RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Burgerlijk recht Zaaknummer: 5056494 CV EXPL 16-4508 Vonnis in kort geding van 27 juni 2016 in de zaak van [eiser] , wonend te [woonplaats 1] , aan de [adres 1] , eisende partij, gemachtigde mr. M.E. Cuppen tegen 1de vennootschap onder firma AUTOSERVICE R&R, gevestigd te (6231 AC) Meerssen aan de Holstraat 97 B, en 2. [gedaagde sub 2] , vennoot van gedaagde sub 1, wonend te [woonplaats 2] , aan de [adres 2] , en 3. [gedaagde sub 3] , vennoot van gedaagde sub 1, wonend te [woonplaats 3] , aan de [adres 3] , gedaagde partij, gemachtigde mr. M.E. Bischoff-Derks. Partijen zullen hierna [eiser] en R&R (gedaagden gezamenlijk in enkelvoud) genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het exploot van dagvaarding d.d. 27 mei 2016 de conclusie van antwoord de mondelinge behandeling ter zitting van 13 juni 2016. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. R&R huurt vanaf 1 oktober 2006 van [eiser] de bedrijfsruimte staande en gelegen te [woonplaats 1] , aan de [adres 1] (verder te noemen: het gehuurde) tegen een bij vooruitbetaling verschuldigde huurprijs van € 1.500,00 per maand. 2.2. Art. 6.2 van de huurovereenkomst luidt: “Beëindiging van deze overeenkomst vindt plaats door schriftelijke opzegging, met een opzegtermijn van één jaar.” 2.3. R&R heeft de huur vanaf maart 2016 onbetaald gelaten. 3De vordering en het geschil 3.1. [eiser] vordert de veroordeling van R&R - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad - tot betaling van: een bedrag van € 1.500,00 per maand aan achterstallige huur vanaf 1 maart 2016, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van verzuim, zijnde 2e van de maand van iedere maand tot aan de dag van voldoening; een bedrag van € 1.500,00 per maand vanaf 27 mei 2016 voor zolang de huurovereenkomst voortduurt, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 27 mei 2016 tot aan de dag van voldoening, de proceskosten. 3.2. [eiser] beroept zich - kort gezegd - op de huurovereenkomst. 3.3. R&R heeft gemotiveerd verweer gevoerd, waarop hierna zal worden ingegaan. 3.4. R&R heeft bij exploot van dagvaarding d.d. 6 juni 2016 (productie 1 bij exploot) [eiser] gedagvaard in een bodemprocedure. In die procedure vordert R&R - voor zover hier van belang - primair een verklaring voor recht dat de huurovereenkomst is beëindigd per 10 maart 2016 (door buitengerechtelijke ontbinding) en subsidiair een verklaring voor recht dat de huurovereenkomst per 1 mei 2016 is beëindigd met wederzijds goedvinden. 4De beoordeling 4.1. Het gestelde spoedeisende belang is op zichzelf niet althans onvoldoende gemotiveerd weersproken en staat daarmee in deze procedure vast. 4.2. Om een voorziening te kunnen treffen als gevorderd, dient met een redelijke mate van zekerheid aangenomen te kunnen worden dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat deze - of een vergelijkbare - vordering zal slagen. Bij deze beoordeling kan dus slechts een voorlopig oordeel worden gegeven en die beoordeling moet geschieden op basis van hetgeen in deze korte procedure naar voren is gebracht en aannemelijk is gemaakt. et g 4.3. Het primaire verweer van R&R komt er - samengevat en voor zover van belang - op neer dat zij bij brief van 11 maart 2016 de huurovereenkomst per direct buitengerechtelijk hebben ontbonden omdat [eiser] - in de optiek van R&R - reeds lange tijd zijn verplichtingen als verhuurder niet is nagekomen en (door) aan hem niet een ongestoord huurgenot te verschaffen, waarbij de ‘druppel die de emmer deed overlopen’ een incident betrof op 10 maart 2016, toen [eiser] de elektriciteitstoevoer naar het gehuurde (die via de woning van [eiser] loopt, waar zich ook de schakelaars bevinden) afsloot waardoor R&R hun bedrijfsactiviteiten niet meer konden uitvoeren, aldus R&R. Zoals de kantonrechter ter zitting reeds te kennen heeft gegeven, slaagt dit verweer niet, in die zin dat de onder 4.2. genoemde redelijke mate van zekerheid over een voor [eiser] gunstig oordeel van de bodemrechter op dit punt aanwezig is. In de eerste plaats betwist [eiser] stellig dat hij verantwoordelijk is voor de stroomafsluiting, maar met name de concrete weerlegging van dit verweer door [eiser] , inhoudende dat beide vennoten door middel van (een) sleutel(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.