RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Bestuursrecht zaaknummer: AWB/ROE 16/44 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 maart 2016 in de zaak tussen [eiser] , te Roermond, eiser (gemachtigde: mr. V. Dolderman), en Nationale Politie, verweerder (gemachtigde: C.A. Elfferich). Procesverloop Eiser heeft verweerder op 18 juli 2014 aansprakelijk gesteld voor schade als bedoeld in artikel 7:658 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Na het uitblijven van een beslissing op deze aansprakelijkstelling heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit als bedoeld in artikel 8:55b van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Overwegingen
- De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Awb uitspraak zonder zitting.
- De rechtbank overweegt ambtshalve het volgende.
- Op 1 juli 2013 is titel 8.4 (Schadevergoeding) van de Awb in werking getreden. In deze titel is de verzoekschriftprocedure geregeld voor – kort gezegd – gevallen waarin iemand schade stelt te lijden door onrechtmatige besluiten van de overheid. In de artikelen 8:88 en 8:89 van de Awb is geregeld in welke gevallen de bestuursrechter bevoegd is over een verzoek om schadevergoeding te beslissen.
- De rechtbank constateert dat in dit geval is verzocht om vergoeding van schade op grond van artikel 7:658 van het BW. Het verzoek betreft geen schade als gevolg van een onrechtmatig besluit. Dit betekent dat de reactie van verweerder op de aansprakelijkstelling van 18 juli 2014 evenmin een besluit als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb zal zijn en dat de bestuursrechter niet bevoegd is over een eventueel verzoek om schadevergoeding te oordelen. Dit heeft ook tot gevolg dat de rechtbank niet bevoegd is kennis te nemen van het beroep tegen gericht tegen het niet tijdig beslissen.
- De rechtbank zal zich dan ook onbevoegd verklaren. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.
- Tot slot wenst de rechtbank nog op te merken dat verweerder heeft erkend dat nog steeds niet op de aansprakelijkstelling van eiser is beslist. Hij heeft uitgelegd wat daar de redenen voor waren en hij heeft excuses aan eiser aangeboden. Verweerder heeft de dwangsom als bedoeld in artikel 4:17 van de Awb aan eiser betaald en heeft toegezegd uiterlijk 5 februari 2016 te zullen beslissen over de aansprakelijkstelling. Voor zover bekend is nog steeds geen beslissing genomen. De rechtbank gaat ervan uit dat verweerder zo spoedig mogelijk inhoudelijk zal reageren op de aansprakelijkstelling van eiser. Beslissing De rechtbank verklaart zich onbevoegd van het beroep kennis te nemen. Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Nollen, rechter, in aanwezigheid van J.B.J.C.L. Caelers-Sijbers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 maart
- w.g. J.B.J.C.L. Caelers-Sijbers, griffier w.g. C.M. Nollen, rechter Voor eensluidend afschrift: de griffier, Afschrift verzonden aan partijen op: 25 maart 2016 AC Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.