederen en/of voor belendende woningen en/of de zich daarin bevindende goederen en/of (een) zich in de nabijheid van voornoemde woning bevindend(e) goed(eren), in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor zich in die belendende woningen en/of zich in de directe nabijheid van de woning [adres 1] bevindende personen, in elk geval levensgevaar of toebrenging van zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was, terwijl voornoemd handelen/nalaten de dood van [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad. Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie eenheid Limburg, proces-verbaalnummer 2015052597, gesloten d.d. 11 juni 2015, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina
- Proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 maart 2015, p. 37 en
- Proces-verbaal van sporenonderzoek d.d. 23 maart 2015, p. 151 en
- Proces-verbaal van verhoor getuige [benadeelde 1] d.d. 25 maart 2015, p.
- Proces-verbaal correctie op proces-verbaal 201505297-20 d.d. 11 augustus 2015, p.
- Proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 maart 2015, p. 37 en
- Processen-verbaal van de verhoren van de getuigen [naam brandweerman] en [getuige] bij de rechter-commissaris d.d. 21 oktober
- Processen-verbaal van de verhoren van de getuigen [naam brandweerman] en [getuige] bij de rechter-commissaris d.d. 21 oktober
- Proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 maart 2015, p.
- Proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 maart 2015, p. 38 in combinatie met het proces-verbaal onderzoeksdossier d.d. 11 juni 2015, p.
- Proces-verbaal van het verhoor van de getuige [naam brandweerman] bij de rechter-commissaris d.d. 21 oktober
- Proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 maart 2015, p.
- Proces-verbaal overlijdensonderzoek en lijkschouw d.d. 22 maart 2015, p.
- Proces-verbaal van sporenonderzoek d.d.23 maart 2015, p.
- Proces-verbaal van sporenonderzoek d.d.23 maart 2015, p. 152 en
- Proces-verbaal van sporenonderzoek d.d.23 maart 2015, p.
- Proces-verbaal verhoor verdachte inbewaringstelling d.d. 1 mei
- Proces-verbaal onderzoeksdossier d.d. 11 juni 2015, p. 23 en 24.